Jeroen de Boer
04 februari 2026, 11:00

Changemaker Koen Mulders (Currentt): 'Het energiesysteem transformeren is meer dan techniek, het moet voor iedereen kloppen'

Met een innovatieve oplossing voor slimmere afstemming van elektriciteitsverbruik en -opwek achter de meter wil cleantechbedrijf Currentt bijdragen aan een duurzamer energiesysteem.  ‘Je moet met verschillende partijen optrekken om een nieuw ecosysteem te creëren’, zegt ceo Koen Mulders.

Ceo en mede-oprichter Koen Mulders van Currentt Koen Mulders: 'Er is een sterk momentum, dat geeft veel energie.' | Credits: Currentt / Bewerking Change Inc.

‘Ja, de Navigator hangt ook bij mij thuis in de meterkast’, zegt ceo en mede-oprichter Koen Mulders van startup Currentt glimlachend. Het ruim twee jaar oude cleantechbedrijf biedt een geïntegreerd soft- en hardwaresysteem aan voor energiemanagement.

De oplossing van Currentt is bedoeld voor particulieren, woningbouwcoöperaties en mkb-bedrijven die verschillende apparaten lokaal op elkaar willen afstemmen met slimme sturing: van zonnepanelen en warmtepompen tot laadpalen voor elektrische auto’s en thuisbatterijen.

Met het wegvallen van de salderingsregeling voor zonnepanelen vanaf 2027 wordt het voor particulieren belangrijker om zelf opgewekte zonne-energie zo veel mogelijk zelf te gebruiken. Voor bedrijven kan optimalisatie achter de meter onder meer helpen om problemen met netcongestie te verlichten. Ook woningbouwcorporaties lopen daar tegenaan: zij moeten verduurzamen, maar worden beperkt door de netcapaciteit. Lokale sturing in de meterkast biedt kansen om bestaande aansluitingen efficiënter te benutten en stroomverbruik te verduurzamen.

Afgelopen jaar haalde Currentt nieuwe groeifinanciering op en in november 2025 won de startup de KVK Award voor meest veelbelovende innovatie voor de energietransitie. Eerder dat jaar ontving het bedrijf al de Best Innovation Award 2025 op de vakbeurs Solar Solutions.

Voordat je met Currentt begon, had je al een carrière van 20 jaar bij Philips. Hoe heeft die ervaring je geholpen?

‘Philips is een unieke leerschool geweest. Ik heb daar meer dan tien verschillende rollen gehad. Dat liep van productmanagement en fusie- en overnameactiviteiten, tot uiteindelijk de wereldwijde eindverantwoordelijkheid voor een hele categorie bij de consumentenproducten. Daardoor kwam ik in aanraking met veel expertisegebieden, zoals ontwerp en innovatie, marketing en commercie, inkoopketens, finance, hr en teamleiderschap.

Bij het ontwikkelen van nieuwe producten gaat het niet alleen om marktonderzoek en het identificeren van waardevolle innovaties. Het gaat er ook om hoe je een verhaal overbrengt naar potentiële klanten, hoe je teams samenstelt en motiveert, en de operationele en commerciële kant organiseert.

Ik functioneerde bij Philips vaak als een soort ‘interpreneur’ en mocht nieuwe categorieën opzetten, die gezamenlijk inmiddels een omzet van meer dan 1 miljard euro genereren. Dat heeft me een enorm waardevolle ervaring opgeleverd die ik nu inzet als ondernemer. Ik heb geleerd hoe je mogelijkheden kunt creëren door complexiteit te doorgronden. Dat helpt om sneller stappen te maken bij het omzetten van een idee naar de concrete uitvoering.’

Het energiemanagementsysteem van Currentt is nadrukkelijk gericht op de duurzame energietransitie. Speelde dat eerder in je carrière al een rol?

‘Tijdens mijn studie industrieel ontwerpen in Delft was ik steeds nieuwsgierig naar hoe dingen werken en beter kunnen, ook met het oog op duurzaamheid. Mijn afstudeerproject ging over een duurzaam kledingconcept, al stond dat thema destijds nog niet zo prominent op de agenda als nu.

