Raksha Hoost 25 augustus 2012, 15:30

Het cryptische van Cradle to Cradle

Een composteerbaar T-shirt of een boek waarvan de inkt kan worden hergebruikt. Cradle to Cradle leidt tot creatief hergebruik van grondstoffen. Maar welke producten mogen zich nu echt Cradle to Cradle noemen?

C2c2 e1345901252576

“Het gaat om het gedachtegoed,” zegt Hans Havers, medeoprichter van adviesbureau Evoke. “Je moet eerst de eerste cradle begrijpen voordat je aan Cradle to Cradle kan gaan werken.”

Dat klinkt cryptisch en staat voor de huidige stand van de Cradle to Cradle-gedachte.

Tegenwoordig wil iedereen Cradle to Cradle (C2C) zijn, maar begrijpen weinig mensen wat het concept precies inhoudt.

Wanneer is iets Cradle to Cradle?

Dat het belangrijk is, daar is iedereen het over eens. “We moeten een circulaire economie bouwen, waarin geen grondstoffen worden verbruikt,” vindt Havers.

We moeten een circulaire economie bouwen

C2C moet hier uitkomst in bieden. Daarvoor is het noodzakelijk om intelligente producten te ontwerpen, gemaakt van materialen die na gebruik terug kunnen keren naar technische of biologische kringlopen. Dat is in een notendop de C2C-gedachte.

Maar wanneer is iets écht C2C? “In principe mag iedereen met de C2C-visie aan de slag, maar het label Cradle to Cradle mogen bedrijven, personen en organisaties alleen gebruiken als er een geautoriseerde derde partij is die de kwaliteit garandeert van de manier waarop invulling gegeven wordt aan het concept,” vertelt Hein van Tuijl, project manager bij het milieu-instituut Environmental Protection Encouragement Agency (EPEA).

Een product is écht Cradle to Cradle als het gecontroleerd is door een geautoriseerde derde partij

EPEA is zo’n derde partij die precies weet aan welke voorwaarden een product moet voldoen om C2C te zijn. Cradle to Cradle is een beschermde merknaam in het kader van productcertificering, juist zodat niet iedereen zijn productnaam maar kan verlenen aan het concept. “Dat heeft te maken met kwaliteitsborging,” aldus Van Tuijl.

Samen met EPEA heeft de Duitse firma Trigema bijvoorbeeld de C2C-gedachte weten om te zetten in het eerste biologisch afbreekbare T-shirt ter wereld met een Cradle to Cradle-certificering. De stof, de naaigaren en het label, die volledig van biologisch katoen zijn gemaakt, verteren na een half jaar op de composthoop.

Niet makkelijk

Dat klinkt helder, maar het is niet per se makkelijk. “Het gebeurt veel dat bedrijven hun producten willen certificeren,” stelt Van Tuijl. Bedrijven kunnen zich met een certificering namelijk profileren in hun sector als duurzaam. Maar dat gaat niet zomaar. “Dit vraagt om een volledige analyse van de bestanddelen van jouw product,” verklaart Havers. Want alleen zo is te ontdekken welke onderdelen schadelijk zijn en vervolgens vervangen kunnen worden door niet-schadelijke stoffen.

De energie die hierin zit, betaalt zich op korte én lange termijn terug op economisch gebied. De Herman Miller Mirra bureaustoel, bijvoorbeeld, bestond in eerste instantie uit 199 onderdelen. Na de analyse bleken er maar 50 nodig te zijn. “Kijk dus specifiek naar hoe Cradle to Cradle toepasbaar is voor jouw eigen product,” aldus Havers.

Gedragsverandering

Een certificering is één ding, vindt Havers, maar het gaat in de eerste plaats om gedragsverandering. “Door een certificering wordt duurzaamheid gekoppeld aan exclusiviteit, terwijl duurzaamheid van iedereen is.”

Het gaat om gedragsverandering

Naast het onderzoeken of het product Cradle to Cradle kan worden gemaakt, is het ook een uitdaging om in de bedrijfscultuur in te grijpen. Voor bedrijven die al langer bestaan kan dat lastig zijn. Maar, zegt Van Tuijl: “De kracht is dat je een positieve agenda creëert en dat je het personeel en partners meekrijgt.”

