Maaike Kooijman
05 februari 2026, 15:15

Plantaardig dieet kan boeren miljarden kosten: 'Daar kunnen ze niet alleen voor opdraaien'

De wetenschap is er allang over uit: het dieet van de toekomst is (meer) plantaardig. Dat biedt kansen voor sommige boeren, maar kan andere in de financiële problemen brengen. Hoe voorkomen we dat?

GettyImages-1287373401 | Credits: Getty Images

‘Zonder boer in het land geen boodschappen in de mand.’ ‘Niet vergeten: zonder boeren geen eten.’ En natuurlijk: ‘No farmers, no food.’

De hevige boerenprotesten in Nederland mogen dan al even geleden zijn, op Europees niveau gaan ze onverminderd door. Richt de onvrede zich niet op stikstof, dan is er wel wat aan te merken op Europese regels of de nieuwe Mercosur-handelsdeal met Zuid-Amerika. De gemene deler: boeren zijn bang voor hun toekomst.

Helemaal onterecht is dat niet. Want regels die goed zijn voor de planeet, zijn voor boeren vaak financieel onvoordelig.

Tot € 255 miljard schade

Anniek Kortleve, promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen van de Universiteit Leiden, heeft die financiële risico’s voor het eerst gekwantificeerd in een vorige maand verschenen artikel. Wat blijkt: zouden alle Europeanen nu volledig plantaardig gaan eten, dan wordt liefst 255 miljard euro aan bezittingen van boeren potentieel waardeloos.

Anniek Kortleve, promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen van de Universiteit Leiden

Anniek Kortleve, promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen van de Universiteit Leiden.

Stranded assets, noemt Kortleve het: kapitaalinvesteringen die waardeloos worden. De onderzoeker keek specifiek naar vaste activa die nodig zijn voor de directe voedselproductie binnen Europa. Daaronder vallen gebouwen, machines en fokvee, plus materialen die nodig zijn voor de productie van veevoer. De waarde van land en van vlottende activa, waaronder voorraden en vee dat na enkele maanden geslacht wordt, liet ze buiten beschouwing, net als effecten buiten Europa.

Als we 9,5 procent minder dierlijke producten gaan consumeren in Europa, dan loopt 61 miljard euro aan vaste activa het risico waardeloos te worden, berekende Kortleve. Dat is 20 procent van het totaal aan vaste bezittingen. Melkmachines en veestallen die normaal nog jaren mee hadden gekund, zijn dan immers niet meer nodig: er is sprake van versnelde afschrijving.

Bij een reductie van 60 procent loopt het op tot 168 miljard euro (49 procent). Het gaat om het netto-effect: er is al gecorrigeerd voor de waarde die de extra vraag naar bijvoorbeeld peulvruchten, noten en groenten en fruit oplevert.

Nederland afhankelijk van melkproductie

De werkelijke impact verschilt per Europees land. Landen als Spanje en Italië staan erom bekend veel olijfolie, groenten en fruit te produceren, waar Nederland juist afhankelijker is van de export van melk. Laat dat nou juist een zeer kapitaalintensieve sector zijn, die daardoor extra kwetsbaar is.

Tegelijkertijd blijft zuivel in veel scenario’s relatief lang onderdeel van ons eetpatroon, zegt Kortleve. In totaal loopt in ons land tussen de 1,8 en 15 miljard euro aan bedrijfskapitaal het risico op waardeverlies, berekende ze.

Belangrijk te vermelden is dat de onderzoeker alleen keek naar afschrijvingen als gevolg van een verschuiving in consumptie. Ook extreem weer als gevolg van klimaatverandering is een risico voor de activa van boeren, maar dat is natuurlijk moeilijker te voorspellen.

De verdeling van activa in de huidige situatie vs. situaties waarin we minder of geen dierlijke producten eten. | Credits: Stranded assets in European agriculture during food system transformations, Nature Food, Kortleve et al. (2026)

Voordelen komen bij maatschappij

Het is een behoorlijk bedrag, knikt Kortleve. Ze spreekt van een zogenoemde lock-in: boeren hebben dusdanig veel geïnvesteerd dat ze niet zomaar kunnen overschakelen naar een duurzamer voedselsysteem. Dat is een grote belemmering voor de voedseltransitie.

Volgens Kortleve moet het systeem wel degelijk veranderen. ‘Maar het is niet eerlijk als boeren daar alleen voor moeten opdraaien.’ Want, benadrukt ze: de voordelen van een verschuiving richting plantaardig eten komen juist de hele maatschappij ten goede.

Denk aan een fikse reductie van uitstoot van broeikasgassen en schonere lucht, maar ook veel meer overgebleven ruimte en gezondheidsvoordelen. De scenario’s waar Kortleve mee werkt komen uit het befaamde rapport van de EAT–Lancet Commissie over gezond en duurzaam voedsel.

