Jeroen de Boer
16 juli 2026, 15:23

Natrium-ionbatterij voor grootschalige opslag en thuisgebruik komt naar Europa: veiliger en minder 'kritiek' als grondstof

Voorzieningen voor batterijopslag groeien hard om netcongestie het hoofd te bieden. Voor het eerst worden daarbij ook op grotere schaal natrium-ionbatterijen ingezet. De Nederlandse energiespecialist Alfen heeft daarvoor een deal gesloten met de Chinese gigant CATL.

batterijen opslag natrium-ion lithium Alfen CATL Natrium-ionbatterij van CATL. | Credits: Getty Images

Met de groei van het aanbod van wind- en zonne-energie neemt ook de behoefte aan tijdelijke opslag van stroom toe. En dus wordt batterijopslag steeds meer een standaardonderdeel van de energie-infrastructuur. Dominant hierbij is lithium-iontechnologie, maar Europa krijgt nu ook toegang tot natrium-ionbatterijen voor energieopslag.

Donderdag maakte Alfen, een Nederlandse leverancier van energie-infrastructuur, bekend een overeenkomst te hebben gesloten met CATL uit China. Het gaat om de levering van natrium-ionbatterijen voor grootschalige opslag. CATL is de belangrijkste batterijproducent ter wereld en loopt voorop in de ontwikkeling van natrium-ionbatterijen.

In een persbericht melden de partijen dat CATL voor 5 gigawattuur aan natrium-ionbatterijen gaat leveren aan Alfen voor opslagsystemen in Europa. Ter vergelijking: eind vorig jaar stond er volgens onderzoeksbureau DNE Research in totaal zo’n 3 gigawattuur aan batterijcapaciteit opgesteld bij Nederlandse woningen, bedrijven en in batterijparken voor de energiesector.

De systemen van CATL zijn bedoeld voor grootschalige opslag ter ondersteuning van de energie-infrastructuur, maar eerder deze week werd ook bekend dat het Californische bedrijf Unigrid een natrium-ionbatterij voor thuisgebruik gaat leveren in Europa, met een capaciteit van 9,25 kilowattuur per module.

De commerciële uitrol van natrium-iontechnologie begint dus echt handen en voeten te krijgen. En daarmee krijgt de dominante lithium-ionbatterij concurrentie.

Batterijopslag: lithium-ion versus natrium-ion

Lithium-ion wordt het meest gebruikt voor batterijen vanwege de relatief hoge energiedichtheid en de doorgaans betrouwbare prestaties.

Wel is de winning van lithium geconcentreerd in een beperkt aantal landen. Het voordeel van natrium is dat deze grondstof in principe breder beschikbaar is en goedkoper kan worden gewonnen. Daartegenover staat wel een lagere energiedichtheid.

Een aanvullend pluspunt van natrium-ionbatterijen is dat ze relatief goed blijven presteren bij lagere omgevingstemperaturen en inherent brandveilig zijn.

Lithium-ionbatterijen voldoen doorgaans ook aan hoge eisen voor brandveiligheid, maar kunnen last hebben van ‘thermal runaway‘. Dat is een proces waarbij de temperatuur door een beschadiging oncontroleerbaar stijgt, wat kan leiden tot brand of een explosie.

CATL: natrium-ionbatterijen met concurrerende prestaties

Het Chinese CATL heeft inmiddels zoveel vertrouwen in de optimalisatie van zijn natrium-iontechnologie dat de batterijgigant dit jaar is begonnen met de commerciële uitrol.

De deal met Alfen gaat over 5 gigawattuur, maar CATL heeft in China al ruim 600 miljoen euro geïnvesteerd in een fabriek die 40 gigawattuur per jaar aan natrium-ioncapaciteit kan leveren. En er zijn plannen voor uitbreiding van de capaciteit met nog eens 160 gigawattuur.

Voor opslagsystemen werkt CATL met modulaire eenheden, waarbij één module een standaardcapaciteit heeft van 30 megawattuur. Zodoende kun je met 34 modules een capaciteit van 1 gigawattuur neerzetten. De technologie is zo ontworpen dat de effectieve laadduur per project kan worden aangepast met laadtijden die afgesteld kunnen worden tussen de 1 en 8 uur voor een volle batterij.

