Maaike Kooijman
03 juni 2026, 12:57

Met duurzame sociale huurwoningen streeft KnopOm naar een eerlijke energietransitie: 'We hopen in 2030 niet meer te bestaan'

Het grootste deel van de mensen in energiearmoede woont in een sociale huurwoning. Daarom helpt KnopOm juist díe te verduurzamen. ‘Juist degenen die het meeste baat hebben bij een lagere energierekening zouden vooraan moeten staan in de energietransitie’, zegt directeur Renee Snoek.

Changemaker Renee Snoek, algemeen directeur van KnopOm Changemaker Renee Snoek: 'Met alleen adviseren zorg je er nog niet voor dat een woning ook echt wordt verduurzaamd. ' | Credits: KnopOm/bewerking Change Inc.

Volgens de meest recente schattingen leeft zeker één op de twintig huishoudens in energiearmoede. Zij besteden een groot deel van hun inkomen noodgedwongen aan gas en elektriciteit. Huizen isoleren en verder verduurzamen is een groot deel van de oplossing. Maar hoe pak je dat aan?

Dat weten ze bij KnopOm, een bedrijf dat woningcorporaties helpt te verduurzamen om energiearmoede aan te pakken. Medeoprichter Renee Snoek staat er sinds 2024 aan het roer: ‘Het kan toch niet zo zijn dat er mensen in armoede leven in een welvarend land, terwijl we de oplossingen gewoon hebben?’

Het Tijdelijk Noodfonds Energie, dat in 2026 hopelijk opnieuw opent, is een mooie stap voor mensen in energiearmoede, maar geen structurele oplossing voor het probleem. Vanuit de politiek gaat er nog niet structureel geld naar de verbetering van woningen’, zegt de changemaker. ‘Terwijl dáár de oplossing zit.’

Met die aanpak wil KnopOm energiearmoede in Nederland tegen 2030 beëindigen. ‘Dan hopen we niet meer te bestaan.’

Voorheen had je een eigen adviesbureau, ook voor woningcorporaties. Waarom zette je de stap naar KnopOm?

‘Op weg naar mijn werk fietste ik altijd door de Van der Pekbuurt in Amsterdam-Noord. Daar hingen posters: “Nee tegen het warmtenet”. Dat zette me aan het denken. Met alleen adviseren zorg je er nog niet voor dat de woning ook echt wordt verduurzaamd. Daar heb je in de meeste gevallen ook goedkeuring van de bewoners voor nodig. 

Bij KnopOm gaan we verder dan alleen adviseren. We nemen bewoners actief mee en zijn betrokken tot en met de uitvoering. Daardoor bereiken we echt iets.’

KnopOm helpt woningcorporaties verduurzamen. Hoe gaan jullie te werk?

‘We beginnen altijd met een uitgebreide scan van het gebouwenportfolio van een corporatie, ontwikkeld in samenwerking met TNO. Daarmee maken we voor corporaties inzichtelijk waar de energiearmoede het hoogst is en wat er verbeterd kan worden. We scannen op tien woningen nauwkeurig.

Daarna gaan we aan de slag met verbeteren. Daarin zijn bewoners onmisbaar. Zonder draagvlak kom je nergens. Daarom gaan we al in een vroeg stadium langs bij bewoners. Zij kennen hun woning goed en weten bijvoorbeeld waar het tocht, of waar een deur klemt. Dat nemen we mee als we met de uitvraag naar de markt gaan. Uiteindelijk zorgt die betrokkenheid voor minder weerstand op het moment dat we richting de uitvoering gaan.’

Hoe ga je dat gesprek aan?

‘Dat proberen we op een leuke manier te doen. Bijvoorbeeld met een sjoelbak die herkenbare woningproblemen met oplossingen verbindt. Zo ontstaan gesprekken over isoleren en woningverbetering. Of met uitnodigingen op papier waar bloemzaadjes in zitten.

Als we een collectieve cv-ketel kunnen vervangen door een collectieve hybride warmtepomp, is er geen toestemming van huurders nodig. Sommige corporaties slaan die gesprekken in zo’n geval liever over. Wij zullen altijd zeggen: betrek die bewoners wél.’

