Jeroen de Boer
17 juli 2026, 13:50

EU zwakt CO2-emissiehandelssyteem fors af en hoopt op inhaalslag met elektrificatie

De Europese Commissie heeft vrijdag plannen gepresenteerd die neerkomen op een forse afzwakking van prikkels voor grote bedrijven om hun CO2-uitstoot te verlagen. Tegelijk wil Brussel versnelde elektrificatie van het energieverbruik stimuleren.

hervorming ETS EU CO2-reductie emissie handelssysteem elektrificatie Europese Commissie Eurocommissaris Wopke Hoekstra van Klimaat (L) en collega Christophe Hansen van Landbouw. | Credits: Getty Images

De Europese Commissie heeft toegegeven aan druk om het CO2-emissiehandelssysteem (ETS) te versoepelen. Dat betekent dat grote bedrijven minder worden geprikkeld om hun CO2-uitstoot te verlagen. Tegelijk heeft Brussel nieuwe ambities geformuleerd voor elektrificatie van het energiegebruik in de EU, blijkt uit vrijdag gepresenteerde voorstellen.

Het basisprincipe van het ETS is dat de jaarlijkse uitstoot van CO2 (en in beperkte mate andere broeikasgassen) door grote industriële bedrijven wordt gemeten en gerapporteerd aan hun nationale emissieautoriteit. Ondernemingen moeten na afloop van een kalenderjaar een hoeveelheid emissiecertificaten inleveren die overeenkomt met hun CO2-uitstoot. Als de uitgifte van emissiecertificaten wordt verlaagd, geeft dat druk op bedrijven om hun CO2-uitstoot te beperken.

Relevant hierbij is dat een deel van de emissierechten gratis wordt toegekend aan bedrijven, terwijl uitstoters een ander deel moeten kopen op de emissiemarkt.

Cruciaal voor de werking van het systeem zijn drie dingen: de hoeveelheid nieuwe emissiecertificaten die jaarlijks door de EU wordt uitgegeven, het aandeel van gratis certificaten, en een reservepot met certificaten (Market Stability Reserve) die de Europese Commissie kan inzetten om het aanbod op de handelsmarkt te beïnvloeden.

EU vertraagt afbouw van emissieplafond drastisch

Tot nog toe was het plan om het plafond voor de jaarlijks nieuw uit te geven emissiecertificaten vanaf 2028 te verlagen met 4,4 procent per jaar. Dit zou betekenen dat er voor de zware industrie tegen 2040 vrijwel geen nieuwe emissierechten op de markt zouden komen, wat betekent dat bedrijven tegen die tijd CO2-neutraal zouden moeten zijn.

In het hervormingsplan wordt het aanbod van nieuwe certificaten vanaf 2030 veel minder snel afgebouwd dan in de huidige planning.

De Europese Commissie wil in de periode van 2031 tot en met 2035 een reductiefactor van 3,7 procent per jaar hanteren en dat verder versoepelen naar een jaarlijkse reductiefactor van 1,7 procent in de vijf jaar daarna.

Bovendien krijgen bedrijven tussen 2036 en 2040 extra ruimte om hun CO2-uitstoot te compenseren door internationale emissiecertificaten te kopen van projecten waarmee CO2-uitstoot wordt gereduceerd buiten de EU.

Dat betekent simpelweg dat er in de periode tot 2040 veel meer ruimte blijft voor bedrijven om CO2 uit te stoten.

Langer strooien met gratis emissierechten

Een tweede aanpassing draait om de gratis emissierechten. Per sector zijn er verschillende plannen voor de afbouw van het aandeel van gratis certificaten. In het nieuwe hervormingsplan worden die afgezwakt, zodat bedrijven langer gratis emissiecertificaten krijgen toegestopt. Zo wil de Commissie in de periode tot 2030 al voor 6 miljard euro aan extra gratis emissiecertificaten uitdelen.

Voor sectoren die onder de Europese grensheffing CBAM vallen (staal, cement, aluminium) wordt de geplande afbouw van de toekenning van gratis emissierechten opgerekt. Oorspronkelijk zouden deze sectoren vanaf 2034 geen gratis rechten meer krijgen, maar dat wordt nu pas vanaf 2038.

