André Oerlemans
13 juni 2025, 14:09

Windenergie laten groeien: hoe Frans Timmermans wil bereiken, wat het kabinet-Schoof naliet

De Nederlandse windenergiesector zit in een dip. Op zee valt de bouw van windparken stil vanwege de hoge kosten. Op land stuiten windmolens op bezwaren van omwonenden en gemeenten. Mocht GroenLinks-PvdA in een nieuw kabinet komen, dan wil Frans Timmermans de sector uit het slop trekken. Met een noodwet, een garantiefonds en goedkope leningen.

Frans Timmermans presenteerde tijdens WibnDay 2025 een lijst aan oplossingen voor de windenergiesector. Foto André Oerlemans/WindDay Frans Timmermans presenteerde tijdens WindDay 2025 een lijst aan oplossingen voor de windenergiesector. WindDay | Credits: André Oerlemans/WindDay

‘Europa loopt qua windenergie nog maar net voor op de Chinezen en de Amerikanen. Die voorsprong moeten we behouden, maar die verliezen we, als we blijven navelstaren’, zei Frans Timmermans donderdag, tijdens het WindDay congres 2025 in Rotterdam. Timmermans is bij de komende verkiezingen de beoogde lijsttrekker van GroenLinks-PvdA en wil na de verkiezingen veel knopen doorhakken over duurzame energie.

Noordzeepact nodig

Timmermans heeft een heel lijstje oplossingen klaarliggen om de impasse in de windenergiemarkt te doorbreken. Een nieuw kabinet moet volgens hem een Noordzeepact sluiten met bindende afspraken tussen de ontwikkelaars, industriële afnemers, netbeheerders en de overheid. ‘Dan krijgen investeerders duidelijkheid voor de lange termijn en biedt de overheid garanties. Dat hebben we bij fossiel ook heel lang gedaan en dat zou hier ook moeten’, aldus de man die als Eurocommissaris verantwoordelijk was voor de Europese Green Deal.

Onderdeel van zo’n pact moet een garantiefonds zijn, dat het Rijk 60 miljoen tot 70 miljoen euro kost. Daarmee worden zogenoemde power purchase agreements (PPA’s) gestimuleerd, waarmee producenten en afnemers van windenergie prijsafspraken maken voor langetermijncontracten. ‘Ook daar kan de overheid rugdekking bieden, zonder dat het veel geld kost. Ik wil dat graag doen’, gaf Timmermans aan.

Verder moet Nederland zelf heel snel extra investeren in uitbreiding van het elektriciteitsnet. Subsidies voor netbeheerders voorkomen daarbij een stijging van de nettarieven. Timmermans wil ook af van de afstandsnormen voor wind op land en op een andere manier naar de aanleg van windparken bij kijken.

Noodwet om impasse te doorbreken

Om door bestuurlijke knelpunten heen te breken pleit Timmermans voor een noodwet. Wat in coronatijd kon, moet nu ook kunnen, stelt hij. ‘Er is een noodsituatie, die we bestuurlijk moeten doorbreken. Het is urgent. Ik zie dat we overal kansen missen, omdat we veel te lang nodig hebben. Dat komt omdat er hele lange procedures nodig zijn om vergunningen te krijgen om te kunnen bouwen. Ik wil zonder vooropgezette conclusies gaan kijken hoe we deze trajecten kunnen versnellen. Wat daar voor nodig is. Wat voor soort wetgeving je nodig hebt om in bepaalde gevallen door bepaalde procedures heen te prikken. Ik heb daar nog geen concrete plannen voor, maar we zijn daar in de fractie mee bezig. De belangenafweging van de samenleving moet anders worden’.

Eurobonds niet langer onbespreekbaar

Timmermans hoopt ook nog steeds op de vorming van een Europese energie-unie, iets wat hem als EU-commissaris niet is gelukt. Zo’n unie maakt grote investeringen in wind- en zonneparken mogelijk. Via gezamenlijke obligaties (Eurobonds) kunnen overheden dan goedkope leningen verstrekken aan de sector. ‘Waarom is er steeds die aarzeling bij de Nederlandse politiek voor goedkope leningen? In deze sector verdienen die zich automatisch terug’, zegt hij. ‘De komende tijd zijn grote investeringen nodig. Wat mij betreft mag de huidige staatsschuld van 48 procent van ons nationaal inkomen hierdoor best wat oplopen. Want het zijn investeringen die vanzelf renderen’, stelt Timmermans.

Bouw nieuwe windmolens op land stagneert

De windsector smacht naar dit soort oplossingen. ‘Het zit even niet mee’, zei voorzitter Jan Vos van branchevereniging NedZero tijdens het congres in De Doelen. Dat was een understatement. De pijplijn voor windparken op land is bijna leeg en nieuwe worden vanwege alle juridische bezwaarprocedures nauwelijks nog gebouwd. ‘We verwachten volgend jaar een afname van windenergie op land’.

