Jeroen de Boer
22 april 2026, 15:11

Grafiek: Deuk in de vraag naar olie kan bijna net zo veel CO2 besparen als Nederland in één jaar uitstoot

Door de verstoring van de aanvoer van fossiele brandstoffen vanuit het Midden-Oosten daalt het wereldwijde verbruik van olieproducten. Dat zorgt ook voor minder CO2-uitstoot en kan het gebruik van elektriciteit uit hernieuwbare energie een extra impuls geven.

daling vraag olie effect CO2-uitstoot groei hernieuwbare energie | Credits: Unsplash.com / Sheng Hu / Bewerking Change Inc.

De energiecrisis die Donald Trump heeft ontketend met zijn aanvallen op Iran, kan dit jaar leiden tot fysieke brandstoftekorten. Het gevolg is dat de vraag naar olieproducten noodgedwongen gaat dalen, blijkt uit nieuwe prognoses van energieagentschap IEA.

Op korte termijn betekent dit dat de wereldeconomie een tik krijgt, maar er zijn wel positieve neveneffecten. Minder fossiel brandstofgebruik zorgt voor minder CO2-uitstoot, en de energiecrisis geeft een extra impuls om versneld over te stappen op hernieuwbare energiebronnen.

Verwachtingen over groei olievraag bijgesteld

De wereld consumeert dagelijks nog gigantische hoeveelheden olie. De mondiale vraag bedraagt zo’n 100 miljoen vaten per dag. Eén vat bevat ongeveer 159 liter ruwe olie die wordt verwerkt tot diverse brandstoffen en chemische producten.

In de onderstaande grafiek is de verandering van de dagelijkse vraag naar olie weergegeven, vergeleken met het voorgaande jaar. Je ziet dat er in 2025 gemiddeld 850.000 vaten olie per dag meer werden geconsumeerd dan in het jaar ervoor.

De grafiek laat ook zien dat de IEA in januari van dit jaar (2026, oud) nog verwachtte dat er dit jaar dagelijks 638.000 vaten olie meer zouden worden verbruikt dan in 2025. In een aangepaste prognose is dat bijgesteld naar een krimp.

De analisten van de IEA denken nu dat de wereld dit jaar dagelijks 84.000 vaten olie minder consumeert dan vorig jaar. De Amerikaanse econoom Paul Krugman legt in een blog uit dat daling van het aanbod zorgt voor ‘vraagvernietiging’, doordat olie-intensieve economische activiteiten op korte termijn krimpen.

Daling vraag naar olie scheelt CO2-uitstoot

Het verschil tussen de IEA-prognoses van januari en april bedraagt 722.000 vaten per dag. Op een totale consumptie van ruim 100 miljoen vaten per dag klinkt dat misschien niet schokkend, maar toch kan de milieu-impact groot zijn.  Op jaarbasis gaat het immers om zo’n 264 miljoen vaten olie.

Voor een vat olie wordt een gemiddelde uitstoot van broeikasgassen gehanteerd van 434 kilo CO2-equivalent. Als er dit jaar 264 miljoen vaten olie wegvallen, komt dat neer op ongeveer 113 miljoen ton minder CO2-uitstoot. Dat is bijna evenveel als de totale uitstoot van CO2 in Nederland in het afgelopen jaar.

Duurzame stroom heeft steeds groter aandeel bij opwekking elektriciteit

De vraag is vervolgens of de huidige fossiele crisis ook gaat zorgen voor een structurele daling van de vraag naar fossiele brandstoffen. Dat hangt vooral af van het tempo van de groei van hernieuwbare energie en de adoptie van onder meer elektrische auto’s en warmtepompen die met groene stroom worden gevoed.

Uit een analyse van energiedenktank Ember bleek deze week dat vooral de groei van zonne-energie ervoor zorgt dat CO2-arme energiebronnen goed zijn voor een steeds groter deel van de mondiale opwekking van elektriciteit. Hernieuwbare bronnen (zon, wind, waterkracht) en kernenergie dekken samen inmiddels 43 procent van de wereldwijde productie van stroom.