Waarom?

‘Het gaat over hun woning, dan is het logisch om hen te betrekken. Bovendien moeten we mensen meenemen in de energietransitie en laten zien dat die er ook voor hen is. Juist degenen die het meeste baat hebben bij een lagere energierekening zouden vooraan moeten staan in de energietransitie.’

Wat is de reden dat jullie alleen op woningcorporaties focussen?

’70 procent van de mensen in energiearmoede woont in een sociale huurwoning. Daar zit dus de meeste winst. Tegelijkertijd sluiten we andere complexen niet helemaal uit. Uiteindelijk hebben we schaal nodig om de prijs te drukken. Als we de prijs van verduurzaming van sociale huurwoningen kunnen verlagen door ook middenhuur mee te nemen, dan doen we dat.’

Eén van jullie pijlers is ‘ctrl c + ctrl v’. Hoe ziet dat eruit?

Nu is het zo dat elke woningcorporatie per complex kijkt wat de beste verduurzamingsoplossing is, vaak samen met dure adviseurs, terwijl veel gebouwen heel erg op elkaar lijken. Daarom doen we samen met woningcorporaties onderzoek naar welke verduurzamingsconcepten – bijvoorbeeld een collectieve warmtepomp, zonnepanelen en CO2-gestuurde ventilatie – het beste bij een bepaald gebouwsegment passen. Op basis van bijvoorbeeld het aantal woonlagen en de huidige manier van verwarmen kunnen we verschillende segmenten onderscheiden, elk met eigen oplossingen.

Eén van die segmenten is een eengezinswoning die vrij slecht geïsoleerd is en aardgasvrij moet worden gemaakt. Daarvoor weten we wat efficiënte oplossingen zijn. Via een marktuitvraag hebben we aanbieders gezocht die dit concept voor woningcorporaties willen uitvoeren. Dat leverde woningcorporatie Parteon een kostenreductie van 50 procent op vergeleken met eerder verduurzaamde eengezinswoningen.

Het is fijn dat we nu weten dat we kunnen waarmaken wat we beloven. Nu is het een kwestie van opschalen.’

Waardoor zijn die uitvoeringskosten zo veel lager?

‘Deels door schaal en een efficiënt proces, maar ook door kennisdeling tussen corporaties. Corporaties hebben vaak dezelfde vragen: mag je voor dit type systeem bijvoorbeeld wel of geen servicekosten vragen? Als we die vragen bundelen, hoeft niet elke corporatie apart een jurist in te huren.

Bovendien besparen we op marges. Woningcorporaties geven vaak opdracht voor een geheel verduurzamingsconcept. Dan vraagt de aannemer een marge op de installateur en krijg je lucht op lucht. Dat doen wij niet. Het concept zelf bespaart ook kosten. We weten bijvoorbeeld dat we niet veertien zonnepanelen hoeven te leggen, maar dat zes ook al voordelig is. En dat lang niet alle radiatoren vervangen hoeven te worden bij verduurzaming.

KnopOm vraagt, naast een commissie van de aanbieders per opgeleverde woning, ook een fee voor het programmamanagement. Het zou mooi zijn als we dusdanig kunnen opschalen dat we kunnen leven van de commissies, en corporaties helemaal niets extra’s aan ons hoeven te betalen.’

Gaan de energiekosten van bewoners in de praktijk ook omlaag?

‘In ons programma van eisen voor uitvoerders verwachten we een daling van de energierekeningen met 20 procent. In de praktijk hebben we nog niet voldoende stookseizoenen meegemaakt om dat te toetsen, maar de voorspelling is dat dat lukt.

Het mooie van omschakelen van gas naar elektra is dat de vaste kosten van een gasaansluiting sowieso wegvallen. Dat scheelt al. Daarnaast wordt gas alleen maar duurder, terwijl de prijs van elektriciteit niet in die mate meestijgt.’

Wat zijn voor jou de grootste uitdagingen?

