Mark Beumer 30 november 2011, 12:00

'We moeten een Groen Deltaplan optuigen' (Hans van der Noordaa, ING)

“We kunnen de gordijnen dicht doen en hopen dat het weggaat,” zegt Hans van der Noordaa. Als CEO Banking Benelux bij ING staat hij dagelijks voor lastige beslissingen om wel of niet in duurzame technologieën te investeren. “Maar we kunnen ook een Groen Deltaplan optuigen.”

20111130 ING v03 e1322670599274

“Wat we nu zien is de schaduwzijde van jaren van enorme economische groei, met consequenties die we niet konden of niet wilden zien,” zegt Van der Noordaa. “Er zijn een aantal fundamentele veranderingen nodig.”

Van der Noordaa is CEO Banking Benelux en sinds 2006 lid van de raad van bestuur van de ING Groep N.V. Met een omzet van 55 miljard euro in 2010 is de groep het 12e bedrijf ter wereld gemeten naar omzet.

De bank en verzekeraar zet sinds de eeuwwisseling in op maatschappelijk verantwoord ondernemen. De inspanningen werpen hun vruchten af. In oktober eindigde het bedrijf op de 64e plaats van de 500 bedrijven geanalyseerd in de Newsweek Green Rankings, een gerespecteerde duurzaamheidsbarometer.

Dilemma’s

“Het begint bij jezelf,” legt Van der Noordaa uit. “ING opereert sinds 2007 volledig klimaatneutraal door het gebruik van groene energie en het compenseren van onze gebouwen, zakenreizen en datacentra. Daarnaast hebben we elk jaar doelstellingen om ons energieverbruik terug te dringen.”

“Maar de grootste impact van een bank als ING zit uiteraard in de projecten die wij financieren. Een voorbeeld: jaarlijks investeren wij ongeveer €3 mrd in energieprojecten. In 2005 was nog 2 procent daarvan voor hernieuwbare energie. Inmiddels is dat 29 procent.”

ING heeft strikte criteria opgesteld waar ze wel en niet in investeert, en is daar transparant in. Geen dierproeven, geen bont. Aan de andere kant neemt ING bijvoorbeeld niet fundamenteel stelling tegen investeringen in de defensie-industrie.

Van der Noordaa is realistisch. “We investeren niet meer in clusterbommen,” zegt hij. “Maar als een dochterbedrijf van een gerenommeerd, beursgenoteerd concern één onderdeel levert voor een militair apparaat, kunnen we het hele concern dan niet meer financieren? Dat zijn moeilijke vragen, die we stuk voor stuk zorgvuldig afwegen. Die discussie gaan we ook graag aan met de buitenwereld.”

“We hebben wél de keuze gemaakt om niet meer te investeren in visserij die niet volledig duurzaam is. Dat heeft ons klanten gekost, maar dat is waar je voor staat als bank.”

De business case van duurzaamheid

In september publiceerde het Economisch Bureau van ING het rapport ‘Hernieuwbare energie in Nederland tot 2020’. Eén van de conclusies van het rapport was dat de “financiële business case van investeringen in groene assets (…) nog lang niet altijd solide [is].”

“We merken dat veel technologieën nog in de kinderschoenen staan. Als bank kunnen we het risico voor die technologieën niet alleen dragen,” stelt Van der Noordaa.

Hij ziet een oplossing in publiek-private samenwerkingen. “Als de overheid garant kan staan voor een deel van het risico, dan werkt dat heel effectief. We zijn nu bezig om samen met het ministerie van Economische Zaken en pensioenfondsen een groene investeringsmaatschappij op te zetten.”

“In de tussentijd moeten we ons realiseren dat het potentieel van laaghangend fruit enorm is. Ik ben er voorstander van dat we eerst huizen goed isoleren, voordat we zonnepanelen aan alle daken gaan hangen.”

Groen Deltaplan

De naweeën van de financiële crisis uit 2008 vormen een bemoeilijkende factor. Om nóg zo’n crisis te voorkomen zijn de globale BASEL III-richtlijnen vastgesteld. Onder deze regels moeten banken een grotere en veiligere kapitaalbuffer aanhouden.

“De verhoogde veiligheid van de richtlijn is goed,” stelt Van der Noordaa. “Maar voor een echte energietransitie zijn grote investeringen nodig. Omdat we meer kapitaal moeten aanhouden, kunnen we minder investeringen doen, waaronder in groene energie.”

In hetzelfde rapport ‘Hernieuwbare energie’ concludeerden de onderzoekers van het economisch bureau, in samenwerking met CE Delft, dat er 100 miljard nodig is om een energietransitie in 2020 te realiseren.

“Dit kunnen we alleen bereiken als we een lange termijninvestering durven te maken,” stelt Van der Noordaa. “We kunnen de gordijnen dichtdoen en hopen dat het weggaat. We kunnen ook een Groen Deltaplan optuigen. Een grootse samenwerking tussen de publieke en private sector. Een samenwerking met visie, en een langjarige commitment.”

Banken manoeuvreren in een lastig spanningsveld. Toch is Van der Noordaa optimistisch. “De trend zet zich door, het is onomkeerbaar.”

