John van Schagen
10 juni 2025, 16:00

De EGO: een warmtepomp zonder buitenunit

Nieuwe warmtepompmodellen vliegen je momenteel om de oren. De Nederlandse start-up EGO presenteert deze week een variant zonder buitenunit, een zogeheten monoblock. En dat kan een uitkomst zijn voor met name rijtjeswoningen, waar buren al snel last hebben van voortdurend gezoem.

Ego warmtepomp Een EGO warmtepomp heeft geen buiten-, maar alleen een binnenunit. | Credits: EGO

Zeg je warmtepomp? Dan denk je al snel aan een binnen- én een buitenunit. Die combinatie wordt een split warmtepomp genoemd. Toch komen er nu ook compacte modellen op de markt die met één unit zijn uitgerust. Buiten of, zoals EGO dat doet, alleen binnen. “Erg handig als je op het dak of in de tuin geen ruimte hebt of geluidsoverlast wilt voorkomen”, aldus Emile Schmitt van EGO. Hij bedacht de technologie achter dit nieuwe model. Zijn compagnon Patrick van Buuren kwam later aan boord als investeerder. Het gaat dus om een plug-and-play monoblock dat volledig binnenshuis wordt geplaatst. De benodigde lucht komt via een dubbele pijpconstructie van buiten. “Daardoor heb je buiten geen gedoe met ruimte vinden, geen geluidsoverlast voor buren en geen kans op bevriezing. Dat risico ligt op koude dagen voor reguliere warmtepompen altijd op de loer”, vertelt Schmitt. “En als er in de woning een ventilatiebox aanwezig is, dan functioneert de pomp ook nog als een warmteterugwininstallatie.”

Geen hak- en breekwerk

Volgens de bedenkers is de eenvoud van het systeem hun grootste kracht. De EGO vervangt de bestaande cv-ketel, zonder aanpassingen aan het verwarmingssysteem. “We komen ‘s morgens binnen, halen de oude ketel van de muur en hangen onze pomp op. Een buffervat eraan, leidingen aansluiten en aan het einde van de dag is de klus geklaard. Daar komt geen steiger, graafwerk of hak- en breekwerk bij kijken”, aldus Van Buuren. En zo is er dus ook geen overlast voor buren. Maar hoe zit het dan met het geluid in de woning zelf? Dat blijft volgens de makers met 42 decibel ruim binnen de perken. “Zelfs in appartementen in Amsterdam hebben we ze zonder klachten geplaatst.”

Betaalbaar alternatief, maar nog klein

De EGO is vooral bedoeld voor goed geïsoleerde woningen tot circa 140 vierkante meter. Het totaalpakket – inclusief installatie en subsidie – komt neer op net geen 6.000 euro. De jaarlijkse besparing bedraagt gemiddeld zo’n 1.400 euro. Tel uit je terugverdientijd. Het bedrijf heeft de afgelopen maanden zo’n vijftig installaties geplaatst. “We wilden eerst voldoende data verzamelen en eventuele kinderziektes oplossen. Nu is het tijd om onze uitvinding met de wereld te delen. Dat deden we eind maart tijdens de beurs Eigen Huis in Utrecht voor het publiek. Deze week staan we op Green Heating Solutions in ‘s-Hertogenbosch, een beurs voor installateurs”, vertelt Van Buuren. De warmtepomp is ontwikkeld in samenwerking met VDL, maar wordt vanwege de productiekosten voorlopig buiten Europa gebouwd. Wel zijn er gesprekken gaande over een productielijn dichter bij huis.

Lees ook:

Hoe CO2-opslagproject Porthos kan zorgen dat industrie in Rotterdam blijft

Steeds meer industriële spelers luidden de afgelopen maanden de noodklok over de verslechterende vestigingsvoorwaarden in Nederland. Zwalkend overheidsbeleid, hoge energierekeningen en oneerlijke concurrentie uit het buitenland zouden Nederland minder aantrekkelijk maken voor de zware industrie die hier eens floreerde.De vooralsnog gestage voortgang van Porthos is hierin mogelijk een zeldzaam lichtpunt. De CO2-afvang- en opslagpotentie die het project biedt kunnen van grote strategische waarde zijn voor het behoud van industriële partners in het Rotterdamse havengebied. Geen verstoringen in bouwproces Begin mei, de dag voor een geplande bijeenkomst voor journalisten, legde hoofdaannemer Allseas de werkzaamheden aan Porthos ineens stil. Er was een storing aan boord van het schip waarop werd gewerkt. Inmiddels wordt de oorzaak onderzocht en verkent het bedrijf wanneer het weer kan opstarten. Ongelukkig qua timing. “Maar het brengt geen wezenlijke verstoring in de planning van het bouwproces”, zegt projectleider Hans Meeuwsen.Alle andere deelprojecten van Porthos lopen gewoon door. Zo is de aanleg van de onshore pijpleidingen al voor ruim 80 procent klaar. Daarbij zijn een aantal cruciale boringen uitgevoerd onder belangrijke waterwegen zoals de Oude Maas, het Calandkanaal, het Beerkanaal en de zeewering. “Dat waren de meer risicovolle werkzaamheden in het onshore traject”, zegt Meeuwsen. “Maar dit zijn inmiddels succesvol afgerond.” Bijna lege gasvelden klaar om CO2 op te slaan Aan de offshore-kant moeten uiteindelijk zeven grote putwerkzaamheden uitgevoerd worden. Het gaat om putten die eerder voor gaswinning zijn gebruikt. Een deel wordt definitief afgesloten en een ander deel wordt omgebouwd tot injectieputten waar straks CO2 doorheen vloeit. “We liggen voor op schema”, aldus Meeuwsen. “Dus we kunnen eventuele tegenvallers opvangen in de tijd.”Meeuwsen is optimistisch dat de beoogde startdatum in 2026 gehaald kan worden. Al kan hij nog niet zeggen in welke maand Porthos officieel werkt. “Er kunnen zich altijd onvoorziene situaties voordoen. Het blijft een project dat first of its kind is. Ook zijn we deels afhankelijk van onze klanten die hun eigen CO2-afvanginstallaties moeten bouwen. De een is hier iets verder mee dan de ander. Maar we verwachten dat in 2026 genoeg invoerpunten klaar zijn om op te starten. We beginnen überhaupt niet vanaf dag 1 op volle capaciteit, maar bouwen het langzaam op.”Porthos: wat gaat er gebeuren? In december 2021 tekenden Shell, Air Liquide, Air Products en ExxonMobil de definitieve contracten met Porthos voor het transport en de opslag van CO2. De bedrijven, allemaal gevestigd in het havengebied, gaan vanaf 2026 samen jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2 van hun installaties in Rotterdam afvangen en aanleveren aan de Porthos-infrastructuur. Daarmee wordt de CO2-uitstoot van het Rotterdamse havengebied 10 tot 14 procent gereduceerd.Verschil tussen kosten CO2-opslag en handelsprijs EU overbruggen Met behulp van subsidie overbruggen de partijen de kosten tussen de CO2-prijs binnen het emissiehandelssysteem ETS en de totale kosten voor afvang, transport en opslag; een zogeheten contract for difference. Stijgt de CO2-prijs, dan neemt het subsidiedeel af.In totaal is voor deze regeling een bedrag 2 miljard euro gereserveerd voor de komende 15 jaar. “Er wordt wel eens gezegd dat onze klanten 2 miljard subsidie krijgen, maar zo werkt het dus niet”, zegt Hans Meeuwsen. “Er gaan zelfs geluiden op dat bedrijven straks extra belasting moeten betalen als opslag van CO2 goedkoper wordt dan de CO2-prijs.” Zo’n tweezijdig contract for difference geldt bijvoorbeeld al elders in Europa. Porthos kan industrie steun bieden De voortgang van Porthos en het optimisme van Meeuwsen zijn een fris geluid in tijden van een industrie die de laatste maanden geregeld aan de bel trekt. Al ziet Meeuwsen niet direct signalen die de business case van Porthos kunnen raken. “Al zou het wel zonde zijn als Porthos straks niet voor de volle 100 procent gebruikt kan worden door het gebrek aan industriële klanten. Maar daar is