Kaz Schonebeek 02 juli 2025, 11:36

Energie uit de getijden: SeaQurrent spreidt zijn onderwater vleugels

In Drachten werkt SeaQurrent aan de ontwikkeling van een moderne, kosteneffectieve technologie voor getijdenenergie. Het doel? Binnen tien jaar een volledig levensvatbare energieoplossing op de markt brengen.

De onderwatervlieger beweegt in achtjes onder de water op de stroom van getijden. De onderwatervlieger beweegt in achtjes onder de water op de stroom van getijden. | Credits: SeaQurrent

Dat duurzame energie niet alleen boven zeeniveau opgewekt kan worden, bewijst de TidalKite — een grote ‘onderwatervlieger’. Deze technologie benut waterstromen op efficiënte wijze om een constante en betrouwbare stroom elektriciteit te genereren. Op die manier wordt energie opwekken economisch haalbaar, bij zowel sterke als zwakkere getijdenstromen.

Altijd groene stroom beschikbaar

De TidalKite beweegt zich door de onderwaterstroom, vergelijkbaar met hoe een vlieger door de lucht zweeft. Het huidige demonstratiemodel bestaat uit een frame dat aan de zeebodem is verankerd, met een vlieger van 9 meter hoog en 16 meter breed. De kracht van de stroom zorgt voor een trekkende beweging, die vervolgens wordt omgezet in elektriciteit.

De technologie biedt twee belangrijke voordelen ten opzichte van zonne- en windenergie: constante beschikbaarheid en geen visuele impact. ‘Getijden zijn voor 100 procent voorspelbaar’, zegt Maurtis Alberda, medeoprichter van SeaQurrent. ‘Ze treden dag en nacht, het hele jaar door op. In theorie kunnen we de energieopbrengst per uur een eeuw vooruit voorspellen.’ De TidalKite biedt ook een oplossing voor de beruchte ‘Dunkelflaute’ — perioden waarin zowel zon als wind tekortschieten. Wanneer zonne- en windopwekking terugvallen en de energieprijzen stijgen, levert getijdenenergie betrouwbare stroom.

De weg naar opschaling

De stabiele hernieuwbare energieopwekking trekt de aandacht van diverse sectoren, waaronder datacenters. In samenwerking met Iron Mountain Data Centers onderzoekt SeaQurrent hoe de TidalKite kan bijdragen aan het verduurzamen van de Nederlandse datacenters van het bedrijf.

‘Onze samenwerking met SeaQurrent sluit aan op onze behoefte aan voorspelbare, lokaal opgewekte hernieuwbare energie. Dat kunnen zonne- en windenergie niet altijd in dezelfde mate bieden’, zegt Martijn van Wijngaarden, verantwoordelijk voor hernieuwbare elektriciteit bij Iron Mountain Data Centers. Hij benadrukt het belang van een mix van hernieuwbare én betrouwbare energiebronnen. ‘Het gevorderde ontwikkelstadium en de tastbare oplossing die SeaQurrent nu al biedt, spreken ons bijzonder aan.’

Nu pionieren met kritieke infrastructuur

‘We zitten in een spannend stadium van onze technologische ontwikkeling, en onze samenwerking met Iron Mountain Data Centers bevestigt dat’, zegt Alberda. ‘Na het demonstreren van ons systeem op representatieve schaal in een netgekoppelde omgeving, kunnen we nu pionieren met hoe getijdenenergie niet alleen datacenters, maar ook andere kritieke infrastructuur en industrieën kan voorzien van energie. Deze samenwerking toont aan hoe koplopers in de industrie de toekomst van schone, betrouwbare elektriciteit vormgeven.’

Volgens Alberda werkt de samenwerking als een versneller. ‘Nauwe samenwerking met investeerders, leveranciers en klanten helpt ons om sneller op de markt te komen en projecten efficiënter te realiseren. We zijn ook in gesprek met beleidsmakers om TidalKite-parken af te stemmen op opkomende netaansluitingszones en locaties met voorafgaande vergunningen, zoals Morlais in het VK, waar regionale planning en financiering al in gang zijn gezet.’