Van belang is wel dat CO2-arme energiebronnen maar een beperkt deel van de totale energievoorziening dekken, die meer beslaat dan alleen elektriciteit. Voor de zogenoemde primaire energieconsumptie (energiegrondstoffen die nog niet zijn omgezet in bijvoorbeeld elektriciteit, chemische producten, motorbrandstoffen of warmte) geldt dat hernieuwbare energie en kernenergie goed zijn voor 20 procent van het totaal.

Een belangrijke kanttekening bij de cijfers over primaire energie is wel dat die geen goed beeld geven van het nuttig gebruik van energie. Bij het verbranden van olie, gas en kolen gaat veel energie verloren in de vorm van warmteverlies. Bij gebruik van elektriciteit uit zon, wind en water gebeurt dat veel minder. Die efficiëntiewinsten zorgen ervoor dat bij de elektrificatie van onder meer vervoer, gebouwen en de industrie niet álle primaire fossiele energie hoeft te vervangen door hernieuwbare energie.

De huidige energiecrisis biedt dus kansen om de afbouw van het gebruik van fossiele energie te versnellen. Dat maakt Europa onafhankelijker en draagt tegelijk bij aan het verlagen van de uitstoot van broeikasgassen.

Lees ook:

Emissiereductie, eiwittransitie: taalstrateeg Jens van der Weele ergert zich kapot aan duurzaam jargon

