Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 22 juli 2013, 12:25

Ecofys: CO2-opslag blijft een keuze

Het is niet strikt noodzakelijk om CO2-opslag toe te passen om de klimaatdoelen te halen. Er moet dan wel flink worden ingezet op energie-efficiëntie en duurzaam transport.

Factory e1374488449415

Onderzoeksbureau Ecofys analyseerde de Global Energy Assessment (GEA) op de rol van CO2-opslag binnen toekomstige energiescenario's. De GEA is een uitgebreide analyse van de verschillende mogelijke energiescenario's tot 2050 en 2100.

Het blijkt dat het mogelijk is om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius zonder gebruik te maken van CO2-opslag. Dat kan echter alleen als we veel efficiënter omgaan met energie, en er geavanceerde verbeteringen worden aangebracht in de transport-infrastructuur. Als de vraag naar energie echter hoog blijft en er weinig verandert in het transport, is CO2-opslag wel noodzakelijk.

Bio-CO2-opslag

Hoewel CO2-opslag dus niet per se noodzakelijk is, speelt het wel een grote rol in de meeste scenario's van de GEA. In veel scenario's is ook bio-CO2-opslag, het opslaan van CO2 afkomstig van biobrandstoffen, van groot belang. Met behulp van bio-CO2-opslag kunnen negatieve CO2-emissies worden gerealiseerd, omdat de CO2 in die biobrandstoffen eerder door planten uit de lucht is gehaald.

 

Bio-CO2-opslag is daarmee een manier om achteraf te corrigeren voor een teveel aan CO2-emissies in het verleden. Dat is handig, maar inzetten op een scenario met correctie achteraf is riskant. Als CO2-opslag slechter blijkt te werken dan verwacht, is er weinig meer te doen aan de hoge CO2-emissies uit het verleden en is de kans op het halen van de klimaatdoelen flink verkleind.

Bron: Ecofys Foto:  mira66 via Flickr.com

Grootste Nederlandse windpark op zee blijkt vol leven

Het aanleggen van windmolenparken is cruciaal in ons streven naar 14 procent hernieuwbare energie in 2020. De komende jaren zullen er dus nog een aantal parken bijkomen. Hierbij is het wel van belang te weten wat de impact deze parken is op de lokale fauna.Het Prinses Amaliawindpark is sinds 1 juli 2008 operationeel en sindsdien is er veel onderzoek gedaan naar de impact op de fauna. Uit onderzoek blijkt dat in het algemeen gesteld kan worden dat er nauwelijks nadelige gevolgen zijn.Het windpark heeft een vermogen van 120 megawatt. Dat is goed voor zo’n 125.000 huishoudens. Het park van 60 windmolens is 14 vierkante kilometer groot en ligt op het Nederlandse Continentaal Plat, op 24 kilometer van de kust bij IJmuiden.Nieuw levenOm erosie te voorkomen, is rond de turbinepalen een laag met stortstenen aangelegd met een diameter van 15 meter. Voordat het windpark er was, bestond de bodem vooral uit zand en door de stortstenen is een nieuw soort leefgebied ontstaan voor het leven in zee.Uit onderzoek van eCOAST blijkt dat er zich drie jaar na de bouw al een soortenrijke gemeenschap heeft ontwikkeld. In totaal werden 85 soorten gevonden, vooral kreeftachtigen, wormen, mosdiertjes en neteldieren.De stortstenen, die 0,12 procent aan harde oppervlakte toevoegen in het gebied, hebben gezorgd voor een verrijking van het dierenleven. De hoeveelheid kleine dieren in het gebied is met 10 procent toegenomen en de biomassa zelfs met 49 procent. Dat betekent ook een toename van voedsel voor andere dieren.Ook werden twee diertjes ontdekt die niet eerder in het Nederlandse deel van de Noordzee werden aangetroffen: Celleporella hyalina, een mosdiertje van hooguit 1millimeter dat glasachtig doorschijnende kolonies vormt, en Stenothoe sp., een vlokkreeftje met een apart, bijna bolvormig lichaam.Bruinvissen en vogelsOp bruinvissen heeft het windmolenpark geen aantoonbare gevolgen,  denken onderzoekers van Onderzoeksinstituut Imares. Bruinvissen zenden vrijwel continu echosignalen uit. Zo verkennen ze hun omgeving op zoek naar prooivissen.Die akoestische signalen kunnen door onderwatermicrofoons worden gemeten. Imares heeft gelijktijdige metingen gedaan binnen en buiten het windpark. Een analyse van de meetgegevens heeft laten zien dat er geen verschil was tussen de waarnemingen binnen en buiten het park.Het grootste effect van het windmolen park is te zien op zeevogels. Imares heeft  onderzocht hoe zeevogels reageren op offshore windparken door het tellen van vogels vanaf schepen die vaste routes binnen en buiten het park afleggen.Het park veroorzaakt geen verstoring van gevoelige vogelsoorten zoals duikers of zee-eenden, dit komt met name omdat het park relatief ver uit de kust staat. Jan van Genten en zeekoeten worden daarentegen wel verstoord. De aantallen in de windparken waren lager maar de soorten waren nooit volledig afwezig.Het volgende windpark dat Eneco op zee zal gaan bouwen is het Eneco Luchterduinen windpark, 23 kilometer voor de kust van Noordwijk en Zandvoort. Voor dit windpart zal vervolgonderzoek plaatsvinden.Foto: Enecomedia via Flickr