Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 27 januari 2014, 11:03

PwC: Slechts kwart multinationals rapporteert over duurzaamheid

Hoewel bedrijven waarde hechten aan kennis over hun duurzame en sociale voetafdruk, rapporteert driekwart nog steeds alleen het financiële gedeelte.

Pw C e1390816785589

Normal

0

21

false

false

false

NL

X-NONE

X-NONE

<![endif]-->

Hoewel bedrijven waarde hechten aan kennis over hun duurzame en sociale voetafdruk, rapporteert driekwart nog steeds alleen het financiële gedeelte.

 

 

Dit blijkt uit het 17e jaarlijkse CEO-onderzoek van PwC. De meeste bedrijven erkennen het belang van het meten van de gehele voetafdruk: op economisch, sociaal en milieugebied. 75 procent van de deelnemers denkt namelijk dat het verslag doen van niet-financiële impact bijdraagt aan hun succes op de lange termijn.

 

 

Deze woorden blijken echter niet omgezet te worden in daden. Slechts een kwart van de grote bedrijven rapporteert momenteel hun sociale en milieu-impact. Het meten van de gehele voetafdruk heeft twee voordelen volgens PwC. Ten eerste helpt het de trade-off van verschillende strategieën en het maken van de beste besluiten voor alle stakeholders. Dat zorgt er voor dat de organisatie weer vertrouwen wint, dus ook meer klanten en omzet.

 

 

Eerder onderzoek

 

 

Ook uit eerder onderzoek, in september 2013, bleek dat 93 procent  van de CEO’s geloven dat het meten van de totale impact van hun organisatie kan helpen betere beslissingen te maken over bedrijfsrisico’s. Bovendien denken ze dat zij op die manier ook een sterkere reputatie kunnen opbouwen bij werknemers, investeerders. Volgens PwC is de tijd van groei ten koste van alles voorbij, doordat de meerderheid van de CEO’s de milieu- en sociale impact van hun bedrijven wil meten.

 

 

Bron: Environmentalleader

 

 

Foto: longplay via Flickr

 

