Nederland en andere Europese landen houden strategische oliereserves aan voor crisissituaties. De blokkade in de Straat van Hormuz liet de afgelopen maanden zien dat dergelijke reserves kunnen helpen om grote energieschokken op te vangen. Als het energiesysteem verduurzaamt en het gebruik van fossiele brandstoffen afneemt, kan een strategische grondstofreserve nog steeds nuttig zijn. Alleen is waterstof dan van grotere waarde dan olie.
‘Je moet nu beginnen met de opbouw van groene waterstofreserves voor de lange termijn’, zegt emeritus hoogleraar future energy systems Ad van Wijk van de TU Delft.
Samen met managing partner Patrice Hijsterborg van startup Hydrogen of Dutch Origin (H2DO) stuurde Van Wijk in april een brief naar de vaste Kamercommissies van de ministeries van Klimaat en Groene Groei en Infrastructuur en Waterstaat. Van Wijk en Hijsterborg stellen dat Nederland kansen moet aangrijpen om een sleutelpositie op te bouwen bij het beheer van waterstof in Europa.
‘Een strategische waterstofreserve past in een robuust en duurzaam energiesysteem. Elektrificatie is uiteraard belangrijk, maar waterstof heeft hierin ook een cruciale rol. Mede door de gunstige mogelijkheden voor opslag van waterstof in zoutcavernes en lege gasvelden onder de Noordzee, bevindt Nederland zich in een unieke positie om daar iets mee te doen’, zegt Hijsterborg, die met H2DO werkt aan de ontwikkeling van groene waterstofproductie op de Noordzee.
Oliereserves inruilen voor waterstof
De huidige strategische oliereserve van Nederland bedraagt ruim 30 miljoen vaten olie-equivalent. Dat staat gelijk aan 90 dagen aan netto-import. Op basis van de energiewaarde van de oliereserves zou je voor een vergelijkbare strategische waterstofreserve ongeveer 55 terawattuur aan waterstof nodig hebben, becijferde Van Wijk.
Om dit in perspectief te plaatsen: 55 terawattuur staat gelijk aan bijna de helft van wat Nederland momenteel in een jaar aan elektriciteit verbruikt, waarbij je moet bedenken dat het totale elektriciteitsverbruik de komende decennia fors toeneemt alleen al door de opmars van elektrisch rijden en het gebruik van warmtepompen.
‘Als Nederland in een duurzaam energiesysteem op grote schaal waterstof gaat gebruiken, kunnen we de productie deels zelf verzorgen, maar we zullen ook forse hoeveelheden groene waterstof moeten importeren’, legt Van Wijk uit. ‘Die waterstof zal deels van buiten de EU komen. In dat licht blijft het dus logisch om te werken met strategische reserves.’
Waterstof in het energiesysteem van de toekomst
Waterstof gaat volgens Van Wijk op verschillende manieren een sleutelfunctie vervullen in het energiesysteem van de toekomst. Momenteel produceert Nederland jaarlijks omgerekend zo’n 50 terawattuur (180 petajoule) voornamelijk grijze waterstof uit aardgas (zonder CO2-afvang) voor industrieel gebruik. Bij verdere elektrificatie van het energiesysteem en verduurzaming van industriële processen zal de behoefte aan vooral groene waterstof (via elektrolyse van water) en deels blauwe waterstof (uit aardgas met CO2-afvang) naar verwachting toenemen.
Waterstof kan sowieso bijdragen aan het optimaliseren van de balans tussen vraag en aanbod van elektriciteit. Zo kunnen tijdelijke overschotten van wind- en zonnestroom worden benut om waterstof te produceren. Omgekeerd kan waterstof op momenten van een laag aanbod van wind- en zonne-energie worden ingezet om met gasturbines of brandstofcellen elektriciteit te leveren.
Maar ook voor mobiliteit kan waterstof een belangrijke functie gaan vervullen. Van Wijk: ‘Bij grootschalige elektrificatie van het wegvervoer wordt het lastig om alles via stroomnet te laten lopen. Het ligt dan voor de hand om deels gebruik te maken van waterstof als energiedrager. Je vervoert dan over de weg waterstof naar laadstations, om ter plekke met brandstofcellen stroom te produceren.‘
Voor de productie van synthetische varianten van duurzame vliegtuigbrandstof (e-SAF) heb je eveneens waterstof nodig in combinatie met CO2, vult Hijsterborg aan. ‘Dat is relevant als je op aardolie gebaseerde producten gaat uitfaseren.’

