Michiel Eliëns 27 augustus 2012, 08:44

O My Bag: Dirty... en duurzaam

In een anti-kraakpand hangt Dirty Harry tussen Sleazy Jane en Betsy Petit aan de muur. Het is geen filmposter van de actieheld uit de jaren zeventig. Het zijn de duurzame, leren tassen van ontwerpster Paulien Wesselink.

3673926287 1bb12639e3 b e1346010239304

Paulien Wesselink, O My Bag

“Ik heb bewust gekozen voor leuke, grappige namen voor mijn tassen”, zegt de eigenares van O My Bag. “Mijn tassen hebben weliswaar een serieuze, duurzame boodschap, maar dat betekent niet dat alles zwaar moet zijn. Op deze manier houden we toch de humor erin.”

 

Dromen over Dirty Harry

 

Al tijdens haar studententijd droomde Paulien van het ondernemerschap. Ze wist ook precies waarmee ze de wereld wilde veroveren: een lijn van stoere, functionele, leren tassen. Nachtenlang zat ze met een vriendin te fantaseren over het logo, hoe hun ideale tas eruit zou zien en hoe groot hun kantoor zou zijn.

In april 2010 besloot ze af te reizen naar Indonesië en India om te onderzoeken of ze haar droom kon verwezenlijken. Intussen is haar eerste collectie te verkrijgen bij verschillende winkels in binnen- en buitenland en via haar website.

 

Social Entrepreneur

 

Bovenaan het LinkedIn-profiel van Paulien prijkt de titel 'Social Entrepreneur'. Het 'Social' staat er niet toevallig. Mens noch milieu mogen te leiden hebben onder het productieproces. “Fair trade en ecologisch zijn voor mij belangrijke uitgangspunten. Mijn tassen helpen de wereld een klein beetje beter te maken." Na een lange zoektocht stuitte ze in India de juiste mensen.

De ideale leerlooier vond ze in Patrick Lee, die huiden op ecologisch verantwoorde wijze bewerkt. Zijn eco-leer is vervaardigd zonder gebruik te maken van schadelijke chemicaliën. Lee werkt volgens een nieuwe standaard waarbij wordt gelet op water- en energiegebruik, arbeidsvoorwaarden en veiligheid. Hij maakt gebruik van de huid van lokale koeien die zijn gestorven aan ziekte of van ouderdom. Maar eco alleen is niet genoeg, Paulien laat haar tassen maken bij EMA, een fair trade organisatie met een lange traditie en goede reputatie.

 

Verantwoordelijkheid van de consument

 

Volgens Paulien hebben consumenten macht en verantwoordelijkheid.” Bij elke simpele aankoop kan de consument een klein beetje het verschil maken”, aldus Paulien. “En ik denk echt dat de consument de sleutel tot verandering in handen heeft. Mijn tassen zijn misschien iets duurder dan andere, maar daarvoor krijg je wel een fair trade tas gemaakt van eco-leer. De consument betaalt voor mijn tassen de echte prijs.”

Paulien vind het belangrijk om transparant te zijn. Bij elke tas zit dan ook een klein boekje met alle informatie over het productieproces van de gekochte tas. Op deze subtiele manier komt de klant in contact met de duurzame principes die ze zelf zo hoog acht.

De 'Little Frankie' van O My Bag

 

Waardering en voldoening

 

“Ondernemen is niet altijd makkelijk, het kost veel energie, tijd en moeite. Afspraken maken blijft moeilijk en het is altijd weer een verrassing of het prototype geworden is zoals ik op de tekentafel had ontworpen. Maar alle energie die ik erin stop krijg ik dubbel en dwars terug. Mensen vinden mijn tassen niet alleen mooi, maar zijn ook geïnteresseerd in het verhaal erachter.” Ze is dan ook trots dat Green Metropole haar heeft verkozen tot ecopreneur van de maand.

Tijdens het interview wordt Paulien gebeld door de douane. Haar langverwachte nieuwe collectie is eindelijk ingeklaard. Ze is dolgelukkig. Op naar de (web)winkel dus!

