Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 22 februari 2013, 12:13

CO2-rechten onderdeel van businessmodel tegen ontbossing

Een groep Nederlandse bedrijven werkt aan een plan om CO2-rechten in te zetten tegen ontbossing. Naar schatting veroorzaakt ontbossing 20 procent van de CO2-uitstoot wereldwijd.

Regenwoud e1361531223984

Essent, Eneco, ontwikkelingsbank FMO en tapijtfabrikant Desso gaan samen met het Platform Biodiversiteit, Ecosystemen en Economie (Platform BEE) werken aan een businessmodel dat ontbossing tegengaat.

Het initiatief haakt aan bij het REDD+-project van de Verenigde Naties. Binnen dat project kunnen bedrijven credits verdienen voor investeringen die ontbossing tegengaan. Een bedrijf kan bijvoorbeeld een stuk bos aankopen en beschermen. Het beschermen van dat bos vertegenwoordigt een besparing in CO2-uitstoot. Deze CO2-reductie levert het bedrijf dan credits op die te verhandelen zijn in binnen het ETS.

Impuls

Het REDD+-programma van de VN bestaat al sinds 2008 en wordt in verschillende landen al gebruikt. Met dit initiatief willen de vier bedrijven het REDD+-programma in Nederland op de kaart zetten en de handel in CO2-rechten een nieuwe impuls geven. Over 12 maanden moet er een businessplan zijn voor een pilotprogramma. Platform BEE coördineert het initiatief en staat open voor nieuwe participanten.

Eerder deze week schreef DuurzaamBedrijfsleven.nl al over het businessmodel van Roeland Lelieveld dat ontbossing in Kenia tegen wil gaan.

 

Bron: Platform BEE

Foto: Martijn.Munneke via Flickr.com

‘Biobased economy moet zichtbaar verbetering opleveren’

Dit is een van de conclusies uit een rapport over de visie van burgers over de biobased economy, opgesteld naar aanleiding van een serie publieksbijeenkomsten georganiseerd door ondernemers, wetenschappers en opiniemakers. Belangrijkste conclusie is dat de, vaak duurdere, biobased-producten een bijdrage moeten leveren aan een zichtbare verbetering van de leefomgeving en het eigen leven. Anders wordt het lastig om de Nederlander warm te maken voor een groene leefwijze.Onder de biobased economy wordt een economie verstaan waarbij brandstoffen en producten worden gemaakt uit hernieuwbare, biologische bronnen. Met zijn sterke landbouw- en chemiesectoren heeft Nederland een goede uitgangspositie om zo’n economie op touw te zetten.Men is zich ervan bewust dat een transitie naar een niet-fossiele economie noodzakelijk wordt door de wereldwijde bevolkingsgroei, schaarste aan grondstoffen, overschot aan afval en klimaatverandering. Maar burgers weten niet wat hun rol in dit geheel is. Want, zo stelt het onderzoek, ‘heeft het wel zin als ik mijn leven verander, terwijl overheid en bedrijfsleven op dezelfde manier doorgaan?’ ‘Nee’, luidt het antwoord. Pas als overheid en bedrijfsleven stappen neemt, volgt de burger.ImpactStappen die burgers wel ondernemen zijn het tegengaan van energieverspilling en vervuiling. Deze aspecten zijn direct voelbaar. Een lagere energierekening is immers goedkoper en een schonere leefomgeving is gezond. Burgers zien het bewuster omgaan met grondstoffen, recycling en het reduceren van afval als positiefste kanten van de biobased economy.Men is namelijk onzeker over de impact op de lange termijn. Het is niet voor iedereen duidelijk wat deze economie precies inhoudt. Het beeld dat stakeholders schetsen is dus erg belangrijk. Wanneer de belanghebbenden niet duidelijk communiceren over de verschillende aspecten van een biobased economy, loopt het de kans dat het wordt geassocieerd met de negatieve kanten van het kapitalisme.Het rapport van onderzoeksbureau Tertium wordt onder andere ondersteund door het Ministerie van Economische Zaken, AgentschapNL en BE-Basic: een internationaal samenwerkingsverband van universiteiten en bedrijven in de duurzame chemie.Bron: TertiumFoto: Roel Wijnants via Flickr.com