Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 17 mei 2013, 10:30

Amsterdam als 45e gemeente tegen schaliegas

Na onder meer Utrecht, Arnhem en Lelystad zegt ook Amsterdam ‘nee’ tegen schaliegas. De kansen voor schaliegas in Nederland worden hiermee steeds kleiner.

800px Amsterdam 052006 e1368779023617

Een meerderheid van de Amsterdamse gemeenteraad stemde gisteren tegen de boring van schaliegas in de Nederlandse hoofdstad. “Dit is de zoveelste klap in het gezicht van de schaliegasindustrie”, zegt Geert Ritsema van Milieudefensie. “Er is in ons land steeds minder draagvlak voor het winnen van schaliegas. Nederland kiest voor schone energie.” De uitkomst van de gemeenteraad betekent dat er geen vergunningen worden verleend voor (proef)boringen.

Motie

De motie kwam vanuit de Partij voor de Dieren en werd gesteund door PvdA, D66, GroenLinks en SP. De partijen Trots op Nederland, CDA en VVD stemden tegen de motie. Dat de PvdA mee zou gaan met de motie vond Ritsema verrassend. “Het laat nogmaals zien dat partijleider Diederik Samsom er goed aan heeft gedaan aan te kondigen in de Tweede Kamer tegen (proef)boringen naar schaliegas te zullen stemmen. Een grote meerderheid van de PvdA-leden steunt hem hierin, en nu dus ook de Amsterdamse gemeenteraadsfractie.”

Amsterdam is hiermee de 45e gemeente die weigert om mee te werken. Naast de grote steden Utrecht, Arnhem en Lelystad zijn er ook veel kleine gemeenten die niet willen meewerken. Dit zijn vooral gemeenten uit de provincies Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant.

Schaliegas

Volgens de Partij voor de Dieren zou het verlenen van vergunningen voor schaliegas een barrière vormen voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Ritsema: “Deze uitspraak van de Amsterdamse gemeenteraad laat zien dat er in Nederland steeds minder draagvlak is voor het winnen van schaliegas. Het lokale verzet van burgers en gemeenten is groot. Logisch, want mocht er ooit naar schaliegas geboord gaan worden, dan zitten gemeenten en burgers met de overlast en lopen zij de risico’s.”

Schaliegas is met een omstreden methode te winnen uit keiharde leisteenlagen in de diepe ondergrond. Omdat de gevaren van schaliegaswinning nog niet duidelijk zijn, is niet iedereen enthousiast hierover. Er is op dit moment ook nog veel onduidelijkheid over de voorraad schaliegas.

Foto: Patrick Clenet via Wikimedia

Bron: Nieuwsbank

PwC: Importheffing juist goed voor zonne-energiemarkt

De Europese Commissie maakte vorige week de voorlopige plannen een antidumping-heffing  voor zonnepanelen die naar Europa worden geëxporteerd bekend. Het gemiddelde heffingstarief moet 47 procent bedragen, maar kan oplopen tot 67,7 procent. Op deze manier wil de EU een einde maken aan de dominantie van China, dat dankzij goedkope zonnepanelen de Europese zonnesector voor meer dan 80 procent in handen heeft.De Alliantie voor Betaalbare Duurzame Zonne-energie (AFASE) – waarin zo'n 500 representanten uit de Europese zonne-energiesector vertegenwoordigt zijn – schreeuwde moord en brand: bij 60 procent importheffing zouden binnen een jaar 242.000 banen verloren gaan. De wetgeving zou volgens hen alleen gunstig zijn voor een klein deel van de industrie, namelijk de fabrikanten van zonnepanelen. Voor de rest van de waardeketen - bijvoorbeeld installateurs van zonnepanelen, of producenten van machines waarmee zonnepanelen gebouwd kunnen worden - is de heffing juist desastreus.Foutieve claimsDe claim van AFASE wordt nu echter betwist door accountants- en adviesbureau PwC. Het bureau publiceerde deze week in opdracht van EU ProSun een rapport waaruit blijkt dat de Europese markt juist baat heeft bij een importheffing. Zo waren in de Verenigde Staten – waar vorig jaar een importheffing werd ingesteld op Chinese panelen – de prognoses vóór de invoering net als in Europa negatief, maar steeg de vraag naar zonnepanelen sinds de invoering met 76 procent, waardoor 14.000 nieuwe banen zijn ontstaan.AFASE claimt dat er meer banen verdwijnen dan er bestaan.Dat is een gevoelige tik voor AFASE dat juist claimde dat een heffing van 60 procent in het eerste jaar tot een verlies van 193.700 banen kan leiden. Weer verkeerd, zeggen PwC en EU ProSun. Volgens officiële cijfers van het Duitse ministerie van Milieu (BMU), zijn er niet eens zoveel banen in de Europese zonnemarkt. AFASE claimt dat zij ook de verwachte banengroei in de populaire sector voor zonne-energie heeft meegenomen. Die zou door de heffing niet materialiseren - en is dus ook een banenverlies.Update: In een officiële reactie stelt AFASE dat “[het PwC-rapport] incorrecte aannames maakt en opzichtig faalt in het onderbouwen van zijn eigen analyse dat importtarieven een netto positieve impact hebben op de werkgelegenheid, zoals wordt beargumenteerd door EU ProSun.”InnovatiePwC stelt dat door een importheffing in Europa een eerlijk handelsklimaat ontstaat. Hoewel er minder op prijs geconcurreerd kan worden, ontstaat er meer ruimte om te concurreren op kwaliteit. Dat is uiteindelijk gunstig voor de consument, want China is niet het enige land dat rendabele zonnepanelen voor Europese landen kan leveren.Dat onderschrijft ook Michiel van Schalkwijk, directeur van zonnepanelenproducent CentroSolar Benelux. “Heffingen tegen dumpingpraktijken veranderen de rentabiliteit niet drastisch”, aldus Van Schalkwijk. “Het zorgt er wel voor dat een lage prijs niet meer als belangrijkste verkoopargument gevoerd kan worden. En dit resulteert in nieuwe kansen voor marktpartijen om zich op het gebied van kwaliteit te onderscheiden.”Importheffing leidt tot meer concurrentie op het gebied van kwaliteit.Volgens Van Schalkwijk kiest de Nederlandse consument al steeds vaker voor Europese zonnepanelen, omdat zij vertrouwen hebben in de kwaliteit, alsmede de arbeidsomstandigheden en het naleven van de milieunormen bij het productieproces. Ook de behoefte aan zekerheid om garantie bij de panelenfabrikant te kunnen claimen kan een argument zijn.“Het aanbod is groot voor de consument. Wanneer de Chinese fabrikanten zich niet enkel meer in prijs kunnen onderscheiden, zullen zij zich ook meer op kwaliteit moeten differentiëren”, zegt Van Schalkwijk. “Hierdoor stappen alle verschillende marktpartijen straks over van het verkoopargument van ‘net zo goed, maar goedkoper’ naar het uitgangspunt ‘net zo goed geprijsd, maar beter’.”Foto: Ross via Flickr.com