Toen ik bij Philips werkte nam ik duurzaamheid altijd mee in de productontwikkeling. Ik keek bijvoorbeeld naar de mogelijkheden van verpakkingsmateriaal zonder piepschuim, of batterijen in apparaten die langer meegingen dan die van de concurrentie. Gezien de grote volumes kun je dan met relatief kleine aanpassingen veel impact hebben.’

Wat was je belangrijkste motivatie om Currentt te starten?

‘Ik wilde iets doen waarbij de duurzame positieve impact echt op de eerste plaats zou staan. Maar dan wel met een schaalbare businesscase waarmee je grote groepen kunt bereiken. Niet enkele tientallen consumenten en bedrijven, maar duizenden of miljoenen.

Met mede-oprichters Rick Goud en Mark van de Brink hebben we hard gewerkt om de complexiteit van de energietransitie te doorgronden en dat om te zetten naar een concreet en relevant idee.’

Wat onderscheidt jullie oplossing, de Currentt Navigator, van andere energiemanagementsystemen?

‘Technisch is dat de lokale aanpak. Je kunt bij energiemanagementsystemen een onderscheid maken op basis van twee criteria. Zit de hardware in het gebouw zelf of daarbuiten? En: is het hart van het sturingsmechanisme lokaal geïntegreerd of gaan de data via een internetverbinding naar de cloud en worden verschillende apparaten vervolgens van daaruit aangestuurd?

Bij de Currentt Navigator is de hardware lokaal in de meterkast geplaatst en vindt de aansturing ook volledig lokaal plaats. Het systeem blijft dus werken als het internet uitvalt. Door deze opzet kunnen we ook meer apparaten van verschillende merken en types met elkaar verbinden, waardoor je extra sturingsmogelijkheden hebt en het systeem stabiel en veilig functioneert.’

Merk je dat klanten extra waarde hechten aan veiligheid met de huidige zorgen over de stabiliteit van het stroomnet en de geopolitieke spanningen in de wereld?

‘Dat speelt op verschillende manieren. Sommige particulieren hechten sterk aan dataprivacy en daarnaast leeft ook de behoefte om minder afhankelijk te zijn van prijzen van energieleveranciers. Verder is er meer aandacht voor de stabiliteit van het elektriciteitsnet en het risico op storingen. Zeker nu een grotere rol voor elektrische auto’s en warmtepompen ervoor zorgt dat het elektriciteitsverbruik toeneemt.

Hoe meer je zelfvoorzienend kunt zijn met eigen zonnepanelen, batterijopslag, een warmtepomp en laadpalen, des te belangrijker wordt het om verschillende apparaten optimaal op elkaar af te stemmen.

Voor bedrijven speelt ook dat de operatie moet kunnen doorgaan als er problemen zijn met het internet of de stabiliteit van het elektriciteitsnet. Als je lokaal energie produceert en verbruikt en dat ook plaatselijk aanstuurt, biedt dat meer stabiliteit en verhoog je de cyberveiligheid.’

Hoe kijk je terug op wat jullie het afgelopen anderhalf jaar met Currentt hebben bereikt?

‘We hebben de stap gezet van concept naar een concreet product dat in Nederland wordt geproduceerd. Daarvoor zien we veel interesse bij particulieren, mkb-bedrijven, woningbouwcoöperaties en installateurs. Verder hebben we afgelopen jaar een mooi team gebouwd, een investeringsronde gedaan en twee innovatie-awards gewonnen. Er is een sterk momentum en dat geeft veel energie.’

Wat wil je de komende twee tot drie jaar bereiken?

‘We willen verder opschalen en klanten zo enthousiast krijgen dat ze ons product aan anderen aanbevelen. Dit jaar ligt de focus op Nederland, want Nederland is wereldwijd koploper met geïnstalleerde zonnepanelen én problemen met netcongestie. Beter energiemanagement kan in die situatie bij uitstek oplossingen bieden.

