Maaike Kooijman
28 mei 2026, 07:31

Nieuwsupdate: Ondanks aankomende boete blijven bedrijven benzineauto's leasen en helft kritieke grondstoffen kan circulair

Ondanks een aankomende extra belasting staan veel werkgevers het nu nog toe om een fossiele leaseauto te nemen. Verder in het nieuws: creatief boekhouden verhult groei Chinese uitstoot en universiteiten en bedrijven bundelen krachten voor innovaties met microbiomen.

leaseauto pseudo-eindheffing Vanaf 2027 betalen bedrijven extra belasting op zakelijke auto's die niet helemaal uitstootvrij zijn. | Credits: Unsplash

Ondanks aankomende boete blijven bedrijven benzineauto’s leasen

Een leaseauto die op benzine of diesel rijdt, gaat werkgevers vanaf volgend jaar extra geld kosten. Vanaf 1 januari 2027 betalen bedrijven extra belasting op zakelijke auto’s die niet helemaal uitstootvrij zijn: de zogenoemde pseudo-eindheffing. Ook hybride auto’s vallen hieronder. Toch staan veel kleine en middelgrote werkgevers het nog toe om een leaseauto op brandstof te nemen, meldt NOS na rondvraag bij leasemaatschappijen.

De Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) ziet dat werknemers van grote bedrijven nu vaak al alleen maar elektrische auto’s mogen bestellen. Maar voor kleinere bedrijven geldt dat minder. Uit onderzoek van leasemaatschappij Ayvens blijkt zelfs dat driekwart van de werkgevers nog geen concrete actie heeft ondernomen naar aanleiding van de pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s.

Lees ook: Sander Pleij (Ayvens Nederland): ‘We zullen niet zomaar accepteren dat iemand zegt: doe mij nog maar een rondje diesel’

Helft Europese kritieke grondstoffen kan in 2050 circulair zijn

Als Europa afval beter inzamelt en recycelt, kan dat ervoor zorgen dat we tegen 2050 tot 56 procent minder kritieke grondstoffen nodig hebben. Dat blijkt uit het eindrapport van het Europese onderzoeksproject FuTuRaM. Het gaat om liefst 4,1 tot 5,7 miljoen ton aan kritieke materialen die jaarlijks opnieuw gebruikt kunnen worden in bijvoorbeeld batterijen en windmolens.

De onderzoekers keken naar zeven afvalstromen, waaronder afgedankte batterijen, bouw- en sloopafval, oude voertuigen, windturbines en bijvoorbeeld staalslakken. Alle data legden ze vast in het nieuwe Urban Mine Platform. Dart moet lidstaten inzicht geven in de toekomstige beschikbaarheid van circulaire grondstoffen.

Lees ook: In de strijd om kritieke grondstoffen wordt circulariteit een geopolitiek wapen: deze Nederlandse bedrijven lopen voorop

Ceo Nicole Freid vertrekt deze zomer bij HAK

Algemeen directeur Nicole Freid gaat HAK per juli verlaten. Dat laat ze weten op LinkedIn. ‘Het voelt voor mij als het juiste moment’, schrijft Freid. ‘Samen met ons team hebben we de afgelopen jaren gebouwd aan onze strategie rondom modern Groen Gemak: consumenten helpen om makkelijker meer plantaardig te eten, met meer groenten en peulvruchten. Met HAK als herkenbaar merk en innovatie als drijvende kracht hebben we onze bijdrage geleverd aan de eiwittransitie én aan de verdere verduurzaming van lokale teelt.’

Freid begon in 2013 bij HAK. Ze was lange tijd directeur marketing & innovatie en was er sinds 2023 ceo. Het is nog niet bekend wie haar opvolgt.

Lees ook: Changemaker Nicole Freid (HAK): ‘Waarom zijn peulvruchten nog niet waanzinnig populair?!’

