Het motto dat terugkomt in jullie strategieprogramma, waarin de route wordt uitgestippeld naar een CO2-neutrale haven, is ‘Renew the existing and embrace the new’. Waarom juist deze combinatie?
‘Enerzijds geeft het aan dat we de bestaande industrie willen verduurzamen. We zijn van mening dat die bestaande industrie een belangrijke bijdrage kan leveren aan de energietransitie. Tegelijkertijd zien we dat er nieuwe ketens en nieuwe industrieën nodig zijn om de haven op lange termijn duurzaam te maken. Het gaat dus om twee sporen: het vernieuwen van het bestaande en het ontwikkelen van het nieuwe.’
Je hoort ook weleens dat we beter afscheid kunnen nemen van oude, vervuilende industrieën. Wat maakt een bestaande industrie juist geschikt om de reis naar een duurzame toekomst te maken?
‘In de bestaande industrie zit enorm veel kennis. Niet alleen technische kennis, maar ook expertise op het gebied van projectmanagement en financiële slagkracht. Je krijgt de energietransitie en grondstoffentransitie niet binnen 25 jaar voor elkaar met alleen startups. Je hebt ook de schaal en middelen van grote spelers nodig.
Een goed voorbeeld is het bedrijf Nobian, dat in het hart van het Rotterdamse zoutcluster zit. Dat bedrijf is overgestapt van fossiele, grijze elektriciteit naar groene stroom. Daarmee zie je hoe een bestaande industrie kan verduurzamen door anders naar haar energiehuishouding te kijken. Dat soort voorbeelden laat zien waarom bestaande industrie ook in de toekomst relevant blijft.’
Zijn er ook industrieën of bedrijven waarvan jullie zeggen: die zijn in de toekomst eigenlijk niet meer welkom in de haven?
‘Je gaat gewoon grote veranderingen zien. Kijk naar kolenstook in energiecentrales. De input kan relatief snel vervangen worden door andere brandstoffen, zoals biomassa. Maar daarmee verdwijnt de centrale zelf niet. De installaties blijven bestaan, maar de brandstoffen veranderen.
Of neem het wegverkeer. Als we massaal elektrisch gaan rijden, zal er minder olie geraffineerd worden tot benzine. Dat betekent niet dat raffinaderijen verdwijnen. Uit een vat olie worden ook veel grondstoffen gehaald voor de chemische industrie, en dat zal waarschijnlijk nog lange tijd nodig blijven.’
Welke belangrijke stappen hebben jullie de afgelopen periode gezet richting een klimaatneutrale haven?
‘Eind dit jaar wordt het Porthos-project in gebruik genomen. Dat is een systeem voor het afvangen, transporteren en opslaan van CO2. Ook de waterstofleiding – de Hydrogen Backbone – die de Maasvlakte met Pernis verbindt, gaat dit jaar open.
Daarnaast wordt onder andere de elektrolyser voor waterstof van Shell gebouwd: Holland Hydrogen One. En op het gebied van grondstoffen is de bioraffinaderij van Neste noemenswaardig. Dat is momenteel het grootste industriële project dat in Nederland wordt gebouwd, met een investering van bijna 3 miljard euro.’
Toch hoor je ook dat de waterstofeconomie worstelt en bedrijven als Shell en BP hun plannen voor biobrandstoffabrieken intrekken. Waarom kampen deze sectoren met uitdagingen?
‘In 2022, na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, zijn de waterstofambities verhoogd ten opzichte van onze eerste waterstofvisie in 2019. Als je kijkt naar waar we nu staan, zitten we ver boven wat we in 2019 verwachtten, maar onder de verhoogde ambities van 2022. Het is dus een klassiek ‘glas halfvol of halfleeg’-verhaal: het gaat sneller dan aanvankelijk gedacht, maar langzamer dan de nieuwste ambities.
Veel projecten die nu worden opgeleverd horen bij een eerste investeringsgolf. De projecten waar jij naar verwijst zaten in een tweede golf en zijn dus later opgestart. Tussen die golven is het investeringsklimaat in Nederland verslechterd.
Dat heeft verschillende oorzaken: stikstofproblematiek, trage vergunningverlening, veranderende regelgeving rond duurzame brandstoffen, netcongestie, netwerkkosten die in Nederland hoger zijn dan omringende landen, en ook internationale concurrentie: energie is elders in de wereld een stuk goedkoper. Samen vormt dat een soort ‘perfect storm‘, waardoor sommige investeringen zijn uitgesteld of geannuleerd.’
Hoe zorg je dat je koersvast blijft in een turbulente wereld?
‘Het havenbedrijf denkt altijd in lange termijnen. Infrastructuurinvesteringen duren lang en moeten ook lang renderen. Daarom laten we ons niet te veel leiden door de waan van de dag.
Persoonlijk werk ik ook zo. Ik kijk altijd met een langetermijnblik en probeer me niet te laten afleiden door schokken of gebeurtenissen van één specifiek moment.’
Hoe zorg je dat je de tientallen bedrijven op het havenbedrijf ook meekrijgt?
‘We hebben dat op verschillende manieren aangepakt. In een vroeg stadium hebben we grote sessies georganiseerd met bedrijven uit het havengebied. Daar hebben we inspiratie gedeeld, maar ook uitgebreide analyses gepresenteerd van mogelijke transitiepaden. We hebben samen met een Duits onderzoeksinstituut berekeningen gemaakt en scenario’s uitgewerkt. Daarmee konden we laten zien dat de plannen technisch onderbouwd waren.
Daarnaast hebben we gekeken naar wat bedrijven drijft. Soms zijn dat kosten, maar vaak ook voorspelbaarheid van kosten. Door daarop aan te sluiten kun je bedrijven beter betrekken bij duurzame ontwikkelingen.’
Stuit je dan ook wel eens op weerstand?
‘Ja, dat gebeurt zeker. Ik gebruik daarvoor wel eens een uitspraak die – volgens mij onterecht – aan Gandhi wordt toegeschreven: “First they laugh at you, then they ignore you, then they fight you, and then you win.”
In dit soort trajecten zie je die fases vaak terug. Als je weet dat ze onderdeel zijn van verandering, kun je er beter mee omgaan en consistent blijven.’
Met wie zou je het liefst nog eens samenwerken?
‘Ik ben altijd op zoek naar partijen met wie je echt impact kunt maken. Op dit moment kijken we bijvoorbeeld sterk naar samenwerking met de financiële sector. Veel investeringen komen niet tot stand omdat er op verschillende plekken beslissingen genomen moeten worden en risico’s zich opstapelen. Als je samen met financiële partijen manieren kunt vinden om die risico’s beter te organiseren, kan dat veel projecten versnellen.
Extra interessant zijn herverzekeraars. Zij kijken namelijk heel nadrukkelijk naar de financiële risico’s van klimaatverandering.’
Lees ook:
- Nieuwe directeur Social Enterprise NL: ‘Juist in deze tijd is het belangrijk dat sociaal ondernemers samen optrekken’
- Geen coöps, maar zoöps: zo nemen bedrijven de natuur mee in hun besluitvorming
- ‘Energie moet voor iedereen beschikbaar zijn’, en dus ontwierp Hans Veenemans een zelfstandig energiefabriekje: de Ecoplant