De energiedichtheid van de natrium-ioncellen van CATL ligt naar schatting op 175 wattuur per kilogram, wat vergelijkbaar is met gemiddelde prestaties van lithium-ionbatterijen op basis van lithiumijzerfosfaat (LFP). Lithium-ionbatterijen die met nikkel-kobalt-mangaan (NMC) werken, hebben doorgaans een hogere energiedichtheid die kan oplopen tot zo’n 250 wattuur per kilogram.

Volgens marktanalisten kunnen de natrium-ionbatterijen van CATL bij de opschaling vanaf 2027 voor concurrerende prijzen van 40 tot 50 dollar per kilowattuur geleverd worden, terwijl prijzen van LFP-batterijen naar verwachting 10 tot 15 dollar per kilowattuur duurder blijven.

Wat betreft de prestaties op de lange termijn − het aantal laadcycli waarbij de batterij met een hoog rendement blijft presteren − scoren natrium-ionbatterijen historisch zwakker dan lithium-ion. CATL claimt op dit gebied grote verbeteringen met stabiele prestaties gedurende duizenden laadcycli. De komende jaren moet duidelijk worden of dat in de praktijk ook echt het geval is.

Lees ook:

Weg met 'elitaire praatjes': wat praktisch opgeleiden belangrijk vinden aan duurzame maatregelen

