Jeroen de Boer
24 juni 2026, 10:43

'We willen dat geld en impact hand in hand gaan', zegt mede-oprichter Ruben Koekoek van Social Finance NL

Ruben Koekoek richtte samen met Björn Vennema Social Finance NL op om maatschappelijke waarde structureel te laten meetellen bij financiering. ‘Dat is nodig om echte systeemverandering te realiseren.’

Changemaker Ruben Koekoek - blauw Medeoprichter Ruben Koekoek van Social Finance NL. | Credits: Social Finance NL/bewerking Change Inc.

Hoe zet je geld zo in dat investeringen zorgen voor impact die verder reikt dan financieel rendement? Die vraag hielde Ruben Koekoek al tijdens zijn studie economie bezig − en ook daarna, als bankier bij ABN Amro.

In 2013 haalde Koekoek de social impact bond naar Nederland. Dat is een innovatieve vorm van resultaatgerichte financiering voor het bereiken van maatschappelijke doelen. Zo pakte de gemeente Rotterdam met de nieuwe financieringsconstructie de jeugdwerkloosheid aan, waarbij het bedrijf Buzinezzclub zich inspande om jongeren zonder startkwalificatie via werk of scholing duurzaam uit de uitkering te krijgen. De gemeente betaalde de financiers (ABN AMRO en Start Foundation) een vergoeding op basis van het aantal bespaarde uitkeringen.

Vijf jaar later richtte Koekoek samen met Björn Vennema Social Finance NL op: een sociale onderneming die overheden, investeerders, ngo’s en uitvoerders van maatschappelijke initiatieven bij elkaar brengt voor brede maatschappelijke impact.

De introductie van de social impact bond in Nederland was een opvallende innovatie. Hoe is die tot stand gekomen?

‘Toen ik begon bij ABN Amro merkte ik al snel dat ik vooral maatschappelijke projecten wilde doen. Aanvankelijk hield ik me onder meer met supermarktfinanciering bezig, maar toen ik de overstap kon maken naar de innovatieafdeling van de bank heb ik die kans onmiddellijk aangegrepen.

Ik las in die periode over de eerste social impact bond in een Britse gevangenis. Dat intrigeerde me enorm, omdat het een vorm van financiering was die een resultaatgerichte, competitieve opzet combineerde met een maatschappelijk doel in plaats van louter winst.

Samen met de gemeente Rotterdam en de Start Foundation hebben we dit concept vervolgens naar Nederland gebracht voor een arbeidsmarktproject. Daarmee konden we aantonen dat deze innovatieve financieringsvorm ook hier werkt.’

Social impact bonds worden relatief veel ingezet bij projecten die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een baan helpen. Waar heeft dat mee te maken?

‘Bij een social impact bond heb je drie partijen: een organisatie met maatschappelijk doel – vaak een overheidspartij –, een uitvoeringsorganisatie zoals een sociale onderneming, en private partijen die financiering verschaffen. Investeerders worden uitbetaald door de instantie met het maatschappelijke doel als de vooraf bepaalde resultaten worden behaald.

De arbeidsmarkt is relatief makkelijk omdat er vaak maar één partij verantwoordelijk is: de gemeente. Die betaalt bijstandsuitkeringen en voelt de besparing direct zodra mensen weer aan het werk gaan. Dat maakt de businesscase helder.

In andere sectoren, zoals de zorg, is het complexer. Besparingen komen vaak bij meerdere partijen terecht, zoals zorgverzekeraars en zorgkantoren. Dat maakt de constructie uitdagender.’

Waarom ben je met Social Finance NL gestart?

‘Toen ik bij ABN Amro een aantal social impact bonds had begeleid, merkte ik dat het lastig was om resultaatgericht financieren echt gemeengoed te maken vanuit een bancaire omgeving. Ik zag in het Verenigd Koninkrijk hoe Social Finance UK dat veel breder en systematischer aanpakte.

Daarom hebben Björn Vennema, met wie ik al samenwerkte bij het Innovation Centre van ABN Amro, en ik Social Finance NL opgericht als onafhankelijke organisatie. Ons doel is om maatschappelijke waarde structureel te laten meetellen bij financiering en zo een echte systeemverandering in Nederland te realiseren.’

Waar ligt de focus van Social Finance NL?

‘Die is breder dan alleen social impact bonds. We willen dat geld en impact hand in hand gaan en werken daarvoor met drie pijlers. We adviseren overheden, investeerders en ngo’s over maatschappelijke businesscases. Aan de uitvoeringskant verzorgen we het beheer van een aantal impactfondsen, bijvoorbeeld voor het ministerie van Sociale Zaken. En tot slot bieden we inspiratie via onze podcast Money Matters en het uitbrengen van thematische rapporten.

Zo bouwen we aan een ecosysteem waarin de behoefte van de doelgroep centraal staat en financiering gebaseerd is op daadwerkelijke resultaten. Met als uitgangspunt dat maatschappelijke impact altijd boven winst gaat.’

Wat zijn projecten waar je echt trots op bent?

