Na maanden van onrust wordt de blokkade van de doorvoer van olie en gas in de Straat van Hormuz eind deze week waarschijnlijk opgeheven door het voorlopige akkoord tussen de VS en Iran. Dat neemt niet weg dat de betrouwbaarheid van de mondiale aanvoer van olie en gas een flinke knauw heeft gekregen.
Volgens een nieuw rapport van non-profitorganisatie Climate Action Tracker biedt dat ook kansen, als overheden serieus werk maken van de afbouw van de afhankelijkheid van olie en gas. Daarmee kunnen ze ook grotere stappen zetten bij het verlagen van de uitstoot van broeikasgassen.
Goede en slechte maatregelen om de energietransitie te versnellen
De analisten van Climate Action Tracker stellen dat het belangrijk is om structurele maatregelen te nemen voor het versnellen van de energietransitie. Tot nog toe liepen de internationale reacties op de disruptie van het aanbod van olie en gas echter flink uiteen.
Deels kozen dan wel overwogen landen en regio’s maatregelen die de pijn van hoge olie- en gasprijzen moeten verzachten, maar die vanuit klimaatperspectief contraproductief werken. Het rapport van Climate Action Tracker noemt in dit verband:
- Het verzwakken van mechanismen die CO2-uitstoot beprijzen. Zo wil de EU het emissiehandelssysteem voor CO2 (ETS) hervormen, met als risico minder druk op de industrie om CO2-emissies te verlagen;
- Uitstel van doelen voor het uitfaseren van uitstoot in bepaalde sectoren. Dat gebeurt onder andere in Duitsland, Italië en Japan;
- Uitbreiding van de binnenlandse productie van olie, gas en kolen. Daar is de VS mee bezig;
- Nieuwe investeringen in de infrastructuur voor de export en import van fossiele brandstoffen. Dat gebeurt in Canada.
Aan de andere kant zijn er ook maatregelen genomen die de afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen en emissiereductie stimuleren. Climate Action Tracker noemt als voorbeelden:
- Economische prijsprikkels die snelle elektrificatie stimuleren, zoals subsidies voor elektrische auto’s, warmtepompen en batterijen. Onder andere Frankrijk, Nederland, Chili, Indonesië en Vietnam voeren dit soort beleid;
- Regelgeving die elektrificatie aanmoedigt, zoals normen voor de CO2-intensiteit in de auto-industrie, doelen voor het aandeel van elektrische auto’s in de leasevloot van bedrijven, uitbreiding van elektriciteitsnetten en de opwekcapaciteit van wind en zon. Dit gebeurt onder meer in de EU en op nationaal niveau in Frankrijk;
- Aanscherpen van doelen voor het aandeel van hernieuwbare energie in het energieverbruik. Hier werken onder meer de EU, Zuid-Korea en Egypte aan.
Drie belangrijke doelen voor 2030
Om echt vooruitgang te boeken met klimaatdoelen is het volgens de analisten van Climate Action Tracker essentieel dat overheden alles in het werk stellen om drie ambities te verwezenlijken die in 2023 bij de klimaatconferentie COP-28 zijn geformuleerd. In VN-jargon gaat het om maatregelen uit de ‘Global Stock Take-1‘. Dat zijn:
- Een verdrievoudiging van de mondiale capaciteit van hernieuwbare energie tussen 2022 en 2030;
- Een verdubbeling van de jaarlijkse verbetering van de energie-efficiëntie van 2 procent (2022) naar 4 procent (2030);
- Een reductie van door de mens veroorzaakte methaanemissies met 30 procent in 2030, vergeleken met 2020. Naast de landbouw is de fossiele industrie een belangrijke bron van methaanuitstoot, met een aandeel van ongeveer een derde in de emissies.
In de onderstaande infographic uit het rapport van Climate Action Tracker is te zien dat het behalen van de drie doelen de wereld op een pad kan zetten richting 1,7 graden opwarming deze eeuw.

