Een bankje. Een tafel. Een kattenbak in de vorm van een kat. En een houten bord met de tekst: ‘Heb ik zelf gebouwd’.
De kast met houten creaties staat in de hoek van een grote loods bij de Rotterdamse Schiehaven. In de rest van de ruimte staan metershoge stellingkasten vol hout. Balken, planken, platen: voor ieder wat wils.
We zijn bij Buurman, een circulaire bouwmarkt en educatieve houtwerkplaats. Het hout dat hier ligt, is niet nieuw, maar is aangeleverd door lokale partners die het hebben afgekeurd. ‘Bijvoorbeeld omdat er net een knoest te veel in zit’, legt oprichter Laura Rosen Jacobson uit. ‘Maar het is nog gewoon mooi materiaal.’

Buurman-oprichter Laura Rosen Jacobson.
Rosen Jacobson stond in 2014 aan de wieg van de eerste Buurman, samen met ondernemer Bas van den Berg en architect Lenard Vunderink. Een meubelmaker is ze zelf niet; ze is opgeleid als architect en richtte Buurman op nadat ze op de universiteit onderzoek had gedaan naar circulaire bouw. Grijnzend: ‘Ik zou misschien nog net een basiscursus kunnen geven. Maar ik ben goed in andere dingen.’
Buurman groot maken, bijvoorbeeld. Elf jaar na de eerste opening zijn er vijf Nederlandse vestigingen, en één Belgische. In 2030 hoopt de circulaire bouwmarkt gegroeid te zijn naar tien filialen volgens een social franchisemodel. Daarover later meer.
Buurman: Bouwmarkt en werkplaats in één
De vestigingen van Buurman bestaan grofweg uit twee gedeeltes: een bouwmarkt en een werkplaats. In de bouwmarkt wordt tweedehands hout aangeboden: restpartijen van met name lokale houtverwerkers. In Rotterdam is er ook een samenwerking met de gemeente. Bomen in de stad die gekapt moeten worden, worden in stukken gezaagd door Hoeksch Hout en (deels) verkocht door Buurman.
Klanten zijn vooral particulieren, maar ook decorbouwers en kleine aannemers. Die moeten wel een beetje flexibel zijn: ‘Bij ons vind je natuurlijk geen driehonderd precies dezelfde platen.’ Tegelijkertijd zijn klanten door de tijd heen wel meer gaan afnemen. ‘We zijn de afgelopen jaren gegroeid van konijnenhok-niveau naar tiny house-niveau’, zegt Rosen Jacobson. ‘Mensen die wel een groot volume afnemen, maar niet voor een groot huis.’
Zelf verbouwde ze haar tuinhuisje al eens met circulaire materialen.

Buurman verkoopt hout dat door grote verwerkers is afgekeurd. | Credits: Change Inc./Maaike Kooijman

Ook gekapte Rotterdamse bomen vinden hun weg naar de circulaire bouwmarkt. | Credits: Change Inc./Maaike Kooijman
De werkplaats is er vooral voor degenen die nooit iets maken, maar dat wel willen leren. ‘Echt de mensen die denken dat ze twee linkerhanden hebben.’ Zij kunnen workshops en avondcursussen volgen, of, als ze al wat ervaring hebben, een werkbank in de ruimte huren. Hoewel de bouwmarkt in Rotterdam het grootste deel van de ruimte in beslag neemt, is de omzet van de werkplaats ongeveer even hoog.
In de werkplaats vinden ook sessies voor teambuilding plaats. Een dankbare activiteit, vindt Rosen Jacobson. ‘Mensen komen vaak schuchter binnen en bouwen met z’n allen dan toch wat moois. Het is leuk te zien wat dat met de dynamiek in een groep doet. Bovendien bereiken we daarmee een nieuwe doelgroep. Mensen komen omdat ze het leuk vinden om een zeepkist te bouwen, maar komen zo ook in aanraking met circulariteit en tweedehands materialen.’
Social franchise-model
De eerste Buurman werd geopend in 2014. Maar reststromen hout ontstaan natuurlijk niet alleen in en rondom Rotterdam. Rosen Jacobson: ‘Omdat we met lokale partners werken, kan eigenlijk overal een Buurman komen.’ In 2019 opende Buurman Utrecht, in 2021 volgde Buurman Antwerpen.
De verschillende locaties opereerden in eerste instantie vooral los van elkaar. Ja, ze hadden dezelfde naam en hetzelfde concept, en wat afspraken op een A4’tje – maar dat was het wel zo’n beetje. De oprichters wisten: willen we verder groeien, dan moet het anders.