Kosten verduurzamen huizen stijgen rap

Door inflatie, hogere materiaalkosten en schaarste aan vakmensen is verduurzaming van huizen in één jaar tijd zo’n 15 procent duurder geworden. Dat concludeert het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) in haar jaarverslag, schrijft De Telegraaf. Hoewel het fonds vorig jaar meer financiering verstrekte dan ooit (bijna 455 miljoen euro), ging het om minder leningen.

SVn biedt namens overheden financiering om betaalbare woningbouw en verduurzaming mogelijk te maken. Het verstrekt bijvoorbeeld leningen aan woningeigenaren, VvE’s en bedrijven. Zo is SVn fondsmanager van het BNG Duurzaamheidsfonds, dat zakelijke projecten financiert die een bijdrage leveren aan de duurzaamheidsdoelen van gemeenten of provincies.

Lees ook: Met circulaire bouwmarkten wil Buurman ook mensen met twee linkerhanden laten bouwen met hout

Universiteiten en bedrijven bundelen krachten voor innovaties met microbiomen

In Amsterdam is woensdag het publiek-private Holomicrobioom Innovatie Instituut geopend. Daar komen wetenschappers van elf Nederlandse universiteiten, zeven hogescholen en  andere kennisorganisaties samen met bedrijven als FrieslandCampina en Arla om onderzoek te doen naar de rol van microbiomen. Dat zijn de gemeenschappen van bacteriën, schimmels en andere micro-organismen in bodem, water, planten, dieren en mensen.

Doel is om die kennis te vertalen naar concrete oplossingen voor onder meer duurzame landbouw en de circulaire economie. ‘Denk aan microben die de CO2-uitstoot van mest verminderen, chemicaliën in de landbouw overbodig maken, water zuiveren of afval een nieuwe bestemming geven’, zegt wetenschappelijk directeur Bas Teusink in een persverklaring. Het nieuwe instituut is tot stand gekomen met een investering van 200 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds.

Lees ook: Opmerkelijk: Wetenschappers ‘hacken’ bacteriën om groene waterstof te produceren

Creatief boekhouden verhult groei Chinese CO2-uitstoot

China, de grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld, heeft waarschijnlijk de rekenmethode voor het meten van de intensiteit van zijn CO2-uitstoot aangepast. Daardoor lijkt de eerder gerapporteerde groei van de CO2-uitstoot per economische eenheid tussen 2020 en 2025 gehalveerd. Dat concluderen onderzoekers van het Centre for Research on Energy and Clean Air in een rapport waar Reuters over schrijft.

Waar eerdere cijfers van China wezen op een groei in de CO2-intensiteit van 14 procent tussen 2020 en 2025, impliceren de nieuwe cijfers een groei van ‘slechts’ 7 procent. Dat verschil komt neer zo’n 700 miljoen ton CO2-equivalent per jaar – vergelijkbaar met de uitstoot van Duitsland.

Hoewel China niet openbaar maakt hoe het de CO2-intensiteit berekent, lijkt het erop dat niet al het gebruik van fossiele brandstoffen in de laatste cijfers is meegenomen, maar alleen het brandstofverbruik voor energieproductie. Volgens de onderzoekers zou China er op deze manier voor kunnen zorgen dat het zijn CO2-doelen op papier haalt, ook als de uitstoot in werkelijkheid stijgt.

Lees ook: China neemt voortouw met energiezuinige elektrische auto’s: kan Europa volgen?

Ook in de media:

  • Amazonewoud in Brazilië verdwijnt minder snel: ‘Handhaving heeft effect’ (Nu.nl)
  • Honderden miljoenen voor kernfusiecentrale Duitse startup (FD)
  • Kippenmestverbrander wil nóg duurzamer werken, maar het ‘stikstofslot’ zit in de weg (NRC)
  • Kan de elektrische Lelijke Eend net zo mooi en succesvol worden als de legendarische oude variant? (Trouw)
  • Thuisbatterij wordt cruciaal nu salderingsregeling verdwijnt (BNR)
  • Energiedisplay zorgt vaak voor een lager verbruik, maar niet bij iedereen (Nu.nl)
  • Opheffen Moerdijk nodig? ‘Alternatieve locatie net zo kansrijk voor energietransitie’ (BNR)

