Op donderdag 19 maart komen de leiders van de EU-lidstaten bijeen in Brussel. Dat gebeurt op een moment dat de oorlog in het Midden-Oosten de zorgen over een nieuwe energiecrisis aanwakkert. Op de agenda staan onder meer voorstellen van de Europese Commissie om iets te doen aan de elektriciteitskosten van de zware industrie.
Door de sterke prijsstijging van olie, aardgas en elektriciteit is er veel politieke druk om compenserende maatregelen te nemen. Volgens uitgelekte documenten wil de Commissie wat elektriciteit betreft in ieder geval kijken naar drie zaken: energiebelastingen, netwerktarieven en de invloed van CO2-beprijzing op de elektriciteitskosten van de industrie.
Stroomkosten industrie: energiebelasting, netwerktarieven en CO2-beprijzing
De hoogte van energiebelastingen en de netwerktarieven voor elektriciteit (en gas) worden op nationaal niveau vastgesteld. Formeel heeft Brussel daar geen directe zeggenschap over. Wat de Commissie precies voor ogen heeft is nog niet duidelijk. Dat moet donderdag blijken.
De Europese Commissie kan wel kaders stellen voor de reikwijdte van de staatssteun voor het verzachten van de effecten van CO2-beprijzing op elektriciteitsprijzen. Het is al toegestaan om industriële grootverbruikers van stroom te compenseren als energieleveranciers de CO2-kosten van gas- en kolencentrales doorberekenen in de prijzen van fossiele stroom.
In Nederland gebeurt dat ook. Die compensatie voor de industrie verloopt via de zogenoemde IKC-ETS-regeling. Het kabinet-Jetten wil een intensivering van deze subsidieregeling. Dat moet industriële grootverbruikers van elektriciteit in Nederland een lastenverlichting van in totaal een half miljard euro per jaar opleveren. De vraag is nu of de Europese Commissie de compensatiemogelijkheden voor de industrie verder wil oprekken.
Versnippering van heffingen en subsidies
Energieheffingen en subsidieregelingen voor de industrie vertonen binnen de EU nog altijd grote verschillen. Dat zorgt voor uiteenlopende energiekosten van de industrie per lidstaat.
Europees beleid dat de elektriciteitskosten van de industrie raakt, roept daarom twee belangrijke vragen op. Hoe beïnvloeden nieuwe plannen verschillen tussen de elektriciteitskosten van EU-landen? En wat doet eventuele verlaging van stroomkosten met prikkels om te verduurzamen?
Voor de Nederlandse industrie zijn beide vragen relevant. De zware industrie klaagt al een aantal jaar over hoge elektriciteitskosten vergeleken met buurlanden als Duitsland, België en Frankrijk. Mede door die hoge stroomkoste blijkt het voor onder meer de chemiesector lastig om snel stappen te zetten in het verduurzamen van productieprocessen via elektrificatie.
Elektriciteitskosten industrie: Nederland versus buurlanden
De hoogte van de stroomkosten voor de zware industrie wordt bepaald door drie dingen: de marktprijzen voor de inkoop van stroom, de hoogte van heffingen (zoals de belasting voor elektriciteitsverbruik en netwerktarieven) en fiscale kortingsregelingen.
Een recent beleidsonderzoek over de bekostiging van elektriciteitsinfrastructuur stelt dat de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven onder druk staat door de hoge energierekening. Dat komt niet door de nettarieven, maar door kortingen van andere overheden en verschillen in belasting(voordelen).
In een tabel uit het rapport is te zien dat de stroomkosten per megawattuur voor de Nederlandse industrie vóór fiscale kortingen en subsidies vergelijkbaar zijn met die in Duitsland en België. Alleen in Frankrijk is elektriciteit substantieel goedkoper; marktprijzen liggen daar lager door het grootschalige gebruik van kernenergie.

Credits: IBO Bekostiging elektriciteitsinfrastructuur, 2025
Het beeld kantelt als je kijkt naar de kosten inclusief belastingvoordelen. Gunstige kortingsregelingen zetten industriële bedrijven in buurlanden op voorsprong. Zo betaalden Nederlandse grootverbruikers van stroom in 2024 zo’n 25 euro per megawattuur méér voor elektriciteit dan Duitse bedrijven. De gemiddelde prijs voor Nederlandse bedrijven lag op 71,5 euro per megawattuur (inclusief de eerder genoemde kostencompensatie voor CO2-beprijzing), tegenover 46 euro in Duitsland.