Buurman Rotterdam huist in een oude loods bij de Schiehaven. | Credits: Change Inc./Maaike Kooijman
De vraag was vooral hóe. Rosen Jacobson: ‘Als je wilt opschalen, wordt het vaak een commercieel verhaal. Met een hoofdkantoor en zo. Dat is altijd onze nummer één-regel geweest: géén hoofdkantoor’, voegt ze vrolijk toe.
Daarom bedacht Buurman het social franchise-concept. Alle Buurman-vestigingen door het land heen hebben hetzelfde gedachtegoed en min of meer hetzelfde verdienmodel. Maar het bedrijf heeft geen winstoogmerk of top down-cultuur. In plaats daarvan staat samenwerking in het zogenoemde Buurman Collectief centraal. Dat trekt ondernemers aan, merkt de oprichter. ‘Voor hen is het toch fijn dat ze het wiel niet helemaal zelf hoeven uit te vinden.’
De franchise fee die ondernemers aan het collectief betalen, wordt ingezet voor gezamenlijke doelen als communicatie, huisstijl en de ontwikkeling van cursussen.
De sociale onderneming heeft bewust gekozen voor langzame groei. Maximaal één nieuwe vestiging per jaar, zegt Rosen Jacobson. ‘Als we met alle geïnteresseerden in zee waren gegaan, waren we nu al dubbel zo groot geweest. Maar bij ons staat intensieve samenwerking voorop. Daar hoort bewuste groei bij.’
Officiële aandeelhouders van het collectief zijn stichting Buurvrouw en Qmulus Invest. De investeerder heeft echter geen recht op de winst en ook maar beperkt stemrecht. De meeste beslissingen worden gemaakt door het bestuur van de stichting, die gevormd wordt door eigenaren van Buurman-vestigingen. Buurman is daarmee in de praktijk steward-owned; alle winst vloeit terug naar de missie en visie.
Afval wordt meer waard
De opening van de eerste Buurman is ruim elf jaar geleden. Is de wereld sindsdien wat circulairder geworden? Deels. Rosen Jacobson: ‘In het begin kregen we alle materialen gratis, nu moeten we regelmatig een prijs voor restpartijen betalen. Afval is in die zin meer waard geworden. Het is voor ons daardoor soms zoeken naar de marges, maar macro-economisch gezien is het natuurlijk positief.’
Tegelijkertijd ziet de ondernemer ‘nog geen structurele verandering in de verdienmodellen van bouwbedrijven’. ‘Toen we elf jaar geleden begonnen, dacht ik oprecht: over vijf jaar bestaan we niet meer. Dan is de circulaire economie voltooid. In een ideale wereld bestaan wij niet, dan zijn er geen restmaterialen.’
‘Ik had nooit kunnen denken dat de verandering zó langzaam zou gaan. Het schrijnendste vind ik nog wel dat er wereldwijd nog veel meer troep is bij gekomen, van bedrijven als Temu en Shein.’ Lachend: ‘Maar waarschijnlijk gaan transities altijd te langzaam voor wie er middenin zit.’
Geschikte locaties vinden
Er zijn nu Buurman-vestigingen in Rotterdam, Utrecht, Antwerpen, Arnhem, Nijmegen en Breda. Eindhoven volgt eind dit jaar of begin volgend jaar. De meeste vestigingen zijn gefinancierd met een combinatie van crowdfunding, gemeentesubsidies en vaak nog een bijdrage van een fonds.
Als initiatiefnemer van het collectief is Rosen Jacobson nauw betrokken bij de oprichting van nieuwe vestigingen. Na opening staan ze op eigen benen, hoewel er natuurlijk altijd de samenwerking binnen het collectief is.
De grootste uitdaging voor nieuwe vestigingen is de ruimte. Door de combinatie van bouwmarkt en werkplaats is het vinden van een geschikte locatie zo makkelijk niet, legt Rosen Jacobson uit. Enerzijds is er een grote ruimte nodig, waar met heftrucks gereden kan worden en lawaai mag worden gemaakt. Tegelijkertijd richt Buurman zich met name op mensen in grote steden. Die moeten ‘s avonds wel naar hun cursus kunnen komen.
Soms is de locatie zelfs een breekpunt: in Den Haag werd die niet gevonden, dus ging het hele plan er niet door.

Buurman-vestigingen bestaan uit een bouwmarkt én werkplaats. | Credits: Change Inc./Maaike Kooijman
Even uit je hoofd
Waar de focus van Buurman in de beginjaren vooral lag op de bouwmarkt, gaat de werkplaats een steeds grotere rol spelen. Deels is dat een strategische afweging: nieuwe materialen zijn zo goedkoop dat het moeilijk concurreren is. Maar de werkplaats is ook de beste manier om nieuwe mensen te bereiken, ziet Rosen Jacobson. ‘En we willen liever meer mensen bereiken dan meer hout verkopen.’
‘Ons hoofddoel is uiteindelijk om mensen in contact te brengen met zelf maken. Ik denk echt dat ze daardoor ook bewuster met spullen omgaan en anders gaan consumeren. Bovendien geloof ik heel sterk dat maken positief bijdraagt aan de mentale gezondheid. Even uit je hoofd.’ Lachend: ‘Dat hoofd is door AI toch niet meer nodig. AI heeft geen handen, dus laten we dan meer maken.’



