Teun Schröder
18 augustus 2026, 16:06

In de strijd om kritieke grondstoffen wordt circulariteit een geopolitiek wapen: deze Nederlandse bedrijven lopen voorop

De Europese Unie is nog veel te afhankelijk van andere landen als het gaat om cruciale grondstoffen voor de energietransitie. Nu de wereldorde en handelsrelaties op spanning staan wordt het van strategisch belang dat Europa kritieke grondstoffen koestert. ‘Circulariteit was ooit een idealistisch thema. Nu draait het om leveringszekerheid.’

GettyImages-1134037713 (1) Europa zit al op een goudmijn aan kritieke grondstoffen, die op dit moment 'vastliggen' in elektronica. | Credits: Getty Images

Ondanks een ambitieus actieplan uit 2024 blijft de EU voor kritieke aardmetalen afhankelijk van een handjevol landen. Net als de rest van wereld leunt Europa voor de winning van grondstoffen als lithium, kobalt, nikkel en mangaan op een paar landen, zoals China, Chili, Australië en Congo. Winning en verwerking op Europees grondgebied blijven vooralsnog achter door lange vergunningstrajecten en milieuvraagstukken.

Ook de recycling van waardevolle grondstoffen verloopt moeizaam. Tien van de 26 strategische grondstoffen worden helemaal niet hergebruikt en bij de rest ligt dat aandeel tussen 1 en 5 procent. De Europese Rekenkamer concludeerde keihard dat de huidige situatie de energietransitie, het concurrentievermogen en de strategische autonomie van de EU onder druk zet.

China domineert productie grondstoffen en componenten

‘Europa is sterk geworden als assemblageland’, zegt Xandra Weinbeck van nationale investeringsinstelling Invest-NL, gespecialiseerd in de circulaire economie. ‘We bestellen componenten in China, assembleren die hier tot eindproducten en leveren die af. De afgelopen twintig jaar is een groot deel van de grondstof- en componentenindustrie naar China verplaatst. China is daarin extreem efficiënt geworden en levert kwalitatief goede producten. Als we dat weer terug naar Europa willen halen, ben je jaren verder.’

Nieuwe mijnbouw is noodzakelijk om aan de stijgende vraag aan grondstoffen in Europa te voldoen. Met de Critical Raw Materials Act wil Europa in 2030 ten minste 10 procent van de eigen vraag dekken uit Europese bronnen. De potentie is er. Portugal, Frankrijk, Servië en Tsjechië hebben lithiumreserves, en in Finland zit kobalt en nikkel in de grond. Maar veel potentiële projecten zitten nog in exploratie- of vergunningsfase en kampen met lokale bezwaren of milieudiscussies.

Zonder recycling, geen verwerking

En met alleen nieuwe mijnen is Europa er nog niet. Weinbeck: ‘Je hebt ook voldoende verwerkingscapaciteit nodig om die ruwe grondstoffen tot zuiveren producten te verwerken.’ Maar zonder ruwe grondstof, geen verwerkingsfabrieken, en vice versa. Het is het zoveelste kip-ei-probleem in de duurzame transitie.

Maar wie kritieke grondstoffen wil bemachtigen, hoeft niet per se diep in de bodem te graven. Op een bepaalde manier zit Europa namelijk op een goudmijn aan grondstoffen. Het zijn de materialen die nu vastliggen in allerhande elektronica, zoals batterijen, zonnepanelen, telefoons, auto’s, windmolens, enzovoorts.

Alle afgedankte elektrische apparaten in Nederlandse huishoudens alleen al bevatten ruim 7 miljard kilo aan waardevolle grondstoffen. Daarvan valt 764 miljoen kilo onder strategische en kritieke grondstoffen, becijferde Stichting OPEN. Onderzoekers verwachten dat de hoeveelheid elektrisch afval in Europa bijna verdubbelt van 10,7 miljoen ton in 2022 naar maximaal 19 miljoen ton in 2050. De waardevolle grondstoffen in dit afval, zoals koper, aluminium, neodymium of kobalt zijn broodnodig voor groene technologieën, digitale infrastructuur en moderne defensiesystemen.