Credits: Climate Action Tracker
Tegelijk toont dit plaatje ook dat huidig beleid ver achterloopt bij de klimaatambities die landen hebben uitgesproken. Op basis van het actuele beleid komt opwarming van de aarde deze eeuw naar verwachting uit op zo’n 2,6 graden, vergeleken met het pre-industriële tijdperk. Dat brengt enorme risico’s met zich mee voor de leefbaarheid van menselijke gemeenschappen in verschillende delen van de wereld.
Inhaalslag is dringend nodig
De omvang van de uitdaging wordt goed duidelijk als je kijkt naar waar we staan met het realiseren van de bovengenoemde doelen voor de capaciteit van hernieuwbare energie, verbetering van de energie-efficiëntie en vermindering van de methaanuitstoot.
Het doel voor de capaciteit van hernieuwbare energie omvat wind- en zonne-energie, waterkracht, geothermie en biomassa. Een verdrievoudiging ten opzichte van 2022 komt volgens koepelorganisatie Irena neer op een capaciteit van 11 terawatt in 2030.
Hoewel vooral de capaciteit van zonnepanelen en windmolens de afgelopen jaren hard is toegenomen, lag de totale vermogen voor hernieuwbare energie volgens data van Irena afgelopen jaar op iets meer dan 5 terawatt. Om het streefcijfer van 11 terawatt te halen is dus nog een ruime verdubbeling nodig. Volgens energieagentschap IEA is een capaciteit van 8 terawatt aan hernieuwbare energie in 2030 momenteel het meest waarschijnlijk.
Turkije, dat in november het gastland is van de klimaatconferentie COP31, heeft deze maand een voorstel gedaan om een doel te stellen voor het aandeel van elektriciteit in de eindvraag naar energie. Dat ligt wereldwijd op ongeveer 20 procent en zou moeten stijgen naar 35 procent in 2035. Met als achterliggend idee dat de productie van elektriciteit steeds meer door hernieuwbare bronnen wordt gedekt. Dit zou dus een impuls kunnen geven aan de verdere uitbouw van de capaciteit voor duurzame energie.
Dan de doelen voor energie-efficiëntie. Daar is de ambitie dat de jaarlijkse verbetering van de efficiëntie van het energieverbruik toeneemt van 2 procent in 2022 naar 4 procent in 2030. Uit cijfers van het internationaal energieagentschap blijkt echter dat energie-efficiëntie in 2023 en 2024 juist minder sterk is verbeterd, met respectievelijk 1,3 procent en 1 procent.
Knop moet om bij methaanuitstoot
Ook met de mondiale methaanuitstoot, na CO2 het belangrijkste broeikasgas, gaat het nog niet de goede kant op. In 2020 lag de methaanuitstoot van de fossiele industrie, de landbouw en afvalstortplaatsen op ruim 350 miljoen ton. Wereldwijd is bij de Global Methane Pledge afgesproken om de jaarlijkse emissies tegen 2030 met 30 procent te verminderen: een afname van bijna 120 miljoen ton.
Recente cijfers over methaanemissies laten echter juist een verdere stijging zien. Sinds 2020 is per saldo sprake van een bijna 7 procent hogere methaanuitstoot. Omgerekend in CO2-equivalent lag de mondiale methaanuitstoot in 2024 op 9,5 miljard ton, tegenover 8,9 miljard ton in 2020.
Het is dan ook niet vreemd dat de slotconclusie van het rapport van Climate Action Tracker luidt: ‘De huidige crisis zou de doorslag kunnen geven voor een overwegend hernieuwbaar en geëlektrificeerd energiesysteem – maar alleen als overheden deze structurele verschuivingen ondersteunen met een samenhangend beleid. Zonder dergelijke maatregelen dreigt het systeem terug te vallen in een afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, waar gevestigde belangen en zorgen over de energiezekerheid op korte termijn de overhand hebben.’
Lees ook:
- Europa investeert recordbedragen in de energietransitie, maar eigen maakindustrie moet nog vleugels krijgen: 7 grafieken
- Minder afhankelijk van gas: 7 voorbeelden van bedrijven die grote stappen zetten met hernieuwbare energie
- ‘Elke voorspelling over de ‘magische’ opkomst van zonne-energie blijkt te voorzichtig’




