Wie vindt dat de economische macht te veel in handen is van een klein groepje bedrijven en ondernemers, kan het heft in eigen hand nemen. Letterlijk: wie lid wordt van een coöperatie, wordt ook mede-eigenaar van wat zo’n collectieve organisatie bezit en produceert, en mag meebeslissen over wat ermee gebeurt.
‘Voor mij werd het zaadje geplant in de energiecrisis van 2022’, zegt Erik Toenhake. ‘Veel gezinnen leden onder de hoge voedselprijzen, en juist in dat jaar boekte Ahold Delhaize enorme winst (ruim 3,7 miljard euro, red.). Het misbruikte zijn positie als spil in het systeem. Dat wijst voor mij op een zieke economie.’
Een jaar later richtte Toenhake Aarden Coöperatie op, gelinkt aan de nog bestaande bv Aarden. Wie lid wordt, kan tegen een bijdrage van 50 euro per maand onbeperkt duurzame (maat)kleding kopen voor de inkoopprijs plus btw en overheadkosten. ‘Hoe meer leden, hoe lager de kosten per persoon, hoe concurrerender we kunnen zijn.’ Winst wordt er niet gemaakt, verzekert Toenhake.
Volgens Toenhake is een coöperatie de meest eerlijke en transparante vorm van ondernemen. En dat hoort ook bij duurzaamheid, vindt hij. ‘We hadden al duurzame maatpakken, nemen oude pakken terug voor recycling, hebben geëxperimenteerd met statiegeld op pakken… Maar als we echt verschil willen maken, moeten we verder kijken dan het product. Dan moeten we naar een ander systeem. Geen winst maken ten koste van de klant.’
Energie, land en auto’s delen in coöperaties
Aarden is één van de vele duurzame coöperaties die Nederland telt. Energiecoöperaties zijn veruit de bekendste, maar ook in andere sectoren verenigen burgers of ondernemers zich. Denk aan Herenboeren, waarbij leden het inkomen van de boer betalen en ook de oogst afnemen. Ook auto’s worden steeds vaker gedeeld in een coöperatie. Meerdere buurtbewoners betalen dan samen voor een gedeelde elektrische auto. Veel recente initiatieven hebben zowel een sociaal als een duurzaam aspect.
De opkomst van duurzame coöperaties is verklaarbaar, zegt hoogleraar bestuurskunde Katrien Termeer. ‘Lange tijd gingen burgers ervanuit dat overheid of bedrijven het wel zouden oplossen. Nu die achterblijven, steken ze zelf de handen uit de mouwen.’
Dat speelt onder andere bij Land van Ons. ‘We doen dit omdat politieke actie uitblijft’, zegt Philippe Terheggen. Hij is voorzitter van Land van Ons, dat landbouwgrond opkoopt en verpacht aan biologische boeren. Daarnaast neemt de burgercoöperatie maatregelen voor meer biodiversiteit. Terheggen: ‘Het stikstofpakket van het kabinet is goed voor natuurgebieden, maar is het ook goed voor wat er tussenin ligt? Er gaat weinig geld naar de natuur op boerenland.’
Historicus en hoogleraar Tine de Moor heeft eenzelfde hypothese. ‘Vreemd genoeg is de politiek blind voor de recente opleving van burgercollectieven’, zei ze enkele jaren geleden al. ‘Misschien wel omdat die het falen van de overheid ontmaskert.’ De Moor classificeert de huidige opkomst van coöperaties als de ‘derde golf’ van collectieve samenwerking. De eerste golf bestond uit laatmiddeleeuwse gilden, de tweede golf kwam op tijdens de negentiende-eeuwse industrialisatie. Toen ontstonden ook grote coöperaties als Achmea, FrieslandCampina en de voorganger van de Rabobank.
‘We hebben het nu over de nieuwe economie. Maar coöperaties behoren in feite ook juist tot de oude economie’, zegt Erik Toenhake van Aarden.
Rendement of juist niet
Coöperaties worden vaak gezien als een derde schakel in de economie: de schakel die het gat tussen markt en overheid opvult. De meeste coöperaties zijn bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als ‘coöperatie U.A.’ Dat staat voor ‘uitgesloten van aansprakelijkheid’: de leden zijn niet aansprakelijk voor schulden.
De werkwijze van coöperaties kent vaak net een andere invulling. Waar sommige coöperaties slechts de kosten en ondernemersrisico’s eerlijk verdelen, streven andere ook naar winst. Die wordt in dat geval eerlijk onder leden verdeeld. Landelijke energiecoöperatie de Windvogel biedt leden bijvoorbeeld tussen de 2 en 5 procent rendement per jaar op hun inleg in windmolens en zonneparken. ‘We zijn niet winstgedreven, maar wel financieel gedreven’, zegt voorzitter Martijn Mewe.
Ook de redenen om lid te worden lopen daarmee flink uiteen. ‘De meeste van onze leden willen gewoon bijdragen aan een beter energiesysteem’, zegt Mewe. ‘Maar er zitten zeker ook mensen bij die het voor het rendement doen.’
Andere coöperaties moeten het hebben van puur idealistische motieven, van mensen die het systeem willen veranderen. Zoals Land van Ons. ‘Leden krijgen geen financieel rendement’, zegt voorzitter Terheggen. ‘Maar dat betekent niet dat ze er niets voor terugkrijgen. Ons rendement zijn regenwormen, planten, vogels en insecten op boerenland.’
De burgercoöperatie heeft nu bijna 32.000 leden, ofwel ‘groengrondbezitters’. ‘Eerst streefden we naar 1,3 miljoen’, zegt Terheggen. ‘Dat is misschien toch wat te ambitieus. Maar we kunnen dit aantal zeker nog een paar keer verdubbelen.’