De eerste TidalKite, met een capaciteit van 0,5 megawatt, kan genoeg elektriciteit leveren voor ongeveer zevenhonderd huishoudens. Door meerdere vliegers in een raster op de zeebodem te plaatsen, kan de technologie efficiënt worden opgeschaald. ‘In Nederland kunnen we bijvoorbeeld een significante regionale impact hebben. Door ongeveer 50.000 huishoudens in de Waddenregio van groene stroom te voorzien. Zodra we opgeschaald zijn met multi-vliegerparken, leveren we een substantiële bijdrage aan de duurzaamheidsdoelen.’

Investeren in een doorbraak

Om de technologie verder op te schalen, is voortdurende financiële steun essentieel. In 2022 haalde SeaQurrent 4,8 miljoen euro op bij een groep impactgerichte investeerders, waaronder InnoEnergy, dat ook aandeelhouder werd. Dit Europese innovatieplatform biedt niet alleen kapitaal, maar ook strategische ondersteuning en een waardevol netwerk. ‘Doorbraaktechnologie op het gebied van energie ontwikkelen kost tijd en geld’, aldus Alberda. ‘Daarom hebben we investeerders nodig die een langetermijnvisie delen en meer bieden dan alleen financiering.’

‘Bij InnoEnergy bouwen we partnerschappen met bedrijven zoals SeaQurrent, die het energielandschap van Europa opnieuw vormgeven’, legt Jacob Ruiter, ceo Benelux van InnoEnergy, uit. ‘Innovators ondersteunen van laboratorium tot markt is essentieel als we op grote schaal echte klimaatimpact willen maken. De TidalKite-technologie van SeaQurrent toont hoe een Europees ecosysteem van betrokken investeerders, industriële partners en moedige ondernemers doorbraaktechnologie tot leven kan brengen. Zo zorgen we voor zowel energiezekerheid als economisch leiderschap in het tijdperk van cleantech.’

Naast financiering biedt InnoEnergy ook praktische ondersteuning, variërend van advies over intellectueel eigendom en trainingen tot coaching en toegang tot talent. ‘Hun netwerk opent deuren die anders gesloten zouden blijven’, zegt Alberda. ‘Dat versnelt onze weg naar grootschalige toepassing.’

Internationale kansen

Hoewel SeaQurrent momenteel actief is in Noord-Nederland, kijkt het bedrijf ook over de grenzen heen. Ierland laat bijvoorbeeld het wereldwijde potentieel van de TidalKite zien: de getijdenstromen zijn daar te zwak voor traditionele getijdentechnologieën, maar ideaal voor het ontwerp van SeaQurrent. Dit opent de deur naar ongeveer 8 gigawatt aan nog onbenutte energie. ‘Ierland laat zien wat wereldwijd mogelijk is’, zegt Alberda. ‘Markten zoals het VK, Frankrijk en Canada bieden eveneens veelbelovende kansen.’

De EU classificeert de TidalKite als een “innovatieve hernieuwbare technologie” vanwege de hoge voorspelbaarheid en bijdrage aan netbalancering. SeaQurrent wil bijdragen aan de innovatie- en energiedoelen van Europa: 100 megawatt oceaanenergie in 2027, 1 gigawatt in 2030 en 40 gigawatt in 2050. Het uiteindelijke doel is dat mariene energie 10 procent van de Europese elektriciteitsvraag dekt — waarmee Europa stevig gepositioneerd wordt als wereldleider in de blauwe economie.

Ameland als proeftuin

SeaQurrent vond zijn oorsprong in de Waddenzee. In 2024 werd de eerste volledig operationele TidalKite geïnstalleerd nabij Ameland. Een passende locatie, vindt Alberda. ‘Er is een sterke lokale motivatie om getijdenenergie te verkennen. De eilanders leven met en van de zee. Zelfs voordat wij ons op Ameland richtten, toonden de lokale energiecoöperatie al interesse.’

