Op steeds meer plekken verrijzen betonnen blokken zonder ramen: datacenters. Verre van oogstrelend, maar ook onmisbaar voor alle rekenkracht waar het gebruik van kunstmatige intelligentie om vraagt.
Op zulke datacenters is steeds meer kritiek. Zo ‘slurpen ze energie’ en worden servers vaak gekoeld met drinkwater – ook plekken waar al waterschaarste is. Maar niet elk datacenter is even slecht voor klimaat en milieu. Dat is onder meer afhankelijk van de gebruikte energiebronnen (fossiel of hernieuwbaar) en koelsystemen.
Groei datacenters vooral in VS en China
Een nieuw rapport van kredietverzekeraar Allianz Trade maakt inzichtelijk hoeveel elektriciteit datacenters wereldwijd verbruiken, en hoe hoog de uitstoot is die daarmee gepaard gaat. In onderstaande grafiek zie je bijvoorbeeld dat de huidige elektriciteitsvraag van datacenters wereldwijd zo’n 515 terawattuur per jaar is. Dat stijgt naar ruim 1.110 terawattuur in de komende jaren.
De Verenigde Staten en China zijn zowel nu als in de toekomst samen goed voor meer dan de helft van de wereldwijde elektriciteitsvraag van datacenters. Daar staan dan ook de meeste exemplaren.
Maar alleen de elektriciteitsvraag zegt relatief weinig. Daarom kijkt het rapport ook naar de zogenoemde emissie-intensiteit: hoeveel CO2 er wordt uitgestoten per kilowattuur verbruikte elektriciteit. Die ligt in China veel hoger dan in de VS (en in India nog hoger). Door het enorme aantal datacenters zijn de VS in absolute cijfers overigens wél de grootste uitstoter.
Nederlandse datacenters doen het beter dan het wereldwijde gemiddelde. Maar in onder meer Frankrijk, Canada en het Verenigd Koninkrijk is de emissie-intensiteit van datacenters nog lager. Zo komt het dat in Frankrijk, waar meer datacenters staan dan in Nederland, toch veel minder CO2 wordt uitgestoten door datacenters dan hier.
Die grote verschillen kunnen verklaard worden door de verschillende energiebronnen. In Frankrijk heeft CO2-vrije kernergie een groot aandeel in de elektriciteitsmix, in India wordt veel stroom juist nog uit kolen geproduceerd.
Zorgen over kunstmatige intelligentie
Het energieverbruik is een van de aspecten van kunstmatige intelligentie waarover experts zich zorgen maken. Maar er zijn ook andere kanttekeningen. Zo is AI-infrastructuur afhankelijk van kritieke grondstoffen als kobalt en nikkel. Bij het winnen daarvan komen vaak kinderarbeid en uitbuiting kijken, en de grondstoffenwinning vervuilt de omgeving.
De populariteit van generatieve AI zorgt daarnaast voor een enorme toename van e-waste. Technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat servers soms al na twee tot vijf jaar vervangen worden door nieuwere modellen. De totale hoeveelheid e-waste kan tot 2030 toenemen tot wel 5 miljard kilo wereldwijd, blijkt uit onderzoek.
Daarnaast worden werkers in onder meer Afrika, die dingen labelen in het trainingsproces voor AI, onderbetaald en overvraagd. AI kan ook de kloof tussen arme en rijke landen vergroten en zorgt er in sommige gevallen voor dat we belangrijke vaardigheden verliezen of simpelweg minder goed ontwikkelen. En dan is er natuurlijk nog de vraag hoe wenselijk het is dat alles altijd maar sneller en efficiënter moet.
Uitstoot big tech neemt toe door AI
Dat de VS zowel qua energieverbruik als CO2-uitstoot van datacenters aan kop loopt, komt vooral doordat daar de meeste big tech-bedrijven gehuisvest zijn – en er dus ook veel AI-modellen worden getraind. Zowel Microsoft en Google als Amazon rapporteerde een hogere CO2-uitstoot in 2025, vooral veroorzaakt door de bouw van datacenters en het energieverbruik daarvan.
Google schrijft bijvoorbeeld dat zijn energieverbruik sinds 2019 met meer dan 250 procent is gestegen, al haast het zich te zeggen dat zijn AI-modellen ‘belangrijke maatschappelijke en economische voordelen’ opleveren. Maar ‘wat levert al die rekenkracht de Nederlandse economie en samenleving op, tegenover wat het aan schaarse netcapaciteit kost?’ vraagt Triodos-hoofeconoom Hans Stegeman zich af. Ook economiehoogleraar Cecilia Rikap noemt deze framing vooral een marketingstrategie.
Ironisch genoeg kun je Googles duurzaamheidsrapport direct met AI analyseren.
De drie grote techbedrijven waren vorig jaar goed voor in totaal bijna 120 miljoen ton CO2-equivalent. Ter vergelijking: Nederland stootte vorig jaar ruim 145 miljoen ton CO2-equivalent uit, waarvan bijna 120 miljoen ton CO2. De rest bestond vooral uit methaan en lachgas.



