De afgelopen weken werden we met de neus op de feiten gedrukt: wie afhankelijk is van de import van fossiele brandstoffen, wordt flink geraakt door de geopolitiek. Besparen is daarom niet alleen cruciaal voor het klimaat, maar ook voor de energiezekerheid.
In dat kader wordt vaak gesproken over het isoleren van woningen. Wat dat precies oplevert, blijkt uit een nieuw rapport in economenvakblad ESB.
De auteurs combineerden data van onder meer CBS en TNO. Goed om te weten is dat ze daarbij specifiek keken naar gasgestookte woningen die gebouwd zijn vóór 1992. Woningen die na die tijd zijn gebouwd zijn al relatief goed geïsoleerd.
Isolatie: duur, maar effectief voor gasbesparing
4,8 miljoen oude woningen voldoen nog niet aan de isolatiestandaard, blijkt uit het rapport. Dat is meer dan de helft van alle woningen in Nederland. De isolatiestandaard is vastgesteld door de overheid en komt ongeveer overeen met het isolatieniveau van energielabel A.
Wil je deze woningen allemaal zodanig isoleren dat ze aan de standaard voldoen, dan kost dat ruim 13 duizend euro per woning, met een totaal van zo’n 67 miljard euro. Hoewel het kabinet-Jetten in het coalitieakkoord zegt ‘prioriteit te geven aan de verduurzaming van woningen, bijvoorbeeld met een Nationaal Isolatie Offensief’, is onduidelijk hoeveel geld het daarvoor uit wil trekken.
Isolatie van al die woningen heeft een flink effect. In totaal kan jaarlijks ruim 2,3 miljard kubieke meter gas bespaard worden. Dat is bijna een derde van het totale gasverbruik van Nederlandse woningen en iets minder dan 8 procent van het totale gasverbruik in Nederland (waar ook gas voor onder meer elektriciteit en de industrie bij hoort).
Hoewel de isolatie van koopwoningen in absolute zin het meeste verschil maakt, levert de isolatie van huurwoningen per euro een hogere gasbesparing op.
Isoleren voor huishoudens met energiearmoede meest efficiënt
De auteurs van het rapport hebben ook specifiek gekeken naar de woningen van huishoudens met energiearmoede. Het gaat dan om iets meer dan 5 procent van het totale aantal slecht geïsoleerde woningen. Het aantal huishoudens met energiearmoede nam een tijdje af door onder meer de tijdelijke noodfonds voor energie, maar is sinds 2024 weer flink gestegen.
Interessant is dat isolatie van woningen van huishoudens met energiearmoede relatief goedkoop is. Dat komt doordat het vooral om kleinere woningen gaat, verklaren de auteurs. Tegelijkertijd is de jaarlijkse gasbesparing per woning juist hoger. Dat betekent een hogere effectiviteit per geïnvesteerde euro. En omdat mensen met energiearmoede een relatief groot deel van hun inkomen aan energie besteden, merken zij het ook het meest in hun portemonnee.
Omdat grootschalige isolatie geen makkelijke opgave is − zeker in een krappe arbeidsmarkt − doen de auteurs ook enkele aanbevelingen voor beleid. Zo spreken ze van maatwerkafspraken met woningcorporaties en grote particuliere verhuurders. Als zij overheidssteun ontvangen, is dat voor hen een prikkel om woningen te verduurzamen. Op dit moment ontbreekt die grotendeels. Verhuurders profiteren immers niet van de kostenbesparingen die verduurzaming oplevert.
Voor koopwoningen wordt ‘innovatieve financiering’ geadviseerd, bijvoorbeeld een verduurzamingssubsidie die van inkomen en energielabel afhankelijk is. Zo voorkom je dat subsidies vooral terechtkomen bij huishoudens die er niet van afhankelijk zijn, zoals nu het geval is.
Tot slot zou industrialisering van renovatie enorm helpen, schrijven de auteurs. Dat kan voor lagere isolatiekosten en een hogere snelheid zorgen.