‘Het feit dat we met zorgprojecten al bijzondere dingen hebben gedaan, geeft veel voldoening. Het is prachtig om te zien hoe je rond een thema als valpreventie bij ouderen een coalitie bij elkaar kunt brengen met een wethouder, een fysiotherapeut en een investeerder van BNP Paribas uit Parijs. Ondanks onderlinge cultuurverschillen en taalbarrières kijkt zo’n groep objectief naar behaalde resultaten en wat er beter kan.

Het mooiste is dat we door deze samenwerking daadwerkelijk bereiken dat ouderen minder vallen en daardoor langer zelfstandig en gezond kunnen blijven wonen. Dat is ook precies de maatschappelijke waarde die we nastreven.’

Welke lessen heb je de afgelopen jaren geleerd?

‘Het is essentieel om in een vroeg stadium alle partijen aan tafel te hebben, om te beginnen de partij die betaalt voor de resultaten. Als je niet vanaf de start contact hebt met degene die verantwoordelijk is voor het beleid en de uitkomst, wordt het lastig.

Verder merk ik dat mensen de doorslag geven bij organisaties. Je hebt interne changemakers nodig, mensen die willen innoveren en het anders durven aan te pakken. Dat bepaalt in hoge mate of organisaties willen meebewegen.

Ten slotte heb ik geleerd dat individuele projecten van enkele miljoenen weliswaar nuttig zijn om te bewijzen dat resultaatgerichte impactfinanciering werkt, maar dat systeemverandering noodzakelijk is om op te kunnen schalen naar grotere bedragen waarmee meer mensen geholpen kunnen worden. Dat blijkt nog lastig, omdat er onvoldoende prikkels zijn om het maatschappelijke belang van bijvoorbeeld zorgpreventie adequaat te waarderen.’

Waar willen jullie je komende periode op richten?

‘De zorg blijft een heel belangrijk thema. Verder ontwikkelen we momenteel samen met Invest-NL maatschappelijke financieringsmodellen voor preventie in opdracht van de Europese Commissie. En we richten we ons dit jaar specifiek op filantropische investeerders. Daarbij onderzoeken we hoe filantropische fondsen effectiever kunnen werken door hun krachten te bundelen.

Het uiteindelijke doel is om tot een structurele aanpak te komen waarbij overheden resultaatgerichte financiering standaard opnemen in de begroting. Dan kun je maatschappelijke problemen op grotere schaal oplossen.’

Met wat voor partijen zou je meer willen samenwerken?

‘Ik zou heel graag intensiever samenwerken met het ministerie van Financiën en ministeries als Sociale Zaken en VWS. Mijn droom is de oprichting van een grootschalig Nederlands resultatenfonds, vergelijkbaar met wat je in het VK hebt.

Zo’n fonds schept mogelijkheden om verschillende thema’s te bundelen, waardoor er synergie ontstaat tussen domeinen als zorg en arbeidsparticipatie. Een gezondere levensstijl leidt immers niet alleen tot minder zorgkosten, maar ook tot hogere arbeidsproductiviteit en minder uitkeringen.’

Lees ook:

Schaatsbaan Rotterdam weet met slimme investering congestie te verlichten en energie kostenneutraal te worden

