‘Als mensen iets interessant en mooi vinden, is het veel makkelijker om ze enthousiast te krijgen.’ Ondernemer Hans Veenemans houdt van slim doordachte ontwerpen, die zowel technisch als visueel onderscheidend zijn. Dat geldt zeker ook voor de Ecoplant, een zonnesysteem in de vorm van een bloem.
De Ecoplant biedt meer dan alleen zonne-energie: Veenemans heeft het systeem ontworpen als een kleinschalig, zelfvoorzienend energiesysteem met meerdere functies.
Afgelopen november kreeg het bedrijf van Veenemans de Nederlandse Innovatieprijs 2025 in de categorie meest innovatieve mkb-bedrijf.

Model HEX3000 van Ecoplant. Credit: Ecoplant
Hoe is het idee voor de Ecoplant ontstaan?
‘Ik heb mijn hele carrière besteed aan elektronica. Daarbij ben je in principe afhankelijk van stroom. Maar hoe krijg je voldoende elektriciteit naar een project? Jaren geleden was ik al gefascineerd door het idee van een klein energiefabriekje voor eigen verbruik, zodat je echt energie-onafhankelijk kunt worden. Door netcongestie is dat actueler dan ooit.
Zonne-energie biedt een goed uitgangspunt. Je kunt energie opwekken met weinig bewegende delen en weinig slijtage. Daarbij heb ik ook altijd inspiratie gehaald uit de natuur. Een bloem beweegt gedurende de dag met de zon mee. Dat is natuurlijk supereffectief. Elke Ecoplant heeft daarom een chip die binnen zestig dagen leert hoe je de lichtintensiteit op een bepaalde plek het beste kunt oogsten. Daarmee is het zonnepaneel altijd goed op de zon gericht.
Het gaat echter om meer dan zonne-energie. Ik ben een groot voorstander van systemen die meerdere functies combineren. De naam Ecoplant verwijst ook naar het Engelse woord voor fabriek, plant. In de ‘steel’ van de Ecoplant zitten batterijen, en je kunt de zonne-energie van de Ecoplant gebruiken om je auto op te laden door ’m aan te sluiten op een laadpaal. Daarnaast is er een connectie mogelijk met het stroomnet, bijvoorbeeld als je zonnestroom wilt terugleveren.
Verder zitten er meerdere slimmigheden in, waaronder speciale onderdelen die de hitteafvoer van de zonnecellen optimaliseren voor een beter rendement.’
De Ecoplant ziet er anders uit dan standaard zonnepanelen. Hoe belangrijk is het esthetische aspect voor jou?
‘Als ik iets ontwerp, neem ik visuele duurzaamheid als uitgangspunt. Beeldschone techniek hoeft niets extra te kosten. Je kunt dat meenemen in het technische ontwerp, waarbij het wel belangrijk is dat het ontwerp schaalbaar blijft.
Mijn familie komt uit de horloge-industrie. Als je ziet hoe mooi de gravures zijn in oude uurwerken…dat weerspiegelt het vakmanschap van mensen die daar met liefde aan hebben gewerkt. Ons team werkt dus ook aan mooie dingen met interessante functies. In het geval van de Ecoplant komt daar het aspect van energie-onafhankelijkheid bij. Dat spreekt mensen over de hele wereld aan.’
Merk je dat klanten het belang van eigen energie-opwek meer waarderen door de problemen met netcongestie?
‘In Nederland is de discussie over de salderingsregeling lange tijd dominant geweest. Die focus op het financiële aspect heeft ervoor gezorgd dat het hoofddoel om op fossiele energie te besparen minder aandacht heeft gekregen.
Nu het vaker gaat over de risico’s van netwerkstoringen, gaat er inderdaad ook veel aandacht naar het feit dat je met eigen opwek onafhankelijker bent van het elektriciteitsnet en altijd noodstroom hebt. Energie-onafhankelijkheid wordt weer een actueel thema.