Vanaf 2027 willen we verder uitbreiden naar België en Duitsland, als groeiend bedrijf met een positieve impact op de ontwikkeling van duurzame energie.’

Met wie wil je graag nog samenwerken?

‘We doen al veel met commerciële partijen die kansen zien voor ons product. Afgelopen jaar heb ik ook het platform Nederland Innoveert opgericht, dat technologiebedrijven en installateurs bijeenbrengt om intensiever samen te werken.

De uitdaging ligt vooral bij beleid. Energiemanagement wordt erkend als belangrijke oplossing voor netcongestie en flexibilisering van de energiemarkt. Maar de uitvoering van beleid bij de overheid verloopt vaak traag en bij netbeheerders zie je iets vergelijkbaars.

Als je impact wilt hebben, gaat het niet alleen om de techniek. Je moet ook zorgen dat je de samenleving meekrijgt om gedrag te veranderen. Het is dan belangrijk om met verschillende partijen op te trekken om een nieuw ecosysteem te creëren, waarmee je het energiesysteem kunt transformeren.

Energiemanagement gaat om verbinding, zowel technisch als maatschappelijk. Dat betekent dat je diverse belanghebbenden op één lijn moet zien te krijgen: particulieren, bedrijven, netbeheerders en de overheid. Het moet voor iedereen kloppen.’

Lees ook:

Jouw restafval zit vol grondstoffen: vier materiaalstromen die nu al circulair kunnen zijn

