Maaike Kooijman
01 juli 2026, 15:02

Oud-militair Justin Buitenhuis wil van Kipster een wereldwijd begrip maken: 'In elke militair zit een impactmaker'

Met het eerste CO2-neutrale ei ter wereld zet Kipster een nieuwe, duurzame standaard in de pluimveesector. Niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten. Aan de nieuwe ceo Justin Buitenhuis de taak om het merk te professionaliseren en uit te breiden. ‘We moeten geen bochten afsnijden om sneller te kunnen schalen.’

Justin Buitenhuis, nieuwe ceo van Kipster 'We krijgen wekelijks vragen van buitenlandse partijen die het merk naar hun land willen halen: van Brazilië tot China.' | Credits: Maaike Kooijman/Change Inc.

Nee hoor, de kippen hebben niet zo veel last van de hitte, zegt Justin Buitenhuis. ‘Ze eten alleen wat minder. Maar dat doen wij ook.’

We zijn op de Kipster-boerderij in Beuningen, vlak bij Nijmegen. Op één van de warmste dagen van het jaar doen de kippen precies wat mensen ook zouden doen: de schaduw opzoeken. De meeste scharrelen rond in de binnentuin. Of buiten, onder een afdakje. Slechts drie waaghalzen begeven zich buiten de schaduw.

Buitenhuis, per 1 juli de nieuwe ceo van het bedrijf, geeft een rondleiding over de boerderij. Die bestaat uit twee stallen, elk met ongeveer 24.000 kippen. Witte kippen, om precies te zijn: die eten minder, en hebben dus een lagere pootafdruk.

Beide stallen hebben een ‘binnentuin’. Die is overdekt, maar wel met veel daglicht. Er liggen grote takken en balen luzerne waar de kippen in kunnen pikken, de vloer ligt vol voer. ‘Dan kunnen ze lekker scharrelen’, zegt Buitenhuis. ‘Kippen besteden meer dan 60 procent van hun tijd aan het zoeken naar voedsel.’

Alle stallen van Kipster hebben een ‘binnentuin’. Overdekt, maar met veel daglicht. | Credits: Kipster

Nieuwe ceo Kipster

Vandaag, woensdag 1 juli, neemt Buitenhuis officieel het stokje over van Kipster-oprichter en voormalig ceo Ruud Zanders. Aftredend ceo Zanders krijgt daarmee meer ruimte voor het werken aan nieuwe initiatieven binnen de voedseltransitie, luidt de verklaring. Wel blijft hij bij het bedrijf betrokken als aandeelhouder, ambassadeur en strategisch adviseur vanuit zijn eigen bedrijf OTA Food.

Buitenhuis: ‘Een paar maanden geleden zei Ruud: we hebben voor het eerst iemand gevonden die voor de organisatie én de missie kan zorgen. Een hele eer. Ik zag net op LinkedIn dat hij een boek gaat schrijven. Daar krijgt hij nu natuurlijk alle tijd voor.’

De nieuwe ceo van Kipster loopt zelfverzekerd rond op de boerderij. Toch is hij geen boer − integendeel. Eerder was Buitenhuis executive director bij huurautobedrijf Sixt en en werkte hij acht jaar voor Jumbo. Bij de supermarkt was hij onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de e-commerce-operatie.

Hoewel Buitenhuis nu pas echt in de spotlight stapt, was hij het afgelopen jaar achter de schermen al druk bezig met het professionaliseren en uitbreiden van Kipster. Hij trad in april 2025 aan als co-ceo, destijds al met de intentie dat hij het stokje ooit volledig zou overnemen.

Zakelijke fundering op orde

Eiermerk Kipster werd in 2017 vanuit een duurzame filosofie opgericht door ondernemers Ruud Zanders, Maurits Groen, Styn Claessens en Olivier Wegloop. Nog datzelfde jaar zegde supermarktketen Lidl toe om de duurzamere eieren vijf jaar lang af te nemen. Inmiddels zijn er Kipster-boerderijen in Venray (2017), Beuningen (2020), Barneveld (2024) en Ysselsteyn (2026).

Vijf jaar geleden stak het merk bovendien de oceaan over: ook in de Amerikaanse staat Indiana zijn nu vier Kipster-boerderijen. Een duidelijk groeiplan zat daar niet achter, liet Ruud Zanders eerder doorschemeren. Tegen Change Inc.: ‘De kans voor de boerderij in de VS kwam simpelweg voorbij. Soms moet je gewoon kiezen en gaan.’