‘In een beschermd gebied zoals het Waddengebied zijn onopvallende oplossingen belangrijk. De onzichtbare aanwezigheid, betrouwbaarheid en minimale ecologische voetafdruk van de TidalKite maken het een goede match’, zegt Alberda. In samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en anderen heeft SeaQurrent hard gemaakt dat de impact op bodembewonende ecosystemen en zeeleven verwaarloosbaar is. Dat is een belangrijke eis voor toekomstige opschaling in ecologisch gevoelige zones.

Na succesvolle tests op de Amelander testlocatie is de technologie nu klaar voor commerciële toepassing, met de samenwerking met Iron Mountain Data Centers als eerste belangrijke mijlpaal.

Alberda besluit: ‘TidalKite is een betrouwbare sleutel tot schone energie, 24 uur per dag, 7 dagen in de week. We richten ons nu op de opschaling van het eerste demonstratieproject naar commerciële toepassingen in een vroeg stadium. Dat begint op locaties die al vergunningen hebben en met een aantal partners met een 24/7-energievraag. Voor hen is een voorspelbare basislaststroom het meest waardevol. Verder staan we open voor gesprekken met potentiële partners om toekomstige ambities op elkaar af te stemmen.’

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner nlmtd. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Lees ook:

Changemaker Guido Mensink (Gedachtegoed): 'Met duurzaam vastgoed voel je grote verantwoordelijkheid om een plek beter achter te laten'

