Je begon tien jaar geleden als zeewierboer. Waarom?
‘Ik ben opgegroeid in Castricum, was altijd op het strand. Daar kun je de vervuilende effecten van de industrie in de omgeving heel duidelijk zien. Extreme algenbloei, mosselen die zomaar aanspoelen op het strand… Je voelt: dat is niet hoe het hoort.
Ik ben opgeleid als architect. Toen ik onderzoek deed naar emissievrije bouwmaterialen, kwam zeewier al naar boven als wondermateriaal. Het groeit ontzettend snel, heeft geen voeding nodig en slaat bovendien CO2 op.
Ik deed er niets mee, tot ik jaren later met wat vrienden brainstormde over hoe we bij zouden kunnen dragen aan een betere waterkwaliteit. Zeewier bleek – alweer – het antwoord. Dat trekt stikstof uit het water en neemt ook giftige stoffen, zoals zware metalen, op. In 2016 huurde ik een botendok in de haven van IJmuiden en begon daar een kleine boerderij. Met de vezels uit het wier konden we alsnog bouwmaterialen maken. En lampen, zeep en wat al niet meer. De nutriënten die overbleven bleken geschikt voor landbouwgrond.’
Waarom stopte je met de boerderij?
‘Het was heel moeilijk om op te schalen, vergunningen te krijgen. De Noordzee lijkt groot, maar aan de kust is vrijwel elke vierkante meter bezet. Bedrijvigheid, visserij, windparken, bekabeling… Ondertussen kwam ik in contact met zeewierboeren in andere landen die het ook gewoon aan me konden leveren.
Ik besloot te stoppen met kweken en me alleen op de raffinage van zeewier te storten. Specifiek: de verwerking tot een biostimulant. Dat is een stof die boeren en telers aan hun sproeiwater toe kunnen voegen en die ervoor zorgt dat gewassen voedingsstoffen beter opnemen en vasthouden. Focus was nodig om te kunnen opschalen. Op dat moment is mijn partner, Roy Wormsbecher, ook in het bedrijf gestapt. Zijn technische achtergrond kwam goed van pas bij het ontwerpen en bouwen van machines.’
Hoe was die beslissing voor jou?
‘Ik wist dat de focus nodig was. Als ik alles half zou blijven doen, zou het geen zoden aan de dijk zetten. Maar ik mis het zelf zeewier kweken nog steeds. Het contact met het water, maar ook de zichtbare effecten. Er ontstond echt een soort mini-ecosysteem. Bij het wier zat altijd een school vissen, en veel vogels. Terwijl het een piepkleine boerderij was. Dat was te gek om te zien.’

Spil bij het oogsten van suikerwier. | Credits: Tomas Grootveld
Zeewier is dus goed voor de biodiversiteit in én de kwaliteit van het water. Waarom werkt het ook op het land?
‘Zeewier zit boordevol natuurlijke voedingsstoffen die de sleutel kunnen zijn tot een gezonde bodem. Daar maken we een soort vitaminebom mee. Die zorgt ervoor dat de aanwezige voedingsstoffen in de bodem beter worden opgenomen door de gewassen. Daardoor is minder kunstmest nodig. Dat bespaart geld én stikstof.
Uiteindelijk gaat het me om het sluiten van de kringloop. Nu is het zo dat meststoffen als fosfaat en stikstof vanuit de bodem uitspoelen naar ons oppervlaktewater. Daar kun je allerlei complexe oplossingen voor bedenken, zoals filters in waterwegen. Maar als je kijkt naar de oorzaak van het probleem, blijkt de oplossing veel simpeler. We moeten de voedingsstoffen uit het water terugbrengen naar het land. En eigenlijk moeten ze daar blijven. De natuur heeft het allemaal al voor ons uitgezocht.
De biostimulant zorgt ervoor dat gewassen voedingsstoffen beter kunnen benutten. Daardoor wordt de opbrengst ook hoger. In een vrucht zitten dan bijvoorbeeld meer nutriënten. In een veldtest met tomaten bleek dat zelf 18 procent meer.’
Dat levert boeren geen geld op.
‘Nee, die nutriënten maken hen niet zo veel uit. Al smaken gewassen met een hogere voedingswaarde wel vaak beter en zijn ze in die zin ook aantrekkelijker voor de consument.
Voor boeren en telers is het vooral nuttig als planten weerbaarder worden, minder vatbaar voor ziekten en schimmels. Dat beschermt het bestaansrecht van de boer. Zeker nu we te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering.’
Waar zeewierteelt moeilijk op te schalen was, gaat dat nu beter. Jullie hebben zelfs een eigen raffinaderij in Beverwijk. Hoe is dat gelukt?
‘Het idee voor de fabriek lag al een hele tijd klaar. De moeilijkheid zat ‘m vooral in de validatie van het product op land. Hoe reageren verschillende gewassen en planten erop in verschillende omstandigheden? Waarschijnlijk blijven we daar de komende jaren nog veel over leren. Het helpt dat we er al tien jaar mee bezig zijn. En het opzetten van de raffinaderij was niet gelukt zonder de subsidie uit het Just Transition Fund van de EU.
De waarheid is dat het heel hard werken was. Ik heb er veel uren én veel eigen geld in gestopt. Ik heb zeker vier, vijf keer serieus overwogen de handdoek in de ring te gooien.’
Waarom ben je toch doorgegaan?
‘Elke keer gebeurde er iets waardoor de potentie weer duidelijk werd. Dan werd bouwmateriaal van zeewier bijvoorbeeld heel mooi. Of kregen we positieve feedback van boeren die het als biostimulant gebruikten.
De vezels die overblijven na onze productie worden trouwens nog steeds gebruikt voor plaatmaterialen. We leveren ze aan SeaWood.’
Waar staan jullie nu qua productie?
‘Meerdere boeren en telers gebruiken ons product al. Eerst op een klein stukje land of kasgrond, daarna op een groter stuk. Het resultaat van die veldtesten kunnen we als bewijs gebruiken dat het werkt. Voor de teelt van aardappelen en kool, maar ook van sierbloemen en tropische kamerplanten. Als daar rapporten over zijn geschreven, hopelijk eind dit jaar, kunnen we richting een stabiele afname.
We hebben geen voorraad van de biostimulant, maar wel een voorraad zeewier. Als we een grote bestelling binnenkrijgen, kunnen we het product vers maken. Onze huidige raffinaderij kan ongeveer duizend liter concentraat per week produceren. Ter vergelijking: boeren gebruiken op grasland ongeveer vijf liter per hectare per jaar. We kunnen dus wel even vooruit.
Als het nodig is, kunnen we de raffinaderij opschalen. Hij bestaat uit modules. Maar ik heb niet de intentie om een megafabriek te bouwen. Liever laat ik onze blauwprint licenseren, zodat er in andere regio’s ook verwerkingscapaciteit kan komen.’
Met wie zou je graag nog samenwerken?
‘We zien veel kansen in de sierteelt, die nu enorm onder vuur ligt door het pesticidengebruik. Maar ook in de veehouderij. In een veldtest zorgde ons product voor een verhoging van de opbrengst van grasland met 0,75 ton per hectare. En omdat het van betere kwaliteit is, hoeven boeren minder krachtvoer te kopen. Ik zou graag met de Campina’s van deze wereld om tafel zitten over de verduurzaming van de veehouderij.
Tegelijkertijd gaan we geen enkele kans uit de weg. We spreken vaak met boeren uit de omgeving. Ook klein is fijn.’
Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.