tot nu toe nog geen sprake van. Sterker nog, het feit dat infrastructuur voor de opslag van CO2 aanwezig is in de haven kan een reden zijn voor bedrijven om hier te blijven of zich hier te vestigen.” De Porthos-leiding wordt op hoogte gebracht om het boorgat onder het Beerkanaal binnen te gaan. Blauwe waterstof CO2-neutraal maken Porthos zal straks met name gebruikt worden voor de CO2 die vrijkomt bij de productie van blauwe waterstof. Het gaat hier om waterstof die geproduceerd met aardgas, waarvan de CO2 wordt opgeslagen en dus niet in de atmosfeer terechtkomt. Critici zien blauwe waterstof als een uitsteltechnologie. Er worden namelijk nog steeds fossiele brandstoffen voor gebruikt, waardoor de vraag naar deze brandstoffen blijft bestaan.Meeuwsen is het daar niet mee eens. Voor hem is blauwe waterstof een overgangstechnologie. “Voor groene waterstof is heel veel hernieuwbare elektriciteit nodig en dat maakt dat het veel duurder is. En voor witte waterstof, opgeslagen in bodem, zijn nog geen commerciële exploitanten. Daarbij is Porthos in de huidige vorm per definitie tijdelijk. Na 15 jaar zitten de opslagvelden simpelweg vol. In die tijd is het belangrijk dat we de overgang naar volledig CO2-vrije waterstof realiseren.” CCS: leren van fouten uit het verleden Hoewel CCS door het klimaatpanel IPCC van de VN wordt gezien als essentieel middel om de CO2-emissies de komende decennia drastisch te verlagen, is de techniek in het verleden gestuit op de nodige obstakels en tegenslagen. Project Gorgon in West-Australië van Chevron, Petra Nova in Texas en het Kemper Project in Mississippi maakten geen van alle de grote CCS-ambities waar, ondanks dat er miljarden in de projecten werden gepompt. Te hoge kosten en technische mankementen gooiden roet in het eten, waarbij sommige projecten onder de streep zelfs meer CO2 uitstootten dan uiteindelijk werd afvangen.Volgens Meeuwsen zijn deze afgeschreven projecten lessen voor Porthos. Bovendien zijn mensen die eerst aan het Gorgon-project werkten inmiddels ook aan de slag bij Porthos. “Zo leren we wat we nu niet moeten doen.” Daarbij kijkt Meeuwsen ook naar buitenlandse projecten waar CCS al wel werkt, zoals in Noorwegen waar al sinds 1996 CO2 wordt opgeslagen in een waterhoudende zandsteenlaag.Meeuwsen: “En we zien elders technieken toegepast worden – niet zozeer voor CCS – die relevant zijn voor Porthos. Zo wordt er al jaren CO2 in olieputten geïnjecteerd om de olieopbrengsten te verhogen. We proberen wereldwijd kennis op te halen die voor ons nuttig kan zijn.” Project Aramis: tien keer groter Uiteindelijk hoopt Meeuwsen dat het succes van Porthos kan leiden tot een grootschalige doorbraak van CCS, in binnen- en buitenland. Zo is Aramis een ander Nederlands-Duits-Belgisch CCS-project in de Noordzee dat in de steigers staat. En waar Porthos jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2 wil opslaan, mikt Aramis op jaarlijks 22 miljoen ton. “CCS blijft een tijdelijke oplossing, we kunnen er niet tot het jaar 2100 mee doorgaan. Maar ik denk dat het in de komende 15, 20 jaar een techniek is die kan opschalen en bovendien een business case voor Nederland oplevert.” Typisch Nederlandse samenwerking Meeuwsen denkt dat Nederland niet alleen wat betreft techniek, maar ook op het gebied van publiek-private samenwerkingen een gidsland kan zijn. “Het is best indrukkend dat een aantal grote bedrijven, die in essentie op winst koersen, zich voor een periode van 15 jaar gecommitteerd heeft aan de enorme investeringen die nodig zijn om Porthos van de grond te krijgen. Andere landen kijken niet alleen met een schuin oog naar de technische ontwikkelingen, maar hebben ook interesse in hoe we er in Nederland in geslaagd zijn om deze samenwerking op te zetten. Deze lessen proberen we natuurlijk zoveel mogelijk te delen. Het is best een indrukwekkende, misschien wel typisch Nederlandse, prestatie.” Lees ook:Mondiale investeringen in duurzame energie versnellen, terwijl fossiel voor het eerst in 4 jaar daalt Nieuwe technologie maakt grootschalige productie van goedkope, groene waterstof mogelijk Nederlanders gaan massaal wassen, strijken en opladen als hun stroom in het weekend gratis is