Hoelang ben je bezig geweest met dit project?‘Ik ben er in 2017 voor het eerst mee in aanraking gekomen en in 2019 is Gedachtegoed mede-eigenaar geworden van het G.T. van der Bijl terrein, waar houtzaagmolen De Otter uit 1631 staat.Het is de oudste houtzaagmolen ter wereld en je kunt zeggen dat dit de bakermat is van het florerende Holland van de zeventiende eeuw. Door nieuwe houtzaagtechnieken kon De Republiek destijds sneller hout zagen dan welk ander Europees land dan ook. Dat vormde de basis voor de enorme vloot uit die tijd, waarmee men producten van heinde en verre naar Amsterdam kon halen. Dus ook voor de stad zelf is deze industrie cruciaal geweest.’Hoe zit het exploitatiemodel van het terrein eruit?‘We hebben het vastgoed gekocht met het idee om dit terrein duurzaam en toekomstbestendig te ontwikkelen, zowel voor de komende tien tot twintig jaar, als voor de komende honderd jaar en daarna. De zagerij van de molen levert houtpulp en die wordt in de Amsterdamse houthavens met de hand verwerkt tot zeep. We gebruiken op die manier een circulaire reststroom.De opbrengsten van de zeep zijn niet voldoende om het project kostendekkend te maken. De verhuur van de bedrijfsruimtes en opstallen op het terrein zorgen voor de cashflow. Voor de langere termijn willen we nog meer activiteiten organiseren op de locatie. We doen er alles aan om de oudste nog werkende houtzaagmolen weer permanent te laten draaien en dit rijksmonument openbaar toegankelijk te maken voor de huidige en toekomstige generaties.’En welke plannen zijn er verder?‘Het idee is om een museum in te richten over de geschiedenis van deze locatie, maar ook om een loods bruikbaar te maken voor bijeenkomsten, een restaurant te openen en enkele hotelkamers te maken. Voor de zagerij van de molen wordt hout uit de omgeving gebruikt, bijvoorbeeld als er na een storm in het Vondelpark afgebroken takken zijn. We krijgen vooral aanvragen van ambachtelijke meubelmakers, die graag gezaagd hout willen met een bijzonder verhaal.[caption id="attachment_160952" align="aligncenter" width="900"] Molen De Otter op het G.T. van der Bijl terrein in Amsterdam-West. Foto: Jan Jaap Hubeek[/caption]Wat was de grootste uitdaging bij dit project?'Het managen van alle belangen is het lastigste aspect. Het gaat om cultureel erfgoed, op een locatie in het centrum van Amsterdam die voor veel mensen terecht een symbolische waarde heeft. Dan krijg je een hoop verhalen en meningen over waar het naartoe zou moeten, iets waar we zorgvuldig mee moeten omgaan. Bovendien heb je te maken met veel wet- en regelgeving.Vervolgens is er ook nog je eigen ambitie en die van onze missiegedreven partners over hoe je dit toekomstbestendig wilt inrichten voor nieuwe generaties. Stop dat allemaal bij elkaar en je hebt een complex verhaal. De kunst is dan om ervoor te zorgen dat alle betrokkenen zich gehoord voelen, terwijl je tegelijk probeert om voortgang te boeken om naar een einddoel te werken: een aantrekkelijk, duurzaam en financieel haalbaar project.De innovatieprijs van Provada zien we als een grote erkenning voor jarenlang hard werken en ook als een compliment aan alle deskundigen waarmee we samengewerkt hebben om dit project tot wasdom te laten komen.’Je profileert je met Gedachtegoed als urbanisator. Wat is het verschil met een projectontwikkelaar?‘Bij een projectontwikkeling draait het om redelijk strak afgekaderde opdrachten. Het woord urbanisator benadrukt dat je verder kijkt dan puur en alleen het project zelf. Bij Gedachtegoed noemen we dat de ‘hardware’ en ‘software’ van een locatie: dus aan de ene kant het gebouw zelf en de technische invulling. Aan de andere kant gaat het om zaken als de impact op omgeving, de symbolische binding met een plek en de gevoelswaarde. Als je de regierol zo invult dat je dat goed bij elkaar brengt, heb je mooi project.’Gedachtegoed is specialist in duurzame herontwikkeling, maar doet ook nieuwbouwprojecten. Hoe verschillen die twee van elkaar?‘Het vertrekpunt is anders. Bij herontwikkeling kijk je meer vanuit de softwarekant naar haalbaarheid en bij nieuwbouw meer vanuit de hardware.Zo moesten er bij het molenterrein dakpannen worden gedemonteerd, schoongemaakt en teruggeplaatst. Uiteindelijk bleek dat veel oude pannen te broos waren. Toen hebben we een paar oude pannen in de auto gegooid en zijn naar Friesland gereden om bij een tweedehands bouwmateriaalwinkel te kijken welk type dakpan het dichtst in de buurt kwam van de originele dakpannen. Uiteindelijk hebben we zo 14.000 vergelijkbare dakpannen gevonden. Die mate van focus op hergebruik en duurzaamheid is bij bestaande projecten sterker dan bij nieuwbouw.’Is dat een rode draad in je werk?'Ja, in zekere zin wel. We vinden geworteldheid, het DNA van een omgeving, de verhalen uit de buurt en de verwachtingen voor de komende honderd jaar en daarna erg belangrijk. Je hebt een grote verantwoordelijkheid om een plek beter achter te laten dan wat je aantrof. Dat is een belangrijk uitgangspunt. ‘Wat zijn partijen met wie je graag samenwerkt?‘Dat is projectafhankelijk. Als het gaat om erfgoed, zoals bij molenterrein De Otter, dan wil je wel met partners werken die dezelfde missie hebben. Dus partijen voor wie maatschappelijk ontwikkelen een belangrijk aspect is. In dit geval gaat het dan om partners zoals Triodos Bank, het Nationaal Restauratiefonds en De Groene Grachten. Die begrijpen hoe ontzettend ingewikkeld het is om zo’n binnenstedelijke gebiedsontwikkeling op te pakken.Bij een project dat over meerdere jaren loopt, wil je ook schouder aan schouder staan, want je krijgt te maken met verschillende politieke stromingen, economische schommelingen en uiteenlopende financiële tijdsperspectieven. Het is dan belangrijk dat je met elkaar het geloof behoudt, dat je een bepaald einddoel wilt bereiken. Als dat het geval is, komt het uiteindelijk goed.’ Lees ook:Changemaker Rosalinde Klein Woolthuis (Damen Shipyards): 'In de scheepvaart bestaat niet één oplossing Changemaker Birgit Dekkers (Rival Foods): 'Retailers pakken relatief hoge marge op vleesvervangers' Changemaker Femke van Es (Efteling): ‘Een toekomstbestendig attractiepark moet zijn zaken op orde hebben’