Jeroen de Boer
18 maart 2026, 15:17

Grafiek: Recycling batterijen en opschalen gedeeld vervoer cruciaal voor grondstofgebruik van de energietransitie

Batterijen en andere technologieën zijn cruciaal voor de energietransitie, maar doen een stevig beroep op kritieke grondstoffen. Meer aandacht voor recycling en gedeeld vervoer kunnen veel uitmaken bij de hoeveelheid grondstoffen die we gebruiken, blijkt uit een nieuw rapport.

grondstoffen energietransitie batterijen | Credits: Unsplash / Pablo Lara / Bewerking Change Inc.

Meer zonnepanelen, windmolens, batterijen en koperkabels. Een wereld die draait op schone energie, heeft nog steeds grondstoffen nodig om de infrastructuur van de transitie te bouwen. Hoe dat gebeurt, maakt veel uit voor het beroep op kritieke grondstoffen. Het Institute for Sustainable Futures laat in een nieuw rapport in opdracht van Greenpeace zien wat de grondstofimpact is van verschillende scenario’s voor de energietransitie.

In het rapport ‘Beyond Extraction’ kijken de onderzoekers naar het gebruik van kritieke grondstoffen voor sleuteltechnologieën van de energietransitie, zoals batterijen, zonnepanelen en windmolens. De rol van recycling en de groei van het elektrische wagenpark blijken doorslaggevend.

Gebruik van grondstoffen voor duurzame energietechnologie

Het scenario OECM (One Earth Climate Model) laat zien wat er gebeurt als tegen 2050 alle kolen- en gascentrales zijn uitgefaseerd en elektriciteit wereldwijd bijna volledig door zon en wind wordt geleverd.

In dit scenario moet de verkoop van nieuwe brandstofauto’s vanaf 2035 eindigen om binnen de kaders van 1,5 graden opwarming van de aarde te blijven. Die aanname lijkt momenteel niet heel waarschijnlijk, maar het gaat hier vooral om de gevolgen van vergaande elektrificatie voor het grondstofgebruik.

Tegenover het OECM-scenario staat het Progressive-scenario (PRO). Dat gaat uit van een veel sterkere ontwikkeling van publiek transport, wat grote invloed heeft op het wagenpark. Waar OECM rekent met wereldwijd twee miljard personenauto’s in 2050, blijft dat bij het PRO-scenario beperkt tot 1,6 miljard personenvoertuigen.

Een variant van het PRO-scenario kijkt naar de mogelijkheid dat natrium-ionbatterijen een hoge vlucht nemen en lithium-ionbatterijen gaan verdringen. Dit betekent dat het beroep op lithium afneemt, maar voor de totale impact van het PRO-scenario maakt dit niet heel veel verschil.

Allemaal een eigen elektrische auto of meer gedeeld vervoer?

De grafieken hieronder tonen het verwachte gebruik van acht grondstoffen voor het OECM- en het PRO-scenario. De prognoses voor 2050 zijn afgezet tegen de situatie in 2024. We beginnen daarbij met een variant zonder grootschalige recycling en hergebruik van batterijen.

Te zien is dat de extractie van koper, grafiet, nikkel, mangaan, lithium, kobalt, neodymium, dysprosium en vanadium in 2024 uitkwam op in totaal ruim 5 miljoen ton.

In het OECM-scenario zonder sterke toename van recycling stijgt dit in 2050 naar liefst 40 miljoen ton. De sterkere nadruk op publiek transport in het PRO-scenario beperkt de grondstofwinning tot 25 miljoen ton in 2050, voor de acht essentiële grondstoffen.

Recycling wordt cruciaal onderdeel van de energietransitie

Neem je voor beide scenario’s een sterkere groei van recycling mee, dan heeft dat forse impact.

Bij OECM blijft het grondstofgebruik van de acht kritieke grondstoffen in dit geval beperkt tot minder dan 27 miljoen ton, wat op jaarbasis dus 13 miljoen ton scheelt. In het geval van PRO zakt dit zelfs tot 11 miljoen ton, ofwel meer dan een halvering ten opzichte van het scenario zonder een grote rol voor recycling.