Gezond opportunisme, vindt Buitenhuis. Sommige kansen kun je niet laten liggen, zeker als het om een grote markt als de VS gaat. Maar zakelijk gezien waren niet alle keuzes even goed doordacht. ‘Kipster is in tien jaar keihard gegroeid’, legt de nieuwe ceo uit. ‘In die hectiek is er wat minder aandacht besteed aan de basis. Hoe richt je een organisatie in, en wat is nou de beste manier om op te schalen? Ik wil die zakelijke fundering goed op orde krijgen.’

Stap naar het buitenland

Buitenhuis wijst naar de VS, waar Kipster drie jaar lang een contract had met supermarktketen Kroger. Kroger verkocht de eieren onder zijn eigen private label. Nu dat contract is afgelopen, heeft Kipster ervoor gekozen zijn eieren onder het eigen merk te verkopen. Een grotere uitdaging qua naamsbekendheid, maar met meer vrijheid en communicatiemogelijkheden.

Vergelijkbare keuzes moeten gemaakt worden rondom de uitbreiding naar andere landen, zegt Buitenhuis. In Nederland worden Kipster-eieren door Lidl verkocht; in onder meer Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heeft de keten ook interesse getoond. Maar Kipster is er ook in gesprek met andere partijen. Buitenhuis: ‘In Nederland is Lidl heel duurzaam. Maar dat betekent niet per definitie dat dat ook voor andere landen geldt.’

Kipster krijgt wekelijks vragen van buitenlandse partijen die het merk naar hun land willen halen: van Brazilië tot China. ‘Soms serieus, soms iets minder.’

Toch kan Buitenhuis niet elk voorstel aannemen − simpelweg omdat het team daar nog niet groot genoeg voor is. In de hele organisatie, inclusief de operatie op de boerderijen, werken slechts enkele tientallen mensen. Aan Buitenhuis de taak om dat team uit te breiden. Maar wel op een duurzame manier, benadrukt hij. ‘We moeten onszelf niet in bochten wringen om Kipster overal en nergens te introduceren. En we moeten ook geen bochten afsnijden om sneller te kunnen schalen. We blijven trouw aan onze manier van produceren.’

Kipster kiest bewust voor witte kippen: die eten minder, en hebben dus een lagere pootafdruk. | Credits: Kipster

Zo veel mogelijk circulair

Kipster focust voor nu vooral op de grote markten: Noordwest-Europa en de VS. ‘Daar zijn we de komende jaren wel zoet mee.’ Want ook in die kernmarkten moeten belangrijke vakjes worden afgevinkt voor uitbreiding wordt overwogen. Denk aan een intrinsiek gemotiveerde productiepartner die de duurzame filosofie omarmt, maar ook een retailer die een langdurig contract voor gegarandeerde afname wil tekenen, zoals Lidl Nederland heeft gedaan.

Ook de beschikbaarheid van kwalitatieve reststromen om de kippen mee te voeden, speelt mee in de overweging. Kipster werkt zo veel mogelijk circulair. Meer dan 90 procent van wat de kippen te eten krijgen is afkomstig van reststromen, van brood tot onverkochte ijshoorntjes. Die worden aangevuld met eiwitrijke ingrediënten als graan en soms soja. Een deel van de kippenmest wordt gebruikt bij de graanteelt voor het Kipster-brood. Brood dat niet verkocht wordt, gaat terug naar de kippen. De kringloop is compleet.

Geen boer, maar militair

Kipster haalt met Buitenhuis een bijzondere leider binnen. De nieuwe ceo doorliep zeker geen standaard corporate carrièrepad; voor Sixt en Jumbo werkte hij meer dan tien jaar bij Defensie. Als pelotoncommandant bij de infanterie werd hij in 2007 uitgezonden naar de provincie Uruzgan in Afghanistan.

Die ervaringen hebben invloed op hoe hij het impactbedrijf gaat leiden, zegt Buitenhuis. ‘In het leger werken ze veel met mission command. Dat is een vorm van leiderschap waarbij soldaten wordt verteld wát ze moeten doen, maar niet hóe ze het moeten doen. Ze krijgen veel ruimte om zelf in te vullen. De filosofie is daarbij dat je begint met 100 procent vertrouwen, in plaats van dat je dat eerst moet verdienen.’