Organisaties staan voor een forse uitdaging: het verminderen van het gebruik van grondstoffen en het sluiten van grondstofketens. We moeten bewegen naar een circulaire economie. Door te kiezen voor bijvoorbeeld recycling en hergebruik van materialen, worden waardevolle grondstoffen gespaard en neemt de hoeveelheid restafval flink af.Bronscheiding van papier, karton of plastic is inmiddels ‘gewoon’. Toch valt er echt meer te halen uit bedrijfsafval. Zo zijn er bij ieder bedrijf nog meer waardevolle materiaalstromen die geen afval hoeven te zijn. Denk aan gebruikte kunststof emmers of papieren handdoekjes die we via recycling een tweede leven geven.Terwijl veel organisaties zoeken naar manieren om restafval terug te dringen en te voldoen aan CSRD-regels, blijven deze kansen op het gebied van recycling vaak onzichtbaar. Niet omdat het niet kan, maar omdat bedrijven niet weten wat er mogelijk is. Kansen Voor elk bedrijf geldt dat er mogelijkheden schuilen in het scheiden van zogenaamde monostromen: afvalstromen die bestaan uit één materiaalsoort: papieren handoekjes of kunststof emmers. Of door specifieke producten die zijn samengesteld uit meerdere materialen apart te houden, zoals laminaat of sandwichpanelen. In tegenstelling tot gemengd afval kunnen materiaalstromen prima worden hergebruikt of hoogwaardig worden gerecycled tot nieuwe grondstoffen. Ze leveren niet alleen milieuwinst -minder CO₂-uitstoot, minder grondstofverbruik- maar vertegenwoordigen ook een economische waarde. Hoe weet je welke monostromen en producten jouw bedrijf heeft? Maar hoe ontdek je als bedrijf welke andere waardevolle materiaalstromen nog in het restafval zitten? Een afvalanalyse brengt dat aan het licht: ‘Monostromen of specifieke producten zijn niet het eerste waaraan een bedrijf denkt wanneer ze starten met bronscheiding. En wellicht willen ze het wel, wanneer ze weten wat de opties zijn. Wanneer er een afvalanalyse wordt gedaan, heb je vrij snel inzicht waar de grootste winst te behalen valt,’ zegt Nout van Kempen, Chief Material Officer bij PreZero. ‘Dan kun je daaraan gaan werken. Of als er nog geen oplossing voor is, er samen naar op zoek gaan.’ Het mooie is: bedrijven hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. Voor steeds meer materiaalstromen bestaan al werkende oplossingen. Vier monostromen en producten waar nu al circulaire oplossingen voor zijn De afgelopen jaren zijn er diverse oplossingen ontwikkeld voor materiaalstromen die voorheen in het restafval verdwenen. Vier voorbeelden laten zien wat er al werkt: 1 Papieren handdoekjes: van wegwerpartikel naar nieuw zacht papier Ziekenhuizen, verzorgingshuizen, horecagelegenheden en kantoren gebruiken dagelijks duizenden papieren handdoekjes. In Nederland belanden jaarlijks ongeveer 10 miljard papieren handdoekjes in het afval. Samen goed voor 15.000 ton afval, 30.000 bomen en 65.000 ton CO₂-uitstoot.Door landelijke inzameling van deze papieren handdoekjes als monostroom, worden ze verwerkt tot nieuw, zacht papier. Of gipsvezelplaten voor in de bouw. Zo wordt hygiënisch afval grondstof. De techniek was er al, nu is de inzameling georganiseerd. Kleine volumes per locatie blijken samen groot genoeg voor structurele verwerking. Het resultaat: bedrijven reduceren hun restafval én dragen bij aan materiaalhergebruik. 2 Gebruikte emmers: van wegwerpen naar terugbrengen Kunststof verpakkingsemmers voor bijvoorbeeld saus, frituurvetten en verf eindigen meestal na gebruik in het restafval. Zonde, want dit materiaal is hoogwaardig te recyclen. Om het voor eindgebruikers zoals cafetaria’s in grote steden, hotelketens, industriële bedrijven en eenmanszaken zo eenvoudig mogelijk te maken, werken FIRE-OFF (onderdeel van Dijkstra Plastics) en PreZero al sinds 1 maart 2025 actief samen. Om zo veel mogelijk kunststof emmers een tweede leven te geven.Eloy van der Linde (directeur FIRE-OFF): ‘Eindgebruikers, zowel groot als klein, melden hun gebruikte emmers en deksels aan. Deze verpakkingen worden door PreZero of FIRE-OFF opgehaald en door FIRE-OFF hoogwaardig gerecycled tot grondstoffen. Dijkstra Plastics verwerkt deze grondstoffen vervolgens tot emmers van 100% gerecycled materiaal. Zo sluiten we samen de keten en besparen we per ingezamelde kilogram kunststof (PP) maar liefst 52% CO₂ in vergelijking met wanneer het materiaal in het restafval belandt.’Het toont de kracht van ketensamenwerking: als producent, gebruiker, inzamelaar en verwerker samenwerken, ontstaat een gesloten kringloop. Geen afval, maar een circulair product. 