‘Het is soms moeilijk om een balans te vinden tussen het betrekken van bewoners en het snel opschalen van projecten. We proberen dat te doen door bewoners mee te nemen in specifieke keuzes die we maken. Dan is het concept in grote lijnen hetzelfde, maar geven we bewoners bijvoorbeeld de keuze over de uitvoering. Willen ze liever dat alles binnen drie dagen gefikst is, of twee weken lang in de ochtend installateurs over de vloer?

Persoonlijke uitdagingen zitten voor mij vooral in het leiderschap. Ik ben heel erg gedreven op de inhoud, ik geloof zó dat het sneller kan en moet. Maar een team leiden zit ‘m ook in kleinere dingen. In vragen hoe iemands weekend was.’

Op welke projecten ben je trots?

‘Het MEER-project, waarin we bijna 2.400 woningen versneld verbeteren in samenwerking met zeven woningcorporaties, zit nu in de uitvoeringsfase. Onze partner Energy Bridge heeft laatst de eerste grote warmteskids (prefab installaties met meerdere warmtepompen, red.) bij woningcorporatie Stek het dak opgehesen.

Daarnaast loopt er een project met De Vernieuwde Stad, waar de grootste woningcorporaties van Nederland bij aangesloten zijn. Samen met zes corporaties gaan we onderzoeken hoe individueel verwarmde twee- tot vierlaags woningen het beste verduurzaamd kunnen worden. Zulke samenwerkingen geven energie. Dat is ook het mooie aan corporaties: die willen heel graag hun kennis en kunde delen.’

Met wie zou je nog graag willen samenwerken?

‘We werken al veel samen met TNO als onderzoekspartner, en met Milieu Centraal en Sterk uit Armoede als het om bewonersparticipatie gaat. Daarnaast zijn we altijd op zoek naar nieuwe leveranciers. Als conceptontwikkelaars een goede oplossing hebben voor een bepaald woningsegment, werk ik daar graag mee samen. Dat kan ons helpen op grote schaal te gaan verduurzamen. Niet complex voor complex, maar segment voor segment. Steeds sneller en goedkoper.’

Lees ook:

‘Als onze auto’s op grote schaal stroom mochten terugleveren, had Utrecht geen netcongestieprobleem’

