Wilke Wittebrood
24 maart 2026, 11:08

Ceo die moreel leiderschap wil tonen, moet meester zijn in het afwegen van verschillende belangen

Van ceo’s wordt steeds vaker verwacht dat ze stelling nemen. Amerikaanse onderzoekers zien dat leiders daarbij regelmatig de plank misslaan. Bijvoorbeeld door eigen medewerkers of juist klanten van zich te vervreemden.

ceo moreel leiderschap | Credits: Unsplash.com / René Ranisch

Het gaat wat ver om voormalig Disney-topman Bob Chapek een activistische ceo te noemen. Maar hij sprak zich na interne druk in 2022 wel uit, toen in Florida een nieuwe wet werd aangenomen. Die verbood leerkrachten op basisscholen om het over seksuele oriëntatie en gender te hebben.

Disney is een van de grootste werkgevers van Florida: het bedrijf heeft in de staat ruim 80.000 mensen in dienst. Die waren woedend dat hun ceo in eerste instantie weigerde om de Don’t Say Gay-wet, zoals de wet al snel bekend kwam te staan, publiekelijk te veroordelen. Helemaal omdat Chapeks voorganger, Bob Iger, zich in februari al tegen de wet had gekeerd.

Chapek kwam alsnog met een statement. En met excuses. Hij legde uit dat het Disney-bestuur al vanaf dag één tegen het wetsvoorstel was, maar bewust niet publiek een standpunt had ingenomen in de overtuiging dat lobby achter de schermen succesvoller was. Die aanpak werd nu ‘opnieuw beoordeeld’.

Druk op ceo over maatschappelijke standpunten van verschillende kanten

Leiders voelen immense druk om een standpunt in te nemen over dit soort kwesties. Dat concluderen Kimberly Whitler, universitair hoofddocent bedrijfskunde aan de Universiteit van Virginia, en Thomas Barta, ceo van het Marketing Leadership Institute, in nieuw onderzoek. Daarvoor vroegen ze 121 zakelijke leiders uit onder meer Noord-Amerika en Europa naar de redenen om zich maatschappelijk of politiek uit te spreken.

De druk komt niet zozeer van buiten, bijvoorbeeld vanuit de media of actiegroepen, maar vooral van binnenuit. De belangrijkste reden? De eigen overtuigingen. Vooral jonge ceo’s laten zich bij de beslissing om ergens publiekelijk iets van te vinden leiden door hun eigen normen en waarden.

Maar handelen vanuit de onderbuik is niet altijd het beste voor het bedrijf, waarschuwen de onderzoekers. Leiders hebben immers een brede verantwoordelijkheid voor groei, winst en waardecreatie voor de aandeelhouders. In dat krachtenveld spelen ook klanten en medewerkers een rol.

Invloed van werknemers

Het voorbeeld van Disney laat zien dat medewerkers grote druk kunnen uitoefenen op leiders, zoals de mea culpa van Chapek laat zien. De topman kwam niet ongeschonden uit de rel.

Werknemers waren niet onder de indruk van zijn telefoontje naar de gouverneur van Florida om zijn ‘teleurstelling en bezorgdheid’ over de Don’t Say Gay-wet te uiten. Of van de belofte om 5 miljoen dollar te doneren aan lhbti+-organisaties, waaronder de Human Rights Campaign. HRC wilde de miljoenen niet hebben. Too little, too late.

Boze achterban

Naast een gebutst imago lopen bedrijven en bestuurders die kleur bekennen ook risico op financiële schade. De onderzoekers waarschuwen daarom om goed te kijken naar waar de beslissing om een standpunt in te nemen vandaan komt en of alle belanghebbenden daarmee zijn gediend.

Zo viel een advertentie van scheermerk Gillette over giftige mannelijkheid helemaal verkeerd bij de eigen achterban, die zich persoonlijk aangevallen voelde. En het Amerikaanse biermerk Bud Light is nog altijd niet hersteld van de gevolgen van een campagne met transgender model Dylan Mulvaney. Zij kreeg in het voorjaar van 2022 een sixpack met gepersonaliseerde biertjes opgestuurd, bedoeld om haar eerste transitiejaar te vieren.