Een speciale aanpassing is het plan om een aparte pot in te richten met zo’n 400 miljoen gratis emissierechten (met een huidige waarde van ongeveer 30 miljard euro). Bedrijven kunnen die gratis uitstootrechten de komende vier jaar al krijgen als ze specifieke decarbonisatieplannen indienen bij een fonds dat de ETS Investment Booster wordt genoemd.

Voor de periode daarna wil de Commissie eenzelfde soort systematiek hanteren via een zogenoemde Industrial Decarbonisation Bank.

Reservefonds moet zorgen dat CO2-prijs niet te hard stijgt

Tot slot mag het algemene reservefonds (Market Stability Reserve) een groter aandeel certificaten achter de hand houden (meer dan 400 miljoen) om die op de markt te gooien als CO2-prijzen te hard dreigen te stijgen.

Per saldo nemen al deze maatregelen druk weg voor bedrijven om in de periode tot 2040 in een relatief hoog tempo hun CO2-uitstoot te verlagen.

De enige stok achter de deur is dat de EU de toekenning van gratis emissierechten nadrukkelijker wil koppelen aan concrete decarbonisatieplannen van bedrijven. Ook moet er een sterkere koppeling komen tussen de opbrengsten die EU-lidstaten genereren met het veilen van emissierechten, en directe investeringen in verduurzaming van de industrie.

Daar staat echter tegenover dat het totale emissieplafond minder snel daalt, wat de facto betekent dat bedrijven meer CO2 kunnen blijven uitstoten.

Risico voor klimaatdoelen van de EU

Critici hebben vooraf al gewaarschuwd dat afzwakking van het ETS de klimaatdoelen van de EU in gevaar kan brengen.

De EU wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Als tussendoel voor 2040 wordt gemikt op een daling van de uitstoot van broeikasgassen met 90 procent tegen opzichte van 1990. Afgelopen jaar is dat doel licht afgezwakt, doordat 5 procent van de reductie nu buiten de EU behaald mag worden, via de inkoop van emissiecertificaten elders in de wereld.

De Europese Commissie probeert kritiek te pareren met een nieuwe ambitie: ze wil graag dat het zogenoemde eindverbruik van energie in 2040 voor 46 procent uit elektriciteit komt, tegen ongeveer 23 procent nu. Dat zou alleen al op de import van fossiele brandstoffen zoals olie en gas jaarlijks 260 miljard euro kunnen schelen.

Dit vraagt om forse investeringen in bijvoorbeeld de uitbouw van hernieuwbare energieopwekking (zonnepanelen, windparken), netinfrastructuur, elektrisch vervoer en ook verduurzaming van productieprocessen in de industrie (e-boilers, warmtebatterijen).

Punt is alleen: waar het ETS heel concrete prikkels geeft voor bedrijven om hun CO2-uitstoot te verlagen, is een bredere doelstelling voor elektrificatie veel afhankelijker van deelprogramma’s en subsidieregelingen waar bedrijven en consumenten op moeten inhaken.

Daling CO2-uitstoot EU wordt op de proef gesteld

Eurocommissaris Wopke Hoekstra voor Klimaat ontkent overigens dat het ETS wordt afgezwakt en stelde deze week tegenover het FD dat het emissiehandelssysteem ‘de investeringsmotor van Europa wordt’. Gemiddeld zou het systeem zelfs ambitieuzer worden.

Onzeker is echter of de EU grip houdt op de verduurzaming van de industrie door de sluizen voor gratis emissierechten verder open te zetten. Als het tempo van industriële transformatie en elektrificatie in bredere zin niet hard genoeg gaat, kunnen de klimaatdoelen van de EU wel degelijk in het geding komen.

De afgelopen jaren is de uitstoot van bedrijven uit de zware industrie, scheepvaart en luchtvaart gestaag gedaald. Het wordt belangrijker dan ooit om in de gaten te houden of die trend de komende jaren doorzet.

