Expertredactie Change Inc. 24 april 2026, 11:25

Netcongestie vraagt om regie, maar wie neemt de touwtjes in handen?

Nederland heeft grote ambities, maar op dit moment is er slechts weinig ruimte op het stroomnet om bedrijven groei en verduurzamingsmogelijkheden te bieden. Bedrijven moeten dus inventief zijn. Dat begint met een goed overzicht en begrip van het eigen energieverbruik. En vooral met het omzetten van die data in snelle en passende oplossingen.

Netcongestie

Fossiele brandstoffen vervangen door duurzame alternatieven: dát is waar de energietransitie over gaat. Laadpalen voor elektrische auto’s? Die passen perfect in dat plaatje. Zo ook warmtepompen om woningen en bedrijfspanden te verwarmen. Maar er is ook een spelbreker: de beschikbare capaciteit op het stroomnet. Zoals bekend, is dat op veel plekken niet berekend op de grotere vraag en teruglevering van elektriciteit. En dit terwijl er nog een grote elektrificatieslag aan zit te komen, want ook de industrie zal het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch moeten verminderen.

Rollen veranderen

‘De energietransitie bevindt zich momenteel in een lastige fase’, vat Thom Versteeg de situatie kort en diplomatiek samen. Hij is bij Capgemini Solution Lead voor Smart Grids. Hij ziet uitdagingen, maar zeker ook positieve ontwikkelingen. ‘Wie de krantenkoppen over netcongestie en capaciteitsproblemen ziet, denkt misschien dat het momenteel een grote chaos is. Maar als je uitzoomt, zie je dat er ook een systeemverandering plaatsvindt, waarbij partijen druk bezig zijn om problemen te adresseren. Daarmee zijn de rollen van verschillende partijen flink aan het veranderen.’

Breder takenpakket

Netbeheerders doen bijvoorbeeld steeds meer dan alleen hun kerntaken. ‘Iedereen kan zien dat het uitbreiden van de fysieke infrastructuur niet snel genoeg gaat.’ zegt Dennis Kersten, Head of Energy Transition & Utilities binnen Capgemini Invent. ‘Waar netbeheerders zich voorheen vooral richtten op aansluitingen en het onderhoud en het verzwaren van het stroomnet, zie je nu ook initiatieven om het net beter te benutten. Bijvoorbeeld door bedrijven met nieuwe contractvormen meer flexibiliteit te geven en zo de ‘spits’ op het net te vermijden.’

Inventief zijn

En de eindgebruiker? ‘Die moet ondertussen ook zelf op zoek naar manieren om binnen de huidige beperkingen toch over voldoende stroomcapaciteit te beschikken’, benadrukt Versteeg. ‘Nog niet zo lang geleden kon je als bedrijf heel simpel een energiecontact afsluiten. De netbeheerder en energieleverancier zorgden er vervolgens voor dat je je bedrijfsprocessen kon draaien. Dat gebeurde zonder kopzorgen en zonder veel tijd en energie. Maar in grote delen van ons land is dat nu echt voorbij. De netcongestieproblematiek dwingt steeds meer bedrijven om inventief te zijn en hun energievoorziening actief te organiseren.’

Steeds meer zelf doen

Als voorbeeld noemt Kersten een grote retailer die met de hulp van Capgemini bezig is om de volledige logistieke operatie te elektrificeren. En daarmee ook nieuwe kansen ziet. ‘Denk aan het opwekken van duurzame energie, laadpleinen bij distributiecentra, energieopslag en slimme energiemanagementsystemen.’ Energieleveranciers spelen hier een belangrijke rol in. Versteeg: ‘Wij werken samen met energieleveranciers aan nieuwe digitale tools voor hun klanten. Tools die kunnen helpen om het energieverbruik op een slimme manier te sturen. En dan op zo’n manier dat ze netjes binnen de grenzen van hun stroomaansluiting blijven.’

De juiste data

Bedrijven moeten tegenwoordig op veel vragen antwoord vinden. Bijvoorbeeld hoeveel elektriciteit hun verschillende bedrijfsprocessen precies verbruiken. Of er energie bespaard kan worden. En of bedrijfsprocessen kunnen plaatsvinden op momenten dat er voldoende capaciteit op het net is. Om antwoord te vinden op die vragen, moeten ze het verbruik meten en monitoren. Als ze die data paraat hebben, kunnen ze gerichter actie ondernemen en tijdens gesprekken met netbeheerders en energieleveranciers sneller tot passende oplossingen komen.

Inzichten op basis van analyse

‘Wij noemen dat actionable insights’, zegt Kersten. Versteeg: ‘Daar heb je niet alleen de juiste data voor nodig, maar ook een systeem dat in staat is om die data grondig te analyseren en vervolgens met specifieke aanbevelingen te komen. Zo krijgen bedrijven niet alleen inzicht in hun exacte verbruik en energiebehoefte, maar ook waar er nog besparingen mogelijk zijn. Momenteel zijn wij dit voor onze eigen vestigingen aan het onderzoeken, maar we kijken ook of we dit samen met een grote energieleverancier breder in kunnen zetten.’

