Anouk van de Stadt 19 juni 2013, 13:35

In de jungle van Congo schuilt de duurzame smartphone

’s Werelds eerste eerlijke smartphone is in productie gegaan. Producent Fairphone reisde ervoor af naar de oerwouden van Congo.

Congo Fairphone2 e1371638483330

Een elektronica-industrie zonder uitbuiting van fabrieksarbeiders, gewapende conflicten en vergiftiging van het milieu. Met die visie werd in januari van dit jaar Fairphone opgericht.

‘We produceren een eerlijke smartphone, maar ons doel is veel breder,’ vertelt Miquel Ballester, Product Strateeg bij Fairphone. ‘We willen bewustwording creëren bij bedrijven en consumenten. Mensen weten niets van de productieketens die er schuilgaan achter elektronica, ze denken dat smartphones in de winkels groeien.’

De initiatiefnemer van het project, Bas van Abel, toen werkzaam bij Waag Society, was in eerste instantie helemaal niet van plan om een telefoon te gaan produceren. Wat hij wilde was een publiekscampagne over de negatieve impact van de productieketen van de elektronica-industrie.

Een ingewikkelde productieketen

‘Maar vanaf de zijlijn aanwijzen wat er allemaal niet deugt, dat is makkelijk praten,’ vindt Ballester. ‘Vandaar dat we toen besloten om zelf een telefoon te gaan maken, zodat we konden ervaren hoe ingewikkeld de productieketen is én konden laten zien hoe het beter kan.’

Achter een smartphone zitten zo’n 500 bedrijven Miquel Ballester, Fairphone

Ze hebben inderdaad ervaren hoe ingewikkeld de keten is. Aan de oprichting van het bedrijf ging zo’n 2,5 jaar onderzoek naar de markt en de productieketen vooraf. Ballester: ‘Achter een smartphone zitten zo’n 500 bedrijven. Het is onmogelijk om die allemaal te controleren op duurzaamheid en eerlijkheid.’

Toch liet Fairphone zich daardoor niet uit het veld slaan. Het bedrijf besloot te beginnen bij het begin, bij de ruwe grondstoffen. Die zoektocht eindigde in Congo, waar wolfraam, tin, tantaal en goud wordt gewonnen. Allemaal ingrediënten van een moderne smartphone.

Conflictmineralen

De metaalmijnen in Congo leverden gelijk een flinke uitdaging voor het Fairphone-personeel. Ballester: ‘In Congo woeden gewapende conflicten. De bendes financieren hun wapens door belastingen te heffen op de mijnen. Voor de mijnwerkers betekent dat lagere inkomens, omdat ze worden gedwongen een deel van hun gewonnen metalen af te dragen. Materialen die uit die mijnen komen, noemen we conflictmineralen.’

Een overstap naar een land dat beter geregeld is, heeft geen zin

Congo is een belangrijke, maar niet de enige leverancier van deze metalen. Een overstap naar een land dat beter geregeld is, zoals Australië, ligt dus voor de hand. Volgens Ballester heeft dat echter geen zin.

‘Als je niet meer in Congo zou kopen, worden die materialen daar toch wel gewonnen. Er komen dan alleen maar meer criminele activiteiten en smokkelpraktijken,’ denkt Ballester. ‘In 2010 trad in Amerika de Dodd-Frank wet in werking. Die wet bepaalt dat bedrijven openheid moeten geven over de herkomst van hun grondstoffen. Als hun grondstoffen uit conflictgebieden blijken te komen, moeten ze kunnen aangeven dat ze actie ondernemen om de situatie te verbeteren. Helaas is het effect dat bedrijven gebieden als Congo nu vermijden, waardoor de situatie in Congo juist slechter wordt.’

Fairphone koopt dus wél metalen in Congo, en probeert daarmee een positief effect te hebben op de regio. ‘Een manier om dat te doen is om gebieden af te grendelen, zodat bendes er niet meer in kunnen en dus geen extra belastingen kunnen heffen. Fairphone werkt samen met de Conflict-free Tin (CFTI) en Solutions for Hope initiatieven om de tin en tantaal uit dit soort gebieden in de telefoons te verwerken,’ vertelt Ballester.

Certificaten en keurmerken

Echter, conflict-vrij is pas de eerste stap. Daarna is het van belang dat de mijnwerkers een eerlijk loon krijgen en dat de milieu-impact van de mijn wordt verlaagd. Om dat voor elkaar te krijgen heeft Fairphone een aparte stichting opgericht. Deze Fairphone Foundation gaat aan de slag om vakbonden op te richten en fair trade projecten te ontwikkelen in Congo. De stichting ontvangt een deel van de winst van Fairphone en doet zelf aan fondsenwerving.