Het kabinet is volgens Vos niet in staat geweest om een akkoord te bereiken over landelijke normen voor geluid en de slagschaduw van windmolens op land, waardoor die ontwikkeling stil staat. Aftredend staatssecretaris van Milieu Chris Jansen (PVV) wilde de afstandsnorm tot huizen zelfs vergroten naar vier keer de tiphoogte van turbines, wat de bouw in het dichtbevolkte Nederland haast onmogelijk maakt. Zelfs werkgeversorganisatie VNO-NCW pleit daarom voor het afschaffen van een afstandsnorm.

Businesscase op zee niet goed

Op zee liggen aanbestedingen (tenders) voor windparken stil, omdat ontwikkelaars zich vanwege de hoge kosten en onvoorspelbare elektriciteitsmarkt niet meer inschrijven. Daarom willen ook investeerders niet meer instappen. Daarbovenop meldde netbeheerder TenneT dat de uitbreiding van het hoogspanningsnet dat al die windenergie moet transporteren, is vertraagd en dat netcongestie in het slechtste scenario tot 2035 zal duren.

‘De businesscase is op dit moment niet goed. Het is te duur geworden, waardoor het niet uit kan en de risico’s worden te hoog. Je bouwt een project voor twintig tot dertig jaar en de kans dat het niet goed afloopt, is op dit moment te groot. Daarom hebben we het gewoon even lastig’, erkent Vos. In zijn rekensom kost het bouwen van 1 gigawatt aan windparken 400 miljoen euro per jaar en levert het maar 300 miljoen op. ‘Dan kom je veel geld tekort’.

Volgens voorzitter Jan Vos van NedZero is de businesscase voor wind op zee momenteel niet goed. Foto André Oerlemans

Volgens voorzitter Jan Vos van NedZero is de businesscase voor wind op zee momenteel niet goed. Foto André Oerlemans

 

Windstroom ook belangrijk voor energie-onafhankelijkheid

Toch blijft NedZero hoopvol voor de toekomst. Nu al levert windenergie 30 procent van alle Nederlandse stroom. ‘Rond 2030 zal dat rond de 80 procent zijn. Die curve loopt door, ondanks alle ups and downs’, stelt Vos. ‘Wind is nu eenmaal een van de goedkoopste manieren om stroom op te wekken.’ Vanwege de oorlog van Rusland met Oekraïne en de protectionistische houding van de Amerikaanse president Donald Trump is windenergie volgens Vos ook steeds belangrijker voor Nederland om energie-onafhankelijk te worden.

Oproep tot actieplan

In het kader van de klimaatdoelen wil Nederland in 2032 voor 21 gigawatt aan windparken op zee hebben staan, maar met de huidige problemen is dat volgens de sector onhaalbaar. De tender voor windpark Nederwiek – met een vermogen van 1 gigawatt – is uitgesteld tot september en de eisen zijn versoepeld, omdat geen enkele ontwikkelaar interesse toonde. De tenders voor de kavels Gamma A en B in IJmuiden Ver zijn ook uitgesteld, wederom vanwege gebrek aan interesse van marktpartijen.

De Tweede Kamer riep het kabinet op 11 maart per motie op een actieplan te maken om van deze tenders alsnog een succes te maken. Brancheverenigingen NedZero en Energie Nederland kwamen daarop met aanbevelingen voor minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei om de impasse te doorbreken. Die variëren van het versoepelen van eisen, het schrappen van geplande invoedingstarieven voor stroom – die de kosten verder verhogen – tot financiële steun.

Voorlopig geen overheidssteun via CfD’s

Die financiële steun zou volgens de sector vooral moeten komen van zogeheten Contracts for Difference (CfD’s). Daarbij spreekt de overheid een bandbreedte voor de stroomprijs af met de onwikkelaar van een windpark. Zakken de prijzen door de ondergrens, dan betaalt het Rijk aan de ontwikkelaar het verschil. Als stroomprijzen de bovenkant van de bandbreedte doorbreken, dan mag de overheid de winst afromen.

‘We komen nu per jaar 50 tot 100 miljoen euro per gigawatt te kort, maar het neerzetten van een kerncentrale kost 40 miljard euro. Dat garantiemechanisme is dus niet duur voor Nederland en het levert heel veel op’, zegt Vos. Denemarken gebruikt ook CfD’s om 3 gigawatt aan vastzittende aanbestedingen los te trekken.

