Vorige maand brachten jullie een onderzoek naar buiten over de kloof tussen circulaire ambities en circulaire handelingen van burgers en bedrijven in Nederland en België. Conclusie: we zeggen graag dat we circulariteit belangrijk vinden, maar de praktijk blijft achter. Hoe interpreteer jij de onderzoeksresultaten?
‘Het wordt vooral duidelijk dat er een verschil is tussen denken en doen. In beide landen zien we dat mensen geïnteresseerd zijn in afvalscheiding en dat ook willen doen om het milieu te helpen. Maar er is ook een ‘recyclingparadox’. Mensen scheiden wel afval, maar bij aankoopbeslissingen wordt minder gekeken naar of een product gerecycled materiaal bevat.
Voor bedrijven zien we een vergelijkbaar patroon. Bedrijven doen hun best om afval te scheiden, maar bij de inkoop van materialen voor hun productieproces kijkt slechts de helft naar het gebruik van gerecycled materiaal. Daar speelt ook een kostencomponent in mee. Niet elk bedrijf kan zich gerecycled materiaal permitteren.’
Verbazen deze resultaten je?
‘De aannames die we al hadden, worden duidelijk bevestigd. Regels en beleid helpen afvalscheiding, net als heldere communicatie. Daar waar de overheid actief optreedt is het scheidingsgedrag aantoonbaar beter.
Het onderzoek, onder duizend consumenten en tweehonderd bedrijven in Nederland en België, laat zien dat het merendeel van de mensen en organisaties al actief bezig is met afvalscheiding. Wat mij betreft is het glas halfvol. Maar er is nog veel ruimte voor verbetering.’
Eén van de conclusies luidt dat het mkb meer worstelt met circulariteit dan grote bedrijven, bijvoorbeeld door een tekort aan arbeidskracht. Hoe zorg je dat het mkb toch aanhaakt bij de circulaire economie?
‘De overheid kan het mkb ondersteunen door regelgeving te verduidelijken of verder uit te werken. Als recycling of het gebruik van gerecycled materiaal verplicht wordt, kunnen bedrijven die kosten ook makkelijker doorberekenen. Dat is nu vaak lastig.
Ten tweede denk ik dat er slimmer kan worden samengewerkt. Een mkb-bedrijf hoeft niet per se een specialist circulaire economie op de loonlijst te hebben. Je kunt ook expertise inhuren of samenwerken met klanten.’
Interviewserie Horizon – Hoe versnellen we de duurzame transitie en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. met ceo’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun bedrijf én sector duurzamer te maken.
Overheden en bedrijfsleven moeten dus aan de slag. Waar zie je werk aan de winkel voor Renewi?
‘Mensen en bedrijven hebben nog steeds een beperkt beeld van hoe recycling er in de praktijk uitziet. Wat gebeurt er nou met mijn afval? Daar kunnen Renewi en de hele recyclingindustrie een rol in spelen.
Renewi heeft meer dan honderd vestigingen, van de Benelux tot Portugal. We kunnen dus op heel veel plekken laten zien wat er gebeurt – aan burgers, bedrijven en beleidsmakers. Op die manier blijft recycling geen abstract begrip.
Daarnaast is duidelijkheid belangrijk. Maak duidelijk dat een verpakking gerecycled is en zorg dat afvalscheiding gebruiksvriendelijk wordt voor alle lagen van de bevolking, in stedelijke en regionale gebieden. Daar is nog veel winst te behalen.
Tot slot kan Renewi het verschil maken door het aangaan van strategische partnerships met klanten. Diepgaande samenwerking levert betere recyclingresultaten op, zowel in kwantiteit als kwaliteit. Wij moeten van onze klanten willen weten hoe we hun afvalverwerking makkelijker kunnen maken, net zo goed als de klant van ons moet willen weten hoe zij kunnen bijdragen aan onze recyclingdoelen.’
Over die doelstellingen: in 2020 stelde Renewi de ambitie om in 2025 75 procent van de ingezamelde materialen te recyclen. Dat percentage ligt nu rond de 66 procent, dus die doelstelling is niet gehaald. Waardoor komt dat?