De telefoon van Jens van der Weele staat vol foto’s en screenshots van krantenkoppen, posters, gekke dingetjes op straat. Beelden van ‘sturende taal’, zoals hij het noemt, taal die je denken een bepaalde richting op stuurt. ‘Als je het eenmaal opmerkt, kun je het niet meer níét zien.’Op het meest recente kiekje dat hij maakte, staat een graffiti-tekst die hem aan het denken zette. ‘Your comfort zone is a prison without bars. Dat vond ik goed bedacht. Dat vond degene die de tekst heeft gezet vast ook, anders had-ie ‘m niet op de muur geschreven.’Van der Weele is oprichter van Transitietaal. Als zelfstandig taalstrateeg helpt hij bedrijven en organisaties letterlijk de juiste woorden te kiezen om draagvlak te creëren voor veranderingen. Veranderingen ten gunste van klimaat, natuur en biodiversiteit om precies te zijn, zijn specialisatie. ‘Omdat de duurzame transitie het allerbelangrijkste is wat de wereld op dit moment nodig heeft.’ Eiwittransitie: te ingewikkeld, te abstract Die transitie kan wel nieuwe taal gebruiken. Van der Weele ergert zich kapot aan het jargon dat hij tegenkomt. ‘Eiwittransitie’ bijvoorbeeld, brr. Te ingewikkeld, te abstract, te ver van de belevingswereld van mensen. De fossiele lobby en conservatieve partijen hebben wat dat betreft een beter en vooral simpeler verhaal: dat van een linkse elite die de gehaktbal van de gewone man wil afpakken.Als je daar termen als ‘emissiereductie’ en ‘klimaatdoelstellingen’ tegenover zet, tsja, dan doe je het ook een beetje zelf. ‘We klinken zo precies als de technocratische elite in het populistische narratief.’ Jens van der Weele op Transition2026: korting op je ticket tot 1 mei Jens van der Weele spreekt op 23 juni tijdens Transition2026. Hoe zet je taal strategisch in om draagvlak te bouwen, polarisatie te overbruggen en mensen in beweging te krijgen? Tijdens een break-out sessie duikt hij met zijn publiek diep in de materie. Essentieel voor iedereen die anderen probeert mee te nemen in verandering, of dat nu klanten zijn, collega’s of politici. Tot 1 mei koop je je tickets voor Transition2026 met 50 euro korting, met de kortingscode CHANGE50. Dat taalstrateeg een serieus beroep is, ontdekte hij toen hij tijdens zijn master Politieke Cultuur & Debat Words That Work van de Amerikaanse taalstrateeg Frank Luntz las. Een ‘marketinggoeroe’ die precies weet welke taal nodig is om de publieke opinie te beïnvloeden, al heeft hij dat talent bepaald niet voor de goede zaak ingezet.Luntz adviseerde de Republikeinen in 2002 via een inmiddels beruchte memo om te stoppen met de term ‘global warming’ (mondiale opwarming), want te angstaanjagend, en over te stappen op het neutralere ‘climate change’ (klimaatverandering). Dat klonk minder emotioneel én minder urgent: het klimaat verandert nu eenmaal, niets om je zorgen over te maken.Een typisch geval van framing, zegt Van der Weele. ‘Woorden zijn zelden neutraal. Ze dragen een emotionele lading die bepaalt of we iets als positief of negatief ervaren.’ Luntz kwam later op zijn advies terug, maar toen was de term al lang en breed ingeburgerd. Veelzeggend is de kop boven een artikel met zijn mea culpa: ‘I was wrong on climate change’. Oliebedrijven worden energiebedrijven Oliebedrijven hebben volgens de taalstrateeg dezelfde omslag gemaakt. Voortaan heetten ze geen olie- en gasbedrijven meer, maar energiebedrijven. In plaats dat ze naar olie boorden, hielden ze zich bezig met ‘energie-exploratie’. De Franse oliegigant Total veranderde zijn naam in 2021 zelfs naar TotalEnergies.Van der Weele: ‘Dat komt ook uit de koker van Luntz. Die ontdekte dat mensen negatieve associaties hadden met olie, en positieve met energie. En oliebedrijven wilden hun license to operate behouden.’Het probleem met framing – het zit al in het woord – is dat je slechts een deel van de werkelijkheid laat zien, en een veel groter deel niet. Van der Weele: ‘Dit specifieke frame wekt de suggestie dat oliebedrijven al veel verder zijn in de transitie dan daadwerkelijk het geval is. Duurzame investeringen vormen slechts een fractie van hun totale portfolio. Dat bestaat nog steeds grotendeels uit fossiele brandstoffen.’ Aansluiten bij belevingswereld Met dat dilemma – wat laat je wel zien, en wat niet? – krijgt Van der Weele in zijn duurzame advieswerk ook te maken. Als je draagvlak voor verandering wilt creëren, weet hij, moet je die verandering koppelen aan de belevingswereld van mensen.‘Onlangs heb ik voor de Nederlandse energieregio’s een narratief ontwikkeld waar precies dát aspect centraal staat: de energietransitie als oplossing voor de onzekerheid en instabiliteit in de wereld’, vertelt hij. ‘Door je huis te verduurzamen krijg je grip op je energierekening en zijn de kosten op lange termijn stabieler en voorspelbaarder, is de centrale boodschap. Een week later vielen Amerika en Israël Iran aan en schoot de gasprijs omhoog.’Een effectief frame, maar ja, daar gaan we weer: het laat ook iets niet zien. ‘Namelijk de ernst van de klimaatcrisis zelf. Met dit frame draag ik onbedoeld bij aan het idee dat we het daar maar beter niet over kunnen hebben.’ Hij denkt even na. ‘Eigenlijk is het een spagaat. Ik denk dat de huidige brandstofcrisis de energietransitie enorm helpt en dat dit het verhaal is waarop we nu moeten aansluiten. Maar dat moet geen reden zijn om de klimaatcrisis te bagatelliseren of helemaal weg te laten uit je boodschap.’ Geen ‘dierlijke’ namen voor vegavlees Zo bezien klinkt het alsof de oude industrie de publieke opinie taalkundig een stuk effectiever weet te bespelen dan de nieuwe. De fossiele industrie heeft inderdaad een voorsprong, knikt Van der Weele – ze beschikken over meer onderzoekscapaciteit, de budgetten zijn groter. Ze hebben ook meer lobbymacht, getuige het recente Europese verbod op ‘dierlijke’ namen voor plantaardig vlees.Burgers en worstjes ontspringen de dans, maar verwijzingen naar (delen van) dieren mogen niet meer. Nederland is extra streng. In ons land mag plantaardig gehakt officieel ook geen gehakt heten, al staat die term niet op de EU-lijst.De agro-industrie weet volgens Van der Weele heel goed hoe groot de impact van zo’n verbod is. ‘Taal bepaalt hoe we denken’, zegt hij. ‘Dat komt voort uit de cognitieve linguistiek, het vakgebied dat ons brein ziet als een netwerk van paden. Die paden heten schema’s en kun je zien als ingesleten ideeën over hoe de wereld werkt. Die schema’s worden weer gevormd door de taal die we gebruiken.’ Succes van de ‘plofkip’ Stel, zegt Van der Weele, dat je al je hele leven pasta bolognese met dierlijk gehakt eet, maar eigenlijk wel wat minder vlees wil eten. Dan helpt het enorm als de plantaardige variant zoveel mogelijk lijkt op wat je al kent: hetzelfde uiterlijk, dezelfde verpakking, dezelfde naam. ‘Mensen die hooggemotiveerd zijn, nemen zo’n pak vegagehakt nog wel mee als er ineens ‘bruine sojasliertjes’ op het etiket staat. Maar het grote publiek bereik je dan niet.’Maar vergis je niet, de duurzame wereld heeft ook een paar klinkende successen op zijn naam. ‘Het beroemdste voorbeeld is de plofkip. Dat is bedacht door journalist Wouter Klootwijk, medeoprichter van Keuringsdienst van Waarde, en verspreid door Wakker Dier. Het ging al snel een eigen leven leiden – tot het punt dat mensen bij hun lokale supermarkt gingen informeren of zij toch hopelijk geen plofkip verkochten.’Hij durft wel te stellen dat het woord ‘plofkip’ heeft geleid tot het verdwijnen van het product ‘plofkip’. ‘Met één woord werd visueel gemaakt dat wat wij tot dan toe als normaal beschouwden, kuikentjes binnen zes weken vetmesten voor de slacht, absoluut niet normaal is. Met één woord werd een heel verhaal verteld. Dat moet je hebben, dan nemen mensen het over.’De ‘doorgeefjas’ van Hema – hij heeft de term niet zelf bedacht – vindt hij ook leuk. ‘Ik droeg vroeger afdankertjes. Dit is veel sympathieker en positiever.’ Vegan of toch plantaardig? Welke woorden zijn effectief voor duurzame verandering, en welke niet? Taalstrateeg Jens van der Weele neemt er drie onder de loep. Plantaardig versus vegan ‘‘Vegan’ is een leefstijl, een identiteit. Een groep waar je wel of niet bijhoort. Best een risico dus om zo’n woord op de verpakking te zetten. Vegans voelen zich aangesproken, maar niet-vegans, en die groep is veel groter, zien zo’n product en denken: “Dit is niet voor mij.” Daarom is het veel effectiever om ‘plantaardig’ op de verpakking te zetten. Unilever nam met Hellmann’s de proef op de som. Hellmann’s maakt sinds 2018 vegan mayo, maar twijfelde of dit de beste manier was om het product op de markt te zetten. In 2024 werd de mayo omgedoopt tot ‘100% plantaardig’. Sindsdien is de verkoop aanzienlijk verbeterd.’ Hybride zuivel en vlees De belofte bij de overgang naar een meer plantaardig dieet, of toch niet? De vraag is of je het op deze manier aan de man moet brengen, zegt Van der Weele. ‘De effectiviteit hangt volledig af van de associaties die mensen bij het woord ‘hybride’ hebben. De meeste Nederlanders denken direct aan hybride auto’s. Maar dat roept een kil, technologisch en hard gevoel op. Dat is problematisch omdat het bij voeding juist draait om het beeld dat iets lekker en smakelijk is. Alleen dan krijg je een grote groep zover om het te proberen. Laatst zag ik op een beurs een maker die het ‘blended’ noemde. Dat was al beter, dat deed me denken aan blended whisky.’ Non-profit ‘Een woord waar ik het liefst vandaag nog vanaf zou willen. Het problematische aan de term ‘non-profit’ is dat je impliciet bevestigt dat ‘for-profit’ de norm is. Plus, het vertelt alleen wat je organisatie niet is. Je wilt juist duidelijk maken waar je organisatie wel voor staat, namelijk maatschappelijke impact. Idealen boven winst. Ik stel voor dat we non-profits daarom voortaan ideële organisaties noemen.’ Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout. Lees ook:Op scholen sneeuwt duurzaamheid makkelijk onder, maar: 'Toekomstgeletterdheid is belangrijk voor jongeren' Vleeslobby wint van vega in Brussel: 'Politiek bewijst maatschappij geen dienst' Geen coöps, maar zoöps: zo nemen bedrijven de natuur mee in hun besluitvorming