Wie draait op voor de kosten?

De grote vraag is: wie gaat het dán betalen? Daar is beleid voor nodig, stelt Kortleve. ‘Nu de bedragen gekwantificeerd zijn, kunnen we kijken wat we ermee doen. Denk aan financiële compensatie voor afschrijvingen van activa, en algemene steun voor boeren in de transitie. Als we daar nu al over nadenken, komt het straks minder als een verrassing.’

Daarvoor zou de EU het geld kunnen gebruiken dat nu naar vervuilende landbouwactiviteiten vloeit. Meer dan 80 procent van de landbouwsubsidies van de EU gaat naar de productie van dieren en hun voer, blijkt uit eerder onderzoek van Kortleve. ‘Wat als we die miljarden zouden gebruiken om boeren te stimuleren plantaardige producten te verbouwen?’

Bedrijven in energiesector wel gecompenseerd

Goede voorbeelden van agrifood-beleid dat rekening houdt met snelle afschrijvingen zijn er nog niet. Maar in de energiesector, waar stranded assets al veel langer worden onderzocht, worden bedrijven in transitie al wel gecompenseerd voor financiële schade die ze lijden, zegt Kortleve.

Alle landen met een grote steenkoolindustrie én ambitieuze plannen om kolen uit te faseren, hebben daar een speciaal compensatiebeleid voor. In Duitsland kunnen kolencentrales bijvoorbeeld een bepaald bedrag krijgen voor het kapitaalverlies per megawatt.

Ook in Nederland bestaan zulke maatregelen. In 2021 bood de Nederlandse regering 212 miljoen euro subsidie voor vrijwillige sluiting voor de Rotterdamse kolencentrale Onyx Power, al maakte het bedrijf daar geen gebruik van.

Melkmachine maakt geen havermelk

In het vorige week gepresenteerde coalitieakkoord reserveert de kersverse coalitie 20 miljard euro voor een investeringspakket voor stikstof, natuur en landbouw. Daaronder vallen onder meer investeringen in natuurherstel, waterkwaliteit en de vrijwillige beëindigingsregeling voor boeren.

Als alle Europese lidstaten zo’n bedrag vrij zouden maken, zou het wel goed komen met die financiële compensatie, zou je denken. Maar dat is te simpel gedrag. Niet alleen gaat dat bedrag niet volledig naar boeren; we moeten ook rekening houden met andere gevolgen dan alleen het kapitaalverlies.

Aan de andere kant worden niet alle stranded assets meteen waardeloos. ‘In een schuur waarin nu graan voor veevoer ligt opgeslagen, kun je natuurlijk ook graan voor menselijke consumptie opslaan. En in veeschuren kun je champignons kweken’, legt Kortleve uit. ‘Maar dat geldt niet overal voor. Een melkmachine voor koeien maakt geen havermelk. En over het algemeen zijn er voor plantaardige productie gewoon minder activa nodig. Wat ook maar weer laat zien dat dat relatief heel efficiënt is.’

Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.

Lees ook:

Peter Bakker (WBCSD): 'Vol blijven kiezen voor fossiel gaat de economische positie van de VS op lange termijn schaden'

