Expertredactie Change Inc. 30 april 2026, 10:00

Innovatie mislukt vaak, maar dat ligt vooral aan hoe je het organiseert

Verrassend weinig innovatieve ideeën halen uiteindelijk de markt. Het probleem? Niet ambitie, maar de manier waarop de bedrijven zich hebben georganiseerd. ‘De echte uitdaging is de vertaalslag tussen wat de markt vraagt en wat je als organisatie kunt mobiliseren.’

Qindle-Taco-en-jasper-900x600 Waar het vooral aan ontbreekt, is samenhang, zegt Taco Schmidt van Qindle (links op foto).

Innoveren als de motor van vernieuwing. Veel organisaties geloven hier heilig in en zeggen ernaar te handelen. Maar in de praktijk functioneren hun innovatieteams verrassend vaak als systeembehouders. Niet omdat ze dat willen, maar omdat de structuur hen weinig andere keuze laat. Ze hebben zelden het mandaat om fundamentele keuzes te maken en blijken té afhankelijk van bestaande business units voor budget, resources en implementatie.

Maar hoe komt dat nou eigenlijk? ‘Veel bedrijven zijn opgebouwd uit losse silo’s. Iedereen werkt vanuit zijn eigen strategie en uiteindelijk sluit niets echt op elkaar aan. Er wordt dan weliswaar volop geëxperimenteerd, maar zelden echt doorgepakt’, aldus Taco Schmidt, medeoprichter van Qindle. Zijn bedrijf helpt organisaties om strategie, technologie en merk met elkaar te verbinden tot één samenhangende waardepropositie.

Waarom traditionele innovatie faalt

De reflex van veel organisaties is om dan maar extra te investeren in innovatie. Meer labs, meer teams en meer pilots. Maar daarmee wordt het probleem vaak juist groter, stelt Schmidt. ‘De kern van dit probleem zit namelijk niet in het aantal initiatieven, maar in de manier waarop het systeem is ingericht.’

‘De meeste innovatieteams hebben bijvoorbeeld geen eigen P&L. Ze hoeven niet te bewijzen dat iets daadwerkelijk geld oplevert en dat maakt het innovatietraject té vrijblijvend.’ Volgens Schmidt ontstaat er vaak een vorm van – wat hij noemt – innovatie-theater. Dan lijkt het alsof er veel gebeurt, maar ontbreek het aan echte doorwerking.

Dit komt volgens hem voort uit drie hardnekkige patronen. ‘Op de eerste plaats is het veilig om nieuwe ideeën toe te voegen, maar durft men bestaande activiteiten niet te schrappen vanwege gevestigde belangen. Daarbij zijn innovatieteams voor uitvoering té afhankelijk van andere afdelingen met andere prioriteiten. Het gevolg is dat ideeën verwateren in een bureaucratisch proces.’

‘Tot slot worden vaak verkeerde dingen beloond. De KPI’s sturen dan op activiteiten, met het aantal pilots, ideeën en experimenten. Terwijl het eigenlijk zou moeten gaan om de daadwerkelijke impact’, aldus Schmidt.

De kern van je activiteiten
Jasper van Eck is Strategy Director bij Qindle. Hij ziet dat innovatie in Europa vaak wordt gezien als een doel op zich. ‘Terwijl echte innovatie hard IP bouwt aan de kern van het bedrijf, wordt het in de praktijk vaak behandeld als een losse incubator. Een toevoeging aan het bedrijf dus. Stel eerst eens vast wat de stuwende kracht van je organisatie is. Vanuit dat fundament kun je een IP-roadmap gaan bouwen, die echt aansluit bij de kern van je bedrijf’, aldus Van Eck.

Realiseren van marktvalidatie

Nóg meer innovatie is dus niet altijd het beste antwoord. Want hoe meer losse initiatieven er ontstaan, hoe minder ze verbonden zijn met strategie, portfolio en uitvoering. Waar het vooral aan ontbreekt, is de samenhang tussen al die initiatieven. ‘En dat is nog niet het hele verhaal’, aldus Schmidt. ‘Zelfs als strategie, technologie en commercie intern goed op elkaar zijn afgestemd, betekent dit nog niet dat de markt volgt.’

De echte uitdaging is volgens hem tweeledig: het aanpakken van de interne versnippering én het realiseren van marktvalidatie. Deze twee versterken elkaar. ‘Zonder interne afstemming bereiken externe signalen nooit de juiste plek, maar zonder marktvalidatie blijft die interne samenwerking gebaseerd op aannames. Je stemt dan af op een behoefte die er misschien helemaal niet is. De echte uitdaging is de vertaalslag tussen wat de markt vraagt en wat je als organisatie kunt mobiliseren om daarop te reageren.’

