De Europese Commissie heeft toegegeven aan druk om het CO2-emissiehandelssysteem (ETS) te versoepelen. Dat betekent dat grote bedrijven minder worden geprikkeld om hun CO2-uitstoot te verlagen. Tegelijk heeft Brussel nieuwe ambities geformuleerd voor elektrificatie van het energiegebruik in de EU, blijkt uit vrijdag gepresenteerde voorstellen.
Het basisprincipe van het ETS is dat de jaarlijkse uitstoot van CO2 (en in beperkte mate andere broeikasgassen) door grote industriële bedrijven wordt gemeten en gerapporteerd aan hun nationale emissieautoriteit. Ondernemingen moeten na afloop van een kalenderjaar een hoeveelheid emissiecertificaten inleveren die overeenkomt met hun CO2-uitstoot. Als de uitgifte van emissiecertificaten wordt verlaagd, geeft dat druk op bedrijven om hun CO2-uitstoot te beperken.
Relevant hierbij is dat een deel van de emissierechten gratis wordt toegekend aan bedrijven, terwijl uitstoters een ander deel moeten kopen op de emissiemarkt.
Cruciaal voor de werking van het systeem zijn drie dingen: de hoeveelheid nieuwe emissiecertificaten die jaarlijks door de EU wordt uitgegeven, het aandeel van gratis certificaten, en een reservepot met certificaten (Market Stability Reserve) die de Europese Commissie kan inzetten om het aanbod op de handelsmarkt te beïnvloeden.
EU vertraagt afbouw van emissieplafond drastisch
Tot nog toe was het plan om het plafond voor de jaarlijks nieuw uit te geven emissiecertificaten vanaf 2028 te verlagen met 4,4 procent per jaar. Dit zou betekenen dat er voor de zware industrie tegen 2040 vrijwel geen nieuwe emissierechten op de markt zouden komen, wat betekent dat bedrijven tegen die tijd CO2-neutraal zouden moeten zijn.
In het hervormingsplan wordt het aanbod van nieuwe certificaten vanaf 2030 veel minder snel afgebouwd dan in de huidige planning.
De Europese Commissie wil in de periode van 2031 tot en met 2035 een reductiefactor van 3,7 procent per jaar hanteren en dat verder versoepelen naar een jaarlijkse reductiefactor van 1,7 procent in de vijf jaar daarna.
Bovendien krijgen bedrijven tussen 2036 en 2040 extra ruimte om hun CO2-uitstoot te compenseren door internationale emissiecertificaten te kopen van projecten waarmee CO2-uitstoot wordt gereduceerd buiten de EU.
Dat betekent simpelweg dat er in de periode tot 2040 veel meer ruimte blijft voor bedrijven om CO2 uit te stoten.
Langer strooien met gratis emissierechten
Een tweede aanpassing draait om de gratis emissierechten. Per sector zijn er verschillende plannen voor de afbouw van het aandeel van gratis certificaten. In het nieuwe hervormingsplan worden die afgezwakt, zodat bedrijven langer gratis emissiecertificaten krijgen toegestopt. Zo wil de Commissie in de periode tot 2030 al voor 6 miljard euro aan extra gratis emissiecertificaten uitdelen.
Voor sectoren die onder de Europese grensheffing CBAM vallen (staal, cement, aluminium) wordt de geplande afbouw van de toekenning van gratis emissierechten opgerekt. Oorspronkelijk zouden deze sectoren vanaf 2034 geen gratis rechten meer krijgen, maar dat wordt nu pas vanaf 2038.
Een speciale aanpassing is het plan om een aparte pot in te richten met zo’n 400 miljoen gratis emissierechten (met een huidige waarde van ongeveer 30 miljard euro). Bedrijven kunnen die gratis uitstootrechten de komende vier jaar al krijgen als ze specifieke decarbonisatieplannen indienen bij een fonds dat de ETS Investment Booster wordt genoemd.