‘Je hoort mensen vaak zeggen dat ze duurzaamheid belangrijk vinden, omdat ze de wereld beter willen achterlaten voor hun kinderen of kleinkinderen. Dat is allang niet meer de discussie. Nog tijdens mijn leven gaan dingen al in ons gezicht exploderen. Ik wil toch zo veel mogelijk hebben bijgedragen aan het tegenhouden van de meest negatieve effecten van klimaatverandering.’Peter Bakker (64) bruist van de intrinsieke motivatie. Sinds 2012 is hij ceo van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD), en hij heeft getekend voor een nieuwe termijn tot 2030. Daarmee is de voormalige ceo van TNT (de voorloper van PostNL) een flink eind op weg om achttien jaar vol te maken bij het internationale netwerk van ceo’s dat zich inspant om een duurzame bedrijfsvoering bij grote multinationals te verankeren.Wat hem zo aantrekt in deze functie? ‘Kapitalisme op een spandoek bekritiseren is makkelijk. Echte verandering teweegbrengen is minder eenvoudig. Dat is een lange reis. Ik merk dat ik in deze rol en met deze organisatie veel invloed kan uitoefenen om ceo’s te mobiliseren. Dat doe ik natuurlijk niet alleen, maar als je ergens langer zit bouw je een persoonlijke geloofwaardigheid op. Dat helpt om dingen onder de aandacht te brengen bij ceo's.’ Duurzaamheid in Davos Bakker is net terug van het World Economic Forum in Davos als Change Inc. hem spreekt over de actuele uitdagingen voor corporates bij verduurzaming. ‘In Davos heb je een lange winkelstraat, de Promenade. Elke groot merk heeft daar tijdens de conferentie een stand. Tot een jaar of vier geleden was dat allemaal beplakt met “Sustainability’” of “Climate Action”. Dat is nu helemaal verdwenen. Dit jaar was sowieso een beetje bijzonder, omdat de Amerikaanse president bepaalde eisen had over wat er wel en niet op het programma mocht komen.’[caption id="attachment_173515" align="aligncenter" width="900"] Het World Economic Forum in Davos (2026).[/caption]In de hotels rondom het congrescentrum waar het World Economic Forum plaatsvindt, worden ook allerlei lunches en vergaderingen georganiseerd. Daar merkte Bakker heel andere dingen. ‘Je zag dit jaar veel aandacht voor natuur, dat had ik niet eerder in die mate gezien. En de ceo’s die ik daar sprak zijn allemaal committed als het gaat over duurzaamheid. Alleen gebruiken partijen die handel drijven met de VS of daar gevestigd zijn, niet meer het woord “sustainability”, omdat… laten we zeggen, het daar momenteel niet zo aanslaat.’Waar praten ze dan wel over?‘Het gaat over de energietransitie en fysieke risico’s in toeleveringsketens. Je hebt ook veel verzekeraars en herverzekeraars die daar nu uitgebreid en open over spreken. Die zien dat de risico’s die ze in hun eigen modellen al langer waarnemen zo groot zijn geworden, dat ze daar openheid over moeten geven en aandacht voor vragen.Daar komt bij dat er vlak voor de start van Davos vanuit de wetenschap een heel duidelijke boodschap kwam over de grens van 1,5 graden opwarming van de aarde. Waar eerder werd gedacht dat we die niet voor 2040 gingen overschrijden, is de consensus nu dat dat binnen drie tot vijf jaar gaat gebeuren.Daarmee komen ook risico’s rond tipping points in beeld, zoals het smelten van de Groenlandse ijskap en het verdwijnen van koraalriffen. In combinatie met de fysieke risico’s die extreme weersgebeurtenissen meebrengen, is dat een boodschap die heel goed wordt begrepen door bedrijfsleiders.’Wat doen multinationals daarmee?‘De discussie concentreert zich veel meer op de korte termijn. Dus in plaats van te kijken naar wat het doel moet zijn voor 2050, wordt de vraag: welke acties kun je nu ondernemen om de komende vijf jaar op de goede koers te komen?Dan kom je uit bij vragen als: kunnen ceo’s duidelijker maken dat de energietransitie positieve impact heeft op de weerbaarheid en het risicoprofiel van hun bedrijf? Heb je daar een businesscase voor? En kunnen ze kapitaalmarkten zover krijgen dat die investeringen op dit vlak belonen in plaats van afstraffen? Dat zijn belangrijke aandachtspunten voor de komende jaren.’Hoe helpt WBCSD ceo’s om die vragen te beantwoorden?‘Afgelopen jaar hebben we in september tijdens de New York Climate Week een handboek voor ceo’s gepresenteerd over fysieke risico’s en weerbaarheid in waardeketens. Dat is één van de meest gedownloade publicaties ooit van WBCSD.De boodschap die we geven is dat dit niet alleen de ceo of de sustainability officer raakt. De hele organisatie moet gaan meedenken: van inkoop en operations tot finance. We hebben aangegeven welke vragen je moet stellen, zodat dit bij verschillende afdelingen op de agenda komt. Dat is heel goed opgepakt.We zijn nu bezig met een tool om de vervolgvraag te beantwoorden: hoe maak ik er een businesscase van? Dan gaat het erom hoe je risico’s kwantificeert, want dan weet je of een investeringscasus hebt die je kunt uitvoeren en waarmee je aandeelhouders kunt overtuigen. We brengen die tool dit jaar naar buiten. Dat zal tot heel concrete aanbevelingen leiden.’Het blijkt nog altijd lastig om één van meest voor het hand liggende acties in gang te zetten: het gebruik van fossiele brandstoffen serieus afbouwen. Nederland en Colombia willen daar in april een internationale conferentie voor organiseren. Wat is de positie van WBCSD in dit dossier?