Ook buiten het leger werkt die strategie goed, heeft hij gezien. ‘Want als je vertelt hoe iets gedaan moet worden, sijpelt alle creativiteit weg.’

Hoe hij die leiderschapsstijl bij Kipster toepast? Door de kippenboerderijen in het buitenland niet zelf op te zetten, bijvoorbeeld. Voor internationale markten is er een franchisemodel. Buitenhuis: ‘We laten het boeren over aan de lokale boeren.’ Dat komt ook de snelheid van de uitbreidingen ten goede. ‘En als we de operatie uitbesteden, kunnen wij ons vooral richten op het merk en de filosofie.’

Bestaande stallen ombouwen

Niet alleen internationaal wordt er uitgebreid; die plannen zijn er ook voor Nederland. In 2024 spraken Kipster en Lidl de intentie uit om het aantal Nederlandse stallen uit te breiden van drie naar tien. Ook vanuit horeca en foodservice komen steeds meer aanvragen, zegt Buitenhuis. Momenteel levert Kipster onder meer aan De Efteling en cateringbedrijf Albron.

Het stikstofslot gooit enige roet in het eten. Voor het bouwen van nieuwe Nederlandse stallen krijgt het bedrijf simpelweg geen vergunningen, zegt Buitenhuis. Daarom bouwt het nu bestaande stallen om tot Kipster-stallen. De boerderij in Ysselsteyn die in mei werd geopend is daar een voorbeeld van. Met die extra locatie kunnen jaarlijks 15 miljoen eieren extra worden geproduceerd.

Afhankelijk van hoe de boerderij er eerder uitzag, heeft dat ombouwen nog wel wat voeten in de aarde. De eieren en het vlees van Kipster hebben het hoogst haalbare Beter Leven-keurmerk: drie sterren. Dat betekent dat de kippen een overdekte scharrelruimte moeten hebben die minstens even groot is als de stal, plus een vrije uitloop. Het dak van de stallen ligt vol zonnepanelen, die voor eigen energieopwek zorgen.

CO2-neutraal én winstgevend

Kipster produceert naar eigen zeggen de eerste CO2-neutrale eieren ter wereld. De broeikasgassen die wel worden uitgestoten, worden gecompenseerd met carbon credits. Hoewel deze duurzamere manier van kippen houden meer geld kost, zijn alle Kipster-boerderijen winstgevend. ‘Veel impactbedrijven hebben moeite om hun verdienmodel rendabel te maken’, weet Buitenhuis. ‘Ook Kipster heeft die uitdaging gevoeld, maar het is wel gelukt.’

Dat heeft onder meer te maken met de afnamegaranties van partners, maar ook met kostenreductie. Het bedrijf zoekt bijvoorbeeld constant naar manieren om reststromen zo goed én goedkoop mogelijk naar kippenvoer om te zetten. En in de stallen zelf is veel geautomatiseerd, met het eieren rapen als belangrijkste voorbeeld.

Dat Kipster met een ‘kostprijs-plus’-model werkt, komt het verdienmodel ten goede. Het rekent een standaard prijs per ei, bestaande uit wat het kost om een ei te produceren en daarbovenop een winstmarge. Daardoor is Kipster relatief ongevoelig voor prijsveranderingen op de eiermarkt. ‘Bovendien krijgen de boeren zo een eerlijke prijs, waar ook de retailer mee uit de voeten kan.’

Leidend voorbeeld

Buitenhuis werkt de komende jaren niet alleen hard aan een wereld waarin Kipster wereldwijd een begrip is, maar ook aan een wereld waarin circulair en diervriendelijk produceren de norm is. ‘Ik hoop dat onze manier van produceren uiteindelijk de standaard wordt. Niet alles hoeft Kipster te zijn, maar laat ons dan het leidend voorbeeld zijn dat laat zien dat het kan.’

Daarmee gaat de oud-militair deels terug naar zijn roots. In Afghanistan werd hem meer dan ooit duidelijk dat impact maken voldoening geeft, hoe tijdelijk of plaatselijk ook. Bij Kipster zet hij die strijd om een betere wereld voort. ‘In elke militair zit uiteindelijk een impactmaker.’

Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.

