Binnen Europa wordt vaak naar Noorwegen gewezen als de grote kampioen op het gebied van elektrisch rijden. In het Scandinavische land bestaat inmiddels bijna een derde van het wagenpark uit elektrische auto’s en is ruim acht op de tien nieuwe auto’s een EV.
Het succes van Noorwegen is vooral te danken aan een consistent subsidiebeleid voor elektrisch rijden, een sterk geëlektrificeerd energiesysteem (door de ruime beschikbaarheid van waterkracht) en een gedegen laadnetwerk.
Tegelijk zijn de Noorse prestaties nog altijd een druppel op de gloeiende plaat: het gaat om een relatief klein autoland, met een wagenpark van 3,5 miljoen auto’s en bestelbusjes.
Nederland en België scoren met EV’s sterker dan grote autolanden
Om een completer beeld te krijgen van de impact van elektrisch rijden in verschillende Europese landen hebben we in de tabel hieronder de absolute omvang van het wagenpark gecombineerd met cijfers over het relatieve aandeel van elektrische auto’s.
Als je daarbij kijkt naar Europese landen met een wagenpark van minimaal 1 miljoen auto’s en een aandeel van volledig elektrisch van minimaal 3,5 procent, rolt daar het volgende lijstje van 12 landen uit. Hiervoor zijn data van het European Alternative Fuels Observatory gebruikt.
Spanje en Italië ontbreken in deze lijst: weliswaar is het wagenpark in deze landen groter dan in Nederland en België, maar het aandeel volledig elektrisch bedraagt in de twee Zuid-Europese landen slechts zo’n 1 procent.
Bij de ontwikkeling van elektrische auto’s in grotere autolanden onderscheiden Nederland en België zich met een relatief hoog aandeel van EV’s in het wagenpark (respectievelijk 7 en 6 procent). In Duitsland, Frankrijk en het VK rijden er absoluut gezien meer elektrische auto’s rond, maar het relatieve aandeel is bescheiden (rond de 4 procent).
Nederland legt als middelgroot autoland met een aandeel van 7 procent voor elektrisch verhoudingsgewijs best wat gewicht in de schaal. Met 730 duizend volledig elektrische auto’s zit Nederland bijvoorbeeld vrij dicht in de buurt van kampioen Noorwegen (ongeveer 1 miljoen EV’s), en het Nederlandse elektrische wagenpark is ruim twee keer zo groot als in Spanje.
Fijnmazig netwerk van openbare laadpunten
Als je verder inzoomt op de top 5, dan valt op dat het openbare laadnetwerk in Nederland en België een stuk fijnmaziger is dan in Duitsland, Frankrijk en het VK.
Wat betreft de openbaar toegankelijke laadpunten gaat Nederland in absolute zin zelfs aan kop, met bijna 203 duizend laadpunten eind 2025.
Bij de verdeling tussen standaard laadpalen met een lager vermogen (AC, wisselstroom) en snellaadpunten (DC, gelijkstroom) valt in de bovenstaande grafiek op dat Nederland en België veel sterker hebben ingezet op een breed netwerk van reguliere laadpunten (AC). Zo maken snellaadstations in Nederland maar iets meer dan 3 procent van het totale aantal openbare laadpunten uit, terwijl dit in Duitsland liefst een kwart is.
Als je op doortocht bent in Duitsland met een elektrische auto kun je relatief makkelijk een snellaadstation vinden, maar op regionaal niveau is het laadnetwerk veel minder fijnmazig dan in Nederland en België.
Dat blijkt duidelijk als je het aantal volledig elektrische auto’s afzet tegen het aantal openbare laadpunten. In Nederland en België kom je dan uit op respectievelijk 3,7 en 5 EV’s per laadpunt, terwijl de laaddruk in Frankrijk, Duitsland en het VK ongeveer drie tot ruim vijf keer zo hoog is.
Fiscale stimulans EV’s en thuisladen
Een brede beschikbaarheid van openbare laadpunten helpt om laadzorgen bij potentiële kopers van elektrische auto’s weg te nemen. Op dit punt lijken Nederland en België een streepje voor te hebben.
Tegelijk spelen meer factoren een rol bij de groei van elektrisch rijden in verschillende landen. Zo kan het fiscale beleid rond subsidieregelingen voor de aanschaf van elektrische auto’s veel uitmaken en speelt naast het openbare laadnetwerk ook de ontwikkeling van thuislaadpunten en laden op het werk een belangrijke rol. Nederland telt naast de ruim 200.000 openbare laadpunten naar schatting bijna 900.000 thuislaadpunten, plus ruim 150.000 werklaadpunten. De EU heeft hiervoor geen vergelijkende cijfers per land.
Duidelijk is wel dat de nieuwe ambitie van de Europese Commissie om forse slagen te maken de elektrificatie van het wegvervoer alleen een kans maakt als grotere autolanden de vergroening van het wagenpark drastisch weten te versnellen.




