Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 17 april 2013, 16:25

Verborgen milieukosten geschat op $7.300 miljard

Wereldwijd betalen bedrijven niet of te weinig voor hun impact op het milieu. Onderzoeksbureau Trucost schat deze kosten – externaliteiten – op $7.300 mrd.

Antarctica pollution environment Russia Bellingshausen 2 e1366208381761

Industrieën betalen in zekere mate voor hun milieu-impact. Maar alle industrieën hebben ook verborgen milieukosten, oftewel externaliteiten. De belangrijkste externaliteiten zijn volgens onderzoeksbureau Trucost het watergebruik, uitstoot van broeikasgassen, afvalproductie, luchtverontreiniging, landgebruik en vervuiling van water en bodem.

Bedrijven betalen niet voor hun impact op deze factoren, omdat de markt aanneemt dat er geen kosten mee gemoeid zijn. Volgens Trucost is dit onjuist: door externaliteiten vermindert de beschikbaarheid van bijvoorbeeld grondwater, schone lucht en biodiversiteit. Dit leidt bijvoorbeeld tot ziektes door luchtvervuiling, kosten waar de industrie niet voor op draait.

Trucost berekende de verborgen kosten van de industrieën wereldwijd, en kwam tot een schatting van $7.300 mrd (€5.600 mrd) per jaar.

Verliezen industrie

Trucost identificeerde de twintig sectoren met de meeste externaliteiten. Het onderzoeksbureau berekende dat al deze sectoren verlies zouden gaan draaien wanneer ze voor hun externaliteiten zouden gaan betalen. De cementindustrie spant de kroon met een verlies van 67 procent, de industrie die verantwoordelijk is voor gas- en olieboringen komt er met slechts 1 procent verlies het beste van af.

De onderzoekers van Trucost waarschuwen dat bedrijven in de toekomst steeds vaker voor externaliteiten zullen moeten gaan betalen. De reden daarvoor kan zijn dat de overheid ingrijpt, zoals met het introduceren van een CO2-markt. Maar dat is niet de enige mogelijkheid. Wanneer bijvoorbeeld grondwater schaars wordt, krijgt het vanzelf een prijs op de wereldmarkt. Bedrijven moeten dan opeens gaan betalen voor hun externaliteiten. Maar dan is het dus meestal wel te laat, vermoedt Trucost.

Foto: Wikimedia Commons

Het Nieuwe Autoracen (Zo zuinig mogelijk in de lease-auto)

“Wij willen berijders bewust maken van hun CO2-uitstoot en de kosten die zij maken door hun rijgedrag. Voor personenauto’s organiseren we de ‘Greendriver Challenge’. Het is een wedstrijd die het voor bedrijven en hun medewerkers leuk maakt om zuiniger te rijden”, zegt Patricia de Wilde, mede-oprichter van Greendriver.Bij Greendriver kunnen bedrijven de uitdaging aangaan om op een leuke en simpele manier hun CO2-uitstoot aanzienlijk te verminderen door middel van een wedstrijd. Dat is de moeite waard, stelt De Wilde. Ze opent een Excel-bestand. “Hier, dit bedrijf maakt gebruik van 573 auto’s die gezamenlijk 30.000 kilometer per jaar rijden. Dat betekent al snel een besparing van 305 ton CO2 plus een besparing van €183.000.” Greendriver Challenge In een Greendriver Challenge kun je kiezen of je binnen één bedrijf of met meerdere bedrijven wil strijden. "Omdat er vaak geen kennis is over het historisch gebruik, doen we geen ingewikkelde nulmeting. Wij maken gebruik van het rekenmodel van ‘Wekelijks Verbruik’. Zodra we de kentekens hebben van de berijders en een inzicht in het tankgedrag, kunnen we aan de slag. Met al deze informatie maken we een inschatting hoeveel er bespaard kan worden.”Bedrijven kunnen kiezen tussen een project van zes of negen maanden. Bij een project van negen maanden zijn de kosten voor Greendriver binnen de looptijd terugverdiend. Gedurende deze maanden houdt Greendriver de kilometers en getankte liters bij. Bedrijven krijgen tijdens de competitie nieuwsbrieven, sms-alerts en een tussenstanden met tips om de competitie te stimuleren.De winnaar is degene met de grootste relatieve besparing. Volgens De Wilde is dit een hele leuke manier om CO2-reductie te stimuleren: “Deelnemers worden veel bewuster, blijkt uit een enquête. 65 procent heeft aangegeven na de eerste deelname, dat ze het graag nog eens zouden doen. Er ontstaat tijdens de wedstrijd daarnaast ook nog eens teambuilding.” Greendriver Volgens De Wilde zijn de metingen van Greendriver effectiever dan trainingen. “Er zijn veel bedrijven die gebruik maken van praktijktraining. Dit duurt dan vaak één dag waarbij de rijstijl wordt bekeken en tips worden gegeven. Maar die trainingen blijven vaak niet lang hangen.”Greendriver is niet gekoppeld aan een auto- of brandstofmerk. Meedoen is interessant voor bedrijven met zo’n 20 auto’s of meer. “Je kunt ons zien als een onafhankelijk bedrijf dat het brandstofverbruik goed bijhoudt en hier helder over communiceert naar de gebruiker.” Toekomst Elektrische auto’s en auto’s op waterstof – dat is toch de toekomst van milieuvriendelijk autorijden? Waarom zo moeilijk doen met zuiniger rijden?  Patricia de Wilde vindt dit positieve ontwikkelingen om CO2-uitstoot tegen te gaan. “Toch richten wij ons niet op het verminderen van het gebruik van de auto, maar op het verminderen van de CO2-uitstoot van de auto. Hier hebben we bewust voor gekozen, omdat we nog lang niet in de buurt zijn van een land zonder op fossiele brandstof rijdende auto’s.”De Europese Commissie ziet toch liever een transportwereld die helemaal niet meer rijdt op conventionele brandstoffen. In 2050 moet de broeikasuitstoot van transport 60 procent zijn gedaald. Ook wil de EU het gebruik van de auto terugdringen en treingebruik stimuleren.Foto: Ben Kobulnicky via Flickr.com