De uitbreiding van het stroomnet gaat in Nederland naar verwachting zo’n 200 miljard euro kosten. Dat is een enorme opgave voor netbeheerders, want de groei van de elektrificatie gaat sneller dan de fysieke groei van het netwerk. Het is dus belangrijk dat particulieren en bedrijven hun eigen verantwoordelijkheid oppakken. We moeten terug naar de basis en dat kan met eigen energie-opwek.
In Duitsland, wat momenteel onze grootste markt is, speelt de financiële discussie over zonnepanelen minder. Vooral in het voormalige Oostblok blijkt er onder de bevolking extra behoefte aan energiezelfstandigheid. Dus merken we daar dat bewonerscollectieven samen een Ecoplant nemen. Maar ook zakelijke gebruikers zien dat de Ecoplant onder meer op bedrijfsterreinen en parkeerpleinen een aantrekkelijke optie is.’
Ecoplant heeft projecten wereldwijd, onder andere in Azië en Afrika. Wat valt je op in die markten?
‘Mijn uitgangspunt is dat energie democratisch moet zijn. Energie is essentieel en moet voor iedereen beschikbaar zijn. Juist in armere gebieden biedt een autonoom energiefabriekje zoals de Ecoplant veel mogelijkheden.
Ik ben net terug van de Filippijnen, waar we met een universiteit bezig zijn met het concept van een social forest. Uitgangspunt is dat we de jungle met zijn kostbare flora en fauna willen beschermen en behouden, maar er is ook de wens tot communicatie en internetcontact met de rest van de wereld. Dan is autonome opwek van zonne-energie in combinatie met batterij-opslag en satellietverbindingen een open deur. Met de draadloze internetverbindingen van Starlink kun je tot 50.000 mensen van wifi voorzien. Dit is natuurlijk erg interessant voor een eilandenrijk, want op die manier kun je essentiële functies vervullen met de off grid-inzetbaarheid van een Ecoplant.
Een project waar we in Afrika mee bezig zijn draait om het filteren van water uit de lucht. Zo’n condensfiltersysteem is gekoppeld aan de energie van de Ecoplant, die dan de hele dag de benodigde elektriciteit levert. Dan zie je opnieuw dat een multifunctioneel systeem met specifieke regionale toepassingen veel voordelen heeft. Op de Intersolar-conferentie in Kenia hebben we afgelopen maand de eerste installatie gepresenteerd, daar loopt het inmiddels storm.’
In hoeverre wordt de Ecoplant ook lokaal geproduceerd?
‘Onze eigen Nederlandse producten worden voor 60 tot 70 procent in Zevenaar gemaakt. Bepaalde onderdelen komen onder andere uit China. Ik vind dat je ernaar moet streven om zo veel mogelijk met lokale materialen te produceren. Dat streven we onder meer na met de projecten in het Caribisch gebied, Azië en Afrika.
Voor het social forest-project in de Filippijnen kijken we bijvoorbeeld naar de mogelijkheid om bepaalde onderdelen van de Ecoplant te maken met bamboe, dat daar volop aanwezig is.’
Zijn er partijen met wie je nog graag samen wilt samenwerken?
‘We hebben in Nederland en daarbuiten veel contacten met universiteiten. Verder ben ik erg positief over de steun van de Rijksdienst voor Ondernemen en het Nederlandse ambassadenetwerk. Dat helpt ons bij het leggen van internationale contacten.
Wat ik graag wil uitbouwen is fabricage van de Ecoplant via licentiemodellen en samenwerking met andere innovators. Vooral buiten Europa is het interessant om met lokale partners te werken, waarbij wij de internationale kwaliteitsstandaard waarborgen. Dan bouw je een echt duurzaam model.’
Lees ook:
- Vloerenfabrikant Interface wil alleen nog duurzame leveranciers: ‘Andere partijen zijn niet interessant voor ons
- Zeewier kan helpen het stikstofprobleem in de landbouw op te lossen, laat de raffinaderij van Nikki Spil zien
- ‘Het energiesysteem transformeren is meer dan techniek, het moet voor iedereen kloppen’