Lees ook:

Nu de kosten van afvalverbranding stijgen, is circulair werken de enige optie

'We moeten inzetten op minder restafval. Als je dat niet al deed vanuit duurzaamheid, dan nu wel uit financiële overwegingen', zegt Nout van Kempen.Als chief material officer bij PreZero weet Van Kempen precies welke afvalstromen bedrijven creëren en wat daarmee gebeurt. PreZero haalt het afval op bij ruim 40.000 klanten verspreid over het land. Kleine klanten produceren zo'n honderd kilo afval per week, grotere klanten enkele honderden tot duizenden kilo's. Gemiddeld is ruim een derde daarvan restafval.[caption id="attachment_181756" align="alignright" width="300"] Nout van Kempen, chief material officer bij PreZero. | Credits: PreZero Nederland[/caption]En dat is waar de schoen wringt. De kosten voor het verbranden van restafval gaan de komende jaren flink omhoog. Is de zogenoemde afvalstoffenbelasting dit jaar nog zo'n 40 euro per ton, in 2028 wordt dat 90 euro; ruim het dubbele.Ook gaan afvalverbrandingsinstallaties vanaf 2027 een hogere CO2-heffing betalen, die ze zullen doorberekenen aan hun klanten. Deze heffing gaat vanaf dan in stappen omhoog, met het vooruitzicht dat de kosten na 2030 richting de 100 euro per ton zullen oplopen. Ook huishoudens krijgen daardoor te maken met een hogere gemeentelijke afvalstoffenheffing. Hogere kosten gevolg van schrappen plasticheffing De hogere kosten zijn niet alleen een manier om burgers en bedrijven te stimuleren afval te voorkomen en het beter te scheiden, weet Van Kempen. De hogere afvalstoffenbelasting en CO2-heffing voor afvalverwerkingsinstallaties zijn vooral een gevolg van het schrappen van de zogenoemde plasticheffing van de politiek.Het idee was dat er een heffing kwam op de productie of verwerking van fossiele polymeren: plastics gemaakt uit aardolie of aardgas. Daar zag het vorige kabinet uiteindelijk vanaf om de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven die plastic produceren niet in gevaar te brengen. Maar de overheid had wél al rekening gehouden met de ruim een half miljard euro aan opbrengsten. Die moesten ineens ergens anders vandaan komen. Meer duidelijkheid over kosten Het schrappen van de plasticheffing, die juist moest zorgen voor meer recycling, is volgens PreZero een 'aderlating'. Maar het bedrijf doet wat het kan. De afgelopen tijd heeft het zich samen met andere bedrijven in de sector bijvoorbeeld hard gemaakt voor meer duidelijkheid over de kosten van afvalverwerking.Van Kempen: 'De hoogte van de CO2-heffing voor afvalbedrijven hangt af van meerdere factoren, waaronder de emissiefactoren. Doordat deze factoren vooraf niet duidelijk waren, wist je eerder pas achteraf wat de exacte kosten voor het verbranden van een ton restafval zouden zijn. Op aandringen van PreZero en andere marktpartijen heeft de Nederlandse Emissieautoriteit toegezegd de heffingen in het vervolg al vóór het begin van het jaar bekend te maken. We zijn blij met deze tegemoetkoming van de Nederlandse Emissieautoriteit. Zo kunnen we klanten al aan het begin van het jaar zekerheid bieden over de hoogte van de heffingen.' Liever voorkomen dan genezen Daarnaast kijkt PreZero samen met klanten naar de toekomst. En die toekomst is circulair. Over materiaalstromen die gerecycled kunnen worden, hoeft immers geen extra belasting te worden betaald. En dus wordt dat relatief steeds goedkoper.