Het merk wilde een jonger publiek aanspreken, maar vergat zijn bestaande klanten: Bud Light is vooral populair in conservatieve delen van de VS. Een blinde vlek die volgens de onderzoekers tot ‘kostbare misstappen’ leidde. Amerikanen boycotten het merk massaal en plaatsen video’s op sociale media waarin ze Bud Light-blikjes beschoten. Na twee weken stilte trok het bedrijf zijn handen van de campagne af. Daarmee kreeg het biermerk ook de lhbti+-gemeenschap over zich heen.

Je uitspreken kan de klantloyaliteit vergroten, maar ook consumenten van je vervreemden. Ceo’s moeten zich scherp bewust zijn van dat krachtenveld om effectief te zijn, als ze moreel leiderschap willen tonen.

Dit artikel verscheen in een uitgebreide versie eerder op MT/Sprout.

Grootschalig nieuw bouwen? Splitsen en optoppen kan de woningbouw versnellen

Twee specifieke oplossingen springen hierbij in het oog: het splitsen van woningen en het optoppen van bestaande gebouwen. Op deze manier creëren we extra woonruimte zonder nieuwe grond te bebouwen. Toch gebeurt dit vooralsnog op relatief kleine schaal. Onduidelijke regels, complexe besluitvorming binnen VvE’s en financiële onzekerheid staan opschaling vaak in de weg. Optoppen: wonen op bestaande daken Laten we beginnen met optoppen. Het gaat hierbij om het toevoegen van extra woningen bovenop bestaande gebouwen. Vaak in de vorm van houtbouw. Thijs Müller is mede-oprichter van Creative City Solutions en volgens hem ligt het potentieel aanzienlijk hoger dan doorgaans wordt gedacht. 'Er zijn verschillende onderzoeken gedaan en de schattingen lopen uiteen van 40.000 tot 250.000 woningen die we in Nederland kunnen toevoegen door optoppen. Als platform zijn we actief in gemeenten door heel Nederland. In Amsterdam gaat het om een potentie van circa 8.000 woningen, in Amstelveen zelfs 10.000. Die getallen worden ook onderkend door de gemeenten', aldus Müller.Femke Stroucken is vastgoednotaris bij CMS en geldt als expert op het gebied van optoppen. Ook zij ziet het als één van de oplossingen om de woningbouw te versnellen. 'De bestaande woningvoorraad biedt veel mogelijkheden om extra woningen te realiseren. Daarmee bereiken we niet de ambitie van 100.000 woningen per jaar, maar kunnen we wel een bijdrage leveren. Elke mogelijkheid die de bestaande woningvoorraad biedt, moet je wat ons betreft aangrijpen, het is immers de grootste voorraad die voorhanden is. Met name galerijflats na 1965 zijn kansrijke gebouwen om op te toppen. De grond, de bestaande infrastructuur en de voorzieningen zijn er al.'Het principe is niet nieuw. In steden over de hele wereld wordt al decennialang extra ruimte gecreëerd door bestaande gebouwen te verhogen. Toch staat het in Nederland pas sinds enkele jaren echt op de radar van beleidsmakers. 'Optoppen gebeurt ook hier al honderden jaren. Het verschil is dat we er nu veel systematischer naar kijken, bijvoorbeeld op wijkniveau', aldus Müller. Hij ziet met name toegenomen interesse bij woningcorporaties en institutionele beleggers. In plaats van één gebouw aan te pakken, kijken zij naar clusters van panden in een buurt. Daarmee kan optoppen veranderen van een incidentele ingreep in een schaalbare strategie. Creative City Solutions helpt ze met het managen van dit hele proces. Splitsen: bestaande woningen opdelen Ook voor het splitsen van woningen groeit de aandacht. Daarbij wordt een bestaand huis of appartement opgedeeld in meerdere zelfstandige woningen. Martijn Winnen is de oprichter van Winnen&Co BV, zij helpen eigenaren bij het kadastraal en bouwkundig splitsen van panden. Hij ziet een gigantisch potentieel. 