In haar Kamerbrief van 16 mei meldde minister Hermans dat het actieplan na de zomer klaar is, maar ze gaf al wel aan dat subsidie via CfD’s pas vanaf 2027 mogelijk wordt. Dit jaar gaat het kabinet dat middel niet meer inzetten. Begin juni reageerde de sector op die Kamerbrief met een oproep om haast te maken met wind op zee en CfD’s zo snel mogelijk te introduceren. In de tussentijd zou subsidie via de bestaande SDE++-regeling mogelijk moeten zijn.

Dan maar naar Spanje of Portugal?

Als de Noordzee niet meer aantrekkelijk is voor Nederlandse windparkbouwers, kunnen ze misschien uitwijken naar Spanje en Portugal. In 2030 willen die landen 1 tot 3 gigawatt (Spanje) en 2 gigawatt (Portugal) aan windturbines op zee hebben staan. Om de kansen van Nederlandse bedrijven te vergroten start NedZero dit jaar een zogeheten Partners in International Business (PIB)-programma voor die landen.

Zo’n programma is een samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en bedrijven. Vanwege de diepe zeebodems zullen die windparken in Spanje en Portugal vooral uit drijvende windturbines bestaan, iets waar Nederlandse bedrijven nog weinig ervaring mee hebben. ‘Floating wind staat hier nog in de kinderschoenen, dus is het voor ons verstandig om daar tijdig in te stappen’, gaf Brennus van Os van NedZero donderdag aan. Volgens hem is er veel interesse voor het internationale programma vanuit het bedrijfsleven.

Volop kansen voor Nederlandse bedrijven

Ter voorbereiding op het PIB-programma heeft consultant AFRY een marktonderzoek gedaan naar de kansen voor de Nederlandse sector in Spanje en Portugal. Die resultaten werden tijdens WindDay bekendgemaakt. Uit het onderzoek blijkt dat de landen zelf nog veel moeten investeren in havens en infrastructuur, ook al hebben ze elk al vier windgebieden op zee aangewezen.

In Spanje staat voor dit jaar pas de eerste kleine tender gepland. Portugal heeft sinds 2020 zijn eerste drijvende windpark van 25 megawatt en de eerste nieuwe tender moet eind dit jaar starten. Over een paar jaar worden daarvoor CfD’s toegekend. Nederlandse bedrijven kunnen vooral een rol spelen bij het ontwerpen, bouwen en installeren van windparken, het leggen van de benodigde kabels en het uitbreiden van de havens. ‘Ook hebben we veel innovators op het gebied van floating wind. Voor hen is het heel mooi de samenwerking op te zoeken met die landen’, aldus Imke Maassen van den Brink van AFRY.

Lees ook:

Daan Remarque op Transition2025: ‘Pessimisme is besmettelijk, optimisme is aanstekelijk’