Het rapport van het Institute for Sustainable Futures maakt duidelijk dat bij overgang naar een schoner energiesysteem twee dingen extreem belangrijk zijn voor het gebruik van grondstoffen: gedeeld transport om te zorgen dat het aantal individuele auto’s niet al te hard toeneemt. Plus een sleutelrol voor recycling van waardevolle grondstoffen en hergebruik van batterijcellen.

Lees ook:

 

 

 

Grote industrie blijft onmisbaar in transitie Rotterdamse haven: 'De installaties blijven bestaan, de brandstoffen veranderen'

Het motto dat terugkomt in jullie strategieprogramma, waarin de route wordt uitgestippeld naar een CO2-neutrale haven, is ‘Renew the existing and embrace the new’. Waarom juist deze combinatie?‘Enerzijds geeft het aan dat we de bestaande industrie willen verduurzamen. We zijn van mening dat die bestaande industrie een belangrijke bijdrage kan leveren aan de energietransitie. Tegelijkertijd zien we dat er nieuwe ketens en nieuwe industrieën nodig zijn om de haven op lange termijn duurzaam te maken. Het gaat dus om twee sporen: het vernieuwen van het bestaande en het ontwikkelen van het nieuwe.’Je hoort ook weleens dat we beter afscheid kunnen nemen van oude, vervuilende industrieën. Wat maakt een bestaande industrie juist geschikt om de reis naar een duurzame toekomst te maken?‘In de bestaande industrie zit enorm veel kennis. Niet alleen technische kennis, maar ook expertise op het gebied van projectmanagement en financiële slagkracht. Je krijgt de energietransitie en grondstoffentransitie niet binnen 25 jaar voor elkaar met alleen startups. Je hebt ook de schaal en middelen van grote spelers nodig.Een goed voorbeeld is het bedrijf Nobian, dat in het hart van het Rotterdamse zoutcluster zit. Dat bedrijf is overgestapt van fossiele, grijze elektriciteit naar groene stroom. Daarmee zie je hoe een bestaande industrie kan verduurzamen door anders naar haar energiehuishouding te kijken. Dat soort voorbeelden laat zien waarom bestaande industrie ook in de toekomst relevant blijft.’Zijn er ook industrieën of bedrijven waarvan jullie zeggen: die zijn in de toekomst eigenlijk niet meer welkom in de haven?‘Je gaat gewoon grote veranderingen zien. Kijk naar kolenstook in energiecentrales. De input kan relatief snel vervangen worden door andere brandstoffen, zoals biomassa. Maar daarmee verdwijnt de centrale zelf niet. De installaties blijven bestaan, maar de brandstoffen veranderen.Of neem het wegverkeer. Als we massaal elektrisch gaan rijden, zal er minder olie geraffineerd worden tot benzine. Dat betekent niet dat raffinaderijen verdwijnen. Uit een vat olie worden ook veel grondstoffen gehaald voor de chemische industrie, en dat zal waarschijnlijk nog lange tijd nodig blijven.’Welke belangrijke stappen hebben jullie de afgelopen periode gezet richting een klimaatneutrale haven?‘Eind dit jaar wordt het Porthos-project in gebruik genomen. Dat is een systeem voor het afvangen, transporteren en opslaan van CO2. Ook de waterstofleiding – de Hydrogen Backbone – die de Maasvlakte met Pernis verbindt, gaat dit jaar open.Daarnaast wordt onder andere de elektrolyser voor waterstof van Shell gebouwd: Holland Hydrogen One. En op het gebied van grondstoffen is de bioraffinaderij van Neste noemenswaardig. Dat is momenteel het grootste industriële project dat in Nederland wordt gebouwd, met een investering van bijna 3 miljard euro.’Toch hoor je ook dat de waterstofeconomie worstelt en bedrijven als Shell en BP hun plannen voor biobrandstoffabrieken intrekken. Waarom kampen deze sectoren met uitdagingen?