Concrete marktgedreven waarde

Hier gaat het in de praktijk dus vaak mis. Innovatie wordt intern afgestemd, maar niet doorvertaald naar iets dat voor klanten direct relevant is. Als voorbeeld noemt hij een project bij Philips. ‘Daar werd ooit een integrale strategie ontwikkeld waarin merk, duurzaamheid, digitalisering en supply chain samenkwamen. Intern klopte het verhaal, iedereen was het ermee eens. En toch strandde het’, vertelt Schmidt.

Waar in deze case volgens hem aan ontbrak was de vertaalslag naar concrete businesswaarde. Met als gevolg dat de investeringen nooit echt loskwamen. ‘Dit contrast zie je ook andersom. Neem een bedrijf als Intel. Daar werd ooit een nieuwe chip vanaf het begin neergezet met een scherpe, consistente waardepropositie. Iedereen in de organisatie begreep waar het om draaide en juist die consistentie maakte het verschil. Niet de technologie zelf, maar de manier waarop die werd verbonden en vertaald.’

Systemic innovation
Steeds meer organisaties kijken naar een andere benadering van innovatie, die systemic innovation wordt genoemd. Dit betekent niet dat je nóg een innovatie-afdeling toevoegt, maar dat je het systeem zelf aanpast. Een paar principes zijn hierbij leidend:

> Maak scherpere keuzes in het portfolio, ook waarmee je stopt
> Richt de governance anders in, wie heeft echt beslissingsmacht?
> Verschuif budgetten naar afdelingen die echt impact maken
> Ga na of de KPI’s nog kloppen, beloon je activiteit of impact?
> Zie innovatie niet als los traject, maar als integraal onderdeel van het bedrijf

Innovatie als verbinding, niet als afdeling

Wat is nu eigenlijk de belangrijkste conclusie van dit betoog? Schmidt hoeft over die vraag niet lang na te denken. ‘Zolang je organisatie innovatie als een aparte kolom ziet, verandert er weinig wezenlijks. De echte waarde zit niet in losse initiatieven, maar in het verbinden van strategie, portfolio en uitvoering. En vervolgens in het vertalen daarvan naar de markt.’ Dat vraagt volgens hem dan ook om een andere blik. Dus niet: hoe richten we innovatie beter in? Maar liever: hoe zorgen we dat alles met elkaar verbonden is?

‘Wij werken om die reden horizontaal door organisaties heen’, zegt Schmidt. ‘Zodat visie, businessstrategie, merk en uitvoering daadwerkelijk op elkaar aansluiten. Deze verbinding is geen organisatorische truc, maar een strategische competentie. Het is het vermogen om verschillende perspectieven samen te brengen en om te zetten in iets dat werkt.’

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Qindle. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen.
Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Komt er in het jaar 2100 nog water uit de kraan? Dat ligt aan keuzes die we nu maken