‘Wij zijn een bedrijf en moeten winstgevend zijn om te kunnen investeren en groeien. De markt voor gerecyclede materialen stond en staat nog steeds onder druk. De prijzen van niet-gerecyclede materiaal blijven laag, waardoor sommige verdienmodellen voor gerecyclede grondstoffen niet rendabel zijn. In de plasticsector zijn daardoor de afgelopen periode meerdere recyclingbedrijven failliet gegaan.
De ambitie van 75 procent staat nog steeds, maar we hebben tijdelijk een pas op de plaats moeten maken. Bestaande activiteiten moeten goed functioneren voordat we verder investeren. Daarbij is het belangrijk om te benadrukken dat Renewi energieterugwinning via afvalverbranding niet als recycling beschouwt, en dat dus ook niet meeneemt in het recyclingpercentage. Dat onderscheid wordt in de sector niet altijd gemaakt.’
Wat moet er in de markt gebeuren om zicht te blijven houden op jullie recyclingdoelstellingen?
‘Nederland en de EU kunnen de markt beter beschermen, bijvoorbeeld door te voorkomen dat spotgoedkoop nieuw materiaal uit Azië hier gedumpt wordt. Er moet een gelijk speelveld komen tussen niet-gerecycled en gerecycled materiaal, bijvoorbeeld door een CO2-grensheffing in te voeren. Ook gaat het helpen als producenten verplicht worden een minimumpercentage gerecycled materiaal in nieuwe producten toe te voegen.
Tot slot hebben we innovatie nodig. Daar is een goed verdienmodel voor nodig. Dat vraagt om consistent beleid. Daar blijf ik op hameren in gesprekken met ministers en Tweede Kamerleden.
De machines waarin Renewi investeert hebben een economische levensduur van twintig jaar. Zonder consistent beleid gaan de Renewi’s van deze wereld niet investeren. Ondernemen is nog steeds risico nemen, maar als beleid om de zoveel jaar verandert is dat funest voor een goed investeringsklimaat.’
Er wordt al jaren gesleuteld aan de CO2-grensheffing en wetgeving voor een verplicht aandeel gerecycled materiaal. Gaan die maatregelen op tijd komen?
‘Wat mij betreft is het twee voor twaalf. Een groot bedrijf als Renewi kan het zich nog veroorloven om te experimenteren, maar voor veel andere bedrijven geldt dat niet. Terwijl elk bedrijf baat heeft bij gezonde concurrentie. Dat zet aan tot innoveren en verbeteren.
Als er niet snel beleid wordt gemaakt ben ik bang dat er straks geen Nederlandse bedrijven meer zijn die plastic kunnen recyclen. Dan ga je de ambities van een volledig circulaire economie in 2050 niet halen.’
Naast de doelstelling om 75 procent van het ingezamelde materiaal te recyclen wil Renewi ook hoogwaardig recyclen. Wat zijn voorbeelden van afvalstromen waar dat nu al mee lukt?
‘Twee voorbeelden springen eruit. Bij plastics zagen we vroeger dat gemengd materiaal vooral werd verwerkt tot één kleur, meestal zwart. Dan zijn de toepassingen beperkt. Maar de technologie is de afgelopen tien jaar enorm vooruit gegaan. Dankzij nieuwe machines kunnen we plastics nu scheiden op kleur. Daarmee zijn de mogelijkheden een stuk groter, van gebruik in speelgoed tot nieuwe verpakkingen als shampooflessen.
Een ander voorbeeld is bouw- en sloopafval, en dan met name beton. Vroeger vermaalden we beton en gebruikten we het gruis als fundering voor wegen. Dat is een laagwaardige oplossing. Inmiddels kunnen we het betonpuin zo verwerken dat het als grondstof dient voor beton dat gebruik kan worden voor viaducten.’
Medio 2025 is Renewi overgenomen door Macquarie Asset Management en BCI. Daarmee zijn jullie van de beurs. Geeft dat meer rust in de uitvoer van jullie duurzaamheidsstrategie?
‘Een notering aan de beurs betekent kwartaaldruk. De overname door twee private-equitybedrijven geeft meer rust in de tent en biedt meer ruimte om de langetermijnstrategie te bespreken.