Industrie staat te springen om goedkopere groene waterstof: innovatieve Nederlandse elektrolysers bieden kansen

Nederland heeft sterke kaarten om binnen Europa een sleutelrol te vervullen bij de levering van duurzaam geproduceerde waterstof voor de industrie. Wel moeten er nog flinke stappen worden gezet om groene waterstof beter betaalbaar te maken.Innovatie bij elektrolysers, die waterstof produceren met elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, spelen een belangrijke rol bij het kostenvraagstuk. Dat bleek afgelopen week tijdens een specdiale sessie over groene waterstof in Nederland op de World Hydrogen Summit 2026 in Rotterdam. Nederland nummer twee in Europa met productie grijze waterstof Waterstof wordt nu nog voor het grootste deel via chemische processen uit aardgas gehaald, waarbij ook CO2 vrijkomt. Vanwege het historische belang van aardgas in Nederland en de aanwezigheid van zware industrie is ons land een grote producent van ‘grijze’ waterstof. Met een productie van iets meer dan 1 miljoen ton op jaarbasis staat Nederland, na Duitsland, zelfs op de tweede plaats in Europa, blijkt uit cijfers van het European Hydrogen Observatory.Om productieprocessen te verduurzamen moet de industrie meer gebruik gaan maken van groene waterstof. Voor Europa is dat inmiddels ook om strategische redenen essentieel. Het afbouwen van de afhankelijkheid van import van aardgas uit onder meer de VS en het Midden-Oosten betekent immers dat er alternatieven moeten komen voor waterstofproductie op basis van aardgas. Kansen voor Nederland Waterstofexpert Mark Breed van TNO stelde tijdens een presentatie op de World Hydrogen Summit dat er strategische kansen liggen voor Nederland om een belangrijk knooppunt te worden voor zowel de distributie als gedeeltelijke productie van groene waterstof.De uitbouw van wind op zee, met als voorlopige doelstelling 40 gigawatt aan vermogen in 2040, levert potentieel een flinke bron van groene stroom op. Die kan deels gebruikt worden om elektrolysers te voeden voor de productie van waterstof.Daarnaast beschikt Nederland over een pijpleidinginfrastructuur voor aardgas. Die kan als basis dienen voor een nieuw waterstofnetwerk met vertakkingen naar onder meer Duitsland. Gasunie is in dit verband bezig met ontwikkeling van het zogenoemde Hynetwork, waarvan het eerste traject van 32 kilometer tussen Pernis en de Maasvlakte afgelopen week officieel werd opgeleverd.[caption id="attachment_179534" align="aligncenter" width="900"] Plan voor pijpleidingnetwerk voor waterstof in Nederland. | Credits: Hynetwork[/caption]Een derde troef van Nederland is volgens Breed het technologische kennisnetwerk van bedrijven, universiteiten en onderzoeksinstituten. Dat is van grote waarde voor de ontwikkeling van een ecosysteem voor groene waterstof. Breed: ‘Nederland kent een sterke integratie van energie- en industriesectoren en dat biedt kansen voor de ontwikkeling van groene waterstof.’ Opschalen groene waterstof loopt achter bij ambities EU-lidstaten zijn verplicht om ervoor te zorgen dat 42 procent van het waterstofverbruik van de industrie in 2030 bestaat uit groene waterstof. In 2035 moet dat zelfs 60 procent zijn. Het is echter zeer de vraag of die groeiambities realistisch zijn.Om de Europese doelen te bereiken zou de afname van groene waterstof door de Nederlandse industrie zeer fors moeten stijgen. In lijn hiermee zou de binnenlandse productiecapaciteit van elektrolysers flink omhoog moeten; eerder zijn doelen geformuleerd van 3 tot 4 gigawatt aan elektrolyservermogen in 2035. De daadwerkelijke groei van de capaciteit in Nederland loopt daar flink bij achter.Voor de industrie is het vooralsnog lastig om zwaar in te zetten op de inkoop van groene