Lees ook:

Opmerkelijk: Importheffingen op Chinese EV's raken vooral westerse autofabrikanten

Chinese autofabrikanten kunnen mede door staatssteun relatief goedkoop elektrische auto's op de markt brengen. En dat benadeelt Europese fabrikanten van elektrische auto’s, vindt de Europese Commissie. Daarom zijn er in 2024 importheffingen voor Chinese automerken ingevoerd voor vijf jaar. Voor een BYD betaal je daardoor 17 procent meer, voor een Saic zelfs ruim 35 procent.Heel nuttig blijken die importheffingen niet. Na het invoeren ervan importeerde Europa zelfs tienduizenden elektrische auto's méér uit China, blijkt uit een nieuw rapport van Transport & Environment (T&E). Het lijkt er zelfs op dat vooral westerse autofabrikanten geraakt worden door de maatregelen. Opmerkelijk Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoog schiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. In deze rubriek deelt Change Inc. bijzondere vondsten en ontwikkelingen.Meer auto's van BYD en Geely geïmporteerd, minder van Tesla en Volvo Vooral het Chinese BYD heeft in 2025 flink meer naar Europa geëxporteerd: ruim het dubbele ten opzichte van het jaar ervoor. Ook de Europese import van Geely-auto's steeg. Dat komt waarschijnlijk grotendeels doordat Chinese elektrische auto's − ondanks de importheffingen − gemiddeld nog steeds 21 procent goedkoper zijn dan die van Europese concurrenten.Alleen de Chinese automaker Saic lijdt onder de importheffingen, waarschijnlijk door de extra hoge heffingen op dat merk.Tegelijkertijd zie je dat westerse automerken zoals Tesla, Volvo en Smart minder elektrische auto's die ze in China maken, naar Europa exporteren. Waar Tesla in 2021 nog ruim de helft van zijn auto's voor de Europese markt vanuit de fabriek in China exporteerde, was dat vorig jaar nog maar 19 procent. De productieketen is dus deels verplaatst om extra kosten te vermijden.Doordat producenten van EV's in Europa niet alles zelf maken, is de (veel goedkopere) import van batterijen uit China de afgelopen jaren geëxplodeerd. Wel verwacht T&E dat Europa een flinke inhaalslag kan maken. Tegen 2030 kan Europese productie in ongeveer twee derde van de vraag naar batterijcellen voorzien, is de verwachting.Met name de verschoven productie van westerse autobedrijven zorgt er dan ook voor dat het relatieve aandeel van China bij de Europese import van EV's wel degelijk daalt. Twee jaar geleden kwam 22 procent van de verkochte elektrische auto's uit China, in het eerste kwartaal van dit jaar was dat nog 17 procent. Dat komt ook doordat er meer auto's van Europese merken worden verkocht.Chinese autofabrikanten omzeilen regels De huidige importheffingen gelden alleen voor volledig elektrische auto's (Battery Electric Vehicles: BEV's), niet voor plug-in hybrides (PHEV's). Chinese fabrikanten wisten de heffingen dan ook deels te omzeilen door meer hybride auto's aan Europa te leveren. Chinese merken hebben nu 13 procent van de Europese markt voor PHEV's in handen, tegenover slechts 3 procent in 2024.De EU wil verder groei voorkomen door ook importheffingen op PHEV's in te voeren, meldt Autoweek.Er is ook nog een andere manier waarop Chinese bedrijven de heffingen kunnen omzeilen: door zelf auto's in Europa te gaan produceren. De afgelopen jaren zijn er al tien nieuwe fabrieken aangekondigd, zeggen de analisten van T&E. Die komen vooral in Spanje en Hongarije te staan. Tegen 2035 zouden Chinese producenten jaarlijks 600.000 elektrische auto's in Europa willen maken; bijna het dubbele van wat er nu wordt geïmporteerd uit China. Lees ook:Grafiek: Batterijen voor elektrische auto's kunnen in Europa bijna even goedkoop worden als in China Blijft Volkswagen overeind in slag om de elektrische auto? Deze batterij-innovaties zijn beslissend Met snellaadpalen in de binnenstad mikt GOase op een heel nieuwe doelgroep: 'Laadtijd wordt shoptijd'