Nee, betere marketing zou hij het niet willen noemen. Dat associeert hoogleraar sociologie Willem de Koster toch een beetje met 'dingen verkopen die je helemaal niet nodig hebt'. Maar duurzaamheid zou wel baat hebben bij betere communicatie, zegt hij.Neem de overheidscampagne Zet ook de knop om. Op de website staat: 'We werken allemaal al hard om minder CO2 uit te stoten. Maar we moeten nóg grotere stappen zetten.' Dat werkt niet, zegt De Koster. 'Minder CO2 uitstoten is iets waar veel mensen niet mee bezig zijn, en grote stappen schrikken af. Terwijl de campagne veel potentie heeft; er worden júist kleine, haalbare stappen mee belicht.' Je verpakkingen goed weggooien, bijvoorbeeld, of voor een refurbished smartphone kiezen. Draagvlak voor duurzame maatregelen Samen met collega's aan de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzocht De Koster verschillende perspectieven op duurzaamheid. Die bepalen in grote mate hoeveel draagvlak duurzame maatregelen krijgen. Ze richtten zich daarbij specifiek op praktisch opgeleide burgers. Dat is de groep Nederlanders die relatief sceptisch staat tegenover klimaatmaatregelen (dat is immers iets 'van de elite') en ook het slechtst vertegenwoordigd is bij beleidsvorming.De Koster: 'Er is wel de wil om hen te betrekken, maar in de praktijk is er toch een grote afstand tussen ambtenaren en de bijna twee derde van de bevolking die géén hbo of wo heeft gevolgd.' Mensen met een laag inkomen hebben – vaak noodgedwongen – en kleinere ecologische voetafdruk dan mensen met een hoger inkomen. Ze vliegen gemiddeld minder vaak en hebben kleinere huizen. Ook zorgen rijke mensen indirect voor CO2-uitstoot door bijvoorbeeld de manier waarop hun vermogen wordt belegd. Dat roept vragen op over waar de verantwoordelijkheid moet liggen. De Koster en zijn collega's willen niet impliceren dat iedereen zijn gedrag (evenveel) moet aanpassen. Ze spreken met name over publieke maatregelen waar draagvlak voor nodig is van de hele bevolking. Beleidsmakers die duurzame maatregelen bedenken, houden vaak maar weinig rekening met de belevingswereld van de praktisch opgeleiden, terwijl die groep onmisbaar is voor legitimiteit en draagvlak, zegt De Koster. 'Ik geloof echt dat de maatregelen met de beste bedoelingen worden opgesteld. Geen enkele ambtenaar zit achter zijn bureau en denkt: hoe kan ik elitaire praatjes vertellen? Maar zo worden ze wel gezien.' De titel van het onderzoek: 'Voor normale mensen werkt het gewoon niet.'[caption id="attachment_182873" align="alignright" width="300"] Hoogleraar sociologie Willem de Koster. | Credits: Loes de Koster[/caption]De drie perspectieven die de onderzoekers hoorden in hun gesprekken met praktisch opgeleide burgers noemen ze de Behoeftelens, de Gemeenschapslens en de Twijfellens. Kort samengevat: maatregelen voor het klimaat slaan vooral aan als ze de financiële situatie, gezondheid of het comfort verbeteren; als ze de lokale gemeenschap versterken; en als ze praktisch en haalbaar zijn.De Koster: 'Soms kunnen maatregelen hetzelfde blijven, maar moet de nadruk anders. Zodat je mensen niet van je vervreemdt, maar aan je bindt.' Geldbesparing en lokale doelen Die inzichten zijn niet alleen relevant voor beleidsmakers, maar ook voor bijvoorbeeld woningcorporaties en partijen die duurzame oplossingen bedenken en verkopen. Zo benadrukt Raymond van Eck, ceo van smartphoneproducent Fairphone, dat de cost of ownership van een Fairphone lager is dan die van een iPhone of Samsung. En energieleverancier om | nieuwe energie investeert zijn winst in nieuwe lokale duurzame initiatieven en projecten.De Koster: 'Stel, jij bent een bedrijf dat ergens nieuwe windmolens wil plaatsen. Dan heb je draagvlak en medewerking van omwonenden nodig. Die krijg je niet door te zeggen dat groene energie nodig is om de doelen uit het Parijs-akkoord te behalen. Maar mensen worden wél enthousiast als het ze geld bespaart of bijvoorbeeld een deel van de opbrengst terugvloeit naar de lokale gemeenschap.'Eenzelfde praktische benadering kun je toepassen op inspraak van burgers. 'Mensen walgen van een sessie met post-its', weet De Koster. 'Je kunt veel beter een wandeling door de buurt maken en kijken waar dat transformatiehuisje nou echt kan komen te staan.' Willem de Koster schreef samen met collega's Kjell Noordzij, Vivian Visser en Jeroen van der Waal een hoofdstuk in de essaybundel Vuurproef voor democratie: Het klimaatvraagstuk als uitdaging voor democratie, rechtsstaat en bestuur van de Wetenschappelijke Klimaatraad. Dat gaat over hoe praktisch opgeleide burgers naar klimaatbeleid kijken. Momenteel doet De Koster met een zogenoemde Vici-beurs – een stimulans voor talentvolle en baanbrekende onderzoekers – onderzoek naar waar mensen aan denken bij klimaatverandering en hoe dat invloed heeft op hoe zij op informatie en campagnes reageren. Dat onderzoek loopt nog tot 2030.Positieve invalshoek Allemaal leuk en aardig – maar hoe zit dat met duurzame maatregelen waarbij de positieve gevolgen minder duidelijk zijn? Maatregelen als kleiner wonen, minder vlees eten en een auto delen in plaats van bezitten kunnen op weinig enthousiasme rekenen. 'Framing kan natuurlijk niet alles oplossen', geeft De Koster toe. 'Maar vaak is er toch wel een positieve invalshoek te vinden.'Kijk naar Frank Holleman, medeoprichter van Fork Ranger. Met zijn LinkedIn-posts inspireert hij mensen om kleine aanpassingen te doen voor een duurzamer dieet. 'Minder vlees, maar méér groenten', zegt hij. 'Minder vliegen, meer avontuur. Minder spullen, meer herinneringen.' Lees ook:Fairphone wil nieuwe markt aanboren met rebranding: 'Alleen duurzaamheid is geen reden om een telefoon te kopen' Emissiereductie, eiwittransitie: taalstrateeg Jens van der Weele ergert zich kapot aan duurzaam jargon  Waar blijft toch dat langetermijnbeleid waar bedrijven al zo lang om vragen? 'De politiek kijkt niet breed genoeg'