3 Sandwichpanelen: van complex naar schaalbaar Sandwichpanelen uit de bouw- en industriesector zijn volumineus en bestaan uit meerdere lagen: een buitenlaag van staal of aluminium met een laag isolatiemateriaal (PIR/PUR) ertussen. Om je even een beeld te geven: jaarlijks gebruiken we in Nederland meer dan 10 miljoen m2 aan sandwichpanelen voor bijvoorbeeld bouw van muren, daken en gevels van gebouwen. Aan het eind van de levensduur, komt dit materiaal als afval vrij.Voorheen werden alleen grote partijen panelen opgehaald door het bedrijf dat het materiaal kan verwerken, nu kunnen bedrijven ook sandwichpanelen in kleinere hoeveelheden bij PreZero aanleveren. Deze worden door PreZero op verschillende locaties in het land gebulkt voordat ze in grotere hoeveelheden naar de enige verwerker van sandwichpanelen in Nederland, InSus in Duiven, worden vervoerd.Jaap van Doorn, productmanager Bouw- en sloopafval PreZero: ‘De nieuwe inzamelingsaanpak zorgt ervoor dat de sandwichpanelen in een efficiënt recyclingproces terechtkomen. Dit laat zien hoe slimme logistiek kan bijdragen aan duurzame oplossingen voor de bouwsector.’ 4 Laminaat: van bouwafval naar grondstof voor nieuwe platen Jaarlijks komt er in Nederland circa 120.000 tot 140.000 ton aan laminaatvloeren vrij. Laminaat is een goed herkenbaar product dat voor een groot gedeelte uit High Density Fibreboard (HDF) bestaat. Een innovatieve techniek van het bedrijf Unilin op basis van stoomexplosie zorgt ervoor dat de lijmmoleculen in de HDF-resten gebroken worden en de houtvezels vrijkomen. Deze vezels kunnen weer ingezet worden in de productie van nieuwe HDF-platen.‘Nu er een oplossing is om dit materiaal te recyclen, hebben wij gekeken naar de mogelijkheden om het materiaal apart in te zamelen’ zegt Ruud Langenhuijsen, Productmanager Value Chain Hout bij PreZero.De gemeente Amsterdam startte als eerste met het apart inzamelen van laminaatvloeren bij hun recyclepunten. Nadat eerder dit jaar de kwaliteit van het ingezamelde materiaal positief was beoordeeld, levert de gemeente deze afvalstroom gescheiden aan PreZero en recyclet Unilin dit tot nieuwe grondstoffen. De pilot bracht meerdere factoren samen: de duurzaamheidsambitie van de gemeente, de samenwerking met PreZero, de innovatieve methode van Unilin en de goede kwaliteit van het ingezamelde materiaal. Wat maakt een circulaire oplossing voor specifieke materiaalstromen mogelijk? Een materiaalstroom wordt circulair als verschillende schakels goed op elkaar aansluiten. Er zijn een paar succesfactoren die bepalen of een stroom daadwerkelijk hergebruikt wordt. Georganiseerde inzameling Wie haalt het op? Hoe vaak? Via welke routes? Kleine volumes per locatie vragen om bundeling tussen meerdere bedrijven. Dat vraagt coördinatie en commitment om materiaal gescheiden aan te bieden. Beschikbare verwerkingstechnieken Er moet een verwerker zijn die het materiaal aanneemt en de juiste technologie heeft. Voor steeds meer materialen ontstaan verwerkingsroutes. Van papieren handdoekjes tot laminaat: de technieken worden ontwikkeld en bewezen. Wat een paar jaar geleden nog niet mogelijk was, werkt nu in de praktijk. Afzetmarkt voor secundair materiaal Gerecycled materiaal heeft alleen waarde als er afnemers zijn. Steeds meer producenten omarmen secundaire grondstoffen, gedreven door regelgeving, klantvraag en eigen duurzaamheidsdoelen. De markt groeit. Bedrijven die nu specifieke materiaalstromen aanbieden, leveren de grondstoffen voor de producten van morgen. Een werkende business case Bedrijven willen betaalbaar van hun afval af. Specifieke materiaalstromen zijn niet altijd goedkoper dan restafval, maar het verschil wordt kleiner. Door waardeherstel, CO₂-reductie en toenemende regelgeving wordt gescheiden inzameling steeds vaker rendabel. En voor bedrijven die nu investeren, geldt: ze bouwen kennis en netwerken op die straks concurrentievoordeel opleveren.Van Kempen van PreZero concludeert: ‘De business case klopt steeds vaker. Een goede ontwikkeling; we moeten minder afhankelijk worden van primaire grondstoffen. Maar daar zit ook een gevaarlijke tegenstelling. Want tegelijkertijd zien we dat het investeringsklimaat niet wordt ondersteund. We zien dat recyclingbedrijven moeite hebben om het hoofd boven water te houden.’Hij vervolgt: ‘Voor Nederland en Europa is het belangrijk om grondstoffen te behouden voor de toekomst, ook gezien de internationale ontwikkelingen. Ik hoop dat daar op korte termijn verandering in komt zodat er meer van dit soort mooie ketensamenwerkingen tot stand kunnen komen.’‘Bedrijven hebben een netwerk nodig, branchekennis en inzicht in de keten. We zien mooi herbruikbaar materiaal bij het restafval liggen, we weten waar de techniek is om dit te verwerken. Wij slaan een brug tussen klanten die dat materiaal kunnen scheiden en de verwerking.’Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner PreZero. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.