“We moeten geen schuldige aanwijzen als het niet lukt, maar we moeten dan juist afspraken maken voor verbeteringen,” zegt Havers. “De kennis is er. We moeten nu een cultuur gaan creëren waarin we elkaar gaan vertrouwen.” Want ook dat is Cradle to Cradle.

Foto: Eric

Met UMEF bouw je een groen feestje

“UMEF rust eigenlijk op twee pijlers”, legt projectleider Maaike de Bruin van United Music Events Foundation (UMEF) uit. “Met ons aanbod aan groen entertainment voor evenementen willen we op een leuke en interactieve manier bewustzijn creëren onder de bezoekers. Met het keurmerk willen we er daadwerkelijk voor zorgen dat organisatoren hun evenementen duurzaam opzetten en minder CO2 uitstoten.” Onze droom is om ook de grotere festivals een keurmerk te geven.Maaike de Bruin, projectleider UMEFDe Bruin werkt samen met Wesley Dorrius. Zij zijn twee van de vier bestuursleden van UMEF, die zo veel mogelijk vrije tijd steken in de stichting. “Gelukkig hebben we flexibele banen, dus het is goed te combineren”, zegt Dorrius. Naast het bestuur kent de organisatie tien vrijwilligers, die bijvoorbeeld op evenementen een helpende hand bieden. Groen entertainment Groen entertainment is het stokpaardje van Wesley Dorrius, die twee jaar geleden UMEF heeft opgericht. “We bieden bijvoorbeeld de Pedal Power Race aan, waar bezoekers door te fietsen zelf energie opwekken om radiografische racewagens te besturen”, vertelt Dorrius. “Het is een ludieke actie waarmee je bezoekers iets mee kunt geven over groene energie.” De oprichter van UMEF is al meer dan tien jaar actief in de dance industrie als DJ en grafisch ontwerper en houdt er zelf al jaren een duurzame lifestyle op na. Hij wilde deze twee facetten graag met elkaar combineren en zo ontstond het idee voor UMEF. Keurmerk De Bruin houdt zich voornamelijk bezig met het UMEF-label. Nadat UMEF de evenementorganisatoren geadviseerd heeft over verduurzaming, worden punten toegekend in verschillende categorieën. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar het gebruik van zuinige en schonere aggregaten, of de locatie goed met het OV bereikbaar is, hoe het evenement omgaat met waterverbruik en of ze hun afval scheiden en gebruik maken van een statiegeldsysteem. Wanneer je als evenement twee derde van het maximaal aantal punten behaald, dan heb je recht op het keurmerk. De meeste organisatoren dragen duurzaamheid echt een warm hart toe.Maaike de Bruin, projectleider UMEF“Het is voor sommige evenementen niet mogelijk om meteen op alle vlakken te verduurzamen, omdat ze bijvoorbeeld langlopende cateringcontracten hebben”, zegt de projectleider. “Daarom kunnen ze ervoor kiezen eerst aan andere categorieën te gaan werken.” Een warm hart Festivals kunnen zichzelf promoten met het keurmerk. “Maar dat is niet de voornaamste reden dat ze ons benaderen”, vertelt de Bruin. “De meeste organisatoren dragen duurzaamheid echt een warm hart toe.” Goede voorbeelden zijn Woodlands Festival en het Boerenrockfestival. Laatstgenoemde is een muziek- en crossfestival dat in de buurt van Stadskanaal wordt gehouden. “Nog voordat wij hen adviseerden waren zij al heel duurzaam bezig”, aldus de projectleider. “Zo zijn er duidelijke inzamelpunten voor afval, werken ze met een bekerretoursysteem, zijn er elektrische pendelbussen en wordt er alleen gebruik gemaakt van regionale en biologische catering.” Toekomstplannen Op dit moment werkt UMEF samen met middelgrote evenementen tot 15.000 man. “Onze droom is om ook de grotere festivals een keurmerk te geven”, vertelt de Bruin. Daarnaast wil UMEF een eigen 100 procent duurzaam festival organiseren. Het liefst zo duurzaam, dat het in het Guinness Book of Records komt. Alle podia moeten bijvoorbeeld volledig en enkel draaien op groene stroom, dat door middel van zonne- en windenergie wordt opgewekt. Ook moeten er fietsen komen, waardoor bezoekers door te trappen energie kunnen opwekken. De Bruin benadrukt dat dit duurzame festival nu nog een droom is. “De komende periode gaan we bekijken of het realiseerbaar is.”