Coöperaties tegen netcongestie
De wederopstanding van coöperaties stemt hoopvol voor de transitie naar een nieuwe economie, zegt Katrien Termeer. In haar boek Kleine stapjes, grote veranderingen beschrijft ze dat kleine betekenisvolle stapjes sneller voor een transitie zorgen dan grote verandering. Ook lid worden van een coöperatie is zo’n ‘small win’ met potentieel grote effecten.
Dat heeft meerdere redenen. Enerzijds krijgen duurzame maatregelen als windmolens meer draagvlak als mensen ervan mee kunnen profiteren in bijvoorbeeld winst of (goedkopere) energie. ‘Het geeft een fijn gevoel onderdeel te zijn van het systeem’, zegt Erik Toenhake. ‘Als ik iets koop bij een regulier bedrijf, denk ik vaak dat er ontzettend veel winst op wordt gemaakt. Dat is deels nodig, ik wil best meebetalen aan de huur en auto van een ondernemer. Maar niet aan zes vakanties naar het buitenland.’
Energiecoöperaties hebben daarnaast ook een technisch voordeel. Als elektriciteit zo veel mogelijk lokaal wordt opgewekt en verdeeld, vermindert dat de file op het stroomnet. ‘Daardoor hoeft er minder geïnvesteerd te worden in het verzwaren van het stroomnet’, zegt Martijn Mewe van de Windvogel.
De Windvogel heeft enkele eigen windmolens; de energie wordt verkocht aan groene energiemaatschappijen en grote bedrijven als de Johan Cruijf ArenA. Daarnaast helpt de landelijke coöperatie ook bij het opzetten van lokale energiecoöperaties, met kennis en kapitaal. Mewe: ‘Daarmee zijn we een belangrijk financieringsvehikel voor de energietransitie.’
Gebouwd op vertrouwen
Maar belangrijker dan dat alles is misschien nog wel het sterke sociale aspect van coöperaties. ‘Coöperaties creëren, en zijn gebouwd op, vertrouwen’, legt hoogleraar Termeer uit. ‘Je moet samen keuzes maken. En samenwerking is cruciaal als er iets moet veranderen.’
Er is ook wetenschappelijk bewijs voor de duurzaamheidsvoordelen van samenwerken. De Amerikaanse Elinor Ostrom kreeg er in 2009 zelfs de Nobelprijs voor Economie voor. Waar economen er lang vanuit gingen dat gemeenschappelijk gebruik van natuurlijke hulpbronnen (zoals bossen en water) altijd zou zorgen voor uitputting, bewees Ostrom dat het juist heel goed mogelijk is om zulke bronnen collectief te beheren. Ze formuleerde acht voorwaarden waar zo’n collectief aan moet voldoen om succesvol te zijn, waaronder gemeenschappelijke besluitvorming.
Als coöperaties succesvol zijn, verspreiden ze zich bovendien als een olievlek, zegt Termeer. ‘Als mensen met elkaar ervaren dat iets kan, gaan ze door en nemen anderen hun voorbeeld over. De eerste Nederlandse energiecoöperatie werd opgericht in 1986. Nu zijn het er ruim 700.’
Democratische uitdagingen
De vraag is wel tot welke grootte een coöperatie werkelijk gelijk en democratisch blijft. Zo hebben leden van de coöperatieve Rabobank geen direct financieel belang meer en wordt getwijfeld aan de zwaarte van hun zeggenschap. Rabobank en FrieslandCampina zijn bovendien zo groot en internationaal geworden dat directe inspraak lastig te organiseren is. En beide coöperaties lijken bovenal naar winst te streven, al is het dan niet voor aandeelhouders.
Je kunt je dan ook afvragen of de ondernemerscoöperaties uit de ‘tweede golf’ nog wel zo veel potentie hebben om een nieuwe economie vorm te geven. ‘De afstand tussen de coöperatie en de leden is enorm gegroeid’, zegt Termeer.
Ook de Windvogel, dat nu bijna vierduizend leden heeft, worstelt al met de vraag of alle leden voldoende betrokken zijn. Voorzitter Martijn Mewe ziet duidelijk verschillen tussen de landelijke vereniging en de energiecoöperatie in zijn eigen gemeente Velsen, waar hij ook voorzitter van is. ‘Bij de ledenvergadering van Energiek Velsen komen doorgaans zo’n zestig van de vierhonderd mensen opdagen. Bij de Windvogel ook, maar dan van de vierduizend.’
Invechten in het bestaande systeem
Ondanks de uitdagingen bieden coöperaties een alternatief voor een economie waarin de meeste macht in handen ligt van slechts enkele mensen en bedrijven. Maar nu Nederland niet meer zo aan collectieven gewend is, moeten ze zich opnieuw invechten in een bureaucratisch systeem. Vaak lopen ze tegen wet- en regelgeving aan. Elektriciteit delen met je buren mag bijvoorbeeld niet zomaar, behalve als je bij dezelfde energieleverancier zit. En niet alle coöperaties hebben goede toegang tot financiering.
Coöperaties worden ook niet altijd erkend door overheden, of hebben geen toegang tot aanbestedingen. ‘Als de overheid nu een project wil opzetten, kunnen ze alleen een tender uitschrijven en een marktpartij vragen om bijvoorbeeld een windpark of zorgcomplex te bouwen’, zei voorzitter Siward Zomer van Energie Samen eerder tegen Change Inc. ‘Ik hoop dat ze straks ook denken: we kunnen het ook aan de gemeenschap vragen.’



