Redactie Change Inc. 19 mei 2026, 15:47

Deze zomer gaat het 'recht op reparatie' in, maar een maas in de wet ondermijnt het effect

Het recht op reparatie moet ervoor zorgen dat elektronica langer meegaat en consumenten niet steeds een nieuw product hoeven te kopen. Belangrijk, maar de richtlijn is niet waterdicht, betoogt Martine Hardeveld Kleuver van Swappie.

recht op reparatie batterijen elektronica | Credits: Vitalijus via Unsplash

Wie een kapotte wasmachine, stofzuiger of smartphone heeft, kan die vaak niet zomaar laten repareren. Het komt regelmatig voor dat onderdelen niet los te vervangen zijn en soms zijn ze niet eens meer verkrijgbaar. Daardoor kopen we met z’n allen veel meer nieuwe apparaten dan we eigenlijk nodig hebben. Goed voor de portemonnee van de fabrikant, minder voor die van de consument en voor het klimaat.

Om dat te veranderen gaat vanaf augustus dit jaar als gevolg van Europese wetgeving het zogenoemde recht op reparatie in. Producenten en importeurs worden daarmee verplicht consumentenelektronica te repareren als dat technisch mogelijk is, en dat ‘binnen een redelijke termijn en tegen een redelijke prijs’.

Daarbij moet informatie over reparatie toegankelijker worden, komt er een Europees onlineplatform dat reparatiediensten laat zien en wordt de wettelijke garantie met een jaar verlengd als wordt gekozen voor reparatie in plaats van vervanging.

Vrijstelling voor kwalitatieve batterijen

Het recht op reparatie moet producenten stimuleren om repareerbare producten te ontwerpen en consumenten bewegen om vaker voor reparatie te kiezen. Voor de circulaire economie is dat een onmisbare stap.

Maar aan de EU-richtlijn zitten wel wat haken en ogen. Zo is die niet van toepassing op de reserveonderdelen voor smartphones die worden genoemd in de Ecodesignverordening voor smartphones. In die richtlijnen voor ecodesign staat dat smartphone-onderdelen niet vervangen hoeven te worden ‘mits aan de toepasselijke voorwaarden wordt voldaan’.

Dat houdt bijvoorbeeld in dat fabrikanten en importeurs batterijen van een smartphone niet hoeven te vervangen, als voldaan wordt aan specifieke voorwaarden. Dit is bijvoorbeeld het geval als de batterij na 500 volledige opladingscycli een resterend vermogen van ten minste 83 procent van het nominale vermogen heeft; de batterijduur ten minste 1.000 volledige opladingscycli telt en daarna een resterend vermogen van ten minste 80 procent heeft; en de telefoon stofdicht is en beschermd is tegen onderdompeling in water tot 1 meter diepte voor minstens een halfuur.

Uitholling van het ‘right to repair’-principe

Fabrikanten kunnen met dit soort bepalingen voldoen aan de regels door vooral te sturen op batterijprestaties, zonder dat apparaten daadwerkelijk makkelijker repareerbaar worden, zegt Martine Hardeveld Kleuver, marketingdirecteur van iPhone-refurbisher Swappie in de Benelux. ‘Daarmee dreigt het principe van ‘right to repair’ in de praktijk uitgehold te raken.’

Hardeveld Kleuver: ‘De huidige regelgeving legt sterk de nadruk op batterijcapaciteit en levensduur. Hoewel dat positief klinkt, zegt het weinig over hoe eenvoudig een batterij daadwerkelijk vervangen kan worden wanneer die uiteindelijk versleten raakt. Een batterij die lang meegaat, maar waarbij vervanging moeilijk of duur is, verlengt de levensduur van een toestel in de praktijk nauwelijks.’

Dat is problematisch, vindt ze, ‘omdat grote elektronicafabrikanten juist steeds vaker inzetten op gesloten ontwerpen waarbij onderdelen lastig bereikbaar zijn, of speciale software en tools nodig zijn voor reparatie. Zonder strengere eisen rond fysieke toegankelijkheid blijft daadwerkelijke repareerbaarheid daardoor beperkt. Als Europa elektronische afvalstromen echt wil terugdringen, moet de focus niet alleen liggen op hoe lang een batterij meegaat, maar vooral op hoe eenvoudig die vervangen kan worden.’