Qua nieuw verkochte auto’s was Kia in 2022, 2024 en 2025 het grootste automerk in Nederland en versloeg het concurrenten als Volkswagen en Toyota. Het Koreaanse automerk heeft een marktaandeel van bijna 10 procent. Kia grootste merk met elektrische modellen Opmerkelijk: Kia veroverde die koppositie mede dankzij de verkoop van elektrische modellen, die doorgaans duurder zijn. ‘Het afgelopen jaar was 40 procent van onze afzet volledig elektrisch. Dat zal dit jaar boven de 50 procent uitkomen. Van de resterende 50 procent is nog eens 30 procent hybride, dus geëlektrificeerd’, zegt president en ceo Léan Verstoep van Kia Nederland.Hij is sinds september 2022 de eerste niet-Koreaan in deze functie. Het automerk dankt de koppositie volgens hem mede aan zijn duurzame imago. Ook op de lijst met meest verkochte elektrische auto’s staat Kia sinds begin dit jaar bovenaan, nog voor Tesla. Groei elektrisch rijden ondanks negatieve prikkels Het aantal auto’s dat volledig elektrisch rijdt, groeide het afgelopen jaar met 22 procent, becijfert het CBS. Volgens Verstoep is de stijgende verkoop opmerkelijk, omdat de overheid de fiscale prikkels voor elektrisch rijden langzaam afbouwt. Tot 2025 hoefden elektrische rijders geen wegenbelasting te betalen. Sinds vorig jaar betaalden ze 25 procent van het normale tarief en sinds dit jaar 70 procent. Dat pakt nadelig uit, omdat elektrische auto’s vanwege de batterijen zwaarder zijn dan vergelijkbare auto’s met een verbrandingsmotor en de wegenbelasting gebaseerd is op gewicht.Ook betaalden zakelijke rijders met een elektrische auto vroeger geen of een lagere bijtelling. Dit jaar is die bijtelling al 18 procent en voor auto’s met een cataloguswaarde boven de 30.000 euro zelfs 22 procent. Door die verhoogde bijtelling zakte de markt voor elektrische auto’s begin dit jaar in, maar sinds het conflict in het Midden-Oosten en de stijgende brandstofprijzen zit de verkoop van elektrische auto’s echter weer in de lift.Op basis van alle kosten over de levensduur (TCO), blijft een elektrische auto volgens Verstoep goedkoper dan vergelijkbare modellen met een verbrandingsmotor. Ander beleid nodig om transitie te financieren De Nederlandse overheid geeft volgens Verstoep de verkeerde prikkels om elektrisch rijden te stimuleren. Een voorbeeld: in plaats van alleen de verkoop van gebruikte elektrische leaseauto’s van vijf jaar oud te subsidiëren, via een zogenaamde e-timer regeling, zou het wenselijker zijn om opnieuw een algemene aanschafsubsidie te introduceren voor gebruikte EV’s, zoals we die in het verleden hebben gekend. En dan zonder inkomenstoets. ‘Daar zit de markt op te wachten. En ondersteun de wegenbelasting, in plaats van de korting te verlagen. Nu bepaalt naar mijn mening het Ministerie van Financiën te vaak het overheidsbeleid. Alles wat binnen het autodomein verduurzaamd moet worden, moet nu ook binnen datzelfde domein worden terugverdiend’, zegt Verstoep.Dat is volgens hem niet langer houdbaar als er steeds meer elektrische auto’s komen en de overheidsinkomsten op benzine- en dieselaccijnzen zullen dalen. ‘Als je daar een alternatief voor wilt hebben, moet er beter en vooral stabieler langjarig beleid komen om de transitie te financieren en moet er ook ruimte buiten het autodomein worden toegelaten’, zegt hij. Overheid slaat met verkeerde stok Nog zo’n voorbeeld: ongeacht of een werknemer een door de werkgever ter beschikking gestelde auto privé gebruikt, betaalt de werkgever vanaf 1 januari 2027 over geregistreerde auto’s een zogeheten pseudo-eindheffing als deze niet uitstootvrij zijn. Die bedraagt 12 procent per jaar over de cataloguswaarde. Dus een extra heffing op auto’s aangedreven door een verbrandingsmotor en ook op hybride en plug-in hybrides.Verstoep: ‘Dat is typisch de Nederlandse overheid: we hebben geen geld om iets te stimuleren, maar slaan wel met een stok om zakelijke rijders richting een elektrische auto te duwen. Terwijl de leidraad van de overheid moet zijn dat dit uiteindelijk het klimaat helpt, bijdraagt aan de CO2-reductie, meer bouwmogelijkheden, enzovoorts. Maar ik zie helaas weinig tot geen beleid, met als gevolg dat Nederland in West-Europa het oudste rijdende wagenpark heeft. Dat draagt zeker niet bij aan een schoner milieu.’ CO2-neutraal in 2045 Volgens hem draait de transitie naar emissieloze mobiliteit om meer dan alleen het terugdringen van broeikasgassen, die voor klimaatverandering zorgen. Het transport in Nederland stoot volgens het CBS jaarlijks 28 miljoen ton CO2 uit, waarvan het wegverkeer verantwoordelijk is voor een kwart van die emissie. Vorig jaar daalde de uitstoot van mobiliteit met 4 procent, vooral door de toename van elektrische personenauto’s en een afname van het aantal benzine- en dieselauto’s. In 2050 moet de CO2-uitstoot nul zijn.Emissieloze auto’s kunnen volgens Kia ook een rol spelen in het slimmer benutten van groene stroom, het terugdringen van netcongestie, het verminderen van milieuvervuiling en het verkleinen van de afhankelijkheid van olie en gas en van de landen die dat leveren. Het merk heeft onder meer hiervoor het zogeheten Plan S ontwikkeld. Kia wil daarmee een leidende positie krijgen op het gebied van alle facetten van duurzame mobiliteit. In 2045 wil het bedrijf wereldwijd per saldo geen CO2 meer uitstoten: van productie en logistiek tot het gebruik van auto’s. De weg daar naartoe kan per land verschillen. Businessmodel met lange adem Doordat de meeste EV-modellen van Kia stroom heen en weer kunnen laden, kunnen ze ook stroom terugleveren aan het net. Aangestuurd door slimme apps kunnen ze fungeren als rijdende batterij en zelfs helpen het stroomnet te balanceren.‘Het is een bewuste keuze geweest om dit in onze auto’s aan te bieden, maar het kost gewoon meer geld. Het gaat niet alleen sec om die auto, het gaat om de hele propositie’, zegt Verstoep. ‘Dit is de toekomst en ik denk dat wij daarin een maatschappelijke rol te vervullen hebben. Wij willen als Kia koploper zijn en in Nederland kunnen we daarin het verschil maken’, zegt hij.Uit onderzoek dat Kia in 2021 door KPMG liet uitvoeren, blijkt dat dit een winnend businessmodel voor een automerk kan zijn, maar dat daar wel een lange adem voor nodig is. Slimmere EV’s kunnen problemen oplossen Kia ziet dan ook een veel grotere rol weggelegd voor elektrische auto’s in de noodzakelijke energietransitie. ‘De auto is een onderdeel van de energietransitie. De auto is niet het probleem, maar een onderdeel van de oplossing’, stelt Verstoep. ‘Je moet bezit goedkoper maken en gebruik duurder, dus zo snel mogelijk rekeningrijden invoeren. Onderzoek heeft aangetoond dat als je plaats en tijd gaat belasten, de CO2-uitstoot met 15 procent vermindert. Dat zou een politiek moedig besluit zijn.’Samen met Vattenfall werkt Kia aan een pilot waarbij een geselecteerde groep elektrische rijders gratis kan laden, als zij hun EV als rijdende batterij beschikbaar stellen aan de energieleverancier. Die kan daarmee vraag en aanbod van stroom beter matchen en netcongestie bestrijden, een probleem dat in Nederland voor steeds grotere problemen zorgt.Het stroomnet in Utrecht zit zelfs zo vol dat het per 1 juli 2026 op slot gaat. Alle nieuwe aanvragen voor een grotere of nieuwe aansluiting belanden op de wachtlijst. ‘Ik durf te stellen dat, als dit op grote schaal wordt ingevoerd, het netcongestieprobleem in Utrecht is opgelost’, zegt Verstoep. Overheid moet elektrische mobiliteit betaalbaar houden Het probleem hierbij is opnieuw het overheidsbeleid. Auto’s die via hun batterij stroom terugleveren, profiteren nu nog van de salderingsregeling. Daardoor ontvangen gebruikers voor teruggeleverde stroom hetzelfde tarief als zij betalen aan hun energieleverancier. Als die regeling per 1 januari volgend jaar verdwijnt, is niemand meer bereid dit te doen, simpelweg omdat het dan geld gaat kosten.‘Daar moet de overheid een oplossing voor vinden’, zegt Verstoep. ‘Er is geen andere oplossing dan elektrische mobiliteit. Daar zijn steeds meer mensen het over eens. Maar het moet fiscaal goed geregeld worden, met steun van de overheid. Ik maak me ook zorgen over de betaalbaarheid. Nu we de brandstofauto’s kwijtraken, moet de overheid bijvoorbeeld niet de bpm op elektrische auto’s verder gaan verhogen. Dat moet buiten het autodomein gefinancierd worden. Met slim beleid kunnen we hier meer elektrische auto’s verkopen.’ Nederland als ‘living lab’ Nederland is voor de Koreaanse automerken een soort ‘living lab’. ‘Nederland is een ideaal land’, zegt Verstoep. ‘Het is niet groot, het heeft geen eigen auto-industrie en is ontvankelijk voor nieuwe ontwikkelingen. We zijn early adopters. Mijn rol is ook om in Korea de deuren te openen en pilots hier in Nederland tot leven te brengen.’ Lees ook:Grafiek: Batterijen voor elektrische auto's kunnen in Europa bijna even goedkoop worden als in China Bekroonde elektrische bestelbus helpt mkb’ers overstappen naar emissievrij vervoer Steeds slimmer laden: hoe de bidirectionele auto een succes kan worden De elektrische auto als rijdende batterijDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren, in samenwerking met onze partner Kia. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.