Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 25 september 2012, 13:53

Prijsdoorbraak energiemarkt hangt in de lucht

Het Wereld Natuur Fonds, Schiphol, KLM, Rabobank en de TU Delft gaan investeren in een nieuwe techniek waarbij door middel van een zweefvliegtuig energie wordt opgewekt.

Zweefvliegtuig e1348573698434

Dat maakt Ampyx Power, producent van de PowerPlane, vandaag bekend. De PowerPlane is een zweefvliegtuig dat met een kabel vastzit aan een stroomgenerator op de grond. Het vliegtuigje gebruikt de wind om rondjes te draaien en wekt door de windkracht via de kabel naar de grond te brengen energie op. De voordelen van dit systeem zitten hem vooral in het weinige materiaalverbruik en het extra vermogen van het systeem. Richard Ruiterkamp, directeur van Ampyx Power, verwacht dat de PowerPlane al in 2016 of 2017 kan concurreren met goedkope energie van kolencentrales.

Weinig materiaal

“Een zweefvliegtuigje met een spanwijdte van één wiek van een windmolen kan maar liefst twee keer zoveel stroom opleveren dan alle drie de wieken van een windmolen bij elkaar”, aldus Ruiterkamp. Het huidige prototype testvliegtuigje heeft een spanwijdte van 5,5 meter en een vermogen tussen de 20 en de 25 kilowattuur.

In twee opschalingsstappen zou Ruiterkamp toe willen naar een zweefvliegtuig met een spanwijdte van 30 meter met een vermogen van zo’n  2 tot 3 megawatt. Ter vergelijking, een grote windmolen met 2 of 3 wieken, een rotordiameter van 60 meter en een masthoogte van 70 meter kan bij optimale windsnelheid een vermogen van 1 tot 1,5 megawatt hebben. Volgens Ruiterkamp wordt “dankzij het weinige materiaalverbruik veel geld bespaard”.

Dankzij het weinige materiaalverbruik wordt veel geld bespaard. Richard Ruiterkamp, directeur Ampyx Power

Extra vermogen

De grote hoogtes die de PowerPlane kan bereiken, zo tussen de 300 en 600 meter, zijn een ander belangrijk voordeel. Op grote hoogte waait het harder dan dicht bij de grond. Hierdoor heeft het vliegtuigje een hogere elektriciteitsproductie dan bijvoorbeeld windmolens met hetzelfde vermogen. En wanneer het op een bepaalde hoogte hard waait, dan wordt de lengte van de kabel hier op aangepast.

Investering

De investering van het Dutch Greentech Fund  (DGF) en het Mainport Innovation Fund (MIF), waarvan het Wereld Natuur Fonds, KLM, Schiphol, Rabobank en TU Delft de achterliggende investeerders zijn, is een belangrijke steun voor de verdere commercialisering van de techniek. Het gaat met name om opschaling van het systeem.  “De technologie is al bewezen op prototype schaal”, aldus Ruiterkamp. Opschaling zal de kosten van de opgewekte elektriciteit onder het niveau van kolencentrales brengen. Ook de software en besturingstechnologie kan nog verder worden geoptimaliseerd om de opbrengst te maximaliseren. Ruiterkamp stelt: “Het systeem kan dan in principe oneindig in de lucht blijven en als er geen wind is dan kost het slechts een klein beetje energie”.

De technologie is al bewezen op prototype schaal. Richard Ruiterkamp

Ruiterkamp noemt de opschaling van het systeem een “uitdagend verhaal. Nederland is een klein land. En wat geldt voor windturbineparken geldt ook voor de PowerPlane: er is wel ruimte nodig”.

Bron: Ampyx Power

Foto: Ampyx Power

Datacentra verspillen 90 procent energie

Dat constateert de New York Times na het onderzoeken van 20.000 servers in 70 datacentra van mediabedrijven, overheden, banken en de farmaceutische industrie. De meeste datacentra draaien 24 uur per dag op maximale capaciteit ongeacht de vraag, om plotseling toenemende activiteit te kunnen opvangen. Drie miljoen datacentra Wereldwijd gebruiken drie miljoen datacentra ongeveer 30 miljard watt aan elektriciteit, evenveel als 30 kerncentrales en meer dan het totale energieverbruik van Ierland. Consultancybedrijf McKinsey & Company berekende in opdracht van de Times dat gemiddeld zes tot twaalf procent van deze elektriciteit gebruikt wordt om de servers berekeningen te laten doorvoeren. De overige 90 procent wordt gebruikt om de servers in opperste paraatheid te houden voor het geval ze onverwacht nodig zijn. Zelfs het draaien op vol vermogen is voor veel datacentra niet genoeg. Zij maken gebruik van grote vliegwielen en loodzuurbatterijen wanneer de stroom voor langer dan een honderdste van een seconde uitvalt, om te voorkomen dat de servers crashen. Verwachtingen van consumenten Het inefficiënte elektriciteitsgebruik van de datacentra schrijft de New York Times gedeeltelijk toe aan consumenten, die eisen dat de websites zo snel mogelijk werken. Zij zijn zich er niet van bewust dat data fysiek moeten worden opgeslagen, hetgeen ruimte en energie kost. Ook hebben ze de gewoonte ontwikkeld enorme databestanden over en weer te sturen. Bedrijven moeten aan de verwachtingen van de consumenten blijven voldoen, willen ze niet het risico lopen failliet te gaan. Bron: New York Times Foto: NYCDoITT