Nee, ze is geen econoom. Maar ze heeft democratie wél hoog in het vaandel staan. En ons huidige economische systeem is fundamenteel ondemocratisch, zegt Babette Porcelijn. Dat heeft veel impact op mens en milieu.
Porcelijn is vooral bekend van haar boek De verborgen impact (2016), waarin ze in kaart brengt welke impact mensen hebben op de planeet – en waarom we daar zelf zo weinig zicht op hebben. Sindsdien zet ze zich in om die impact te verkleinen, onder meer met haar stichting Think Big Act Now.
Toch wordt die negatieve impact niet minder. De economie groeit, maar de milieuschade ook. En mensen in het mondiale Zuiden krijgen nog steeds geen eerlijk loon.
Porcelijn ging op onderzoek: waarom is dat? Het resultaat is het boek De trias economica, dat volgende week verschijnt. Daarin legt ze de ‘weeffouten’ van het economisch systeem bloot en stelt ze een alternatief voor.
Een ondemocratische economie
De kern van het probleem: degenen die de gevolgen voelen van economische besluiten hebben de minste inspraak, schrijft Porcelijn. Zo zijn arme landen gedwongen geld te lenen van rijke landen om met klimaatschade om te kunnen gaan, en bepalen de rijke landen de voorwaarden. En in bedrijven wordt de koers bepaald door aandeelhouders die eraan verdienen, terwijl degenen die geraakt worden – werknemers, arbeiders in arme landen, toekomstige generaties, de natuur – niet meebeslissen.
‘Het was een vreemde gewaarwording voor mij dat het economische systeem ondemocratisch bleek te zijn’, zegt Porcelijn tegen Change Inc. ‘In een democratie heeft iedereen die geraakt wordt door besluiten daar iets over te zeggen. In grote bedrijven is dat totaal niet zo.’
De machtsconcentratie in grote bedrijven wordt volgens Porcelijn gedreven door twee dingen: groeidwang en vermogensconcentratie. De groeidwang begint bij geldschepping. Als banken geld lenen, willen ze daar rendement op maken. Maar het geld van dat rendement bestaat nog niet. De economie moet dus altijd blijven groeien om schulden te kunnen betalen.
Dat rendement gaat vervolgens allemaal naar een kleine groep mensen. Daardoor ontstaat vermogensconcentratie, legt Porcelijn uit. ‘De markt onttrekt waarde aan de maatschappij, terwijl ze eigenlijk waarde zou moeten toevoegen.’

Use value-economie
Hoewel Porcelijn zich liever op oplossingen richt (‘Anders kan ik me laten verlammen door angst’), schetst ze kort wat er gebeurt als we ons economische systeem niet veranderen. Zolang we de kosten van economische groei niet onder ogen komen, werken we toe naar economisch en ecologisch verval. ‘De omvang van waar we op afstevenen wordt nog steeds zwaar onderschat. Mensen willen het liever niet zien.’
Deze ideeën sluiten aan op die van denkers als Triodos-econoom Hans Stegeman, die vorig jaar een proefschrift schreef over duurzame transformatie van de economie. Onze kapitalistische economie, zegt Stegeman, is een alsmaar uitdijend systeem. ‘Als we dat systeem niet begrenzen, blijft het kannibaliseren op mens en natuur. En dan stort het uiteindelijk vanzelf in elkaar.’
Het huidige neoliberale kapitalisme is een zogenoemde exchange value-economie, zegt Porcelijn. Daarin is geld het doel en zijn mensen en producten het middel om meer geld te maken. ‘In plaats daarvan hebben we een use value-economie nodig. Daarin maken we producten omdat we die nodig hebben om te leven. Geld is slechts het hulpmiddel dat het ruilen makkelijker maakt.’
De trias economica
De enige manier om tot zo’n use value-economie te komen is door ‘diep in te grijpen in het systeem van economische macht’, zegt Porcelijn. Want: ‘Als je maar één aspect van het weefgetouw aanpakt, mis je belangrijke verbanden en oplossingen.’
Voor een overkoepelende oplossing keek Porcelijn naar de trias politica: de scheiding der machten. Die theorie van de Franse filosoof Montesquieu zorgde er in de achttiende eeuw voor dat absolute monarchieën, waarin de koning alle macht had, veranderden in democratieën. Zoiets zou ook in de economie moeten gebeuren, zegt Porcelijn. ‘Want het is vooral de machtsconcentratie die maakt dat de maatschappij in dienst staat van het geld, in plaats van andersom.’
