André Oerlemans
28 mei 2025, 15:00

Opmars groene waterstof is niet te stoppen, ondanks doemverhalen in de media: 'De trein rijdt'

Overal in de wereld investeren landen miljarden in groene waterstofprojecten. Rond 2030 worden miljoenen tonnen van de nieuwe brandstof naar Europa getransporteerd om olie en gas te vervangen. Toch stellen media dat het geloof in groene waterstof weg is en projecten alleen maar vertraagd worden. Dat beeld klopt volgens experts niet. “We moeten niet de pers maar de feiten geloven.”

Siemons en beurs Tijdens de waterstoftop liet CEO Boudewijn Simons van het Havenbedrijf Rotterdam zien hoe de haven een groene waterstof-hub wordt en kondigden landen voor miljarden aan nieuwe groene waterstofprojecten aan | Credits: André Oerlemans

“Doe je duim omhoog als je denkt dat het geweldig gaat”, vroeg CEO Pierre-Etienne Franc van Hy24, wereldwijd de grootste investeerder in groene waterstof, aan de zaal tijdens de World Hydrogen Summit & Exhibition 2025 in Ahoy in Rotterdam. De helft van de duimen bleef omlaag. Dat is waar het verhaal van een krant als NRC
ophield. Maar wat zei de erkende expert daarna? “We moeten de pers niet geloven, maar de feiten. Het verhaal in de media is dat het slecht gaat, maar de feiten zijn nog steeds goed.”

Opschaling langzamer

Volgens Franc heeft de sector tijd en schaal nodig. Hij erkent dat de opschaling langzamer gaat dan verwacht, maar de sector is pas vijf tot tien jaar bezig en de ontwikkeling van waterstof gaat nog altijd een stuk sneller dan eerdere energietransities. “We hadden verwacht dat groene waterstof binnen twintig jaar al 5 procent van alle energie zou gaan leveren. Dat is belachelijk”, stelt hij.

75 miljard aan projecten

Toch ziet hij overal enorme investeringen in waterstofprojecten. In totaal ligt er voor 75 miljard euro aan projecten te wachten op een finale investeringsbeslissing, waarvan 240 in Europa en meer dan honderd in China. Gemiddeld hebben die een capaciteit van 20 tot 100 megawatt. De komende twee jaar komen zelfs waterstoffabrieken van 200 megawatt in bedrijf. “De grote spelers zijn klaar om hier in te investeren. Het gaat dus niet zo slecht. Andere energietransities duurden zeventig jaar”, zegt Franc.

China leidt de race

Hoewel Australië en tal van landen in Afrika, Azië en Amerika miljardeninvesteringen in groene waterstofprojecten aankondigen, gaat één land sneller dan alle andere: China. Daar worden de grootste waterstoffabrieken gebouwd en met behulp van staatssteun kan dat land de goedkoopste groene waterstof produceren. “China leidt de race en de andere volgen. Europa startte de race, maar is nu een beetje verdwaald. Dat is goed voor China, maar niet voor ons”, stelt Franc. Dat China zoveel investeert in groene energie is nu ook terug te zien in de CO2-uitstoot. Voor het eerst in de geschiedenis rapporteerde het land in mei een daling in plaats van een stijging van zijn CO2-uitstoot.

Vertraging

Ook Franc erkent dat verschillende projecten vertraagd zijn. Met name in Europa wachten bedrijven op de benodigde aanpassing van wetten en regels, stimuleringssubsidies van overheden en voldoende beschikbaarheid van goedkope, groene stroom. In de haven van Rotterdam gaat de bouw van groene waterstoffabrieken traag
vanwege hoge rente, hoge kosten, dure stroom en overheidsheffingen. De Holland Hydrogen 1 van Shell, de grootste elektrolyser van Europa, is in aanbouw, maar is vertraagd en gaat volgens ingewijden niet eens draaien. Energieconcern Uniper
twijfelt over de bouw van een waterstoffabriek op de Maasvlakte en schrapt investeringen in Amsterdam en Limburg.

Goed nieuws

Daartegenover staat ook veel goed nieuws. In Rotterdam kondigde het Franse bedrijf
Air Liquide
begin dit jaar aan een groene waterstoffabriek met een elektrolyser van 200 megawatt te gaan bouwen. Nederland en Duitsland kondigden tijdens de top een veiling aan waarmee beide landen de komende jaren voor 3 miljard aan handel in groene waterstof subsidiëren en stimuleren: H2Global.