Lees ook:

Meer laadpunten en zonnepanelen: deze duurzaamheidsregels worden vanaf 29 mei van kracht voor gebouwen

De EU heeft een pakket maatregelen samengesteld om ervoor te zorgen dat gebouwen in 2050 klimaatneutraal zijn. Op 29 mei wordt de eerste tranche van de zogenoemde EPBD IV-richtlijn van kracht in Nederland. Dat betekent onder meer dat er strengere verplichtingen komen voor het aantal elektrische laadpunten bij parkeerplekken van gebouwen.De maatregelen die onder de EPBD IV-richtlijn vallen worden tussen 2026 en 2033 uitgerold. Ze omvatten het meten en uitwisselen van de energieprestaties van gebouwen, de inzet van zonne-energie, voorzieningen voor laadpunten en fietsparkeerplekken, informatie-eisen voor energielabels en regels voor gebouwinstallaties.Deze vijf dingen hebben invloed op de energie-eisen waaraan gebouwen moeten voldoen: Zonnepanelen op gebouwen Gebouwen in Nederland en elders in de EU moeten zelf zonne-energie opwekken voor energiegebruik als dat mogelijk is. Deze eis wordt geleidelijk van kracht en sluit aan bij bestaande regels voor nieuwbouw en grootschalige renovaties van bestaande gebouwen.Volgens de Europese richtlijn moeten nieuwe openbare gebouwen (exclusief woningen) met een bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 250 vierkante meter vanaf eind dit jaar altijd zijn voorzien van zonnepanelen.Een jaar later, per 31 december 2027, gaat deze eis ook gelden voor bestaande openbare gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 2.000 vierkante meter.In de jaren daarna wordt een grotere groep bestaande gebouwen bij de regel betrokken. Eind 2028 moeten bestaande gebouwen met een bruikbaar vloeroppervlak van meer dan 750 vierkante meter zonnepanelen hebben, en eind 2030 geldt dat voor gebouwen met een bruikbaar vloeroppervlak van meer dan 250 vierkante meter. Meer laadpunten en fietsparkeerplekken Voor nieuwbouw en bij ingrijpende renovaties worden de verplichtingen voor de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen en fietsparkeerplekken aangepast.Nieuwe en gerenoveerde kantoorgebouwen met meer dan vijf parkeerplekken moeten vanaf 29 mei minimaal één laadpunt per twee parkeerplaatsen hebben. Het alternatief is dat er kabels worden gelegd om minimaal de helft van de parkeerplaatsen van een laadpunt te kunnen voorzien.Bij nieuwe woongebouwen met meer dan drie parkeerplekken gaat ook een plicht gelden om alvast kabels te leggen voor laadpunten bij minimaal de helft van de parkeerplekken. Sowieso moet er dan minimaal één laadpunt zijn. Verder dienen deze woongebouwen te beschikken over minimaal twee fietsparkeerplaatsen per woning.Bij bestaande bouw komt er voor kantoren en andere gebouwen met meer dan twintig parkeerplaatsen vanaf 1 januari 2027 een plicht om minimaal één laadpunt per tien parkeerplaatsen te hebben. Het alternatief is ook hier om kabels te leggen om minimaal de helft van de parkeerplaatsen te kunnen voorzien van een elektrisch laadpunt.De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft een stroomschema gemaakt met de tijdlijn van alle verplichtingen voor laadpunten en fietsparkeerplekken. Energieprestaties gebouwen: anders meten en openbare databank De methode voor het bepalen van de energieprestatie van gebouwen wordt aangepast, waarbij onder meer opslag van energie (batterijen) wordt meegenomen in de beoordeling. Ook komt er een landelijke voorziening voor gebouwgegevens met informatie over de energieprestaties.Doel is om een nationale databank te bouwen die eigenaren, (ver)huurders, hypotheekverstrekkers, gemeenten en energieadviseurs kunnen raadplegen. De informatie moet helpen bij beslissingen over bijvoorbeeld isolatiemaatregelen, het aanvragen van financiering of nieuw beleid. Energielabel: uitgebreidere info over energiezuinigheid en isolatiestandaard Bij de uitgifte van nieuwe energielabels voor gebouwen moet vanaf 29 mei uitgebreidere informatie worden gegeven over wat eigenaren en verhuurders kunnen doen om gebouwen en woningen energiezuiniger te maken.Het gaat bijvoorbeeld om uitleg over subsidies met links en QR-codes. Ook moet een infographic duidelijk maken of een gebouw voldoet aan minimale isolatiestandaarden. De eerdere uitzondering voor monumenten komt te vervallen: ook voor historisch erfgoed wordt een energielabel verplicht. Technische eisen en keuringen gebouwinstallaties De technische eisen voor gebouwen worden aangescherpt. Nieuwe woningen moeten faciliteiten hebben voor inzicht in het energiegebruik en slimme aansturing van stroomvoorzieningen. Verder wordt de keuringsplicht voor verwarmings- en aircosystemen aangepast om beter te sturen op energiebesparing. Lees ook:We hebben meer huizen nodig, maar die hoeven we niet allemaal te bouwen – liever niet, zelfs Nieuwbouw wordt steeds groener, maar juist in bestaande wijken valt veel winst te behalen voor biodiversiteit 'Kantoor vol Afval' bewijst dat circulair renoveren gewoon kan