Foto: Pondspider

Het cryptische van Cradle to Cradle

“Het gaat om het gedachtegoed,” zegt Hans Havers, medeoprichter van adviesbureau Evoke. “Je moet eerst de eerste cradle begrijpen voordat je aan Cradle to Cradle kan gaan werken.” Dat klinkt cryptisch en staat voor de huidige stand van de Cradle to Cradle-gedachte. Tegenwoordig wil iedereen Cradle to Cradle (C2C) zijn, maar begrijpen weinig mensen wat het concept precies inhoudt. Wanneer is iets Cradle to Cradle? Dat het belangrijk is, daar is iedereen het over eens. “We moeten een circulaire economie bouwen, waarin geen grondstoffen worden verbruikt,” vindt Havers. We moeten een circulaire economie bouwen C2C moet hier uitkomst in bieden. Daarvoor is het noodzakelijk om intelligente producten te ontwerpen, gemaakt van materialen die na gebruik terug kunnen keren naar technische of biologische kringlopen. Dat is in een notendop de C2C-gedachte. Maar wanneer is iets écht C2C? “In principe mag iedereen met de C2C-visie aan de slag, maar het label Cradle to Cradle mogen bedrijven, personen en organisaties alleen gebruiken als er een geautoriseerde derde partij is die de kwaliteit garandeert van de manier waarop invulling gegeven wordt aan het concept,” vertelt Hein van Tuijl, project manager bij het milieu-instituut Environmental Protection Encouragement Agency (EPEA). Een product is écht Cradle to Cradle als het gecontroleerd is door een geautoriseerde derde partij EPEA is zo’n derde partij die precies weet aan welke voorwaarden een product moet voldoen om C2C te zijn. Cradle to Cradle is een beschermde merknaam in het kader van productcertificering, juist zodat niet iedereen zijn productnaam maar kan verlenen aan het concept. “Dat heeft te maken met kwaliteitsborging,” aldus Van Tuijl. Samen met EPEA heeft de Duitse firma Trigema bijvoorbeeld de C2C-gedachte weten om te zetten in het eerste biologisch afbreekbare T-shirt ter wereld met een Cradle to Cradle-certificering. De stof, de naaigaren en het label, die volledig van biologisch katoen zijn gemaakt, verteren na een half jaar op de composthoop. Niet makkelijk Dat klinkt helder, maar het is niet per se makkelijk. “Het gebeurt veel dat bedrijven hun producten willen certificeren,” stelt Van Tuijl. Bedrijven kunnen zich met een certificering namelijk profileren in hun sector als duurzaam. Maar dat gaat niet zomaar. “Dit vraagt om een volledige analyse van de bestanddelen van jouw product,” verklaart Havers. Want alleen zo is te ontdekken welke onderdelen schadelijk zijn en vervolgens vervangen kunnen worden door niet-schadelijke stoffen. De energie die hierin zit, betaalt zich op korte én lange termijn terug op economisch gebied. De Herman Miller Mirra bureaustoel, bijvoorbeeld, bestond in eerste instantie uit 199 onderdelen. Na de analyse bleken er maar 50 nodig te zijn. “Kijk dus specifiek naar hoe Cradle to Cradle toepasbaar is voor jouw eigen product,” aldus Havers. Gedragsverandering Een certificering is één ding, vindt Havers, maar het gaat in de eerste plaats om gedragsverandering. “Door een certificering wordt duurzaamheid gekoppeld aan exclusiviteit, terwijl duurzaamheid van iedereen is.” Het gaat om gedragsverandering Naast het onderzoeken of het product Cradle to Cradle kan worden gemaakt, is het ook een uitdaging om in de bedrijfscultuur in te grijpen. Voor bedrijven die al langer bestaan kan dat lastig zijn. Maar, zegt Van Tuijl: “De kracht is dat je een positieve agenda creëert en dat je het personeel en partners meekrijgt.” “We moeten geen schuldige aanwijzen als het niet lukt, maar we moeten dan juist afspraken maken voor verbeteringen,” zegt Havers. “De kennis is er. We moeten nu een cultuur gaan creëren waarin we elkaar gaan vertrouwen.” Want ook dat is Cradle to Cradle. Foto: Eric