Grootste waterstofproject van Europa

Nog meer goed nieuws komt uit het buitenland. Het Spaanse energiebedrijf Moeve
maakte tijdens de top bekend dat het een finale investeringsbeslissing heeft genomen voor de bouw van de eerste fase van een mega-waterstofproject in Andalusië. Die behelst een capaciteit van 400 megawatt aan groene waterstoffabrieken. Uiteindelijk wordt dat 2 gigawatt. Het project maakt gebruik van de enorme hoeveelheden goedkope wind- en zonnestroom in het zuiden van Spanje en Portugal. “Hopelijk zijn we volgend jaar rond deze tijd aan het bouwen aan wat waarschijnlijk het grootste waterstofproject in Europa is tot nu toe. Het enige wat we nog missen is een aansluiting op het elektriciteitsnet”, zegt vicepresident commerciële en schone energie Carlos Barrasa. Moeve denkt zijn groene waterstof als alternatieve brandstof kwijt te kunnen aan kunstmestfabrikanten, chemische bedrijven, zwaartransport en de luchtvaart.

Energiebedrijf Moeve kondigde tijdens de top de start van het grootste waterstofproject van Europa aan | Credit: André Oerlemans

Groen staal uit VAE

Ook in het Midden-Oosten, de bakermat van de olie- en gaswinning, ontdekken steeds meer landen dat woestijnen met veel zon en zeeën vol water een goede basis vormen om met zonne- en windenergie groene waterstof te maken uit ontzilt zeewater. De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) zetten bijvoorbeeld vol in op groene waterstof en werken daarin samen met bedrijven als Shell en BP. Samen met nationaal staalbedrijf Emirates Steel wil het land groen staal gaan produceren met behulp van groene waterstof. Nu is de staalindustrie nog verantwoordelijk voor 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. “Dit is geen pitch, het is realiteit. In oktober hebben we een kleine fabriek geopend die nu al acht maanden met succes groen staal produceert”, zegt Mohammad Abdelqader El Ramahi, de Chief Green Hydrogen Officer van energiebedrijf Masdar.

Prominente rol

Het bedrijf is actief in ruim veertig landen, heeft 51 gigawatt aan hernieuwbare energieprojecten in de portefeuille en leidt de groene waterstofrevolutie in de VEA. Ook gaat het groene waterstof produceren voor duurzame vliegtuigbrandstof (eSAF). “Wij geloven dat groene waterstof de komende jaren een heel belangrijke en prominente rol gaat spelen in schone energie”, zegt El Ramahi. “De Wereldbank voorspelt in het meest conservatieve scenario dat tot 2050 ruim 11 triljoen dollar geïnvesteerd wordt in hernieuwbare energie. Alleen in het begin moeten regeringen groene waterstof subsidiëren.”

Miljardeninvesteringen

Tijdens de waterstoftop in Rotterdam kondigden diverse landen grote investeringen in groene waterstof en elektrolysers aan. Een paar voorbeelden:

* Australië investeert de komende jaren voor 130 miljard dollar in waterstofprojecten, waarvan een derde in West-Australië. Het land heeft een nationale waterstof strategie. In totaal hebben vijftig deelnemende bedrijven voor 200 miljard aan waterstofprojecten in de pijplijn zitten. Het land wil op dit gebied wereldleider worden,.

* Canada sloot al in 2022 een waterstofverbond
met Duitsland om groene waterstof aan het land te gaan leveren. Canada wil tot de top tien van wereldwijde producenten behoren en lanceert de komende vijf jaar tachtig nieuwe waterstofprojecten. Die zal vooral geproduceerd worden met groene stroom uit windturbines in de kustprovincies aan de Atlantische Oceaan.

* Brazilië tekende tijdens de top contracten voor de ontwikkeling van twee flagship-projecten in Rio en Minas Gerais. Die laatste fabriek produceert in 2030 voor 820 megawatt energie aan groene waterstof en wordt de grootste van het land. Dankzij de overvloed aan groene stroom kan Brazilië zeer goedkoop groene waterstof produceren. Het merendeel zal via Rotterdam naar Europa worden getransporteerd.

* Oman wil in 2030 al een miljoen ton groene waterstof per jaar produceren. Het land heeft enorm veel ruimte om zonne-energie op te wekken, die gebruikt kan worden om via ontzouting van zeewater en elektrolysers voor gigawatts aan waterstof te produceren. Ontwikkelingsmaatschappij Hydrom heeft daarvoor 50 miljard dollar geïnvesteerd in negen projecten. De havens in het land worden gereedgemaakt om de waterstof in de vorm van groene ammoniak – en later als vloeibare waterstof – te gaan exporteren. Onder meer naar Nederland, België en Duitsland en diverse Aziatische landen.