5 kostenbesparingen voor windenergie op zee

&ldquo;In de komende tien jaar moeten de kosten voor offshore wind met 40 procent dalen,&rdquo; waarschuwt Bert de Vries, directeur energie en duurzaamheid aan het ministerie van Economische Zaken. &ldquo;Dit lijkt veel, maar in vier jaar tijd heeft zonne-energie tegen alle verwachtingen in een kostenbesparing van 57 procent doorgemaakt.&rdquo;De Vries is een van de sprekers op Windkracht14, een congres over de mogelijkheden van wind op zee. Met zijn hoopvolle boodschap geeft hij tegenwicht aan het commentaar op het Energieakkoord. Dat akkoord zet zwaar in op windmolenparken in de Noordzee en Waddenzee. De 228 megawatt die nu zijn opgesteld moet uitgroeien tot 4500 megawatt in 2023. De kosten gaan de spuigaten uitlopen, zeggen criticasters.KinderschoenenDe Vries is niet zo somber. &ldquo;Wind op zee staat nog in zijn kinderschoenen,&rdquo; aldus De Vries. &ldquo;De kosten voor een offshore wind-projecten dalen nu met 1 eurocent per kilowattuur. Dat lijkt weinig, maar het is enorm veel.&rdquo;Een prijsdaling kan het ministerie van Economische Zaken in ieder geval goed gebruiken. Er zijn reeds 12 vergunningen voor nieuwe windparken verleend. Samen moeten zij het doel van 4500 megawatt gaan halen. Drie projecten worden de komende jaren al gerealiseerd. Het ministerie heeft &euro; 18 mrd beschikbaar gemaakt voor offshore-windprojecten de komende vijftien jaar. De vraag is of het daarbij blijft. De marges zijn daarbij klein: 1 eurocent kan het verschil maken tussen een succesvol project en een financieel fiasco.Hoe gaat het bedrijfsleven dus de kostenreductie van 40 procent bewerkstelligen? Meerdere partijen hebben hier een mening over. Vijf manieren springen eruit.1.&nbsp;Werk meer samenMet samenwerking kun je ongeveer 5 procent van de totale projectkosten besparen, stelt Bernard Fortuin, lid van de Raad van Bestuur van windturbineleverancier Siemens. &ldquo;Er gaat veel verloren doordat allerlei partijen zelf onderdelen ontwikkelen die vervolgens niet voldoen aan de eisen van andere spelers.&rdquo;Pieter van Oord, directeur van baggeraar Van Oord, denkt dat de bijdrage van samenwerking in de orde van grootte van tien procent ligt. Hij licht dit toe met een buitenlands voorbeeld: &ldquo;In de opstartfase van wind op zee zijn veel fouten in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland gemaakt. Zo gold er in het Verenigd Koninkrijk een multi contracting strategy. Vijf &agrave; zes aannemers zaten dan op &eacute;&eacute;n project. Het gevolg was dat schepen stonden te wachten doordat er verschillende contracten waren voor de turbine, voor de palen en voor de elektrische aansluiting.2.&nbsp;Gebruik je ervaringEr kan geleerd worden van de gemaakte fouten in het buitenland. &ldquo;De ervaring die er is moet gebruikt worden, zodat fouten niet herhaald worden,&rdquo; zegt Van Oord. Hij stelt zijn eigen bedrijf voor als geschikte kandidaat voor de installatie van windparken: &ldquo;Men kent ons als baggeraar van de eilanden bij Dubai, maar ook zijn we betrokken geweest bij de bouw van het Prinses Amaliapark en het Belgische Belwind-park.&rdquo;De ervaring van Jan Willem van der Graaf, directeur van offshore aannemersbedrijf Seaway Heavy Lifting, is dat vroege betrokkenheid van alle stakeholders een essentieel onderdeel is voor het verkorten van het vergunningstraject. &ldquo;Late involvement kost miljoenen&rdquo;. In het Verenigd Koninkrijk worden alle partijen in een vroegtijdig stadium betrokken, met als gevolg een eerlijker proces en een verkort vergunningstraject van 15 maanden in plaats van twee jaar.3.&nbsp;Optimaliseer de infrastructuurDe aansluiting van een windmolenpark op het elektriciteitsnetwerk moet niet worden onderschat, vindt Mel Kroon, directeur van netwerkbeheerder TenneT. &ldquo;Het aansluiten van windparken is minstens 10 procent van de projectkosten&rdquo;, stelt hij. Kroon pleit dan ook voor effici&euml;ntere aansluitingen: een windmolenpark dat 900 megawatt levert moet een aansluiting krijgen voor maximaal 900 megawatt. Grotere aansluitingen zijn volgens hem zonde van het geld.De verantwoordelijkheid van de elektrische aansluiting moet volgens hem dus bij &eacute;&eacute;n partij liggen, en dan niet bij de windparkeigenaren, zoals dat nu het geval is: &ldquo;De elektrische infrastructuur gaat veertig jaar mee, een windpark maar twintig jaar. Is het dan handig om windparkeigenaren verantwoordelijkheid te geven voor de infrastructuur?&rdquo;4.&nbsp;Blijf innoveren&ldquo;We staan slechts aan het begin van de ontwikkeling van windmolenparken,&rdquo; zegt Fortuin van Siemens. Windmolens worden hoger en krachtiger. Fortuin: &ldquo;Direct Drive-turbines gaan een belangrijke rol spelen, dit zijn windmolens zonder versnellingsbak. Dit leidt tot hogere prestaties van een windmolen. Er wordt er nu &eacute;&eacute;n windturbine ontwikkeld die zes megawatt aankan. Dat zijn grote stappen.&rdquo;De nieuwe turbines worden komende jaren gebouwd en ge&iuml;nstalleerd op het Britse windmolenpark Gunfleet Sands. De levensduur van de turbines is vijf jaar opgerekt, waardoor de turbines van Siemens 25 jaar meegaan.5.&nbsp;Bouw een eilandVan Oord ziet problemen in de toelevering van materialen op zee. De vele leveringen zijn volgens hem ineffici&euml;nt. &ldquo;Het onderhoud van een windturbine op 25 kilometer afstand van de kust is relatief simpel, maar het is duur om heen en weer te varen naar een park dat 100 kilometer van de kust afligt.&rdquo;Van Oord oppert een onorthodoxe oplossing: het bouwen van een nieuw Nederlands eiland aan de kust van IJmuiden. &ldquo;De stopcontacten van TenneT [elektrische aansluitingen, red.] kunnen hierop worden gezet. Op dat eiland kun je een hotel bouwen waarin je honderden werknemers kunt verzorgen. Er zijn minder kosten door het heen en weer varen.&rdquo; Ook is het welbevinden van de werknemers beter op een eiland dan op een schip: &ldquo;Installateurs zijn geen zeelui.&rdquo;Foto&#39;s: Aidan Wakely - Mulroney via Flickr