Maaike Kooijman
09 juli 2026, 15:22

Waar blijft toch dat langetermijnbeleid waar bedrijven al zo lang om vragen? 'De politiek kijkt niet breed genoeg'

Langetermijnbeleid zou goed zijn voor economie én klimaat, maar is niet in elke politieke situatie vanzelfsprekend. Universitair hoofddocent Wieke Pot weet wat ervoor kan zorgen dat we eindelijk wél aan de lange termijn gaan denken.

UIniversitair hoofddocent Wieke Pot UIniversitair hoofddocent Wieke Pot: 'Je moet uitzoomen en je afvragen: in wat voor land willen we leven?' | Credits: A. Oomen/bewerking Change Inc.

We hebben een Kamercommissie voor Digitale zaken, voor Europese zaken en voor Rijksuitgaven. Maar waarom is er geen Tweede Kamercommissie voor de Toekomst, vraagt universitair hoofddocent Wieke Pot zich af.

In Finland bestaat zo’n Parlementaire Commissie voor de Toekomst al sinds 1993, zegt Pot. Daarin zitten zeventien parlementsleden, afkomstig uit bijna alle politieke partijen. Zij functioneren als ‘een soort parlementaire denktank voor de lange termijn’. Ze reageren bijvoorbeeld op het ‘toekomstrapport’ dat elke Finse regering moet schrijven en kunnen onafhankelijk onderzoek doen naar de langetermijnconsequenties van beleid.

Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren. Hoewel bedrijven de politiek al jaren vragen om consistent langetermijnbeleid, blijft wetgeving hier wisselvallig. Denk aan de verplichting om een hybride warmtepomp te installeren als je cv-ketel vervangen moet worden. Die maatregel werd in 2022 aangekondigd, twee jaar later weer afgeschaft en is door het kabinet-Jetten terug in het leven geroepen.

Pot: ‘Bedrijven weten nu niet in welke oplossingen ze moeten investeren. Of voor welke ontwikkelingen een markt komt.’

Klimaat als vuurproef voor democratie en bestuur

Wieke Pot is universitair hoofddocent langetermijnbestuur voor water en klimaatverandering bij de Universiteit Wageningen en lid van de Wetenschappelijke Klimaatraad.

Een Parlementaire Commissie voor de Toekomst is één van haar voorstellen om langetermijndenken in politiek en besturen te stimuleren. Ook burgerberaden en een zogenoemde generatietoets in de Eerste Kamer passeren de revue in haar bijdrage aan de donderdag verschenen essaybundel Vuurproef voor democratie: Het klimaatvraagstuk als uitdaging voor democratie, rechtsstaat en bestuur.

In de essaybundel wordt de aanpak van het klimaatvraagstuk samengebracht met het versterken van de democratie. Het klimaat staat onder druk, maar democratieën wereldwijd ook. ‘De vraag rijst hoe juist in deze democratisch spannende tijden grote vraagstukken zoals het klimaat effectief kunnen worden aangepakt, terwijl tegelijkertijd óók de democratie wordt geborgd en versterkt’, schrijven samenstellers van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Democratieën beter in klimaatbeleid

Democratie en langetermijnvisie staan soms op gespannen voet, legt Pot uit. Hoewel politieke partijen van oudsher zijn gebaseerd op ideologieën, is een politieke achterban in Nederland niet meer zo vanzelfsprekend. Wie vorig jaar nog op de PVV stemde, kan nu JA21 aanhangen en een volgende verkiezing de VVD. Door die ‘electorale cyclus’ verruilen politici vaker een langetermijnbeleid voor beleid dat meteen een zichtbaar resultaat heeft.

Dat deze eeuw slechts één kabinet de vier jaar volmaakte (Rutte II), helpt ook niet. Pot: ‘Vergelijk dat met Europa, waar de electorale cyclus vijf jaar is. De Europese Commissie produceert veel meer langetermijnbeleid.’

Ook in Europa staat klimaatbeleid echter onder druk, onder meer door een aankomende hervorming van het emissiehandelssysteem. Lobbygroepen zijn machtig, economische winst op de korte termijn prevaleert. Maar daaruit kun je niet concluderen dat klimaatbeleid slecht gedijt in een democratie, waarschuwt Pot. Integendeel: ‘Uit internationaal onderzoek blijkt dat democratieën het over het algemeen beter doen dan dictaturen. In klimaatbeleid, maar ook in bijvoorbeeld het leveren van zorg en onderwijs.’