Als het Europa lukt om zijn recyclingcapaciteit op te schalen, dan kunnen we de waardevolle grondstoffen die hier als producten binnenkomen binnen de continentale grenzen houden, zegt Weinbeck.

Goudmijn aan kritieke metalen

Het recyclen van grondstoffen uit elektronica is een tijdsintensief en technologisch geavanceerd proces. Een jong Nederlands bedrijf dat hierin pioniert is het in 2024 opgerichte Back to Battery. Dit bedrijf haalt waardevolle metalen en mineralen uit de zogeheten black mass, oftewel zwarte massa. Zo wordt het poeder genoemd dat overblijft nadat batterijen worden gesorteerd, ontmanteld, geplet, gescheiden en vervolgens gemalen en vergruisd. Back to Battery is in staat om gerecycled lithium, koper, nikkel en mangaan te ‘delven’ van vergelijkbare kwaliteit als virgin materiaal.

‘Lokale productie is cruciaal om de huidige risico’s in de toeleveringsketen van kritieke metalen weg te halen’, zegt Steven Lans, directeur en oprichter van het bedrijf. ‘Door geopolitieke spanningen zijn grondstofprijzen zeer volatiel. De lithiumprijs steeg de laatste drie maanden met 80 procent, kobalt met 65 procent en nikkel met 20 procent.’

Lans merkt dat batterijbouwers die volatiliteit steeds meer als risico zien. ‘En dat is goed nieuws voor ons. Met onze recyclingtechniek kunnen we een voorspelbare prijs bieden. Als China de grenzen dichtgooit – wat het land in het verleden heeft gedaan – dan schiet de lithiumprijs omhoog. Lokale productie daarentegen valt niet stil.’

Gerecycled concurrerend met virgin lithium

Maar het opzetten van een grote recyclingfaciliteit is een traject van de lange adem, weet Lans. Back to Battery heeft nu een pilotfabriek die een paar kilo materiaal per week produceert. Het vergunningsproces voor een grote demofabriek verloopt traag. Lans: ‘Uiteindelijk is het een chemisch proces. Dus de vergunningverlener wil uitsluiten dat schadelijke stoffen in het milieu terechtkomen. Het aanleveren van alle bewijslast kost veel tijd.’

Opvallend genoeg maakt Lans zich geen zorgen over het verdienmodel van zijn gerecyclede grondstoffen ten opzichte van virgin materiaal uit het buitenland; een obstakel waardoor de plastic recyclingsector flinke klappen te verduren kreeg. ‘Wij kunnen produceren tegen marktprijzen. Dat komt doordat de concentratie lithium in gebruikte batterijen hoger is dan in natuurlijk erts. Bovendien winnen we ook andere waardevolle materialen als kobalt, nikkel en grafiet. Dit maakt batterijrecycling tot een zeer aantrekkelijke vorm van ‘urban mining’.

Daarbij kijkt Lans uit naar Europese wetgeving. Vanaf 2031 geldt dat batterijen een verplicht aandeel gerecyclede content moeten bevatten. En dat is wind in de zeilen voor de batterijrecycler.

Hoogwaardig aluminium van eigen bodem

Een ander bedrijf dat inzet op de recycling van waardevolle grondstoffen is het in Harderwijk gevestigde Myne. Myne recyclet met behulp van geavanceerde AI-technologie schroot tot hoogwaardig aluminium. En met succes. Met 75 werknemers, een omzet van 400 miljoen euro en een jaarlijkse productiecapaciteit van 60 duizend ton aluminium is Myne een speler van formaat.

Mede-eigenaar en ceo Martijn van de Poll deed eerder ervaring op met het overzees verschepen van schroot naar Azië. Landen als China, India en Pakistan zien waarde in het metaalhoudend afval. Bovendien is het voor welvarende landen goedkoper om afval te verschepen, dan lokaal te verwerken. In Azië wordt metaalafval – geregeld met de hand – gesorteerd. Niet waardevolle bijproducten belanden vaak in de grond of worden verbrand in de smeltoven.

