Meer zonnepanelen, windmolens, batterijen en koperkabels. Een wereld die draait op schone energie, heeft nog steeds grondstoffen nodig om de infrastructuur van de transitie te bouwen. Hoe dat gebeurt, maakt veel uit voor het beroep op kritieke grondstoffen. Het Institute for Sustainable Futures laat in een nieuw rapport in opdracht van Greenpeace zien wat de grondstofimpact is van verschillende scenario’s voor de energietransitie.
In het rapport ‘Beyond Extraction’ kijken de onderzoekers naar het gebruik van kritieke grondstoffen voor sleuteltechnologieën van de energietransitie, zoals batterijen, zonnepanelen en windmolens. De rol van recycling en de groei van het elektrische wagenpark blijken doorslaggevend.
Gebruik van grondstoffen voor duurzame energietechnologie
Het scenario OECM (One Earth Climate Model) laat zien wat er gebeurt als tegen 2050 alle kolen- en gascentrales zijn uitgefaseerd en elektriciteit wereldwijd bijna volledig door zon en wind wordt geleverd.
In dit scenario moet de verkoop van nieuwe brandstofauto’s vanaf 2035 eindigen om binnen de kaders van 1,5 graden opwarming van de aarde te blijven. Die aanname lijkt momenteel niet heel waarschijnlijk, maar het gaat hier vooral om de gevolgen van vergaande elektrificatie voor het grondstofgebruik.
Tegenover het OECM-scenario staat het Progressive-scenario (PRO). Dat gaat uit van een veel sterkere ontwikkeling van publiek transport, wat grote invloed heeft op het wagenpark. Waar OECM rekent met wereldwijd twee miljard personenauto’s in 2050, blijft dat bij het PRO-scenario beperkt tot 1,6 miljard personenvoertuigen.
Een variant van het PRO-scenario kijkt naar de mogelijkheid dat natrium-ionbatterijen een hoge vlucht nemen en lithium-ionbatterijen gaan verdringen. Dit betekent dat het beroep op lithium afneemt, maar voor de totale impact van het PRO-scenario maakt dit niet heel veel verschil.
Allemaal een eigen elektrische auto of meer gedeeld vervoer?
De grafieken hieronder tonen het verwachte gebruik van acht grondstoffen voor het OECM- en het PRO-scenario. De prognoses voor 2050 zijn afgezet tegen de situatie in 2024. We beginnen daarbij met een variant zonder grootschalige recycling en hergebruik van batterijen.
Te zien is dat de extractie van koper, grafiet, nikkel, mangaan, lithium, kobalt, neodymium, dysprosium en vanadium in 2024 uitkwam op in totaal ruim 5 miljoen ton.
In het OECM-scenario zonder sterke toename van recycling stijgt dit in 2050 naar liefst 40 miljoen ton. De sterkere nadruk op publiek transport in het PRO-scenario beperkt de grondstofwinning tot 25 miljoen ton in 2050, voor de acht essentiële grondstoffen.
Recycling wordt cruciaal onderdeel van de energietransitie
Neem je voor beide scenario’s een sterkere groei van recycling mee, dan heeft dat forse impact.
Bij OECM blijft het grondstofgebruik van de acht kritieke grondstoffen in dit geval beperkt tot minder dan 27 miljoen ton, wat op jaarbasis dus 13 miljoen ton scheelt. In het geval van PRO zakt dit zelfs tot 11 miljoen ton, ofwel meer dan een halvering ten opzichte van het scenario zonder een grote rol voor recycling.
Het rapport van het Institute for Sustainable Futures maakt duidelijk dat bij overgang naar een schoner energiesysteem twee dingen extreem belangrijk zijn voor het gebruik van grondstoffen: gedeeld transport om te zorgen dat het aantal individuele auto’s niet al te hard toeneemt. Plus een sleutelrol voor recycling van waardevolle grondstoffen en hergebruik van batterijcellen.
Lees ook:
- In de strijd om kritieke grondstoffen wordt circulariteit een geopolitiek wapen: deze Nederlandse bedrijven lopen voorop
- Dit bedrijf geeft oude fietsaccu’s een tweede leven voor batterijopslag: ‘Batterijcellen weggooien is doodzonde’
- Optimisme over zonne-energie: ‘Snelheid van technologische ontwikkeling én kostendaling nog steeds onderschat’