Tegelijkertijd moeten we onder streep nog steeds cash genereren. Cash stelt ons in staat om te investeren. Ik geloof sterk in duurzaamheid, maar wel op een manier dat het ook een economisch doel dient. Aan het einde van de rit moeten we zonder subsidies op eigen benen kunnen staan.’
Je komt uit de logistiek. Wat voor ervaringen neem je mee uit die sector die van pas komen in je huidige functie?
‘Veiligheid is een groot thema in de logistiek en nu ook weer bij Renewi. We hebben veel trucks op de weg en werken met zware machines. De helft van mijn sollicitatieproces ging over hoe ik veiligheid heb toegepast in mijn vorige banen en hoe ik dat bij Renewi zou doen.
Daarbij heb ik veel ervaring opgedaan in verschillende landen en heb ik gewerkt met allerlei culturen. Mijn kracht ligt bij het aansturen van verschillende groepen mensen en ze als team naar een hoger niveau tillen. Doordat ik in veel landen in verschillende functies heb gewerkt, kan ik me een situatie snel eigen maken. Mijn inwerktijd duurt geen vijf jaar. Dat vinden werkgevers prettig.’
Waar haal je als ceo de meeste voldoening uit?
‘Ik vind het altijd mooi als ik mensen uit vorige teams op een later moment elders terugzie als ze carrière hebben gemaakt. Binnen of buiten het bedrijf. Daarnaast blijf ik ook zelf leren. Ik sta soms nog steeds te klapperen met m’n oren over wat Renewi allemaal doet.
Het onbekende spreekt me ook aan. Toen ik de vraag kreeg of ik voor een functie naar de VS of China wilde gaan, koos ik voor het laatste. Daarbij moet ik wel zeggen dat het belangrijk is dat je een partner en gezin hebt die mee willen gaan. Je wil niet dat iemand dan gelijk een echtscheiding aanvraagt. Mijn broer en zus hebben dat minder. Toen mijn vrouw aan mijn zus vertelde dat we naar China gingen, sloeg m’n zus een arm om haar heen. Ach gut, dacht ze.’
Hoe lukt het je alle werknemers binnen een bedrijf als Renewi achter dezelfde missie te scharen?
‘Het creëren van draagvlak voor verandering blijft een uitdaging. De boodschap moet consistent en duidelijk zijn voor alle lagen van de organisatie. Daarbij zijn goed verandermanagement en heldere communicatie essentieel. Ik geloof in teams waarin mensen breder bijdragen dan alleen hun eigen expertise en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Discussies moeten vóór besluitvorming plaatsvinden, zodat er daarna met één duidelijke lijn naar buiten wordt gecommuniceerd. Verschillende meningen zijn waardevol, maar uiteindelijk moet het team met één stem spreken.
Daarnaast is groei cruciaal. Dat biedt medewerkers ontwikkelkansen en voorkomt dat talent vertrekt. Groei is daarmee niet alleen een doel op zich, maar vooral een middel om mensen en organisatie vooruit te helpen.’
Die groei is ook noodzakelijk om de doelstellingen van de circulaire economie te halen. Volledig circulair in 2050, en een halvering van het grondstoffengebruik in 2030. Hoe realistisch is die tussendoelstelling nog?
‘De haalbaarheid van het halveren van het grondstoffengebruik wordt sterk beïnvloed door geopolitieke ontwikkelingen, die direct doorwerken in beleid en economisch gedrag. Waar de verduurzaming eerder leek te stagneren, zie ik nu juist weer versnelling, deels doordat Europa zich bewuster wordt van de noodzaak tot strategische autonomie. Tegelijkertijd denk ik dat we aan de late kant zijn. Een gezonde economie blijft daarbij essentieel: bedrijven moeten financieel in staat zijn om te investeren in circulariteit.
De huidige geopolitieke situatie leert ons dat we er niet op kunnen vertrouwen dat handelsrelaties voor eeuwig zijn. Het is belangrijk bepaalde zaken in eigen hand te houden. Niet eerder werd de circulaire economie zo in verband gebracht met strategische autonomie. Dat stemt hoopvol. Maar er moet helder, consistent en voorspelbaar beleid komen om de ambities waar te maken.’