Wél controle

‘Het mooie is dat je zo niet alleen energiekosten bespaart, maar dat je ook capaciteit vrijmaakt voor nieuwe activiteiten waar extra stroom voor nodig is’. Kersten beaamt dat dat precies de achterliggende gedachte is. ‘Richt je als bedrijf vooral op datgene waar je zelf wél controle op hebt. Dat is iets waar wij grote en complexe bedrijven nu al mee kunnen helpen.’

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Capgemini. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Opmerkelijk: Foto's van levende dieren naast vleesgerechten stimuleren vegakeuzes

Kom niet aan mijn gehaktbal! Eten is cultuur en het blijkt heel lastig om mensen te bewegen om voor plantaardige eiwitten te kiezen, als je alleen een beroep doet op argumenten over klimaatverandering of gezondheid. Toch zijn er wel degelijk manieren om mensen aan het denken te zetten over hun eetgedrag, blijkt uit nieuw onderzoek.De nieuwe Schijf van Vijf adviseert in veel gevallen om maximaal 100 gram rood vlees per week te eten. Dergelijke adviezen roepen makkelijk politieke weerstand op: 'Vernieuwde Schijf van Vijf blijkt schietschijf, ook in de Tweede Kamer', kopte NRC deze week toepasselijk.De kritiek was zelfs zo heftig dat minister Sophie Hermans van Volksgezondheid zich genoodzaakt voelde om erop te reageren. Nee, ze ging niet ingrijpen bij het Voedingscentrum, want dat adviseert slechts. 'Wat u straks in uw supermarktkarretje legt, is aan uzelf.'Uit een peiling van Milieu Centraal bleek vorig jaar al dat het draagvlak voor een dieet met maximaal één dag in de week vlees relatief laag is. 67 procent van de ondervraagden staat daar niet voor open. Foto's van levende dieren naast vleesgerechten Wat werkt dan wel als je vegetarische opties aantrekkelijker wilt maken? Een psychologisch beroep op het feit dat je een dood dier eet, blijkt verrassend effectief, komt naar voren in nieuw Brits onderzoek dat gepubliceerd werd in het Journal of Environmental Psychology. Wetenschappers deden hierbij experimenten in de kantine van een Britse universiteit.Gekeken werd naar het effect van het plaatsen van foto's van levende dieren naast vleesgerechten. Zoals een foto van een koe naast de pasta bolognese met dierlijk gehakt en een afbeelding van een varken naast een gyrosgerecht.De onderzoekers wilden weten of het al dan niet aanwezig zijn van foto's met levende dieren invloed had op de keuze van gerechten. Dat bleek inderdaad het geval. De kans dat mensen kozen voor een vegetarische variant steeg met 22 procent als er een foto van een levend dier bij een vleesgerecht stond. Dat effect trad op bij alle soorten vlees. Spanning tussen dierenwelzijn en recht op vlees Gedragswetenschapper Reint Jan Renes legt in een blog voor de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Commerciële Communicatie (SWOCC) uit dat het Britse onderzoek inspeelt op de zogenoemde 'meat paradox'. Dat is het spanningsveld tussen dierenwelzijn en vlees eten. Veel mensen vinden dat ze het recht hebben om vlees te eten, maar dat is vaak makkelijker, als er een grote afstand is tussen wat er op je bord ligt en het bijbehorende levende dier.Die afstand wordt bewust gecreëerd door de vleesindustrie en komt ook terug in de taal. 'Hamburger' klinkt bijvoorbeeld abstracter dan 'koeschijf', geeft Renes aan. Door een foto van een levend dier naast het gerecht te plaatsen, worden volgens de gedragswetenschapper drie mechanismen geactiveerd: empathie met dieren, moreel ongemak en 'soms ook lichte walging.' Vanuit communicatieoogpunt is de les dat puur visuele boodschappen extreem krachtig kunnen werken om een bepaald punt te maken. Stimuleren van plantaardige alternatieven De vraag is wel hoe je hiermee voor maximale impact kunt zorgen. Een universiteit accepteert het wellicht relatief makkelijk als er in kantines bij de vleesgerechten foto's van levende dieren worden geplaatst. Een overheidscampagne die dezelfde tactiek hanteert, zal waarschijnlijk op meer kritiek stuiten. Helemaal revolutionair wordt het als een grote supermarkt het aandurft om bij de schappen met gehakt en kipfilet schattige foto's van koeien en kippen te plaatsen. Lees ook:Boze bezoekers, maar de Efteling blijft inzetten op plantaardig eten: 3 belangrijke lessen Emissiereductie, eiwittransitie: taalstrateeg Jens van der Weele ergert zich kapot aan duurzaam jargon Jumbo gaat weer met vlees stunten