Foto: ReclameWeek

Van scheerapparaat tot Senseo (Ruud Sondag, Van Gansewinkel)

“EU-burgers verbruiken 16 ton aan grondstoffen per persoon per jaar. Daarvan blijft 6 ton afval over, waarvan de helft wordt gestort. Om dat vol te houden, zou er tegen 2050 nog een tweede aardbol nodig zijn. Maar de kans dat er een tweede aardbol bijkomt lijkt klein,” lacht Sondag. Ruud Sondag is sinds 2001 voorzitter van de Raad van Bestuur van Van Gansewinkel. “De oneindige beschikbaarheid van veel grondstoffen is niet langer een gegeven. Vaak denken we dan aan aardolie, maar bij steeds meer grondstoffen lopen we tegen tekorten aan. Van het metaal indium worden zonnecellen en lcd-schermen gemaakt. Over tien jaar is het op.” Dus vindt Sondag dat we iets moeten doen aan het afvalprobleem. “Afval moet niet worden gestort, we moeten het een volgend leven geven als grondstof. Door de mondiale grondstoffenschaarste zijn afvalstromen veel waard geworden.” Afval bestaat niet Onder Sondag is Van Gansewinkel getransformeerd van traditionele afvalverwerker naar duurzame grondstoffen- en energieleverancier. Het credo is hierbij: ‘Afval bestaat niet’. Centraal staat de visie dat afvalproducten als grondstof voor nieuwe producten dienen. Het familiebedrijf Van Gansewinkel heeft een uitstekende uitgangspositie. De onderneming is actief in 9 landen, waaronder Frankrijk, Duitsland en Polen, en is marktleider in de Benelux. Het zamelt afval in bij meer dan 120.000 bedrijven: van eenmanszaken met weinig afval tot grote industriële complexen. Het bedrijf realiseerde in 2010 een omzet van € 1,1 mrd. Van Gansewinkel koppelt de bedrijfsstrategie rechtstreeks aan de mondiale grondstoffenschaarste. De visie is helder. “Het sluiten van kringlopen, dat is het doel. We gaan gebruikte grondstoffen terugwinnen en opnieuw inzetten. Naar alle waarschijnlijkheid is dit het enige houdbare economische model op de lange termijn.” Van scheerapparaat naar Senseo Van Gansewinkel is nu al in staat om zo’n 75 procent van de afvalstromen een tweede leven te geven als grondstof of in een toepassing als groene energie. Recycling leidt in praktisch alle gevallen tot CO2–reductie, aangezien het winnen van natuurlijke grondstoffen vaak meer energie kost dan het re- en upcyclen van materialen. Sondag: “Door te voorkomen dat iets afval wordt pakken we dus de grondstoffenschaarste én de klimaatverandering aan.” Het bedrijf levert inmiddels plastics aan Philips voor de Senseo. Geen virgin materials, maar grondstoffen die gemaakt zijn uit oude Philips-producten. Voor Auping zamelt Van Gansewinkel oude matrassen in en levert na recycling de grondstoffen terug om er nieuwe matrassen van te maken. “Een dergelijk terugname- en recyclesysteem hebben we ook met Luxaflex opgezet. Wij doen het al volop, maar het moet op grote schaal gebeuren.” Bruto Onttrokken Waarde Om die schaalgrootte te bereiken is echter een heel andere economische organisatie nodig, een circulaire economie. “Het begint allemaal bij het ontwerpen van producten. Door de juiste grondstoffen en materialen te kiezen,” zegt Sondag, “en deze op de juiste manier in elkaar te zetten, kan het na gebruik weer als ‘voedsel’ dienen voor de kringloop.” Het kabinet streeft naar een recyclingpercentage van 83 procent in 2015. Sondag ziet kansen voor de BV Nederland om te investeren in nieuwe scheidings- en opwerkingstechnologieën. Maar het is niet alleen de techniek die nog een hindernis vormt. “Recycling van grondstoffen moet niet alleen technisch kunnen, er moet ook vraag komen naar die gerecyclede grondstoffen. Die komt er onvoldoende zolang virgin materials goedkoper zijn.” “De cirkel sluit pas echt als we afspraken maken over minimale hergebruikpercentages,” vervolgt Sondag. “Nieuwe producten moeten dan voor een substantieel deel uit gerecyclede materialen bestaan. Zoals de voedingswaarden op levensmiddelen staan, zo kunnen producten worden voorzien van een grondstoffenetiket. De consument kan dan zelf kiezen.” Daarnaast is het ook interessant een prijsprikkel te ontwikkelen voor hergebruik. “Ik denk aan een BOW-tarief voor producten: de Bruto Onttrokken Waarde,” aldus Sondag. “Hoe meer natuurlijke grondstoffen uit het milieu zijn onttrokken, hoe hoger het tarief. Geen nieuw plan, overigens. Wijlen managementgoeroe Eckart Wintzen opperde dit jaren geleden al.” Niet langer een linkse hobby Sondag is één van de sprekers op het duurzaamheidscongres Green Today. “We zitten op dit moment in een economische dip die eigenlijk al een jaar of drie aanhoudt. Desondanks blijft duurzaamheid op de strategische agenda van ondernemingen staan. Dat betekent in mijn ogen dat duurzaamheid niet langer gezien wordt als een ‘linkse hobby’ maar als een instrument dat bijdraagt aan risicobeheersing.” Dit zal ook de boodschap zijn op Green Today. “We staan voor een fantastische mogelijkheid om de afhankelijkheid van grondstoffen om te buigen in nieuwe business-kansen.” Foto: WTC-E