Wie een kapotte wasmachine, stofzuiger of smartphone heeft, kan die vaak niet zomaar laten repareren. Het komt regelmatig voor dat onderdelen niet los te vervangen zijn en soms zijn ze niet eens meer verkrijgbaar. Daardoor kopen we met z’n allen veel meer nieuwe apparaten dan we eigenlijk nodig hebben. Goed voor de portemonnee van de fabrikant, minder voor die van de consument en voor het klimaat.
Om dat te veranderen gaat vanaf augustus dit jaar als gevolg van Europese wetgeving het zogenoemde recht op reparatie in. Producenten en importeurs worden daarmee verplicht consumentenelektronica te repareren als dat technisch mogelijk is, en dat ‘binnen een redelijke termijn en tegen een redelijke prijs’.
Daarbij moet informatie over reparatie toegankelijker worden, komt er een Europees onlineplatform dat reparatiediensten laat zien en wordt de wettelijke garantie met een jaar verlengd als wordt gekozen voor reparatie in plaats van vervanging.
Vrijstelling voor kwalitatieve batterijen
Het recht op reparatie moet producenten stimuleren om repareerbare producten te ontwerpen en consumenten bewegen om vaker voor reparatie te kiezen. Voor de circulaire economie is dat een onmisbare stap.
Maar aan de EU-richtlijn zitten wel wat haken en ogen. Zo is die niet van toepassing op de reserveonderdelen voor smartphones die worden genoemd in de Ecodesignverordening voor smartphones. In die richtlijnen voor ecodesign staat dat smartphone-onderdelen niet vervangen hoeven te worden ‘mits aan de toepasselijke voorwaarden wordt voldaan’.
Dat houdt bijvoorbeeld in dat fabrikanten en importeurs batterijen van een smartphone niet hoeven te vervangen, als voldaan wordt aan specifieke voorwaarden. Dit is bijvoorbeeld het geval als de batterij na 500 volledige opladingscycli een resterend vermogen van ten minste 83 procent van het nominale vermogen heeft; de batterijduur ten minste 1.000 volledige opladingscycli telt en daarna een resterend vermogen van ten minste 80 procent heeft; en de telefoon stofdicht is en beschermd is tegen onderdompeling in water tot 1 meter diepte voor minstens een halfuur.
Uitholling van het ‘right to repair’-principe
Fabrikanten kunnen met dit soort bepalingen voldoen aan de regels door vooral te sturen op batterijprestaties, zonder dat apparaten daadwerkelijk makkelijker repareerbaar worden, zegt Martine Hardeveld Kleuver, marketingdirecteur van iPhone-refurbisher Swappie in de Benelux. ‘Daarmee dreigt het principe van ‘right to repair’ in de praktijk uitgehold te raken.’
Hardeveld Kleuver: ‘De huidige regelgeving legt sterk de nadruk op batterijcapaciteit en levensduur. Hoewel dat positief klinkt, zegt het weinig over hoe eenvoudig een batterij daadwerkelijk vervangen kan worden wanneer die uiteindelijk versleten raakt. Een batterij die lang meegaat, maar waarbij vervanging moeilijk of duur is, verlengt de levensduur van een toestel in de praktijk nauwelijks.’
Dat is problematisch, vindt ze, ‘omdat grote elektronicafabrikanten juist steeds vaker inzetten op gesloten ontwerpen waarbij onderdelen lastig bereikbaar zijn, of speciale software en tools nodig zijn voor reparatie. Zonder strengere eisen rond fysieke toegankelijkheid blijft daadwerkelijke repareerbaarheid daardoor beperkt. Als Europa elektronische afvalstromen echt wil terugdringen, moet de focus niet alleen liggen op hoe lang een batterij meegaat, maar vooral op hoe eenvoudig die vervangen kan worden.’