Samenwerking belangrijk voor langetermijnplannen

Pot deed onderzoek naar hoe vooruitziende plannen binnen een democratie toch tot stand komen. Een bepaalde mate van institutionalisering helpt, ziet ze. ‘De borging van klimaatbeleid in het Parijsakkoord is bijvoorbeeld belangrijk.’

Ook samenwerking is cruciaal, zowel tussen politieke partijen als tussen verschillende ministeries. Het huidige probleem is niet zozeer dat er geen langetermijnvisies zijn, maar dat die vooral deelterreinen beslaan. ‘Kijk naar het debat over stikstof. Dat is verworden tot een nauwe discussie over sanering van de veehouderij. Beter kan het gaan over wat we in Nederland willen met ons landelijk gebied. Je moet uitzoomen en je afvragen: in wat voor land willen we leven?’

Langetermijnbeleid moet dan ook integraal worden benaderd, zegt Pot. ‘Als je praat over een klimaatneutraal Nederland, gaat het om landbouw, economie, huisvesting, sociale zaken en veel meer.’

Inspiratie uit bedrijven en sociale initiatieven

Dit alles geldt natuurlijk niet alleen voor de landelijke overheid; het speelt net zo goed bij provincies en gemeenten. Vooral gemeenten kunnen veel meer kijken naar innovatieve bedrijven en sociale bewegingen die niet op regelgeving wachten, maar de toekomst nu al vormgeven, zegt Pot.

‘Ik geloof heel erg in de kracht vanuit de samenleving. Er zijn ontzettend veel mooie burgerinitiatieven, zoals energiecoöperaties. Die hebben vaak een langere adem dan politici. De overheid moet ze dan niet in de weg staan, maar juist een betrouwbare partner zijn. Bijvoorbeeld met financiering, of door ze een serieuze kans te geven bij overheidsaanbestedingen.’

Bovendien kunnen bedrijven en burgers vaker samen optrekken, denkt de onderzoeker. Toen de aanbevelingen van het Nationaal Burgerberaad Klimaat werden gepubliceerd, kwam daarvoor bijvoorbeeld weinig steun en aandacht vanuit maatschappelijke organisaties en bedrijven. ‘Terwijl zij toen juist die stem hadden kunnen versterken.’

Advies voor klimaatvisie

Is er dan helemaal geen goed langetermijnbestuur in Nederland? Jawel, zegt Pot. Ze wijst op het Nationaal Deltaprogramma, vastgelegd in de Waterwet. Dat instituut kan de regering onafhankelijk adviseren over waterveiligheid, zoetwater en klimaatadaptatie.

De deltacommissaris is weliswaar niet democratisch gekozen, maar betrekt wel alle overheden en allerlei expertisegebieden. Ook is er een speciale ‘toekomstambassadeur water en klimaatadaptatie’ aangesteld en wordt er gewerkt met een ‘generatietoets’ voor de herijking van het Deltaprogramma per 2027.

Pot: ‘Het Deltaprogramma herijkt haar strategieën eens in de zes jaar op basis van nieuwe kennis en inzichten. Als er ooit een klimaatvisie komt, wat ik hoop, zou ik daarvoor hetzelfde adviseren.’

Lees ook:

Als EU gas geeft met adoptie elektrisch rijden, scheelt dat miljarden aan cheques voor oliegrootmachten