Artist impression van installaties voor ondergrondse opslag van waterstof op land. | Credits: Hystock
Waterstof opslaan: Nederland heeft sterke uitgangspositie
In Groningen ontwikkelt het project Hystock bij Zuidwending momenteel vier ondergrondse zoutcavernes voor de opslag van waterstof. Die kunnen per stuk zo’n 200 gigawattuur aan waterstof opslaan. Om tot een strategische reserve van 55 terawattuur te komen zou je grofweg 280 van dergelijke cavernes nodig hebben. Maar Van Wijk wijst erop dat er onder de Noordzee op een viertal locaties boven de Waddeneilanden al genoeg potentieel is om meer dan 50 terawattuur aan waterstof op te slaan.
De ontwikkeling van opslaglocaties kan gecombineerd worden met de verdere uitrol van windparken op zee. Van Wijk: ‘Het zou slim zijn om bij aanbestedingen voor nieuwe windparken vanaf 2027 bepalingen op te nemen die voorzien in de productie van groene waterstof op de Noordzee, plus de ontwikkeling van zoutcavernes voor waterstofopslag. Dan kun je in de komende decennia een strategische waterstofreserve opbouwen. Daarbij kan voor transport naar land gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur van gaspijpleidingen.’

Credits: Viktor Hesse via Unsplash
Overheid kan inkoop waterstof betalen met verkoop olie
De vraag is uiteraard hoe je als overheid de financiering van een strategische waterstofreserve regelt. Van Wijk heeft daarvoor twee suggesties. Wat betreft de inkoop van waterstof zou de overheid de strategische olievoorraad geleidelijk kunnen verkopen en met de opbrengst daarvan waterstof inkopen.
Als je uitgaat van ruim 30 miljoen vaten in equivalenten van ruwe olie en een prijs van omgerekend ongeveer 70 euro per vat, gaat het om een huidige waarde van zo’n 2,1 miljard euro.
‘Momenteel is die olie nog veel waard, maar als het gebruik van olie structureel afneemt, kan de waarde van de strategische oliereserve in de toekomst flink dalen’, zegt Van Wijk. ‘Dat maakt het interessant om nu te beginnen met de gedeeltelijke verzilvering van olievoorraden. Met de opbrengst kun je waterstof inkopen voor een strategische reserve.’
Defensie-uitgaven inzetten voor ontwikkeling opslaglocaties
Daarnaast moet geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van ondergrondse opslagplaatsen voor waterstof. Volgens Van Wijk kost de ontwikkeling van zoutcavernes tussen de 0,5 euro en 1 euro per kilowattuur aan opslagcapaciteit voor waterstof. Voor 55 terawattuur (55 miljard kilowattuur) zit je dan al gauw aan een totaal investeringsbedrag tussen de 30 en 40 miljard euro.
‘De NAVO-norm schrijft voor dat van de 5 procent van het nationaal inkomen die naar defensie-uitgaven moet, 1,5 procent ingezet mag worden voor bredere investeringen in infrastructuur en maatschappelijke weerbaarheid. Daar valt strategische energieopslag zeker onder’, zegt Van Wijk. ‘Maar je kunt ook denken aan publiek-private constructies, waarbij bijvoorbeeld private partijen de infrastructuur voor waterstofopslag ontwikkelen en de overheid garanties biedt als huurder van de opslaglocaties.’
Het opbouwen van een strategische waterstofreserve kan op deze manier helpen om de markt voor groene waterstof in Nederland verder te ontwikkelen, zegt Hijsterborg van H2DO. ‘De Nederlandse overheid kan de marktontwikkeling aanjagen en een voortrekkersrol nemen binnen Europa bij de ontwikkeling van nieuwe energie-infrastructuur.’
Lees ook:
- Industrie staat te springen om goedkopere groene waterstof: innovatieve Nederlandse elektrolysers bieden kansen
- Waterstofpoeder als oplossing voor netcongestie en eenvoudig transport: Nederlandse startup ziet grote kansen
- Europa investeert recordbedragen in de energietransitie, maar eigen maakindustrie moet nog vleugels krijgen: 7 grafieken




