We hebben een Kamercommissie voor Digitale zaken, voor Europese zaken en voor Rijksuitgaven. Maar waarom is er geen Tweede Kamercommissie voor de Toekomst, vraagt universitair hoofddocent Wieke Pot zich af.
In Finland bestaat zo’n Parlementaire Commissie voor de Toekomst al sinds 1993, zegt Pot. Daarin zitten zeventien parlementsleden, afkomstig uit bijna alle politieke partijen. Zij functioneren als ‘een soort parlementaire denktank voor de lange termijn’. Ze reageren bijvoorbeeld op het ‘toekomstrapport’ dat elke Finse regering moet schrijven en kunnen onafhankelijk onderzoek doen naar de langetermijnconsequenties van beleid.
Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren. Hoewel bedrijven de politiek al jaren vragen om consistent langetermijnbeleid, blijft wetgeving hier wisselvallig. Denk aan de verplichting om een hybride warmtepomp te installeren als je cv-ketel vervangen moet worden. Die maatregel werd in 2022 aangekondigd, twee jaar later weer afgeschaft en is door het kabinet-Jetten terug in het leven geroepen.
Pot: ‘Bedrijven weten nu niet in welke oplossingen ze moeten investeren. Of voor welke ontwikkelingen een markt komt.’
Klimaat als vuurproef voor democratie en bestuur
Wieke Pot is universitair hoofddocent langetermijnbestuur voor water en klimaatverandering bij de Universiteit Wageningen en lid van de Wetenschappelijke Klimaatraad.
Een Parlementaire Commissie voor de Toekomst is één van haar voorstellen om langetermijndenken in politiek en besturen te stimuleren. Ook burgerberaden en een zogenoemde generatietoets in de Eerste Kamer passeren de revue in haar bijdrage aan de donderdag verschenen essaybundel Vuurproef voor democratie: Het klimaatvraagstuk als uitdaging voor democratie, rechtsstaat en bestuur.
In de essaybundel wordt de aanpak van het klimaatvraagstuk samengebracht met het versterken van de democratie. Het klimaat staat onder druk, maar democratieën wereldwijd ook. ‘De vraag rijst hoe juist in deze democratisch spannende tijden grote vraagstukken zoals het klimaat effectief kunnen worden aangepakt, terwijl tegelijkertijd óók de democratie wordt geborgd en versterkt’, schrijven samenstellers van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor het Openbaar Bestuur.
Democratieën beter in klimaatbeleid
Democratie en langetermijnvisie staan soms op gespannen voet, legt Pot uit. Hoewel politieke partijen van oudsher zijn gebaseerd op ideologieën, is een politieke achterban in Nederland niet meer zo vanzelfsprekend. Wie vorig jaar nog op de PVV stemde, kan nu JA21 aanhangen en een volgende verkiezing de VVD. Door die ‘electorale cyclus’ verruilen politici vaker een langetermijnbeleid voor beleid dat meteen een zichtbaar resultaat heeft.
Dat deze eeuw slechts één kabinet de vier jaar volmaakte (Rutte II), helpt ook niet. Pot: ‘Vergelijk dat met Europa, waar de electorale cyclus vijf jaar is. De Europese Commissie produceert veel meer langetermijnbeleid.’
Ook in Europa staat klimaatbeleid echter onder druk, onder meer door een aankomende hervorming van het emissiehandelssysteem. Lobbygroepen zijn machtig, economische winst op de korte termijn prevaleert. Maar daaruit kun je niet concluderen dat klimaatbeleid slecht gedijt in een democratie, waarschuwt Pot. Integendeel: ‘Uit internationaal onderzoek blijkt dat democratieën het over het algemeen beter doen dan dictaturen. In klimaatbeleid, maar ook in bijvoorbeeld het leveren van zorg en onderwijs.’
Samenwerking belangrijk voor langetermijnplannen
Pot deed onderzoek naar hoe vooruitziende plannen binnen een democratie toch tot stand komen. Een bepaalde mate van institutionalisering helpt, ziet ze. ‘De borging van klimaatbeleid in het Parijsakkoord is bijvoorbeeld belangrijk.’
Ook samenwerking is cruciaal, zowel tussen politieke partijen als tussen verschillende ministeries. Het huidige probleem is niet zozeer dat er geen langetermijnvisies zijn, maar dat die vooral deelterreinen beslaan. ‘Kijk naar het debat over stikstof. Dat is verworden tot een nauwe discussie over sanering van de veehouderij. Beter kan het gaan over wat we in Nederland willen met ons landelijk gebied. Je moet uitzoomen en je afvragen: in wat voor land willen we leven?’
Langetermijnbeleid moet dan ook integraal worden benaderd, zegt Pot. ‘Als je praat over een klimaatneutraal Nederland, gaat het om landbouw, economie, huisvesting, sociale zaken en veel meer.’
Inspiratie uit bedrijven en sociale initiatieven
Dit alles geldt natuurlijk niet alleen voor de landelijke overheid; het speelt net zo goed bij provincies en gemeenten. Vooral gemeenten kunnen veel meer kijken naar innovatieve bedrijven en sociale bewegingen die niet op regelgeving wachten, maar de toekomst nu al vormgeven, zegt Pot.
‘Ik geloof heel erg in de kracht vanuit de samenleving. Er zijn ontzettend veel mooie burgerinitiatieven, zoals energiecoöperaties. Die hebben vaak een langere adem dan politici. De overheid moet ze dan niet in de weg staan, maar juist een betrouwbare partner zijn. Bijvoorbeeld met financiering, of door ze een serieuze kans te geven bij overheidsaanbestedingen.’
Bovendien kunnen bedrijven en burgers vaker samen optrekken, denkt de onderzoeker. Toen de aanbevelingen van het Nationaal Burgerberaad Klimaat werden gepubliceerd, kwam daarvoor bijvoorbeeld weinig steun en aandacht vanuit maatschappelijke organisaties en bedrijven. ‘Terwijl zij toen juist die stem hadden kunnen versterken.’
Advies voor klimaatvisie
Is er dan helemaal geen goed langetermijnbestuur in Nederland? Jawel, zegt Pot. Ze wijst op het Nationaal Deltaprogramma, vastgelegd in de Waterwet. Dat instituut kan de regering onafhankelijk adviseren over waterveiligheid, zoetwater en klimaatadaptatie.
De deltacommissaris is weliswaar niet democratisch gekozen, maar betrekt wel alle overheden en allerlei expertisegebieden. Ook is er een speciale ‘toekomstambassadeur water en klimaatadaptatie’ aangesteld en wordt er gewerkt met een ‘generatietoets’ voor de herijking van het Deltaprogramma per 2027.
Pot: ‘Het Deltaprogramma herijkt haar strategieën eens in de zes jaar op basis van nieuwe kennis en inzichten. Als er ooit een klimaatvisie komt, wat ik hoop, zou ik daarvoor hetzelfde adviseren.’