Voor de periode daarna wil de Commissie eenzelfde soort systematiek hanteren via een zogenoemde Industrial Decarbonisation Bank.
Reservefonds moet zorgen dat CO2-prijs niet te hard stijgt
Tot slot mag het algemene reservefonds (Market Stability Reserve) een groter aandeel certificaten achter de hand houden (meer dan 400 miljoen) om die op de markt te gooien als CO2-prijzen te hard dreigen te stijgen.
Per saldo nemen al deze maatregelen druk weg voor bedrijven om in de periode tot 2040 in een relatief hoog tempo hun CO2-uitstoot te verlagen.
De enige stok achter de deur is dat de EU de toekenning van gratis emissierechten nadrukkelijker wil koppelen aan concrete decarbonisatieplannen van bedrijven. Ook moet er een sterkere koppeling komen tussen de opbrengsten die EU-lidstaten genereren met het veilen van emissierechten, en directe investeringen in verduurzaming van de industrie.
Daar staat echter tegenover dat het totale emissieplafond minder snel daalt, wat de facto betekent dat bedrijven meer CO2 kunnen blijven uitstoten.
Risico voor klimaatdoelen van de EU
Critici hebben vooraf al gewaarschuwd dat afzwakking van het ETS de klimaatdoelen van de EU in gevaar kan brengen.
De EU wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Als tussendoel voor 2040 wordt gemikt op een daling van de uitstoot van broeikasgassen met 90 procent tegen opzichte van 1990. Afgelopen jaar is dat doel licht afgezwakt, doordat 5 procent van de reductie nu buiten de EU behaald mag worden, via de inkoop van emissiecertificaten elders in de wereld.
De Europese Commissie probeert kritiek te pareren met een nieuwe ambitie: ze wil graag dat het zogenoemde eindverbruik van energie in 2040 voor 46 procent uit elektriciteit komt, tegen ongeveer 23 procent nu. Dat zou alleen al op de import van fossiele brandstoffen zoals olie en gas jaarlijks 260 miljard euro kunnen schelen.
Dit vraagt om forse investeringen in bijvoorbeeld de uitbouw van hernieuwbare energieopwekking (zonnepanelen, windparken), netinfrastructuur, elektrisch vervoer en ook verduurzaming van productieprocessen in de industrie (e-boilers, warmtebatterijen).
Punt is alleen: waar het ETS heel concrete prikkels geeft voor bedrijven om hun CO2-uitstoot te verlagen, is een bredere doelstelling voor elektrificatie veel afhankelijker van deelprogramma’s en subsidieregelingen waar bedrijven en consumenten op moeten inhaken.
Daling CO2-uitstoot EU wordt op de proef gesteld
Eurocommissaris Wopke Hoekstra voor Klimaat ontkent overigens dat het ETS wordt afgezwakt en stelde deze week tegenover het FD dat het emissiehandelssysteem ‘de investeringsmotor van Europa wordt’. Gemiddeld zou het systeem zelfs ambitieuzer worden.
Onzeker is echter of de EU grip houdt op de verduurzaming van de industrie door de sluizen voor gratis emissierechten verder open te zetten. Als het tempo van industriële transformatie en elektrificatie in bredere zin niet hard genoeg gaat, kunnen de klimaatdoelen van de EU wel degelijk in het geding komen.
De afgelopen jaren is de uitstoot van bedrijven uit de zware industrie, scheepvaart en luchtvaart gestaag gedaald. Het wordt belangrijker dan ooit om in de gaten te houden of die trend de komende jaren doorzet.
Lees ook:
- Klimaatdoelen van de EU in gevaar? Dit moet je weten over de hervorming van het CO2-emissiehandelssysteem
- EU kijkt naar opties voor verlaging stroomkosten van de industrie, maar duurzame transitie vraagt om bredere aanpak
- Europa investeert recordbedragen in de energietransitie, maar eigen maakindustrie moet nog vleugels krijgen: 7 grafieken