Het idee om zo’n ook economische machten te scheiden kwam toen Porcelijn een video keek van de Roemeens-Canadese econoom Vlad Bunea. ‘Hij heeft het over de drie elementen van kapitalisme: macht, bezit en kapitaal. Dat is anders hoe ik er inmiddels naar kijk, maar toen viel bij mij wel het kwartje. Het gaat om macht, en die kun je verdelen. Ik ben toen zelf gaan uitwerken hoe een machtenscheiding eruit zou zien in de maatschappij.’
Scheiding der machten
Porcelijn onderscheidt de publieke macht (regels), de financiële macht (geld) en de bedrijfsmacht (uitvoering). Nu zijn die vaak verstrengeld, waardoor de eigen belangen voorrang krijgen. Zo heeft de financiële sector invloed op hoe bedrijven het door haar uitgeleende geld besteden, en oefent ze invloed op de overheid uit via schulden. En dan heb je nog lobbyisten van bedrijven, die bij politici pleiten voor gunstige wetgeving voor die bedrijven.
Als die machten worden gescheiden, ziet het plaatje er heel anders uit. In Porcelijns trias economica mag niemand beslissen over hoe en wat er geproduceerd wordt, regels maken en tegelijkertijd profiteren van de winst.

Hoe ziet dat er concreet uit? Een greep uit de maatregelen: alleen centrale banken kunnen geld scheppen, de aandeelhoudersvergadering van bedrijven wordt vervangen door een ‘stakeholdervergadering’ en productiemiddelen, zoals natuurlijke bronnen, zijn geen ‘bezit’, maar zijn van zichzelf. Zij krijgen een voogd die gebruiksrechten kan uitgeven.
Met deze veranderingen zal de verborgen impact vanzelf ten einde komen, voorspelt Porcelijn.
Dat maakt een einde aan het kapitalisme zoals we dat kennen. En maar goed ook, vindt Porcelijn, want in het ontwerp daarvan zitten een aantal cruciale denkfouten. ‘Ik geloof niet dat ons huidige systeem met kwade bedoelingen is bedacht. De bedenkers hebben het gewoon niet helemaal doorzien. Als ze nu hadden geleefd en gezien hadden dat hun ideeën zouden leiden tot het dictatorschap van big money, zouden ze hun plannen misschien wel hebben aangepast.’
Klein beginnen
Porcelijn realiseert zich dat haar alternatief bestaat uit grootse plannen die niet in een paar weken (of jaren) uitgevoerd kunnen worden. Toch zijn er ook nu al voorbeelden van bedrijven die richting de trias economica bewegen. Neem Triodos Bank, waar maatschappelijke waarde boven winst gaat. Binnen Triodos zijn de zeggenschap en de economische belangen gescheiden (steward-owned). En de beweging van rechten voor de natuur, die de natuur als stakeholder in het rechtssysteem wil opnemen, past ook in dit gedachtegoed.
In navolging daarvan zou Porcelijn het liefst nu al beginnen met experimenten. Een aandeelhoudersvergadering vervangen door een stakeholdervergadering. Dynamisch stemrecht invoeren, waarbij je meer te zeggen hebt naarmate je meer wordt geraakt. Of haar idee van een ‘lobbypot’ uitvoeren: al het lobbybudget van bedrijven op een hoop gooien en eerlijk verdelen onder degenen die het effect van een beslissing zullen voelen. ‘Je kunt zelfs gewoon een computermodel schrijven om te testen hoe dat allemaal uitpakt, zodat je de nieuwe spelregels kunt verfijnen.’
Een gezonde economie en een goed leven
En ja, een verandering zal op korte termijn pijn doen. Besluitvorming wordt een stuk ingewikkelder, als daar meer stemmen bij worden betrokken, zegt Porcelijn. ‘Daarin zullen we samen het wiel moeten vinden. In het begin zal het leiden tot lange vergaderingen met stakeholders. Dat is oké. Democratie is veel werk en veel gedoe, maar het is tóch heel belangrijk.’
‘Hoe meer schade de huidige economie veroorzaakt, hoe groter het draagvlak om het tij te keren. Het helpt dat degenen die nu in het nadeel zijn, in de meerderheid zijn. Wij kunnen ons verenigen om voor onze democratie en ons welzijn op te komen. Want dat is uiteindelijk het doel: niet alleen een gezonde economie, maar vooral een goed leven.’