‘In 2022, na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, zijn de waterstofambities verhoogd ten opzichte van onze eerste waterstofvisie in 2019. Als je kijkt naar waar we nu staan, zitten we ver boven wat we in 2019 verwachtten, maar onder de verhoogde ambities van 2022. Het is dus een klassiek 'glas halfvol of halfleeg'-verhaal: het gaat sneller dan aanvankelijk gedacht, maar langzamer dan de nieuwste ambities.Veel projecten die nu worden opgeleverd horen bij een eerste investeringsgolf. De projecten waar jij naar verwijst zaten in een tweede golf en zijn dus later opgestart. Tussen die golven is het investeringsklimaat in Nederland verslechterd.Dat heeft verschillende oorzaken: stikstofproblematiek, trage vergunningverlening, veranderende regelgeving rond duurzame brandstoffen, netcongestie, netwerkkosten die in Nederland hoger zijn dan omringende landen, en ook internationale concurrentie: energie is elders in de wereld een stuk goedkoper. Samen vormt dat een soort 'perfect storm', waardoor sommige investeringen zijn uitgesteld of geannuleerd.’Hoe zorg je dat je koersvast blijft in een turbulente wereld?‘Het havenbedrijf denkt altijd in lange termijnen. Infrastructuurinvesteringen duren lang en moeten ook lang renderen. Daarom laten we ons niet te veel leiden door de waan van de dag.Persoonlijk werk ik ook zo. Ik kijk altijd met een langetermijnblik en probeer me niet te laten afleiden door schokken of gebeurtenissen van één specifiek moment.’Hoe zorg je dat je de tientallen bedrijven op het havenbedrijf ook meekrijgt?‘We hebben dat op verschillende manieren aangepakt. In een vroeg stadium hebben we grote sessies georganiseerd met bedrijven uit het havengebied. Daar hebben we inspiratie gedeeld, maar ook uitgebreide analyses gepresenteerd van mogelijke transitiepaden. We hebben samen met een Duits onderzoeksinstituut berekeningen gemaakt en scenario’s uitgewerkt. Daarmee konden we laten zien dat de plannen technisch onderbouwd waren.Daarnaast hebben we gekeken naar wat bedrijven drijft. Soms zijn dat kosten, maar vaak ook voorspelbaarheid van kosten. Door daarop aan te sluiten kun je bedrijven beter betrekken bij duurzame ontwikkelingen.’Stuit je dan ook wel eens op weerstand?‘Ja, dat gebeurt zeker. Ik gebruik daarvoor wel eens een uitspraak die – volgens mij onterecht – aan Gandhi wordt toegeschreven: “First they laugh at you, then they ignore you, then they fight you, and then you win.”In dit soort trajecten zie je die fases vaak terug. Als je weet dat ze onderdeel zijn van verandering, kun je er beter mee omgaan en consistent blijven.’Met wie zou je het liefst nog eens samenwerken?‘Ik ben altijd op zoek naar partijen met wie je echt impact kunt maken. Op dit moment kijken we bijvoorbeeld sterk naar samenwerking met de financiële sector. Veel investeringen komen niet tot stand omdat er op verschillende plekken beslissingen genomen moeten worden en risico’s zich opstapelen. Als je samen met financiële partijen manieren kunt vinden om die risico’s beter te organiseren, kan dat veel projecten versnellen.Extra interessant zijn herverzekeraars. Zij kijken namelijk heel nadrukkelijk naar de financiële risico’s van klimaatverandering.’ Lees ook:Nieuwe directeur Social Enterprise NL: 'Juist in deze tijd is het belangrijk dat sociaal ondernemers samen optrekken' Geen coöps, maar zoöps: zo nemen bedrijven de natuur mee in hun besluitvorming ‘Energie moet voor iedereen beschikbaar zijn’, en dus ontwierp Hans Veenemans een zelfstandig energiefabriekje: de Ecoplant