Van de Poll vond dat dat anders moest en ontwikkelde onder andere samen met de TU/Delft een machine – een ‘robotsorteerstraat’, zoals hij het zelf noemt. ‘Inmiddels recyclen we op grote schaal aluminium. Daarnaast kijken we ook naar koperlegeringen zoals messing en brons.

Groen is uit, autonomie is in

Voor de strategische autonomie van Europa moeten we volgens Van de Poll meer inzetten op hoogwaardige recyclingtechnologieën. ‘Innovatie in de recycling is lang ondermaats geweest. Als Europa voorop wil lopen op circulariteit zullen ketens echt anders ingericht moeten worden.

Cruciaal voor een bedrijf als Myne is daarbij regelgeving die het moeilijker moet maken om schroot naar het buitenland te exporteren. ‘Afgelopen jaren loonde het meer om gemengd afval per bulkcontainers naar Azië te sturen. Als export openblijft, dan kan dat hoogwaardige recycling demotiveren.’

Volgens Van de Poll is Europa zich van dat spanningsveld bewust. Met aanscherpingen van de Waste Shipment verordening wordt het medio volgend jaar als het goed is minder makkelijk om metaalafval naar buiten de EU te exporteren. Europese bedrijven worden dan zelf meer verantwoordelijk voor de verwerking van het afval. ‘Helemaal de grenzen dichtgooien gaat niet de oplossing zijn. Maar er moet op z’n minst een level playing field komen met exporten en laagwaardig recyclen.’

Blok onder leiding van VS tegen China

Bedrijven als Back to Battery en Myne spelen een sleutelrol in het opwaarderen van afval tot bruikbare grondstoffen. De volgende stap is het creëren van vraag naar deze grondstoffen. Dat kan bijvoorbeeld door nu al strategische grondstofvoorraden aan te leggen. Daarin spelen overheden van economische grootmachten een cruciale rol.

Europa lanceerde eind 2025 het ResourceEU-actieplan. Het doel: toegang tot kritieke grondstoffen verbeteren, bijvoorbeeld door als een blok strategische voorraden op te bouwen voor cruciale sectoren als de energietransitie en defensie. Italië, Frankrijk en Duitsland lijken op dit moment het voortouw te nemen, al verloopt de voortgang vooralsnog moeizaam. Zo zegt een bron tegen Reuters dat er veel gepraat wordt, maar weinig actie plaatsvindt.

Los van de logistieke uitdaging, moeten lidstaten en de Europese Investeringsbank geld vrijmaken voor een overkoepelende aanpak. Invest-NL ziet hier een financieringsgat waarop het kan inspringen. De instelling liet daarom door het Haagse Centrum voor Strategische Studies (HCSS) onderzoeken hoe publiek-private voorraden kunnen bijdragen aan de grondstofautonomie van Europa.

Autonomie koren op de molen van de circulaire economie

‘Op korte termijn kun je denken aan prijscompensaties, contract for difference-constructies of afnamegaranties’, zegt Weinbeck van Invest-NL. Met dergelijke maatregelen krijgen grondstoffen die lokaal gewonnen of gerecycled worden voorrang op virgin-grondstoffen van buiten Europa. ‘Nederland is alleen te klein om dit zelfstandig te doen. Samenwerking met Duitsland ligt voor de hand, ook omdat daar meer verwerkingscapaciteit is. Nederland kan zich richten op inzameling, sortering en voorbewerking, terwijl Duitsland verder verwerkt. Nederland kan zo een grondstoffenhub worden voor het achterland.’

Doordat het strategisch belang van het behouden van grondstoffen nu zo actueel is, zou je bijna vergeten dat het in de basis gestoeld is op de grondbeginselen van de circulaire economie. Uiteindelijk kunnen de verschillende grondstofverordeningen van de EU en de huidige geopolitieke situatie een stroomversnelling betekenen voor de circulaire economie.