* India heeft de afgelopen jaren 120 gigawatt aan zon- en windparken geïnstalleerd. Met die capaciteit wil het in 2030 al 5 miljoen ton groene waterstof per jaar produceren. Daarvoor ligt 100 miljard dollar aan investeringen klaar. “We hebben nu al een productiecapaciteit van 3 gigawatt aan elektrolysers per jaar”, zei minister Santosh Kumar Sarangi van nieuwe en hernieuwbare energie van India tijdens de top. “In 2030 wil India zijn binnenlandse markt kunnen bedienen en tegelijk een grote wereldwijde transporteur van groene waterstof zijn.”

Rotterdam waterstof-hub

Veel van deze groene waterstof gaat op termijn naar klanten in Europa. De haven van Rotterdam wil een sleutelpositie spelen in de invoer en ontwikkelt zich tot groene waterstofhub. De haven bouwt hiervoor terminals, opslagcapaciteit en pijpleidingen. “Wij bouwen hiermee de ruggengraat voor een nieuwe economie”, vertelde burgemeester Carola Schouten bij de opening van de top. CEO Boudewijn Simons van het Havenbedrijf Rotterdam somde vervolgens een lange lijst van landen op waar de haven mee onderhandelt over de aanvoer van groene waterstof naar Europa. Van Namibië tot Egypte, van Brazilië tot India, van Spanje tot Saoedi-Arabië. “Want Noordwest-Europa heeft niet de capaciteit om zoveel waterstof te produceren als de industrie en de maatschappij nodig heeft”, stelt hij.

Volgens hem is de haven bezig om olie, gas en kolen te vervangen door duurzame energie en brandstoffen. Niet alleen voor het klimaat, ook vanwege geopolitieke ontwikkelingen. Waterstof is daarbij een belangrijke energiedrager. Siemons: “De trein rijdt en kan niet gestopt worden.”

Lees ook:

Zijn Shein en Temu nog te stoppen? ‘Europa is veel te lief geweest, of eigenlijk te traag’