Hoe ga je van moeten naar willen? “Omdat we in een democratie leven, moeten we niet inzetten op moeten, maar op willen. Hoe harder je roept dat het moet, des te minder mensen willen luisteren,” stelt Remarque. Hij vergelijkt het met waarschuwingen op sigarettenpakjes: ‘Je wordt impotent, je krijgt kanker.’ Toch blijven mensen roken. “Simpelweg omdat een belerend vingertje averechts werkt. En in een democratie kunnen mensen ook stemmen op degene waarvan het niet hoeft. Dat hebben ze ook gedaan.”Volgens Remarque moet je inspelen op de overtuigingen van mensen en het klimaatverhaal daarin laten passen. “Respecteer dat mensen anders denken en wees empathisch. Essent zegt daarom niet: 'Je moet energie besparen.' Ze zeggen: 'Wil jij besparen op energie?' en 'Lekker verdienen aan het zonnetje.' Dat spreekt iedereen aan. Of je nu groen bent of niet.” Transition2025: ontmoet peers en pro's in de duurzame transitieDaan Remarque is een van de hoofdsprekers tijdens de eerste editie van Transition 2025, het nieuwe event voor professionals die werken aan de duurzame transitie. Andere sprekers zijn onder meer Hans Stegeman (Chief economist Triodos Bank), Tom Peeters (ceo Crisp), Rinke Zonneveld (ceo Invest-NL), Marianne van Keep (Chief sustainability officer Verstegen Spices & Sauces) en Jacqueline van den Ende (oprichter Carbon Equity). Wil je erbij zijn? Bestel hier snel je tickets.Maar hoe neem je mensen mee in een verhaal van vooruitgang? De energietransitie wordt vaak gepresenteerd als een noodzakelijk offer, terwijl het in werkelijkheid een technologische revolutie is. “Elektrische auto’s worden niet gekocht omdat ze groen zijn, maar omdat ze simpelweg beter zijn. Ze trekken sneller op, zijn stiller en moderner. En de buurman rijdt nog in de auto van gisteren, met een uitlaat en een lawaaiige motor vol bewegende onderdelen die kapot kunnen.”Als verandering wordt gepresenteerd als een verbetering, gaan mensen vanzelf mee, zegt Remarque. Schonere lucht, veiliger wonen, een gezondere wereld: het zijn voordelen waar niemand tegen kan zijn. Bovendien levert de transitie groei en nieuwe banen op. Percentagedoelstellingen, zoals een bepaald percentage minder stikstof of CO₂, zijn daarentegen abstract en weinig inspirerend. “Daar wordt niemand opgewonden van.” Hoe laat je de twijfelaars de laatste stap zetten? Hoe maak je het wél aantrekkelijk voor ze? Hij noemt als voorbeeld de OV-fiets, een middel dat het laatste stukje van een reis moeiteloos verduurzaamt. “Zonnepanelen zijn een ander goed voorbeeld. Dankzij subsidies en salderingsregelingen zijn ze financieel aantrekkelijk geworden, waardoor Nederland meer zonnepanelen op de daken heeft dan zonnige landen als Spanje en Italië.”Maar zodra regelgeving verandert en financiële voordelen verdwijnen, zoals bij de zonnepanelen, worden mensen terughoudend. “Terwijl je nog steeds je investering in acht jaar eruit haalt en daarna zeventien jaar lang gratis elektriciteit hebt.” Hetzelfde principe geldt voor elektrische auto’s en energiezuinige apparaten. Hoe duidelijker het voordeel, hoe sneller de overstap. Maar hoe wint een duurzaam product de massa voor zich? Duurzame producten winnen pas echt terrein als ze minstens zo aantrekkelijk zijn als hun niet-duurzame alternatieven. Een duurzame keuze moet niet alleen goed voelen, maar vooral goed werken, stelt Remarque.Hij noemt diverse voorbeelden van succesvolle bedrijven met een sterke duurzame propositie. Auto’s van KIA en Hyundai zijn niet alleen emissieloos, maar ook betaalbaar, goed gedesigned en bieden goede prestaties. Tony’s Chocolonely scoort niet alleen met een eerlijk verhaal, maar ook met een uitgesproken merkidentiteit en vernieuwende smaken. Oatly Barista is niet alleen een plantaardig alternatief, maar wordt ook gepositioneerd als perfect voor koffieliefhebbers.“Je moet duurzaamheid niet verkopen als een morele verplichting, maar als een upgrade,” zegt Remarque. “Slechts een kleine groep koopt een nieuw product omdat het ‘beter is voor de planeet’. De massa koopt producten primair omdat het beter is voor henzelf. Dat het ook goed is voor het klimaat is mooi meegenomen, en dus hebben duurzame producten bij gelijke prestaties, wel degelijk een streepje voor.” Van urgency naar agency Remarque pleit voor een positieve benadering. Mensen begrijpen heus wel dat het klimaatprobleem urgent is, maar als ze constant te horen krijgen dat het te laat is, haken ze af. Het gevoel dat er niets meer aan te doen is, werkt verlammend.“Kris de Meyer, directeur van de Climate Action Unit aan University College London, zegt: ‘Er is genoeg urgency, maar te weinig agency’. Mensen weten echt wel dat het klimaat urgent is. Maar als ze constant te horen krijgen dat het te laat is, haken ze af. Dan denken ze: waarom zou ik mijn best doen? We gaan toch naar de haaien.”Volgens onderzoek van Climate Action Unit (UCL) willen mensen liever lezen over 'climate doing' dan over 'climate concern'. Ze willen zien wat er nú al gebeurt en welke mogelijkheden er zijn. “Mensen worden niet warm van 'minder vliegen', 'minder vlees' en 'minder kopen'. Dat is een ongezellig verhaal. Ze willen vooruitgang. Een schonere wereld, niet een kleinere. En daar moeten we het over hebben. Niet over wat niet meer kan, maar over wat beter kan.” Hoe krijg je dit voor elkaar in tijden van polarisatie? De energietransitie gaat niet vanzelf, zeker niet in een gepolariseerd debat. Maar Remarque noemt hoopvolle voorbeelden: “In het Verenigd Koninkrijk heeft Labour een slimme aanpak gekozen: een van hun vijf speerpunten is ‘Make Great Britain a Clean Energy Superpower’. Die framing werkt.”“Schoon wil iedereen. Veilig wil iedereen. Gezond wil iedereen. En nationale trots hebben we ook allemaal,” aldus Remarque. Door duurzaamheid te koppelen aan positieve, universele waarden, wordt het iets waar mensen zich mee willen identificeren. En daar ligt de sleutel tot echte verandering. Lees ook:Gaat ESG ondergronds? Changemaker Maikel van Wissen (Advocates for the Future): ‘Je moet je kop niet in het zand steken’ Wat vraagt de duurzame transitie van leiders? ‘Een andere houding dan uitstralen dat je het allemaal wel weet’