Een volledig circulaire koolstofsector in 2050 is mogelijk. De industrie draait dan niet meer op fossiele brandstoffen, maar op recyclaat, biomassa en afgevangen CO2. Maar dat traject is niet zonder risico’s en kent stijgende kosten naarmate benodigde recyclingtechnieken en synthetische productiemethoden complexer worden.
Maar als Nederland zich houdt aan bestaand beleid en doorgaat op dezelfde voet als nu, dan zal de productie in ons land afnemen, verplaatsen bedrijven hun activiteiten en lekt uitstoot weg naar het buitenland. In dat geval daalt de mondiale CO2-uitstoot waarschijnlijk nog steeds niet.
In opdracht van Invest-NL onderzocht Eqolibrium wat het toekomstperspectief van de Nederlandse chemische sector is richting 2050. Op basis van een scenario-analyse schetsen de onderzoekers welke technieken, investeringskeuzes en beleidsmaatregelen bijdragen aan de verduurzaming van de sector. Ook laten ze zien wat de economische gevolgen van deze beslissingen zijn en wat ze doen met het concurrentievermogen van Nederland.
Scenario 1: business-as-usual
In het eerste scenario blijft het huidige beleid ongewijzigd op weg naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. Nationale en Europese spelregels worden gevolgd, zonder aanvullende maatregelen gericht op het behoud van productiecapaciteit of versnelde verduurzaming. En dat is een probleem. Want zonder gegarandeerde afzetmarkt van circulaire chemische producten is het voor bedrijven minder aantrekkelijk om in Nederland te investeren.
Bovendien is het huidige Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM, ofwel de CO2-grensheffing) nog niet uitgebreid naar basischemicaliën en halffabricaten. Hierdoor worden Nederlandse producenten geconfronteerd met Europese klimaatkosten (zoals het EU ETS), terwijl zij op de Europese markt moeten concurreren met goedkopere importproducten uit regio’s zonder dergelijke beprijzing.
De onderzoekers verwachten daarom in scenario 1 dat de productiecapaciteit van de basischemie in Nederland sterk zal afnemen, tot 50 procent minder in 2040 ten opzichte van 2020. Wel zal de nationale CO2-uitstoot door het vertrekken van bedrijvigheid afnemen. Maar de onderzoekers verwachten dat er sprake gaat zijn van koolstoflekkage, doordat productie verschuift naar het buitenland.
Scenario 2: verdienvermogen
In scenario 2 gaan de onderzoekers ook uit van een klimaatneutraal Nederland in 2050, maar slagen overheid en bedrijfsleven erin om productiecapaciteit en concurrerend vermogen te behouden. In dit scenario is er nog steeds ruimte voor fossiele grondstoffen, maar worden emissies gecompenseerd door bijvoorbeeld CO2 af te vangen.
Ook investeren overheden en bedrijven in hoogwaardige recyclemethoden. Dit zorgt ervoor dat de productiecapaciteit van de basischemie in Nederland na een dip van 4 procent in 2030, in 2050 uiteindelijk gelijk blijft aan het niveau van 2020.
Scenario 3: maximale circulariteit
In het laatste scenario wordt maximaal ingezet op een circulaire koolstofsector en worden fossiele brandstoffen volledig uitgefaseerd. Net als in het verdienvermogen-scenario herstelt de productiecapaciteit zich hier na een tijdelijke dip volledig.
Een nadeel is dat dit scenario het meest kostbaar is. Richting 2050 stijgen de productiekosten van koolstofproducten tot 88 procent ten opzichte van 2020. Dat is een flink grotere stijging dan in scenario 1 (35 procent) en scenario 2 (46 procent). Dat komt doordat de laatste verduurzamingsstappen moeten worden ingevuld met dure synthetische routes, bijvoorbeeld op basis van afgevangen CO2 en groene waterstof.
Aanvullend overheidsbeleid cruciaal voor basischemie
Wil Nederland de productiecapaciteit van de basischemie beschermen, een gunstige internationale concurrentiepositie waarborgen én de klimaatdoelen halen, dan is nationaal én Europees beleid cruciaal. De onderzoekers adviseren ten eerste een uitbreiding van het CBAM voor basischemicaliën om een gelijk speelveld op de Europese markt te creëren en weglek te voorkomen.
Verder moet de overheid de vraag naar circulaire producten stimuleren. De EU heeft daarvoor verschillende pakketten in de steigers staan. Zo helpt de Packaging and Packaging Waste Regulation – waarmee verpakkingen verplicht een aandeel recyclaat moeten bevatten – mechanische en chemische recycling.
FuelEU Maritime en ReFuelEU Aviation doen hetzelfde met de vraag naar duurzame brandstoffen SAF en biodiesel. Ook kunnen overheden vraagcreatie direct stimuleren via publieke inkoop, waarbij zij duurzaamheidscriteria hanteren bij hun eigen aanbestedingen.
Interessant in dit verband is dat regeringspartijen D66, CDA en VVD in het coalitieakkoord stellen dat de overheid bij opschaling van circulaire oplossingen als “launching customer” kan optreden om een gelijk speelveld te creëren en knelpunten weg te nemen.
Bedrijven ook aan zet
Bedrijven kunnen vervolgens een actieve rol spelen in de ontwikkeling van duurzame markten door strategische keuzes te maken binnen de bestaande beleidskaders. Zodra beleid zorgt voor afzetzekerheid, wordt het mogelijk om te investeren in kapitaalintensieve, circulaire productielijnen.
Daarnaast kunnen langetermijncontracten de investeerbaarheid van projecten in duurzame of biogene grondstoffen verbeteren. Ook productontwerp is cruciaal: door in te spelen op ecodesignregels kunnen bedrijven beter recyclebare en biobased producten ontwikkelen.
De onderzoekers concluderen verder dat infrastructuur de ‘harde’ voorwaarde voor succes is. Zelfs de meest rendabele technologische route verliest zijn investeerbaarheid als de noodzakelijke elektriciteits-, waterstof- en CO2-infrastructuur niet tijdig op orde is.
Lees ook:
- In de strijd om kritieke grondstoffen wordt circulariteit een geopolitiek wapen: deze Nederlandse bedrijven lopen voorop
- Nieuwe strategieën kunnen groene startups in de chemie sneller de markt op helpen
- Deze Nederlandse oplossing voor recyclen composiet van windturbines en boten wordt op industriële schaal toegepast




