Maaike Kooijman
31 augustus 2026, 15:29

Coöperaties werken aan een nieuwe economie: 'Zelf de handen uit de mouwen als overheid en bedrijven achterblijven'

Meebeslissen over én profiteren van een windmolen of boerderij: steeds meer burgers en ondernemers willen samen de economie van de toekomst vormgeven. Je hebt coöperaties voor energie, voedsel, auto’s en zelfs kleding. Die hebben niet alleen een duurzaam, maar ook een sociaal en democratisch potentieel, zeggen experts.

coöperaties | Credits: Getty Images

Wie vindt dat de economische macht te veel in handen is van een klein groepje bedrijven en ondernemers, kan het heft in eigen hand nemen. Letterlijk: wie lid wordt van een coöperatie, wordt ook mede-eigenaar van wat zo’n collectieve organisatie bezit en produceert, en mag meebeslissen over wat ermee gebeurt.

‘Voor mij werd het zaadje geplant in de energiecrisis van 2022’, zegt Erik Toenhake. ‘Veel gezinnen leden onder de hoge voedselprijzen, en juist in dat jaar boekte Ahold Delhaize enorme winst (ruim 3,7 miljard euro, red.). Het misbruikte zijn positie als spil in het systeem. Dat wijst voor mij op een zieke economie.’

Een jaar later richtte Toenhake Aarden Coöperatie op, gelinkt aan de nog bestaande bv Aarden. Wie lid wordt, kan tegen een bijdrage van 50 euro per maand onbeperkt duurzame (maat)kleding kopen voor de inkoopprijs plus btw en overheadkosten. ‘Hoe meer leden, hoe lager de kosten per persoon, hoe concurrerender we kunnen zijn.’ Winst wordt er niet gemaakt, verzekert Toenhake.

Volgens Toenhake is een coöperatie de meest eerlijke en transparante vorm van ondernemen. En dat hoort ook bij duurzaamheid, vindt hij. ‘We hadden al duurzame maatpakken, nemen oude pakken terug voor recycling, hebben geëxperimenteerd met statiegeld op pakken… Maar als we echt verschil willen maken, moeten we verder kijken dan het product. Dan moeten we naar een ander systeem. Geen winst maken ten koste van de klant.’

Energie, land en auto’s delen in coöperaties

Aarden is één van de vele duurzame coöperaties die Nederland telt. Energiecoöperaties zijn veruit de bekendste, maar ook in andere sectoren verenigen burgers of ondernemers zich. Denk aan Herenboeren, waarbij leden het inkomen van de boer betalen en ook de oogst afnemen. Ook auto’s worden steeds vaker gedeeld in een coöperatie. Meerdere buurtbewoners betalen dan samen voor een gedeelde elektrische auto. Veel recente initiatieven hebben zowel een sociaal als een duurzaam aspect.

De opkomst van duurzame coöperaties is verklaarbaar, zegt hoogleraar bestuurskunde Katrien Termeer. ‘Lange tijd gingen burgers ervanuit dat overheid of bedrijven het wel zouden oplossen. Nu die achterblijven, steken ze zelf de handen uit de mouwen.’

Dat speelt onder andere bij Land van Ons. ‘We doen dit omdat politieke actie uitblijft’, zegt Philippe Terheggen. Hij is voorzitter van Land van Ons, dat landbouwgrond opkoopt en verpacht aan biologische boeren. Daarnaast neemt de burgercoöperatie maatregelen voor meer biodiversiteit. Terheggen: ‘Het stikstofpakket van het kabinet is goed voor natuurgebieden, maar is het ook goed voor wat er tussenin ligt? Er gaat weinig geld naar de natuur op boerenland.’

Historicus en hoogleraar Tine de Moor heeft eenzelfde hypothese. ‘Vreemd genoeg is de politiek blind voor de recente opleving van burgercollectieven’, zei ze enkele jaren geleden al. ‘Misschien wel omdat die het falen van de overheid ontmaskert.’ De Moor classificeert de huidige opkomst van coöperaties als de ‘derde golf’ van collectieve samenwerking. De eerste golf bestond uit laatmiddeleeuwse gilden, de tweede golf kwam op tijdens de negentiende-eeuwse industrialisatie. Toen ontstonden ook grote coöperaties als Achmea, FrieslandCampina en de voorganger van de Rabobank.

‘We hebben het nu over de nieuwe economie. Maar coöperaties behoren in feite ook juist tot de oude economie’, zegt Erik Toenhake van Aarden.

Rendement of juist niet

Coöperaties worden vaak gezien als een derde schakel in de economie: de schakel die het gat tussen markt en overheid opvult. De meeste coöperaties zijn bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als ‘coöperatie U.A.’ Dat staat voor ‘uitgesloten van aansprakelijkheid’: de leden zijn niet aansprakelijk voor schulden.

De werkwijze van coöperaties kent vaak net een andere invulling. Waar sommige coöperaties slechts de kosten en ondernemersrisico’s eerlijk verdelen, streven andere ook naar winst. Die wordt in dat geval eerlijk onder leden verdeeld. Landelijke energiecoöperatie de Windvogel biedt leden bijvoorbeeld tussen de 2 en 5 procent rendement per jaar op hun inleg in windmolens en zonneparken. ‘We zijn niet winstgedreven, maar wel financieel gedreven’, zegt voorzitter Martijn Mewe.

Ook de redenen om lid te worden lopen daarmee flink uiteen. ‘De meeste van onze leden willen gewoon bijdragen aan een beter energiesysteem’, zegt Mewe. ‘Maar er zitten zeker ook mensen bij die het voor het rendement doen.’

