Anouk van de Stadt 22 februari 2013, 17:07

Brad Pitt looft $250.000 uit voor beste cradle-to-cradle-product

Uitvinders en bedrijven met cradle-to-cradle-producten maken deze zomer kans op een prijs van $250.000. De Make it Right Foundation van Brad Pitt draagt hieraan bij.

Materials e1361548630691

Pitts stichting reikt de prijs uit samen met het Cradle to Cradle Products Innovation Institute (CCPII). Samen willen ze fabrikanten motiveren om creatieve en innovatieve producten voor gezonde, duurzame en betaalbare huisvesting te produceren.

Roy Vercoulen, vicepresident Europa bij het CCPII, spoort Nederlandse bedrijven aan om mee te doen. ‘Nederland is wereldwijd een van de koplopers op het gebied van cradle-to-cradle. Deze prijsvraag is een geweldige stimulans voor innovatie en ontwikkeling van betaalbare producten in lijn met de principes van cradle-to-cradle.’

De prijsvraag is een opmaat voor bedrijven naar het cradle-to-cradle-keurmerk. Hoewel de term Cradle to Cradle (of C2C) is ontstaan in de jaren 90, kunnen bedrijven hun producten pas officieel laten certificeren sinds 2005. Vanaf de start hebben wereldwijd ongeveer 150 bedrijven het certificeringstraject doorlopen. Die bedrijven zijn samen goed voor bijna 470 C2C-gecertificeerde producten. Gemene deler is dat al deze producten aan het einde van hun levensduur weer grondstof zijn voor nieuwe producten.

Nieuwe markten

Om mee te doen hoeven producten nog niet C2C-gecertificeerd te zijn, maar ze moeten wel gecertificeerd kunnen worden. Zo willen de organisaties ontwikkeling en innovatie van veilige, gezonde en duurzame producten stimuleren.

Dat heeft vaak ook bedrijfstechnische voordelen. Een C2C-gecertificeerd product biedt bedrijven vaak verrassende nieuwe mogelijkheden. ‘Neem bijvoorbeeld vloerbedekkingenfabrikant Desso. Die kunnen met het C2C-keurmerk aantonen dat hun vloerbedekkingen goed zijn voor het binnenklimaat omdat ze de lucht zuiveren. Door deze extra kwaliteit zijn hun producten nu razend populair bij ziekenhuizen en zorginstellingen,’ aldus Vercoulen.

‘Een ander goed voorbeeld is Herman Miller. Om hun bureaustoelen recyclebaar te maken, moesten ze er voor zorgen dat ze makkelijk uit elkaar te halen waren. De ontwerpaanpassing die daarvoor werd gedaan, zorgde er ook voor dat de stoelen makkelijker te produceren waren. En dat zorgde voor een flinke besparing omdat de productietijd fors kon worden teruggebracht.’

Kwaliteitskeurmerk

Hoe verkrijg je dat keurmerk dan? Cradle to Cradle is een kwaliteitskeurmerk voor gezonde en duurzame producten gemaakt van veilige materialen, die op het einde van hun levensduur herbruikbaar zijn. Ook energieverbruik, arbeidsomstandigheden en watermanagement worden meegenomen in het certificeringsprotocol. Deze veelomvattendheid maakt het keurmerk krachtig.

Vercoulen: ‘Er zijn natuurlijk al een heleboel keurmerken, maar die richten zich meestal slechts op één aspect. Met Cradle to Cradle productcertificering kunnen bedrijven zich focussen op één kwaliteitskeurmerk, in plaats van een aantal verschillende keurmerken.’

Maar daar zit ook direct een probleem. ‘Het certificeringstraject is complex en veelomvattend. Bedrijven moeten hun hele productieproces in kaart brengen en heel gedetailleerde data verzamelen voor al die aspecten.’

Bedrijven hebben vaak moeite met het uitzoeken van hun grondstoffenketen. ‘Dat is met name een probleem wanneer een bedrijf kleine hoeveelheden van een bepaalde grondstof gebruikt,’ vertelt Vercoulen. ‘Voor de leverancier van die grondstof is zo’n bedrijf dan maar een kleine klant, waarvoor hij niet veel moeite zal doen.’

Informatie delen

Het Cradle to Cradle Products Innovation Institute wil bedrijven helpen in hun zoektocht naar informatie over hun grondstoffenketen. Vercoulen: ‘We zijn bezig met het opzetten van een database met informatie over grondstoffen. Het delen van die informatie voorkomt dat bedrijven onnodig energie besteden aan dingen die al eerder uitgezocht zijn.’

Dat is een mooi idee, maar bedrijven geven hun informatie natuurlijk niet zomaar af. ‘Dit is een meerjarenproject. We moeten gaan werken met licenties voor die informatie. Daarnaast moeten we als instituut ook genoeg geloofwaardigheid en autoriteit opbouwen, zodat bedrijven hun concurrentiegevoelige informatie aan ons toevertrouwen.’