waterstof, zolang prijzen van groene waterstof substantieel hoger zijn vergeleken met die van grijze waterstof. Voor de basisindustrie brengen hogere kosten immers grote concurrentierisico’s mee.Deze maand heeft minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven besloten om voor de Nederlandse industrie een inkooppercentage van 4 procent groene waterstof te hanteren in 2030. Dat moet oplopen tot 9,9 procent in 2035. Dat betekent dat er een enorm gat is ten opzichte van de Europese doelen voor groene waterstof, erkent ook de minister zelf. Groene waterstof van eigen bodem als flexibele optie voor windenergie Om groene waterstof op grote schaal te kunnen inzetten zijn er dus dringend oplossingen nodig die de prijs concurrerender maken met die van grijze waterstof. Positief is dat daar op verschillende manieren aan wordt gewerkt door startups en scaleups die innoveren met elektrolysers.[caption id="attachment_81492" align="alignright" width="214"] Ceo Mattijs Slee van Alquion. Credit: Alquion[/caption]Ceo Matthijs Slee van scaleup Alquion schetste bij zijn presentatie dat een aantal factoren doorslaggevend is voor de productie van groene waterstof in Nederland. Zo is van groot belang hoe je elektriciteit van windparken op zee inzet voor elektrolyse. Zeker in een context waarbij het schommelende aanbod van windenergie bijdraagt aan problemen met netcongestie.Verder moet je er rekening mee houden dat de productie van groene waterstof in Nederland concurrentie krijgt van geïmporteerde waterstof uit regio’s met goedkope zonnestroom. Het kan bijvoorbeeld aantrekkelijk worden om grootschalig groene waterstof af te nemen uit landen in het Midden-Oosten, Afrika en Zuid-Europa.Alquion, dat eerder dit jaar ontstond uit een  fusie van Battolyser Systems en VDL Hydrogen Systems, wil zich onderscheiden met de zogenoemde Flexolyser. Dat is een elektrolyser die eenvoudig aan- en uitgezet kan worden zonder dat dit leidt tot prestatieverlies. Klassieke elektrolysers zijn juist ontworpen om continu waterstof te produceren.Voordeel van de Flexolyser is dat deze bij uitstek geschikt is om in te spelen op de schommelingen van elektriciteitsprijzen, als gevolg van verschuivingen in de vraag naar en het aanbod van hernieuwbare energie. Slee: ‘Wat je nu ziet met plannen voor windparken op de Noordzee is dat de overheid via contracts-for-difference subsidie wil geven op momenten dat de prijzen van windstroom laag zijn. Als je van de Noordzee echt een grote energiecentrale wilt maken, is dat geen houdbaar model.’Alquion ziet een model voor zich waarbij de Flexolyser groene waterstof produceert op momenten dat de prijzen van windstroom laag zijn vanwege overtollig aanbod. Een energiebedrijf dat de Flexolyser inzet, zou afspraken kunnen maken met netbeheerders om flexibele capaciteit te bieden voor de balans van het stroomnet. Het ontlasten van het net kan dan gepaard gaan met korting op de nettarieven.Dit is volgens Slee cruciaal om de productie van groene waterstof in Nederland concurrerend te maken: ‘De kosten van groene waterstof kennen grofweg drie componenten: kapitaalinvesteringen voor de bouw van elektrolysers, operationele kosten en de kosten van elektriciteit in combinatie met de nettarieven. Dat laatste weegt relatief zwaar. Door te besparen op de elektriciteitskosten en nettarieven kun je groene waterstof goedkoper produceren dan geïmporteerde waterstof.’ Import van groene waterstof De prijs van geïmporteerde groene waterstof wordt dus een fundamenteel referentiepunt. Slee: ‘Die gaat bepalen wanneer het loont om lokaal te produceren. De Flexolyser wordt daarmee bij uitstek interessant als flexibel handelsinstrument. Je zet ‘m in op specifieke momenten, als de prijzen van windenergie op de Noordzee laag genoeg zijn om met lokale productie onder de prijs van geïmporteerde groene waterstof te duiken.’De oplossing van Alquion kan zo op de energiemarkt een middel worden om een optimale balans te vinden tussen de import van groene waterstof en eigen productie met behulp van goedkope windstroom.Omdat de Flexolyser onregelmatig waterstof produceert, ligt het voor de hand om deze waterstof in te zetten als één van de bronnen van het landelijke pijpleidingnetwerk voor waterstof waar Nederland aan bouwt. ‘Dat netwerk moet op basis van verschillende aanvoerbronnen een stabiel basisaanbod van waterstof leveren en wordt ook belangrijk voor de vergroening van de industrie in het Duitse Ruhrgebied', aldus Slee.Alquion wil de Flexolyser de komende jaren gefaseerd uitrollen naarmate ook de nationale waterstofinfrastructuur opchaalt. In 2027 moet het eerste demonstratieproject draaien. De volledige, commerciële opschaling kan rond 2030 plaatsvinden. Kleine, modulaire elektrolyser De Delftse startup Zero Emission Fuels (ZEF) presenteerde een andere route om elektrolysers voor groene waterstof rendabel te maken. Die vertoont veel gelijkenissen met de manier waarop zonne-energie groot is geworden: opschalen met kleine, modulaire eenheden.Voordeel daarvan is onder meer dat je een steilere technologische leercurve doormaakt, omdat verbeterde versies van een product elkaar sneller opvolgen. Door te werken met studententeams van de TU Delft heeft ZEF de afgelopen jaren in de onderzoeksfase al negen verbeterde versies van zijn kleine, modulaire elektrolyser ontwikkeld, vertelde co-founder Jan van Kranendonk.De elektrolyser van ZEF moet zich op vier punten gaan onderscheiden: lage productiekosten per eenheid, lage plaatsingskosten, eenvoudige schaalbaarheid en lage elektriciteitskosten. Goedkope zonnestroom als basis voor betaalbare groene waterstof Vanwege het belang van goedkope elektriciteit kiest ZEF ervoor om zijn elektrolysers te integreren in grotere zonneparken. Van Kranendonk:  ‘De kosten van elektriciteit zijn cruciaal om groene waterstof rendabel te maken en van alle hernieuwbare bronnen is elektriciteit van zonneparken veruit het goedkoopst.’[caption id="attachment_179530" align="aligncenter" width="900"] Grootschalige zonneparken leveren goedkope elektriciteit voor elektrolyse. | Credits: Antonio Garcia via Unsplash[/caption]ZEF mikt dus op kleine elektrolysers die onderdeel vormen van zonneparken voor het produceren van concurrerende groene waterstof. Voor 2027 staat een eerste pilotproject in Portugal op de agenda. Daarna wil ZEF zijn product verder ontwikkelen om over circa vier jaar klaar te zijn voor grootschalige toepassing met commerciële massaproductie.Om de betrouwbaarheid van zijn modulaire elektrolysers te kunnen garanderen, werkt ZEF in eerste instantie met een economische levensduur van tien jaar. ‘De technische levensduur van de elektrolysers is langer, maar met kwaliteitsgaranties van tien jaar kun je financieringsmodellen makkelijker rondkrijgen en verzekeringsrisico’s afdekken bij het opschalen van projecten’, aldus Van Kranendonk.Bij het ontwerp van de elektrolysers hanteert ZEF nadrukkelijk een circulaire aanpak. Van Kranendonk: ‘We zorgen dat alle onderdelen recyclebaar zijn. Er zitten bijvoorbeeld geen schadelijke stoffen zoals pfas in. Circulariteit nemen we vanaf het begin mee, want je wilt met een innovatief product geen nieuwe afvalbergen creëren.’ Lees ook:Waterstofpoeder als oplossing voor netcongestie en eenvoudig transport: Nederlandse startup ziet grote kansen Fusiebedrijf Alquion wil Nederlandse elektroyser voor groene waterstof echt op de kaart zetten Willemien Terpstra (Gasunie): 'Zonder moleculen redden we het niet met de energietransitie'