Als de Europese Commissie wil ingrijpen in de elektriciteitskosten, is het daarom belangrijk dat ook de fiscale regelingen van landen gelijk worden getrokken. Anders blijft er een ongelijk speelveld bestaan.
Verduurzaming industrie: knelpunten wegnemen
Vanwege het kapitaalintensieve karakter van de basisindustrie willen bedrijven daarnaast zekerheid over het beleid op de lange termijn voor grootschalige investeringen in verduurzaming. Naast elektriciteitskosten zijn drie zaken daarbij van belang.
Ten eerste is dat voldoende aanbod van groene stroom en duurzame warmte. Ook oplossingen voor netcongestie en afstemming van het aanbod van groene energie op de vraag van de industrie zijn belangrijk, zodat de groene stroom op het juiste moment op de juiste plek kan zijn. Tot slot gaat het om zekerheid over de vraag naar duurzame alternatieven als groen staal en CO2-arm cement.
Steun voor hernieuwbare energie en duurzame productie
Hoe gaat het met die knelpunten? Wat betreft het aanbod van groene stroom toont het kabinet-Jetten ambitie. Doel is nu om de windcapaciteit op het Nederlandse deel van de Noordzee uit te breiden naar 40 gigawatt in 2040. Dat sluit aan bij het bredere streven van negen Noordzeelanden, die begin dit jaar de intentie uitspraken om samen 100 gigawatt aan windvermogen te realiseren.
Die stroom moet vervolgens ook zonder problemen bij industriële afnemers terecht kunnen komen. Door problemen met netcongestie wordt dat steeds lastiger. Dat vraagt vooral om nationaal beleid. Het kabinet-Jetten wil onder meer een nieuwe crisiswet netcongestie invoeren om vergunningsprocedures voor uitbreiding van het elektriciteitsnet te versnellen.
Toch moet de industrie ook zelf aan de slag, bijvoorbeeld met innovatieve oplossingen voor de lokale opwek van duurzame energie, batterijopslag en omzetting van elektriciteit in warmte. Gunstig in dit verband is de wil van de coalitie om de SDE++-subsidieregeling de komende jaren te laten bestaan. Er moeten zes nieuwe rondes van elk 8 miljard euro komen. Bedrijven die willen investeren in CO2-arme oplossingen kunnen via de SDE++-regeling zekerheid krijgen dat investeringen in duurzame technieken kostendekkend zijn.
Er zijn tot slot nationale en Europese initiatieven om de vraag naar duurzame industriële basisproducten te stimuleren. Eerder deze maand presenteerde de Europese Commissie de Industrial Accelerator Act. Onderdeel daarvan zijn maatregelen om het verplichte aandeel van groen staal, CO2-arm cement en duurzaam aluminium in producten te verhogen voor publieke aanbestedingen.
Ook de Nederlandse regeringscoalitie heeft aangegeven de vraag naar groene industriële producten te willen stimuleren. Zo moet de overheid bij nieuwe circulaire fabrieken een rol gaan spelen als ‘launching customer‘ om afzetzekerheid te creëren.
Verder kijken dan losse maatregelen
Duidelijk is dus dat er aan meerdere knoppen gedraaid moet worden om echte stappen te zetten met verduurzaming, zowel nationaal als op Europees niveau. Als losse maatregel gaat crisissteun om elektriciteitskosten te drukken geen perspectief bieden voor de industrie op langere termijn.
Lees ook:
- Hoogleraar energie en duurzaamheid Gert Jan Kramer: ‘Nederland moet knoppen zo zetten dat concurrentienadeel verdwijnt’
- Europese Commissie presenteert voorstel voor Industrial Accellerator Act: de belangrijkste punten
- Wat doet het coalitieakkoord met klimaat en stikstof? Uitstoot broeikasgassen daalt, vooral bestaande industrie profiteert