De oliecrisis van de afgelopen maanden heeft duidelijk gemaakt hoe onprettig het is om afhankelijk te zijn van de import van olie en gas. Eén van de snelste manieren waarop landen in de Europese Unie daar iets aan kunnen doen, is vaart maken met de elektrificatie van vervoer.Een nieuw rapport van denktank Ember en E-Mobility Europe stelt dat de EU veel kan bereiken door vast te houden aan de oorspronkelijke ambities van de Europese Green Deal. Dan is een extra besparing van liefst 190 miljoen vaten olieverbruik per jaar mogelijk in 2030. Zelfs bij reguliere olieprijzen van 70 dollar per vat (iets meer dan 60 euro) scheelt dat zo 12 miljard euro aan importkosten per jaar.Natuurlijk zijn er dan kosten voor de inkoop van stroom voor elektrische voertuigen. Maar als die uitgaven naar Europese exploitanten van duurzame elektriciteit gaan, komt dat in elk geval ten goede aan de Europese economie. En wie zelf elektriciteit opwekt met zonnepanelen kan helemaal voordelig uit zijn. Op naar 38 miljoen elektrische voertuigen in 2030 De analisten van Ember en E-Mobility hanteren twee scenario's voor de groei van de Europese vloot van elektrische auto's, bestelbusjes en E-trucks. In scenario 'Stagnatie' komt het aantal elektrische voertuigen in 2030 uit op zo'n 18 miljoen stuks. Dat is nog altijd een verdrievoudiging van het aantal in 2024, maar steekt bleek af tegen eerdere doelen in de Europese Green Deal.Volgens de onderzoekers is het echter nog steeds mogelijk om die doelen te halen. In het 'Acceleratie'-scenario vertalen ze dat naar 35 miljoen elektrische auto's, 3 miljoen elektrische bestelbusjes en 200.000 E-trucks in 2030. Dat zijn in totaal ruim 38 miljoen elektrische voertuigen.Het verschil tussen de twee scenario's zie je in de grafiek hieronder.(function(){function e(){window.addEventListener(`message`,function(e){if(e.data[`datawrapper-height`]!==void 0){var t=document.querySelectorAll(`iframe`);for(var n in e.data[`datawrapper-height`])for(var r=0,i;i=t[r];r++)if(i.contentWindow===e.source){var a=e.data[`datawrapper-height`][n]+`px`;i.style.height=a}}})}e()})();Om een idee te krijgen van wat dat betekent voor de besparing op de import van olie, kun je kijken naar hoeveel beslag voertuigen met brandstofmotoren leggen op olieproducten zoals benzine en diesel.De onderliggende aanname is dat een elektrisch voertuig momenteel kan zorgen voor een besparing op het olieverbruik van gemiddeld iets meer dan 8 vaten ruwe olie (van 159 liter per vat) per jaar. Dat kan de komende jaren toenemen naar zo'n 9 vaten per elektrisch voertuig, doordat het relatieve aandeel elektrische busjes en trucks in de Europese E-vloot naar verwachting groter wordt (en als alternatief voor hun fossiele tegenhangers besparen die meer op het olieverbruik).Als je dit doorrekent, zorgden ruim 6 miljoen elektrische voertuigen in de EU in 2024 voor een besparing van 50 miljoen vaten olie. In het Stagnatie-scenario zijn 18 miljoen elektrische voertuigen goed voor een besparing van 162 miljoen vaten olie in 2030; met de 38 miljoen elektrische voertuigen van het Acceleratie-scenario loopt de besparing op tot wel 352 miljoen vaten olie per jaar.(function(){function e(){window.addEventListener(`message`,function(e){if(e.data[`datawrapper-height`]!==void 0){var t=document.querySelectorAll(`iframe`);for(var n in e.data[`datawrapper-height`])for(var r=0,i;i=t[r];r++)if(i.contentWindow===e.source){var a=e.data[`datawrapper-height`][n]+`px`;i.style.height=a}}})}e()})();Zelfs zonder crisisscenario's − met olieprijzen van meer dan 100 dollar per vat − kunnen de importkosten van olie voor de EU de komende jaren fors dalen. In het gematigde groeiscenario voor elektrische voertuigen kan het in 2030 al om 10 miljard euro per jaar gaan. In het Acceleratie-scenario gaat het om zo'n 22 miljard euro per jaar die niet overgemaakt hoeft te worden aan olieleveranciers van buiten de EU.Het rapport doet vijf aanbevelingen om de adoptie van elektrisch rijden in de EU te versnellen:Versterk fiscale prikkels om de aanschaf van elektrische auto's, bestelbusjes en E-trucks aantrekkelijker te maken Investeer in de eigen industriële basis rond elektrisch rijden (van auto- tot batterijproductie) Verlaag de belastingen op stroom Zet elektrische voertuigen in als rijdende batterij ter verlichting van netcongestie Investeer in cybersecurity om belangrijke elektrische infrastructuur te beschermenVeel van deze maatregelen kosten op korte termijn geld, maar de voordelen op de lange termijn zijn evident: verduurzaming van het energieverbruik, betere betaalbaarheid van de energiekosten voor vervoer, en beperking van de importafhankelijkheid. Lees ook:EU kan terrein terugwinnen van China met verkoop elektrische auto's Europa investeert recordbedragen in de energietransitie, maar eigen maakindustrie moet nog vleugels krijgen: 7 grafieken Minder afhankelijk van grillige prijzen fossiele energie? Waarom de EU juist nu moet doorpakken met de energietransitie