Meer dan de helft van de ondernemers die het webinar Ondernemen op een vol stroomnet bekeken, zei het stroomnet te ervaren als een harde rem op uitbreiding en verduurzaming. Toch blijkt in de praktijk veel meer mogelijk dan vaak gedacht. Tijs Nederlof van de Schaatsbaan Rotterdam legt uit wat er wel kan, samen met de Gemeente Rotterdam en Eneco. Rotterdam: code rood In Rotterdam staat de congestiemeter al op rood. Amy van Groot Battavé, programmamanager netcongestie bij de gemeente Rotterdam, was helder over de situatie: voor nieuwe grootverbruikaansluitingen is er momenteel geen ruimte. Per 1 juli geldt dat ook voor kleinverbruik. 'Het is in principe code rood volgens de netcongestiekaart.'Hoe heeft het zover kunnen komen? Frank Broos, hoofd Flex Services bij Eneco, wees op jarenlange onderinvestering in het net en een gebrek aan vooruitziend beleid. 'Het is geen vraag van een enorme toename aan elektriciteitsverbruik, maar een verschuiving naar bepaalde momenten op de dag.' Denk aan het thuiskomen van elektrische rijders die hun elektrische auto inpluggen: lokale pieken die het net niet aankan. Het totale verbruik in Nederland nam de afgelopen jaren niet toe, maar de pieken wel. Een ijsbaan als voorbeeld Tijs Nederlof, ceo van Schaatsbaan Rotterdam, weet hoe het voelt om met die realiteit te worden geconfronteerd. Zijn mobiele 400 meter-schaatsbaan, elk jaar drie maanden open voor een kwart miljoen bezoekers, had een energierekening van twee ton per jaar en die was in korte tijd verdubbeld. Toen de oorlog in Oekraïne de energieprijzen deed exploderen, dreigden de kosten per kilowattuur met een factor zes tot acht te stijgen. ‘Dan moet een toegangskaartje in plaats van zeven euro naar dertig euro gaan. En dat wil je natuurlijk niet.'De oplossing die hij vond: een batterij van één megawatt vermogen en twee megawattuur opslagcapaciteit, in een 20-voet container. Die draait inmiddels sinds begin maart. In de acht maanden dat de schaatsbaan dicht is, gebruikt Nederlof de batterij om te handelen op de energiemarkt: stroom inslaan als de prijs laag is, terugleveren als de prijs hoog is. In de wintermaanden doet hij aan 'peakshaving': op dure piekuren draait de schaatsbaan op de batterij in plaats van op het net.De software die dat regelt, komt van Eneco. 'Het gebeurt allemaal vanuit hun Virtual Power Plant. Die optimaliseert dat en stuurt een schema naar de batterij. Die zegt: dit moet je volgen, inladen en ontladen.' Komend seizoen hoopt hij daarmee bijna kostenneutraal te draaien.[caption id="attachment_181519" align="alignnone" width="900"] Tijs Nederlof (Schaatsbaan Rotterdam), Amy van Groot Battavé (Gemeente Rotterdam), Frank Broos (Eneco) en John van Schagen (Change Inc.)[/caption] Investering en terugverdientijd De batterij kostte rond de vier ton. Via de Flex-e-regeling van RVO, een subsidie voor flexibele energieopslag, dekte Nederlof vorig jaar 35 procent van de investering. Die regeling bestaat nu nog steeds, met een vergoeding van 40 procent. Hij raadt ondernemers aan zich er niet door te laten afschrikken dat de pot van 16 miljoen al voor 35 miljoen is aangevraagd: veel aanvragen worden afgewezen omdat de documentatie niet op orde is.Eneco biedt ook een leaseconstructie aan voor wie de investering niet in één keer wil doen. Broos legt uit dat je dan een vast leasebedrag per maand of per jaar betaalt en dat de batterij zich binnen de leaseperiode terugverdient. Terugverdientijden bij zelf aanschaffen van de batterij liggen, afhankelijk van verbruik en profiel, ergens tussen de vier en zes jaar.Voorwaarde voor de subsidie is wel een congestiemanagementcontract met de netbeheerder. Dat verliep bij Stedin 'best wel aardig', aldus Nederlof. 'Had ik niet verwacht, maar het ging best snel.' Acht op de tien halen hun ambitie tóch Niet iedere ondernemer heeft de ruimte of het kapitaal voor een batterij. De gemeente Rotterdam richtte daarom de Flex Scan op, waarmee ondernemers advies kunnen inwinnen over hoe ze ondanks netcongestie toch hun ambities kunnen realiseren. Bijna negentig van die scans zijn inmiddels uitgevoerd. Van Groot Battavé over de uitkomst: 'In 80 procent van de gevallen blijkt die ondernemer binnen zijn bestaande aansluiting, met wat aanpassingen, alsnog die ambitie te kunnen behalen.' Soms gaat het om zonnepanelen of een batterij, maar soms ook gewoon om inzicht in het eigen verbruik of een aanpassing in de bedrijfsvoering.Tegelijkertijd erkent ze de grenzen van die aanpak. Niet elk bedrijfsproces is flexibel. 'Als jij plastic gaat smelten, dan kun je niet zeggen: ik zet hem even een paar uur uit. Dan ben je opeens vier maanden uit de running.' Van inkoopvraagstuk naar strategische pijler De diepere les van het webinar is misschien wel die van de houding. Broos noemde het cruciaal 'dat de energie van een inkoopvraagstuk naar een boardroomvraagstuk of een directeursvraagstuk komt.' Nederlof herkende dat volledig. Vroeger keek hij naar energie als een kostenpost om zo laag mogelijk te houden. Nu ziet hij het als een strategisch onderdeel van zijn bedrijfsmodel, met een extra verdienmodel als bonus.Van Groot Battavé voegde daaraan toe dat netcongestie, hoe vervelend ook, ook een kans is. 'Een investering in een batterij die eerst niet uitkwam, komt opeens wel uit, omdat je anders weinig kunt. En dan zie je opeens dat je er misschien ook nog een verdienmodel van kunt maken.' Wat kun je morgen doen? De drie experts aan tafel waren het eens over de eerste stap: begin met inzicht. Kijk naar je eigen energieprofiel. Praat met je buurondernemer, misschien heeft die hetzelfde probleem en kun je samen optrekken.Broos: 'Kijk naar de langere termijn. Waar wil je als organisatie naartoe? Welke netaansluiting past erbij? Zo niet, wat zijn de tussenliggende maatregelen? Begin zo vroeg mogelijk met die transitie in plaats van wachten tot het te laat is.' Kijk hier het webinar terug: [embed]https://www.youtube.com/watch?v=klaO9d01H78[/embed] Of luister de podcast:Lees ook: Zo werkt jouw bedrijf met netcongestieEnergie zonder knelpunten: hoe slimme sturing de transitie versneltDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Eneco. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.