Ze veroverden Europa al in razend tempo, maar sinds Trump weer in het Witte Huis zit en met importtarieven is gaan strooien, gaan Shein en Temu helemaal hard. De Chinese webgiganten voelden de bui al hangen en richten zich sinds dit jaar vooral op Europese groei. Met succes; in de eerste drie maanden van 2025 werden er vanuit China bijna 30 procent meer pakketjes naar Europa verscheept.Dat worden er naar verwachting alleen nog maar meer. Toen president Donald Trump in april met wereldwijde importheffingen kwam, reageerden de Chinese retailreuzen door de advertentie-uitgaven in Europa, vooral in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, fors te verhogen. ‘Oneerlijke concurrentie’ ‘Stop deze oneerlijke concurrentie’, roepen Nederlandse mode- en textielbedrijven in een brandbrief. Het is niet de eerste keer dat de sector tegen de Chinese retailreuzen in het verweer komt, maar wat wel opvalt, is hoe breed de coalitie is. Van textielsorteerders en -recyclers als Boer Group en Wolkat tot (online) kledingverkopers als Zeeman, Livera en Winkelstraat.nl en kringloopbedrijven als Reshare; allemaal eisen ze actie van het kabinet.Want allemaal worden ze geraakt door de vloedgolf van Chinese ultrafast fashion die Nederland overspoelt, bestaande uit razendsnel wisselende en trendy modecollecties waarin vooral Shein excelleert, veelal gemaakt van polyester. Een soort Zara of H&M in overdrive, alleen dan een stuk goedkoper.Sorteerbedrijven zien ‘bergen laagwaardige kleding’ zich opstapelen in hun magazijnen zonder dat er een afzetmarkt voor is, textielrecyclers kunnen het polyester niet recyclen – daar is nog geen industriële methode voor, en bovendien is er geen vraag naar. Kringloopwinkels zien de aanvoer van kwalitatieve tweedehands kleding instorten en reguliere modeverkopers kunnen niet opboksen tegen de spotgoedkope collecties; op de site van Shein is het zoeken naar kledingstukken boven de tien euro. Te lief en te traag Zijn deze nieuwe concurrenten – of zeg gerust: marktontwrichters – eigenlijk nog wel te stoppen? Techdeskundige Ed Sander, die goed ingevoerd is in de Chinese e-commerce, kan er kort over zijn: nee. "Daar waarschuw ik al jaren voor."Volgens hem hebben beleidsmakers zitten slapen. "Europa heeft veel te lief op Shein en Temu gereageerd, of beter gezegd, veel te traag. Daarbij heeft de westerse wereld hun komst deels aan zichzelf te danken. Veel spullen komen uit fabrieken waar eerst voor Europese of Amerikaanse merken werd geproduceerd, merken die zijn uitgeweken naar Bangladesh toen China te duur werd. Waarop deze fabrikanten met overcapaciteit kwamen te zitten en via een platform als Temu besloten om dan meer rechtstreeks aan de westerse consument te gaan verkopen."Ergens vindt hij het cru. "Alles moest maar goedkoper en goedkoper, en nu gaan bedrijven huilen dat ze in hun eigen spelletje worden afgetroefd." Enorme snelheid en wendbaarheid Dat neemt volgens Sander niet weg dat de ondertekenaars van de brandbrief wel een punt hebben. Het speelveld ís niet eerlijk. Dat heeft onder andere te maken met de enorme snelheid waarop Chinese bedrijven opereren. Retailplatform Temu werd in minder dan negen maanden gelanceerd en is tweeënhalf jaar na de start actief in bijna honderd landen. De slogan van Temu? Shop like a billionaire. Het retailplatform werd in 2022 gelanceerd en is inmiddels actief in bijna honderd landen. | Credit: Temu Dat lukt onder meer doordat het bedrijf vooraf niet alles dichttimmert zoals de meeste westerse bedrijven doen, maar gewoon begint – en daardoor zelden voldoet aan de lokale wetgeving. Dat komt later wel, al doet Temu volgens Sander inmiddels wel zijn best om meer compliant te zijn.Dat tempo is ook nodig omdat Chinese partijen niet alleen lokale spelers, maar ook elkaar beconcurreren. Temu heeft daarbij een belangrijk voordeel ten opzichte van Shein. Het bedrijf is onderdeel van het beursgenoteerde Pinduoduo (PDD Holdings). Pinduoduo is in eigen land groot met de gelijknamige shoppingapp en heeft daarmee gigantische reserves opgebouwd. Shein heeft zo'n cashcow niet en probeert daarom geld op te halen via een beursgang. Pogingen tot een notering in New York en Londen waren tot nu toe niet succesvol. Het bedrijf kijkt nu naar Hong Kong, meldt Reuters.Voor Europa is die gigantische snelheid van opereren simpelweg niet bij te houden. Een voorbeeld is de Europese belastingvrijstelling voor de import van pakketjes met een waarde onder de 150 euro; klanten moeten flink wat kleding bestellen om boven dat bedrag uit te komen. De douane kan de miljarden pakketten die jaarlijks over de grens komen – in 2024 waren het er 4,6 miljard, waarvan ruim 1,2 miljard naar Nederland werd gestuurd – nauwelijks aan. Tegenstrategie Brussel wil van deze belastingvrijstelling af. Daarvoor werkt de Europese Commissie aan een hervorming van de douane-unie. De uitrol stond oorspronkelijk voor 2028 op de planning, maar wordt volgens Politico naar voren getrokken, naar volgend jaar.Te laat, reageert Sander. "Die importvrije drempel had er allang vanaf gemoeten. Chinese bedrijven