‘Never let a good crisis go to waste’, zegt Van de Poll van Myne naar de beroemde woorden van Churchill. ‘Het is wel opvallend dat het hele ‘groene’ er een beetje uit is. Het gaat ineens veel meer over Europese autonomie dan over CO2-besparing.’

‘Circulariteit was ooit een idealistisch thema, maar nu draait het om strategische autonomie en leveringszekerheid’, zegt Weinbeck. ‘Bovendien dwingt naderende wetgeving bedrijven om nu al na te denken over lokale verwerking en recycling. Maar dan moet het ecosysteem wel economisch houdbaar zijn. Dat betekent ook dat we bedrijven in Nederland moeten helpen groeien. We moeten aan de bak.’

Deze zomer brengen we enkele belangrijke verhalen van Change Inc. opnieuw onder de aandacht. Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in februari 2026. 

Lees ook:

Europa staat in brand, maar wereldwijd gaat er minder bos verloren

Van België en Frankrijk tot Spanje, Italië en Griekenland: de hittegolven van deze zomer gaan gepaard met grootschalige bosbranden die zorgen voor extra CO2-uitstoot. Tegelijk lijkt op mondiaal niveau sprake van lichte verbetering in de balans tussen ontbossing en aangroei van bos. Als je op de langere termijn kijkt tenminste.Uit nieuwe schattingen van het Global Carbon Project blijkt dat er sinds 2015 sprake is van lichte verbetering wat betreft de CO2-uitstoot als gevolg van 'verandering van landgebruik'. CO2-uitstoot door verlies natuurgebieden De mondiale CO2-uitstoot die mensen veroorzaken heeft twee belangrijke componenten. Het grootste deel is te wijten aan het gebruik van fossiele brandstoffen. Die uitstoot bereikte afgelopen jaar een recordniveau van 38,1 miljard ton. Daarnaast zorgt verandering van landgebruik, waarbij natuurgebied verdwijnt, voor CO2-uitstoot. Afgelopen jaar ging dat naar schatting per saldo om 4,1 miljard ton CO2.(function(){function e(){window.addEventListener(`message`,function(e){if(e.data[`datawrapper-height`]!==void 0){var t=document.querySelectorAll(`iframe`);for(var n in e.data[`datawrapper-height`])for(var r=0,i;i=t[r];r++)if(i.contentWindow===e.source){var a=e.data[`datawrapper-height`][n]+`px`;i.style.height=a}}})}e()})();Hoewel landgebruik nog steeds enorm veel emissies veroorzaakt − meer dan wat Europa in een jaar aan CO2 uitstoot − lijkt de trend op de langere termijn dalend.Tussen 2015 en 2024 bedroeg de netto CO2-uitstoot door verandering van landgebruik gemiddeld 5 miljard ton CO2 per jaar. Dat is 19 procent lager dan het gemiddelde tussen 2005 en 2014, en 23 procent lager dan het gemiddelde tussen 1995 en 2004, schrijft Carbon Brief. Ontbossing versus opname van CO2 door vergroening Wetenschappers van het Global Carbon Project berekenen elk jaar het saldo van CO2-uitstoot door verandering van landgebruik. Daarvoor kijken ze aan de ene kant naar ontwikkelingen rond ontbossing en anderzijds naar projecten voor herbebossing en natuurlijke vergroening.Tussen 2015 en 2024 zorgde ontbossing jaarlijks voor ongeveer 7 miljard ton aan CO2-uitstoot. Daarnaast veroorzaakte het droogleggen van veengebieden door kunstmatige verlaging van grondwaterstanden voor substantiële CO2 uitstoot. De reden daarvoor is dat zuurstof uit de lucht gaat reageren met biomassa. Verder zorgen houtplantages jaarlijks voor veel CO2-uitstoot. Drooglegging van veengebieden en houtplantages zijn samen goed voor een kleine 3 miljard ton aan CO2-uitstoot per jaar.Tegenover de bij elkaar circa 10 miljard aan CO2-uitstoot door verandering van landgebruik staat per jaar ongeveer 5 