'In Nederland staan zo’n 8,3 miljoen woningen. Als we daarvan 10 procent kunnen splitsen, in twee woonruimtes bijvoorbeeld, dan levert dat 830.000 extra huizen op', zegt Winnen. 'Daarmee kom je al dicht in de buurt van de ambitie om 900.000 woningen toe te voegen tot 2030. Provincies moeten bovendien plannen maken om na 2030 het realisatietempo van zo’n 100.000 woningen per jaar vol te kunnen houden. Dan is nieuwbouw eigenlijk niet meer de hoofdoplossing, maar meer de slagroom op de koffie.'Arnout Scholten is vastgoedadvocaat bij CMS en expert op het gebied van woningsplitsing. Ook hij ziet ook dat het splitsen van bestaande woningen een duwtje in de rug is van de woningbouwopgave. 'We zien dat er voldoende animo bij eigenaren en beleggers is om op deze manier nieuwe woonruimte te creëren.' Break out-sessie Samenwerken en verduurzamen CMS is partner van het Change Inc-event Transition2026 op 23 juni aanstaande en zal daar een break out-sessie verzorgen over Samenwerken en verduurzamen in de Grond- Weg en Waterbouw. Interesse om daarbij te zijn? Meld je vandaag nog aan. Dit besef dringt inmiddels ook langzaam door in politiek Den Haag. Zo is in de woondeals met gemeenten niet alleen naar nieuwbouw gekeken, maar ook naar bestaande gebouwen als manier om extra woningen te creëren. Nederlanders wonen gemiddeld genomen vrij ruim. 'We hebben hier ongeveer 55 vierkante meter woonruimte per persoon, dat is meer dan alle andere Europese landen. Dat maakt het mogelijk om extra woningen te creëren, zonder dat de leefkwaliteit automatisch onder druk komt te staan. 'Stel dat je een verdieping van 80 vierkante meter splitst in twee woningen van ongeveer 37 vierkante meter. Wij weten uit ervaring dat dit niet automatisch leidt tot problemen met de leefbaarheid', zegt Winnen. Regelgeving remt de opschaling Toch blijft de praktijk weerbarstig. Zowel bij optoppen als bij splitsen lopen initiatiefnemers tegen vergelijkbare obstakels aan. De grootste daarvan is vaak niet technisch, maar juridisch en bestuurlijk. Volgens Thijs Müller ontbreekt het vaak aan duidelijke kaders vanuit gemeenten. 'Veel eigenaren willen wel, maar weten vaak niet waar ze moeten beginnen of zien op tegen het gedoe. Hierbij speelt ook de rol van Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) mee. Bij optoppen is bijna altijd unanimiteit nodig van de leden en dat maakt besluitvorming complex en tijdrovend. Het is belangrijk om te beseffen dat optoppen ook voordeel kan bieden voor bestaande bewoners. De opbrengst van nieuwe appartementen kan bijvoorbeeld worden gebruikt om een gebouw te verduurzamen, achterstallig onderhoud weg te werken of een lift te plaatsen', aldus Müller.Ook Femke Stroucken ziet de noodzakelijke medewerking van alle appartementseigenaren als juridische hobbel. Wat verder nog meespeelt is de lokale regelgeving, die blijkt niet overal uniform. 'Het probleem is dat vrijwel elke gemeente - vaak met de beste bedoelingen - een ander beleid hanteert. Dat maakt de situatie voor bijvoorbeeld grotere beleggers en eigenaren behoorlijk lastig. De ijzeren wetten van de markt zijn lastig te managen vanuit het gemeentehuis. Wat wij daarom bepleiten is een reset bij de overheid. Kijk op korte termijn naar de lokale regelgeving en sloop de imperfecties eruit. De kernwoorden zijn hier simpeler, centraler en sneller.' De parkeernorm als verborgen blokkade Ook bij woning­splitsing spelen regels een grote rol. 