Willen we in de toekomst toegang tot voldoende en schoon drinkwater behouden, dan zullen er nieuwe bronnen én nieuwe infrastructuur bij moeten komen. Met alleen korter douchen en minder beregenen redden we het niet, waarschuwde drinkwaterbedrijf Vitens afgelopen week.Een positieve boodschap is dat niet. Toch is de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) er waarschijnlijk maar wat blij mee. Het adviesorgaan publiceerde donderdag een nieuw rapport Zorg voor water: de toekomst van ons drinkwater als gezamenlijke opgave. En wat laat de urgentie beter zien dan een drinkwaterbedrijf dat nieuwe aanvragen moet weigeren?Die urgentie is wellicht precies wat drinkwater nodig heeft, want de omvang van het probleem wordt vaak nog niet gezien. 'Het is nu eenmaal niet zo dat er over twee dagen geen druppel water meer uit de kraan komt', zegt Erik Verhoef, hoogleraar ruimtelijke economie aan de Vrije Universiteit en voorzitter van de adviescommissie van Rli. 'Daardoor delft drinkwater vaak het onderspit in de concurrentie om ruimte in Nederland. Maar we moeten wel degelijk nu actie ondernemen.'Als het aan de Rli ligt, komt die actie er zo snel mogelijk. De raad is niet de eerste met dat advies; onder andere het RIVM en de Algemene Rekenkamer kwamen eerder tot dezelfde conclusie. Uniek aan het nieuwe advies is echter dat het niet vooruitkijkt tot 2030 of 2050, maar zeker tot het einde van de eeuw.Wat maakt die blik op 2100 zo belangrijk?Verhoef: 'Kijk je naar de komende jaren, dan is vooral het opvangen van de schaarste belangrijk. Daarvoor kom je met extra vergunningen en drinkwaterbesparing een heel eind. Maar de bedreigingen voor het drinkwatersysteem blijven daarmee in stand. Klimaatverandering wordt erger, waardoor er langere perioden van droogte zijn. Het zoetwatersysteem − de bron van ons drinkwater − raakt verder vervuild. En ondertussen nemen de bevolking én het aantal economische activiteiten toe, waarmee de vraag naar drinkwater stijgt. Er zijn daarom structurele aanpassingen nodig.Vergelijk het met de energietransitie. Decennia geleden werd al voorspeld: als we elektrificeren, lopen we tegen grenzen aan. Die grenzen zie je nu heel duidelijk in de lange wachtrijen voor een aansluiting op het stroomnet. Dat willen we voorkomen als het om drinkwater gaat. Want een avondje in het donker zitten is vervelend, maar als er geen drinkwater is, wordt het een kwestie van leven en dood.'Welke maatregelen zijn het meest urgent?'We willen niet in de valstrik trappen om de ene maatregel belangrijker te maken dan de andere, want het is allemáál nodig. Maar natuurlijk moeten sommige dingen sneller gebeuren dan andere. De politiek moet bijvoorbeeld zo snel mogelijk beginnen met het opstellen van een landelijke langetermijnstrategie. Verder moeten we op de korte termijn vooral aandacht besteden aan de kwaliteit van het zoetwatersysteem. Ook wettelijk: in 2027 moeten we voldoen aan de doelen in de Europese Kaderrichtlijn Water. Van vervuiling die nu in het grondwater komt, hebben we nog heel lang last, ook in de drinkwatervoorziening.Nu zien we ons drinkwater en onze meren en rivieren als aparte dingen. Maar we maken ons drinkwater van oppervlaktewater. Dus is het belangrijk dat we ons zoetwatersysteem beter beschermen zodat het niet vervuild raakt. Tegelijkertijd kan ons zoetwatersysteem ook helpen om extra water op te slaan voor droge periodes.' 5 aanbevelingen Het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) is gericht aan het kabinet. De Rli doet het kabinet vijf concrete aanbevelingen:Zorg met spoed voor een gezond zoetwatersysteem; Ontwerp een landelijke strategie voor de drinkwatervoorziening; Zorg voor doorzettingskracht in het versnipperde bestuurlijke landschap; Creëer financiële ruimte voor noodzakelijke investeringen door overheid en drinkwaterbedrijven; Stuur met prijzen en innovatie op vermindering van waterverbruik.Het kabinet is verplicht op het advies te reageren. Jullie pleiten voor een landelijke strategie, maar stellen ook dat de uitdagingen per regio verschillen.'Het zoetwatersysteem houdt zich niet aan provinciegrenzen. Een landelijke strategie is daarnaast belangrijk omdat er nu gewerkt wordt aan de zogenoemde Nota Ruimte, waarin duidelijk moet worden hoe Nederland er in de toekomst uit gaat zien. Het zoetwatersysteem, als bron voor drinkwater, moet daarin een grotere rol krijgen dan nu het geval is.Dat leidt tot ingewikkeld keuzes. Willen we bijvoorbeeld woningen bouwen in of langs het IJsselmeer, ook al is dat een belangrijk zoetwaterbassin? Die vraag kun je eigenlijk pas beantwoorden als je weet hoe en hoeveel water je elders in het land gaat opslaan.'Wat betekent jullie advies voor bedrijven? Enerzijds concurreren die om ruimte met zoet- en drinkwater, anderzijds zijn ze er ook van afhankelijk.'Ja, dat schuurt. Uiteindelijk denk ik dat veel economische activiteiten er vooral baat bij hebben als het watersysteem op orde is. Kijk bijvoorbeeld naar boeren. Zij willen toch geen beregeningsverbod in de droogste perioden?Daarom moeten ook bedrijven minder slordig omgaan met (drink)water. Als we er even economisch naar kijken: hoe minder vraag naar water erbij komt, hoe minder ver je hoeft te gaan in het vergroten van het aanbod. En hoe minder fel de strijd om ruimte hoeft te zijn.Bedrijven zijn daarnaast een bron van vervuiling, in de vorm van pesticiden, pfas en medicijnresten. We pleiten niet per se voor strenge normen − die zijn er al. Maar er is wel meer opvolging van die normen en handhaving nodig.'Hoeveel potentie hebben technische oplossingen zoals decentrale waterzuivering?'Daar wordt heel verschillend over gedacht. Ook dit bekijk ik economisch. Wegen de kosten van het decentraal organiseren, inclusief de mogelijke gezondheidsrisico's, op tegen investeringen in een betere centrale voorziening? Het antwoord weet ik niet. Wij adviseren slechts om het potentieel van innovatie te evalueren.' Lees ook:Na netcongestie dreigt ook 'watercongestie': hoe voorkomen we een file voor het waternet? Deze Nederlandse start-up gaat overal in de wereld drinkwaterschaarste oplossen 'Water is als elektriciteit: we willen er continu over beschikken, maar zo werkt de cyclus niet', zegt deze mondiale topexpert