[caption id="attachment_181754" align="alignright" width="300"] Over materiaalstromen die gerecycled kunnen worden, hoeft geen extra belasting te worden betaald. | Credits: PreZero Nederland[/caption]Van Kempen: 'Veel bedrijven kunnen hun restafvalstroom wel verminderen, maar vonden dat eerder te duur of te complex. Nu er ook een financiële prikkel komt om minder restafval te produceren, zal die omslag er zeker komen. Het is belangrijk dat bedrijven daar nu al mee aan de slag gaan. De echte kostenstijgingen vinden weliswaar pas over een aantal jaar plaats, maar circulair gaan werken doe je niet van de ene op de andere dag.'Dat afval verminderen moeilijk is, weten ze bij PreZero als geen ander. Maar ook dat het wel kán. Vaak zijn er zelfs al grote stappen mogelijk zonder grote investeringen, zegt Van Kempen.Hij wijst op preventie: wat nooit afval wordt, hoeft ook niet gerecycled of verbrand te worden. Van Kempen kijkt liever naar het voorkomen van afval dan naar het reduceren ervan. Inkoopbeleid is daarom heel belangrijk, zegt hij. Soms kun je kleinere volumes inkopen, of bijvoorbeeld gefaseerd.Ook het productieproces is een grote bron van afval. Denk aan snijafval, maar ook de samenstelling van producten. 'Als je karton, hout en isolatiemateriaal aan elkaar lijmt, is dat bijna niet meer te recyclen', zegt Van Kempen. 'Maar als je het product demontabel maakt, kan scheiden wél.' Meer dan een afvalbedrijf Technologische ontwikkelingen maken afvalbeheer de komende tijd makkelijker. Zo wordt het achteraf scheiden van verschillende afvalstromen in steeds meer gevallen mogelijk. Toch pleit Van Kempen juist voor bronscheiding: de recyclebare stromen vanaf het begin apart houden. 'Vooral als je materialen weggooit die snel vies of beschadigd raken, zoals karton of textiel, is het belangrijk om dat niet te mengen met bijvoorbeeld etensresten. Dat kun je het echt beter bij de bron aanpakken. Zuivere stromen kun je veel hoogwaardiger te recyclen.'PreZero adviseert klanten hoe ze stappen kunnen zetten richting zero waste en recyclet daarnaast ook zelf materialen. Volgens het bedrijf past dit perfect bij zijn veranderende rol in de samenleving: 'Onze output is allang niet meer alleen een schone straat. Het is advies om afval te voorkomen en hergebruik te stimuleren, én grondstoffen die opnieuw te gebruiken zijn. Druk op recyclingbedrijven Nu restafval financieel wordt ontmoedigd, zullen bedrijven een groter beroep moeten doen op recyclers. Maar dat is lastig, ziet Van Kempen. Juist voor hen is de nieuwe wetgeving ongunstig. Omdat ze niet alles wat ze binnenkrijgen 100 procent kunnen recyclen, produceren ook zij restafval. Daarvoor moeten ze nu meer betalen. Het gevolg: door de extra heffing stijgt de kostprijs van Nederlands recyclaat. Recyclen wordt in Nederland duurder dan in onze buurlanden. En ook het concurreren met nieuwe virgin plastics uit bijvoorbeeld China wordt nog moeilijker. Dat legt een enorme druk op de Nederlandse sorteer- en recyclingsector.Van Kempen: ‘De plasticheffing had  ervoor moeten zorgen dat virgin (nieuw) plastic duurder werd en zo de vraag naar gerecycled plastic zou toenemen. Nu wordt afvalverbranding in algemene zin duurder, zonder dat het recyclen van plastic gestimuleerd wordt. Dat in een markt waar het wel nodig is om plasticrecycling financieel te ondersteunen om het rendabel te maken en vraag naar recyclaat te stimuleren.’Bovendien zou er naast de plasticheffing ook een plasticnorm komen die producenten zou verplichten een minimumaandeel recyclaat in hun producten te verwerken. Ook die norm is geschrapt, waardoor recyclers potentiële klandizie in rook zien opgaan.Hoewel grote bedrijven als Albert Heijn, Bonduelle, Coca-Cola, JDE Peet’s, Nestlé en Unilever hebben beloofd om op vrijwillige basis meer gerecycled plastic in te kopen, blijft de marktpositie van recyclers wankel. De afgelopen tijd zijn er al meer dan tien Nederlandse plasticrecyclingbedrijven omgevallen. De sector benadrukt dat vrijwillige initiatieven een mooie basis zijn, maar dat harde wettelijke normen noodzakelijk blijven om de hele markt in beweging te krijgen.De Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) is wat dat betreft een goede ontwikkeling. Die verplicht producten van verpakkingen wél tot een bepaald percentage recyclaat in hun producten. Van Kempen: 'Maar dat gerecyclede materiaal moet dan natuurlijk wel beschikbaar zijn.' Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner PreZero Nederland. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.