'Je ziet dat gemeenten verschillend beleid hanteren. Sommige gemeenten hebben gebieden aangewezen waar woningsplitsing verboden is. Verder worden veel uiteenlopende eisen gesteld aan zaken als oppervlakte, parkeren en maximale grootte', zegt vastgoedadvocaat Arnout Scholten.Volgens Martijn Winnen is er één wettelijke bepaling die er in het bijzonder uitspringt: de parkeernorm. 'Die verplicht ontwikkelaars om extra parkeerplaatsen te realiseren, wanneer er nieuwe woningen worden toegevoegd. In dichtbebouwde stedelijke gebieden is dat praktisch vaak onmogelijk.' Hij pleit ervoor om die norm af te schaffen of in ieder geval flexibeler toe te passen. 'Veel mensen in de stad hebben helemaal geen auto meer nodig. Ze gebruiken een elektrische fiets, een deelauto of het openbaar vervoer.'Naast de parkeernorm spelen ook andere gemeentelijke regels mee. Als voorbeeld noemt Winnen regels voor de minimale woonoppervlakte. Landelijk is die gesteld op 18 vierkante meter, maar er zijn lokale bestuurders die hun eigen normen erop nahouden. 'Dan gaat het in een gemeente bijvoorbeeld om minimaal 50 vierkante meter. Dat maakt splitsen ineens een stuk lastiger', aldus Winnen. Arnout Scholten zegt te begrijpen dat gemeenten andere doelen nastreven of andere beleidsvoorkeuren hebben. 'Maar vanuit het belang van creatie van meer woningen zou het uniformiseren van dit beleid en het beperken van voorwaarden centraal moeten staan. De landelijke overheid zou hierbij het voortouw moeten nemen.' Woningen worden duurzamer En dan is er nog de kwestie duurzaamheid. Dat voordeel van optoppen en splitsen mag in ieder geval niet onbenoemd blijven. Nieuwbouw kost grond en nieuwe materialen, zoals baksteen, beton en plastic isolatie. Ook moet er vaak extra geïnvesteerd worden in infrastructuur. Als je bestaande gebouwen gebruikt, zijn die voorzieningen er al. 'Renovatie en verduurzaming gaan bij dit soort projecten vaak hand in hand. Veel gebouwen krijgen dan meteen een energielabel A of A+,' zegt Winnen. 'Zo wordt niet alleen extra woonruimte gecreëerd, maar ook de kwaliteit van de bestaande voorraad verbeterd. De vraag is dan ook niet zozeer óf splitsen en optoppen een rol kunnen spelen bij het oplossen van de woningnood, maar hoe snel deze strategieën opgeschaald kunnen worden. De sleutel ligt volgens beide experts uiteindelijk bij gemeenten. Zodra regels duidelijker worden en procedures voorspelbaarder, kan de markt relatief snel opschalen. 'Als je de regels versimpelt en de procedures makkelijker maakt, dan pakken bouwers en ontwikkelaars dit meteen op', stelt Müller. 'Zo kunnen we veel sneller een flink aantal huizen aan de totale voorraad toevoegen en krijgen meer mensen wat ze zoeken: een eigen woning.' Hoop aan de horizon Volgens Femke Stroucken en Arnout Scholten biedt het nieuwe regeerakkoord kansen. Zo heeft het kabinet het voornemen om te gaan werken met een jaarlijkse Vereenvoudigingswet, waarmee het wetten en regels structureel wil vereenvoudigen. Er komen onder meer simpelere regels voor optoppen en splitsen, vergunningsvrij waar mogelijk. Gemeenten worden verplicht helder beleid op papier te zetten in welke omstandigheden ontwikkelaars dit mogen doen. In Rotterdam zijn ze hiermee al aan de slag. Daar wil de gemeente optoppen versnellen door de regels te versimpelen. Het Rijk stelt minimumvoorwaarden op waaronder gesplitst, getransformeerd en opgetopt moet kunnen worden. 'Op papier ziet de uitgesproken ambitie er beloftevol uit, nu nog de uitwerking op alle niveaus', aldus de vastgoedexperts. Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner CMS. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.