Veel mensen denken dat de opwarming van de aarde stopt, zodra we minder CO2 gaan uitstoten. Maar helaas, zo werkt het dus niet. Koolstofdioxide blijft honderden jaren in de atmosfeer hangen. En de oceanen, die een groot deel van de extra warmte opnemen, geven die warmte geleidelijk weer af aan de lucht. Het valt daarom te verwachten dat eerdere uitstoot van broeikasgassen de komende vijf jaar voor nieuwe pieken zal zorgen van de gemiddelde temperatuur op aarde.
Ook processen zoals het smelten van poolijs, het ontdooien van permafrost en veranderingen in oceaanstromingen verlopen traag. Het klimaatsysteem is log, vertellen de onderzoekers in een recent rapport van de WMO. En dat betekent dat we nog jaren met hoge temperaturen zitten opgescheept, zelfs als we vandaag helemaal zouden stoppen met het verbranden van fossiele brandstoffen.
Hogere concentratie van CO2 stuwt opwarming van de aarde
Voorlopig zorgt het verbruik van fossiele brandstoffen er nog altijd voor dat de concentratie van CO2 in de atmosfeer toeneemt. Ook Nederland draagt daaraan bij, zo laten de meest recente cijfers over de uitstoot van broeikasgassen weer zien. In de eerste drie maanden van dit jaar was de uitstoot van broeikasgassen 7 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar geleden. Daar zijn vooral energiebedrijven verantwoordelijk voor, blijkt uit cijfers van het CBS en RIVM. De elektriciteitssector stootte maar liefst 40 procent meer broeikasgassen in het eerste kwartaal.
Mondiaal bekeken ziet het beeld er niet heel anders uit. Sinds het Klimaatakkoord van Parijs in 2016 steeg het niveau van de jaarlijkse wereldwijde uitstoot van CO2 door het gebruik van fossiele brandstoffen in totaal met zo’n 8 procent. De gevolgen daarvan zien we nu terug.
Zo ligt de gemiddelde temperatuur op aarde de komende jaren naar verwachting tussen de 1,2 en 1,9 graden boven het pre-industriële niveau. De kans dat minstens één van de komende vijf jaren het huidige recordjaar 2023 overtreft, is opgelopen tot 80 procent.
Klimaatconferentie COP30 wordt cruciaal moment
Aan urgentie geen gebrek dus. Later dit jaar vindt de klimaatconferentie COP30 plaats in Brazilië. Daar moeten landen hun klimaatplannen verder aanscherpen. In welke mate ze dat doen, is bepalend voor het behalen van de doelstellingen uit het Parijsakkoord.
De WMO laat er geen misverstand over bestaan: zonder forse en geloofwaardige actie komt niet alleen de doelstelling om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graden in gevaar, maar ook de limiet van 2 graden opwarming.
De onderzoekers wijzen daarbij onder meer op recente ontwikkelingen in het noordpoolgebied, waar de temperatuur alarmerend snel stijgt: ruim drie keer sneller dan het wereldgemiddelde. De WMO noemt COP30 daarom een cruciaal kantelpunt. Als actie uitblijft, koersen we volgens de wetenschappers af op een situatie waarbij de opgelopen klimaatschade niet meer te herstellen blijkt.