zijn alweer bezig met een tegenstrategie. Temu heeft al verschillende magazijnen in Europa van waaruit het orders verstuurt, met als bijkomend voordeel dat bestellingen nog sneller bij de klant zijn ook. Shein is bezig een deel van de productie naar Turkije te verplaatsen. In Brazilië heeft het bedrijf hetzelfde gedaan, om de hoge importtarieven in dat land te omzeilen."Leren van Shein Het is makkelijk om Shein te verguizen, maar laten we ook proberen te leren van het businessmodel, zeggen deskundigen. Dat is namelijk bijzonder innovatief. Waar klassieke modebedrijven op voorhand (proberen te) voorspellen wat de nieuwe trends worden, zit Shein veel korter op de bal - waarbij het helpt dat het bedrijf vrijwel alleen online verkoopt en dus geen honderden, zo niet duizenden, winkels hoeft te bevoorraden.Dagelijks worden er zo’n tweeduizend nieuwe designs voor de webshop ontwikkeld. Dat wordt deels gedaan door in-house designers en deels door ontwerpafdelingen van een consortium van ongeveer driehonderd partnerfabrieken. Die worden in een oplage van een paar honderd stuks uitgebracht. Daarmee gaat Shein als het ware A/B-testen; als een item aanslaat, wordt de inkoophoeveelheid razendsnel opgeschaald."Shein heeft het concept van realtime mode geïntroduceerd", zegt China-kenner Ed Sander. Daardoor heeft het bedrijf nauwelijks restvoorraden, voegt duurzame mode-expert Kim Poldner toe. "In de kern is dat briljant. Stel je voor dat andere modebedrijven dat model zouden adopteren, maar dan voor duurzaam geproduceerde kleding. Dan blijven we ook niet met overstock zitten."Daarnaast is er een extra heffing van 2 euro voor goedkope pakketten uit China in de maak, een zogenaamde handling fee. Consumenten bestellen er vermoedelijk geen jurk of trui minder om als ze een fee van een paar euro moeten betalen, maar op een totaal van miljarden pakketten gaat het om serieus geld. Brandgevaarlijk en giftig Dat is deels bedoeld om de douane te versterken en de tsunami van pakjes beter onder controle te krijgen. De producten voldoen namelijk vaker niet dan wel aan de Europese productwetgeving, blijkt uit data van ICSMS, het registratiesysteem van Europese toezichthouders; 85 tot 95 procent van de onderzochte producten kwam niet door de check en is dus risicovol voor consumenten.Denk aan elektronica die door oververhitting in brand kan vliegen, speelgoed met loszittende onderdelen en producten met giftige stoffen als lood. Onderzoek van Pointer wijst in dezelfde richting. Het onderzoeksplatform bestelde een aantal producten op Shein en liet die testen op de ftalaat DEHP, een weekmaker. Een regenjas bevatte 170 keer meer DEHP dan wettelijk toegestaan, een paar slippers zelfs 325 procent meer.Kim Poldner, bijzonder hoogleraar regionale en circulaire economische ontwikkeling aan de Universiteit van Groningen, vindt het ‘schandalig’. Zoals ze het ook schandalig vindt dat Shein en Temu jongeren met een heel bouwwerk aan marketingacties en verleidingstrucs tot kopen aanzet. Ze noemt de Chinese platforms onomwonden ‘monsterbedrijven’. "Deze bedrijven zijn niet alleen destructief voor onze textiel- en textielrecyclingsector, maar ook voor de financiële en mentale gezondheid van onze jeugd." Leiderschap tonen Uit onderzoek van Europese toezichthouders, waaronder de Autoriteit Consument en Markt (ACM), blijkt dat Shein met die marketingpraktijken de Europese regels schendt. Zo laat het bedrijf nep-kortingen zien, zet het klanten onder druk met aftelklokken en krijgen consumenten misleidende of onvolledige informatie te zien over het retourneren van producten en het terugkrijgen van geld.Shein heeft een maand om de website aan te passen; gebeurt dat niet, dan kunnen landen boetes opleggen. "Tot 900.000 euro per overtreding", zegt een woordvoerder van de ACM tegen de NOS. "Maar dat loopt nu op de zaak vooruit."Zulke boetes hebben totaal geen zin, zegt Poldner. Ze was betrokken bij het nieuwe beleidsprogramma Circulair Textiel van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en adviseerde IenW om Temu en Shein hier gewoon in zijn geheel te verbieden. Op het ministerie werd een beetje moeilijk gekeken bij dat voorstel, zegt ze. "De eerste reactie? 'Dat kan zomaar niet, we weten niet of dat juridisch wel dicht te timmeren is.' Dit kabinet mag wel wat meer leiderschap tonen. Dat gold voor het vorige kabinet trouwens ook."Wat dat betreft kan Europa volgens techkenner Sander nog wat leren van China; de Chinese overheid grijpt bij misstanden keihard in. Bezorgplatform Meituan kreeg in 2021 een boete van ruim 530 miljoen dollar en Alibaba van 2,75 miljard dollar wegens monopolistische praktijken. Dan heb je het ergens over, zegt hij. "Dat doet pijn. China aarzelt ook niet om apps uit de appstore te halen of websites op zwart te zetten, als bedrijven de regels niet naleven." Lees ook:Deze start-up doet wat tot nu toe niet kon: kleding van katoen en polyester uit elkaar halen en recyclen Brightfiber Textiles maakt van oude vodden de mode van morgen Primeur: deze recyclemachine kan van elke textielvezel stukjes stof maken