miljard ton aan nieuwe opname van CO2 door vergroening. Dan gaat het om aanplanting van nieuw bos en uitbreiding van bestaand bosgebied, plus aangroei van bosland dat tijdelijk is gebruikt voor landbouw en daarna is verlaten.In de grafiek hieronder is aan de uitstootkant de ontwikkeling van ontbossing, houtplantages en drooglegging van veengronden weergegeven en aan de opnamekant alle vormen van bosaangroei. Als je dat tegen elkaar wegstreept, kom je op een netto uitstootsaldo van ongeveer 5 miljard ton per jaar over de afgelopen tien jaar.Minder boskap in Brazilië en Indonesië, aangroei in China De trendmatige verbetering van het uitstootsaldo door verandering van landgebruik wordt gedreven door twee ontwikkelingen. Als je kijkt naar de landen met de meeste ontbossing, zijn Brazilië, Indonesië en de Democratische Republiek Congo samen goed voor meer dan de helft van de mondiale CO2-uitstoot door ontbossing. In vooral Brazilië en Indonesië is de omvang van de jaarlijkse boskap de afgelopen tien jaar echter significant gedaald.Een tweede positieve ontwikkeling komt uit China, dat sinds 2010 via projecten voor bosaangroei sterk heeft bijgedragen aan extra opname van CO2.Toch kun je uit de historische data niet de conclusie trekken dat de netto daling van de CO2-uitstoot door verandering van landgebruik doorzet, waarschuwt klimaatexpert Pierre Friedlingstein, directeur van het Global Carbon Budget-project. Tegen Carbon Brief zegt hij: 'Als het huidige beleid rond landbeheer wordt doorgezet, zou de ontbossing verder moeten afnemen. Maar dat weten we niet zeker.' Europese ontbossingswet ook voelbaar buiten EU Voor de korte termijn is onder meer de invoering van nieuwe Europese wetgeving van belang. Die moet ervoor zorgen dat consumentenproducten niet bijdragen aan ontbossing. De Europese Unie importeert naast hout ook volop producten als koffie, cacao, palmolie, soja en rundvlees. De EU Deforestation Regulation (EUDR) richt zich dan ook expliciet op de risico's van ontbossing elders in de wereld als gevolg van de eigen importen.Voor multinationals en middelgrote bedrijven gaat de nieuwe wetgeving per 30 december 2026 in, kleinere bedrijven moeten er per 30 juni 2027 aan voldoen.De wetgeving eist dat producten niet bijdragen aan ontbossing, geproduceerd zijn in lijn met de wetgeving van landen van herkomst en voorzien zijn van certificaten van herkomst. De EUDR had eigenlijk eind vorig jaar al van kracht moeten worden, maar de invoering is door lobbydruk vanuit lidstaten met een jaar uitgesteld.De wetgeving is door amendementen ook wat afgezwakt. Zo zijn eisen rond de bewijsvoering die bedrijven moeten leveren in bepaalde gevallen versoepeld, terwijl bijvoorbeeld papieren drukwerk en sommige leersoorten zijn uitgezonderd van de wetgeving.Toch lijkt de EUDR al wel gevolgen te hebben buiten Europa. Analisten van het World Resources Institute merken op dat landen als Indonesië, Ghana en Vietnam al zijn begonnen met campagnes om lokale bedrijven te informeren over de eisen waaraan ze moeten voldoen voor export naar de EU. Het lijkt er dus op dat Europa vanwege de omvang van zijn consumentenmarkt wel degelijk kan bijdragen aan het tegengaan van ontbossing elders in de wereld. Lees ook:Voor aanpak van ontbossing moeten we verder kijken dan koffie en palmolie: deze gewassen spelen ook een rol Nu koffie en cacao schaarser worden moeten topmanagers als systeemleiders werken, zegt ceo Rainforest Alliance Bosbranden voorkomen met AI: Amsterdamse scale-up ziet enorme markt