Een heel andere initiatief om bedrijven te helpen bij het certificeren is het incorporeren van bestaande keurmerken. ‘We zijn voor verschillende bestaande keurmerken aan het kijken hoe ze overeenkomen met eisen voor C2C- productcertificering. Bedrijven die al op een bepaald gebied een keurmerk hebben kunnen dan een deel van het papierwerk overslaan.’

Recycling

‘Het daadwerkelijk recyclen van producten is voor veel bedrijven nog een flinke uitdaging,’ vertelt Vercoulen. ‘Bij de lagere certificeringsniveaus eisen we alleen maar dat een gedeelte van het product op hetzelfde kwaliteitsniveau herbruikbaar is. Maar vanaf Gold moeten bedrijven ook gaan aantonen dat de producten daadwerkelijk teruggenomen en hergebruikt worden.’

Bij consumentenproducten is dat lastig. Door het product te verkopen, levert het bedrijf zich over aan de grillen van de consument. Bedrijven kunnen dan inzetten op systemen die het de consument gemakkelijk maken de producten weer in te leveren voor recycling, zoals Auping doet met het Take Back systeem voor matrassen.

Een andere oplossing is om te stoppen met het verkopen van producten en over te schakelen op een leasesysteem, iets wat al jaren gebeurt bij bijvoorbeeld auto’s, maar MudJeans recentelijk introduceerde met spijkerbroeken.

Foto: Hey mr Glen via Flickr.com

AkzoNobel verankert duurzaamheid dieper in strategie

AkzoNobel heeft nieuwe doelen gesteld waardoor de CO2-uitstoot met 25 à 30 procent gedaald moet zijn in 2020. Daarbij gaat de grootste verfproducent ter wereld uit van basisjaar 2012 en rekent het per ton geproduceerd product. Het nieuwe doel legt de lat weer iets hoger. Het vorige plan was om de CO2-uitstoot met 20 tot 25 procent terug te dringen ten opzichte van basisjaar 2009. Het beleidsvoornemen is een onderdeel van een breder plan om het bedrijf winstgevender te maken. Deze week moest AkzoNobel nog bekend maken dat het vorig jaar een verlies heeft geleden van €2,1 mrd over 2012. De onderneming verwacht niet direct verbetering in haar thuismarkten en zet daarom in op vervroegde saneringen en duurzaamheid. Dat heeft zijn effect in de strategie van het bedrijf. Van de zes strategische doelstellingen van AkzoNobel zijn er inmiddels drie die verband houden met verduurzaming en drie die de financiële ambities weergeven. In september 2012 werd AkzoNobel al uitgeroepen tot duurzaamste in zijn sector. Eco-premium De onderneming die kantoor houdt aan de Amsterdamse Zuidas probeert de plannen in belangrijke mate vorm te geven door het ontwikkelen van ‘eco-premium solutions’: producten die voor een concurrerende prijs significant minder milieu-impact hebben dan vergelijkbare producten in de markt. AkzoNobel verwacht dat de ‘eco-premium’ producten 20 procent van de totale winst zullen opleveren in 2020.  Dit is overigens minder dan de doelstellingen uit het vorige meerjarenplan, waarin een ambitieuze doelstelling van 30 procent werd opgenomen – te bereiken in 2015. Duurzame energie De grote winst moet dan ook komen uit energie-efficiëntie en het gebruik van duurzame energie. Het gebruik van hernieuwbare energie zal in die periode van 2012 - 2020 toenemen  van 33 naar bijna 45 procent. Het streven naar verhoogde efficiëntie blijkt uit AkzoNobels lidmaatschap van het ‘joined sustainable shipping initiative’(SSI) – een groep van 20 internationale bedrijven die streven naar het verminderen van de door de leden veroorzaakte milieubelasting. Het gebruik van de meest inefficiënte vrachtschepen werd al in oktober 2012 afgeschaft door leden van het SSI. Leden van de groep zijn naast AkzoNobel onder andere Maersk Line, Cargill, DNV, Unilever en Wartsila. Duurzaam watergebruik Op de Rio klimaatconferentie trad AkzoNobel vorig jaar ook al toe tot een groep van 44 internationale bedrijven die streven naar efficiënt watergebruik tijdens het productieproces en afvalwaterbehandeling daarna – met het verzoek aan wereldleiders om waterveiligheid top prioriteit te maken.  In dit kader werd de CEO van AkzoNobel werd ook al lid van de groep Global Compact CEO Water Mandate – waarin AkzoNobel zich verplicht met alle belanghebbenden samen te werken in projecten om waterkwaliteit en -zekerheid te verbeteren. Deze projecten richten zich bijvoorbeeld op gebruik van water in de landbouwsector en een deugdelijke waardering van de waarde van water voor landbouw, industrie en de bevolking. Foto: Michelle via Flickr.com