Voor de acht medewerkers van Fairphone is het onmogelijk om de meer dan 500 leveranciers te onderzoeken. Vandaar dat Fairphone bij de meeste leveranciers voorlopig vertrouwt op certificaten en keurmerken. ‘Momenteel is er gewoon geen enkele leverancier te vinden die aan onze uiteindelijke standaarden zou voldoen,’ vertelt Ballester. ‘Daarom zoeken we naar leveranciers die het nu al beter doen dan anderen, en die bereid zijn een langdurige samenwerking aan te gaan en verbeteringen door te voeren.’

We zoeken naar leveranciers die het nu al beter doen dan anderen, en bereid zijn verbeteringen door te voeren Miquel Ballester, Fairphone

‘Het is onmogelijk om alle slechte praktijken in één keer uit te bannen. Dus in de eerste editie van de Fairphone zitten zeker nog kinderarbeid, vervuiling en slechte werkomstandigheden,’ stelt Ballester. ‘Een honderd procent eerlijke smartphone kan je pas maken als de verantwoordelijkheid daarvoor gedeeld wordt door alle schakels van het system – van de grondstoffenleveranciers en de producenten tot de consumenten.’

Met de eerste editie – waarvoor inmiddels de productie is begonnen na het halen van meer dan 5.000 bestellingen – wil Fairphone dan ook bewijzen dat consumenten waarde hechten aan eerlijke producten. Ook wil het bedrijf bewijzen dat het wel mogelijk is om verbeteringen aan te brengen in de productieketen. Daarmee hoopt Fairphone andere elektronicafabrikanten te inspireren en vooruit te helpen. ‘Als fabrikanten hulp willen bij verduurzaming, dan staat onze deur altijd open.’

De eerste editie van de Fairphone wordt dit najaar geleverd, en kost €325 per telefoon.

Foto:  Julien Harneis via Flickr.com

Romeins beton sterker én duurzamer dan huidig materiaal

Een lagere CO2-uitstoot bij de productie met als resultaat beton dat ook nog eens veel steviger is. Het klinkt als een nieuwe hightech uitvinding, maar het is een 2.000 jaar oud Romeins recept. Dit concludeert een groep internationale wetenschappers onder leiding van Paulo Monteiro van de Amerikaanse universiteit van Berkeley, die hun werk begin juni publiceerden. Portlandcement Gebouwen uit de Romeinse tijd lijken het aanzienlijk langer vol te houden dan onze moderne gebouwen die zijn gemaakt met het zogenaamde ‘Portlandcement’. Dat materiaal kan na een jaar of 50 al een flinke opknapbeurt gebruiken. Uit onderzoek dat gedaan werd op een opgedoken stuk Romeins beton uit de Middellandse Zee, stelde de groep van wetenschappers vast dat er in de Romeinse samenstelling onder meer kalk en vulkanisch gesteente zit. Door kalk en vulkanische as te mixen produceerden de Romeinen cementmortel. De cementmortel werd samen met vulkanische tufsteen in houten mallen gegoten. In reactie met zout zeewater zorgde dit voor een uitermate sterk beton dat het hedendaagse beton rood doet kleuren van schaamte. CO2-reductie De sterkte van het beton is niet het enige voordeel. “Het is niet dat modern beton niet goed is. We gebruiken er namelijk 19 miljard ton per jaar van,” zegt Monteiro. “Het probleem is de fabricage van ons Portlandcement. Deze is namelijk verantwoordelijk voor 7 procent van de wereldwijde CO2 die de industrie de lucht in pompt.” Het belangrijkste verschil is dat Portlandcement moet worden geproduceerd bij temperaturen van 1.450 graden Celsius en dat is een aanzienlijk verschil ten opzichten van de 900 graden Celsius die de Romeinen in hun proces gebruikten. Volgens critici zou het nadeel van het Romeinse beton wel zijn dat het langer nodig heeft op uit te harden. Toch denken de wetenschappers dat een modernere versie van dit beton in ieder geval 40 procent van de huidige Portlandcementproductie moet kunnen vervangen. Er worden momenteel dan ook  al tests gedaan met het milieuvriendelijkere beton op basis van vulkanisch as en van vliegas uit steenkoolcentrales. Bron: HLN.be Foto: Roger B. Ulrich via Flickr