Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 09 december 2013, 12:27

Palmoliebedrijf belooft ontbossing tegen te gaan

Wilmar, ’s werelds grootste palmoliebedrijf, tekent een contract met Unilever om een duurzame waardeketen te ontwikkelen.

CIFOR e1386588203448

Eén van ’s werelds grootste bedrijven in de agrarische sector tekende op 5 december een contract met levensmiddelengigant Unilever. Hierin belooft het bedrijf  dat eind 2014 honderd procent van de gebruikte palmolie in de waardeketen volledig te herleiden is naar de bron. Dit goede nieuws is het gevolg van de openbaring over illegaal verhandelde palmolie en betekent een grote stap voorwaarts voor bedrijven die duurzame palmolie, sojabonen en suiker willen verkopen.

 

‘Duurzaam en betaalbaar’

 

In een verklaring meldde voorzitter en CEO Kuok Khoon Hong dat: ‘ de palmolie-industrie een duurzaam en betaalbaar product kan verstrekken dat de wereldwijde vraag naar verantwoorde producten beantwoord’. Luigi Sigismondi, chief supply chain officer bij Unilever, zei dat hij onder de indruk was van de verplichting en hoopt dat anderen spoedig volgen.

Wilmar heeft 45 procent van de palmoliemarkt in haar handen. Het bedrijf levert palmolie aan verscheidene grote spelers als Procter and Gamble. Het bedrijf ontving meerdere klachten vanuit NGO’s en andere bedrijven dat het geenduurzaam beleid voerde op sociaal- en milieugebied. Wilmar heeft al enkele stappen ondernomen richting het behoud van regenwouden en veenland, hoewel lobbyisten uitwijzen dat dit slechts een fractie van de verhandelde palmolie betreft.

 

Illegale plantages

 

Eerder dit jaar beschuldigde Greenpeace Wilmar van het feit dat deze palmolie verhandelde met illegale plantages die bijdragen aan ontbossing. De plantages waaruit de palmolie afkomstig is waren niet geregistreerd bij de lokale autoriteiten. Volgens de federale milieuorganisatie Friends of the Earth moeten regenwouden plaatsmaken voor deze plantages en wordt veenland in brand gestoken. Daardoor wordt de natuurlijke leefomgeving van tijgers verwoest.

 

Bron: BusinessGreen | Foto: CIFOR via Flickr

 

Onderzoekers ontdekken korte route voor waterstofproductie

De Franse onderzoekers baseren de productiemethode op een natuurlijk proces dat diep onder de aardkorst plaatsvindt. Een kortere weg naar waterstofproductie kan er toe leiden dat waterstof eerder en breder ingezet kan worden. Aluminiumoxide In het natuurlijke proces splitst het mineraal olivijn (Mg,Fe)2SiO4 water in haar componenten waterstof en zuurstof. Door aluminiumoxide aan dit proces toe te voegen wordt de reactie tussen de 7 en 50 keer versnelt. De reactie vindt plaats op een temperatuur van 200 en 300 graden Celsius onder een druk die gelijk staat aan twee keer de diepte van de diepste oceaan. Voor de meest gebruikte technologie voor de productie van waterstof  – het scheiden van waterstof uit aardgas – zijn hogere temperaturen nodig (rond de 700 graden Celsius) waar CO2 als bijproduct ontstaat. Hoofdonderzoeker Muriel Andreani, van de Universiteit Claude Bernard Lyon 1,  zegt: “Hiermee hebben wij de eerste stap voor een CO2-vrije energieproductie overwonnen.” Het gebruik van lagere temperaturen kan energie en dus ook geld besparen. Brandstofcellen die waterstof met zuurstof combineren om elektriciteit te genereren stoten alleen waterdamp uit. Dat maakt waterstof-brandstofcellen een aantrekkelijke optie om de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen te reduceren. Opschalen Waterstof-brandstofcellen zijn ook in Nederland een geliefd onderwerp voor onderzoek. Wetenschappers proberen een goedkope productiemethode te ontwikkelen om de implementatie van waterstof als schone brandstof te realiseren. De bekende uitspraak dat meer onderzoek nodig is, gaat ook hier op. Volgens Jesse Ausubel van de Rockefeller University in New York is dit noodzakelijk om te kijken naar de mogelijkheden om dit proces toe te passen op commerciële schaal. “Het opschalen van deze ontdekking duurt waarschijnlijk vijftig jaar”, beweert de onderzoeker uit New York. “Alleen een groeiende markt voor waterstof in brandstofcellen kan helpen om dit proces op de markt te trekken,” aldus Jesse Ausubel. Het onderzoek is onderdeel van Deep Carbon Observatory (DCO) een tienjarig onderzoeksproject wat in 2019 wordt afgerond. Aan dit project doen ongeveer 1000 onderzoekers mee uit 40 verschillende landen. In dit project worden verschillende disciplines zoals geologie, biochemie, scheikunde en sterrenkunde gecombineerd. Volgens Robert Hazen, hoofd van het DCO bij het Carnegie Instituut in Washington is het project een weg naar grootse uitvindingen in nieuwe wetenschappelijke gebieden. Bron: Reuters | Foto: Orbital Joe via Flickr