‘De energietransitie en het terugdringen van CO2-emissies kunnen niet worden gerealiseerd zonder vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen. Het initiatief van Nederland en Colombia is belangrijk, omdat je daarmee een ‘coalition of the willing’ bij elkaar kunt brengen in de hoop dat die genoeg momentum krijgt. Helemaal nu de VS zich hebben teruggetrokken uit het Klimaatakkoord van Parijs moeten we op andere manieren gaan samenwerken.Als de VS zich willen positioneren als het land dat vol blijft gaan voor fossiel, is dat hun keuze. Mijn stelling is dan heel simpel: die keuze gaat de economische positie van de VS op de lange termijn enorme schade toebrengen. Op een gegeven moment zal de wereld die producten niet meer willen kopen.Vanuit WBCSD hebben we samen met anderen al veel langer geroepen dat fossiele brandstoffen moeten worden afgebouwd. De vraag is natuurlijk: hoe dan? We zetten nu veel zwaarder in op elektrificatie, want bijna alles kan geëlektrificeerd worden. Dat geldt voor het transport, maar ook voor de industrie, waar je voor allerlei processen elektrische ovens kunt gebruiken.Op systeemniveau moet je enorm investeren in elektriciteitsnetwerken, batterijopslag en hernieuwbare energie. En AI biedt veel kansen voor efficiëntiewinst door vraag en aanbod slimmer op elkaar af te stemmen. Zo kun je enorme stappen zetten. Wij proberen bedrijven te helpen om scherp te krijgen hoe ze die kant op kunnen bewegen.’Tot de leden van WBCSD behoren ook grote olie- en gasconcerns als Shell en BP. Hoe verloopt de interne discussie met bedrijven uit de fossiele sector?‘De bedrijven op onze ledenlijst zijn supergroot en behoren tot de belangrijkste ter wereld. Ik zal nooit zeggen dat elk bedrijf op de ledenlijst helemaal in overeenstemming handelt met dat wat we als bestuur uitdragen. Onze houding is dat je bedrijven beter binnen dan buiten de tent kunt hebben, want dan kun je veel effectiever de dialoog opzoeken.De olie- en gasbedrijven onder onze leden zijn volop betrokken bij het debat over elektrificatie en de conversatie over carbon capture, het afvangen en opslaan van CO2. Het is wel zo dat bedrijven in de fossiele sector een keuze moeten maken: gaan ze mee in de transitie en stemmen ze hun investeringen daarop af? Of blijven ze zo lang mogelijk bij het huidige businessmodel?Je zult een splitsing gaan zien. Bedrijven die kiezen voor doorgaan op de huidige voet zullen zich uiteindelijk minder thuis voelen bij ons en mogelijk vertrekken. Anderen zullen concluderen dat de transitie onherroepelijk moet plaatsvinden. En dan kun je er maar beter op tijd bij zijn om te begrijpen wat de consequenties zijn voor jouw bedrijfsvoering.’In de Visie 2050 pleit WBCSD voor een ander soort kapitalisme, gebaseerd op duurzame waardecreatie. Dat lijkt nogal haaks te staan op het transactionele kapitalisme van Donald Trump, met nadruk op het recht van de sterkste. Hoe schat je de kansen voor een duurzame transitie momenteel in?‘Er is een sterke neiging om te focussen op alles wat er in de VS gebeurt, maar de wereld is echt veel groter. In Azië zie ik geen enkele terughoudendheid op het gebied van duurzaamheid. Dat wordt gezien als cruciaal voor je concurrentievermogen. China loopt vele jaren vooruit op de rest van de wereld en heeft zeer succesvolle bedrijfsmodellen ontwikkeld. Veel Chinese elektrische auto’s zijn op dit moment bijvoorbeeld gewoon beter dan Europese en Amerikaanse modellen.In Amerika zie je een groot verschil tussen Noord en Zuid. Zuid-Amerika neemt de duurzaamheidsagenda uiterst serieus, omdat men weet dat de risico’s van klimaatverandering daar zwaar gevoeld gaan worden. In de VS is sustainability met veel kabaal aan de kant gezet, maar grappig genoeg was meer dan de helft van onze aanwas van nieuwe leden afgelopen jaar afkomstig uit de VS. Ze lopen er alleen niet erg mee te koop, om begrijpelijke redenen.Europa hangt een beetje tussen de VS en Azië in. Er moet een duidelijke keuze worden gemaakt. Gaan we de Green Deal doorzetten of laten we het allemaal een beetje verwateren, tot er weinig meer van over is? Daar doorheen speelt natuurlijk ook de vraag bij welke grootmachten we ons een beetje comfortabel voelen en dat gaat allemaal vrij langzaam.Ik heb de Davos-speech van de Canadese premier Mark Carney inmiddels vier keer bekeken, omdat ik vermoed dat dat over twintig jaar een historische toespraak zal blijken te zijn. Het punt dat hij maakt over het einde van de oude wereldorde en de noodzaak voor middelgrote mogendheden om een eigen radar te ontwikkelen, zal heel relevant worden.’ Lees ook:Hoogleraar innovatie Henk Volberda: 'Duurzaamheid moet geen rituele regendans worden' Boudewijn Siemons (Havenbedrijf Rotterdam): 'Geopolitiek en economisch hebben we wel wat huiswerk te doen' Dit zijn 4 grote voordelen voor bedrijven die meebewegen met de groene economie