Andere coöperaties moeten het hebben van puur idealistische motieven, van mensen die het systeem willen veranderen. Zoals Land van Ons. ‘Leden krijgen geen financieel rendement’, zegt voorzitter Terheggen. ‘Maar dat betekent niet dat ze er niets voor terugkrijgen. Ons rendement zijn regenwormen, planten, vogels en insecten op boerenland.’

De burgercoöperatie heeft nu bijna 32.000 leden, ofwel ‘groengrondbezitters’. ‘Eerst streefden we naar 1,3 miljoen’, zegt Terheggen. ‘Dat is misschien toch wat te ambitieus. Maar we kunnen dit aantal zeker nog een paar keer verdubbelen.’

Coöperaties tegen netcongestie

De wederopstanding van coöperaties stemt hoopvol voor de transitie naar een nieuwe economie, zegt Katrien Termeer. In haar boek Kleine stapjes, grote veranderingen beschrijft ze dat kleine betekenisvolle stapjes sneller voor een transitie zorgen dan grote verandering. Ook lid worden van een coöperatie is zo’n ‘small win’ met potentieel grote effecten.

Dat heeft meerdere redenen. Enerzijds krijgen duurzame maatregelen als windmolens meer draagvlak als mensen ervan mee kunnen profiteren in bijvoorbeeld winst of (goedkopere) energie. ‘Het geeft een fijn gevoel onderdeel te zijn van het systeem’, zegt Erik Toenhake. ‘Als ik iets koop bij een regulier bedrijf, denk ik vaak dat er ontzettend veel winst op wordt gemaakt. Dat is deels nodig, ik wil best meebetalen aan de huur en auto van een ondernemer. Maar niet aan zes vakanties naar het buitenland.’

Energiecoöperaties hebben daarnaast ook een technisch voordeel. Als elektriciteit zo veel mogelijk lokaal wordt opgewekt en verdeeld, vermindert dat de file op het stroomnet. ‘Daardoor hoeft er minder geïnvesteerd te worden in het verzwaren van het stroomnet’, zegt Martijn Mewe van de Windvogel.

De Windvogel heeft enkele eigen windmolens; de energie wordt verkocht aan groene energiemaatschappijen en grote bedrijven als de Johan Cruijf ArenA. Daarnaast helpt de landelijke coöperatie ook bij het opzetten van lokale energiecoöperaties, met kennis en kapitaal. Mewe: ‘Daarmee zijn we een belangrijk financieringsvehikel voor de energietransitie.’

Gebouwd op vertrouwen

Maar belangrijker dan dat alles is misschien nog wel het sterke sociale aspect van coöperaties. ‘Coöperaties creëren, en zijn gebouwd op, vertrouwen’, legt hoogleraar Termeer uit. ‘Je moet samen keuzes maken. En samenwerking is cruciaal als er iets moet veranderen.’

Er is ook wetenschappelijk bewijs voor de duurzaamheidsvoordelen van samenwerken. De Amerikaanse Elinor Ostrom kreeg er in 2009 zelfs de Nobelprijs voor Economie voor. Waar economen er lang vanuit gingen dat gemeenschappelijk gebruik van natuurlijke hulpbronnen (zoals bossen en water) altijd zou zorgen voor uitputting, bewees Ostrom dat het juist heel goed mogelijk is om zulke bronnen collectief te beheren. Ze formuleerde acht voorwaarden waar zo’n collectief aan moet voldoen om succesvol te zijn, waaronder gemeenschappelijke besluitvorming.

Als coöperaties succesvol zijn, verspreiden ze zich bovendien als een olievlek, zegt Termeer. ‘Als mensen met elkaar ervaren dat iets kan, gaan ze door en nemen anderen hun voorbeeld over. De eerste Nederlandse energiecoöperatie werd opgericht in 1986. Nu zijn het er ruim 700.’

Democratische uitdagingen

De vraag is wel tot welke grootte een coöperatie werkelijk gelijk en democratisch blijft. Zo hebben leden van de coöperatieve Rabobank geen direct financieel belang meer en wordt getwijfeld aan de zwaarte van hun zeggenschap. Rabobank en FrieslandCampina zijn bovendien zo groot en internationaal geworden dat directe inspraak lastig te organiseren is. En beide coöperaties lijken bovenal naar winst te streven, al is het dan niet voor aandeelhouders.

Je kunt je dan ook afvragen of de ondernemerscoöperaties uit de ‘tweede golf’ nog wel zo veel potentie hebben om een nieuwe economie vorm te geven. ‘De afstand tussen de coöperatie en de leden is enorm gegroeid’, zegt Termeer.

Ook de Windvogel, dat nu bijna vierduizend leden heeft, worstelt al met de vraag of alle leden voldoende betrokken zijn. Voorzitter Martijn Mewe ziet duidelijk verschillen tussen de landelijke vereniging en de energiecoöperatie in zijn eigen gemeente Velsen, waar hij ook voorzitter van is. ‘Bij de ledenvergadering van Energiek Velsen komen doorgaans zo’n zestig van de vierhonderd mensen opdagen. Bij de Windvogel ook, maar dan van de vierduizend.’

Invechten in het bestaande systeem

Ondanks de uitdagingen bieden coöperaties een alternatief voor een economie waarin de meeste macht in handen ligt van slechts enkele mensen en bedrijven. Maar nu Nederland niet meer zo aan collectieven gewend is, moeten ze zich opnieuw invechten in een bureaucratisch systeem. Vaak lopen ze tegen wet- en regelgeving aan. Elektriciteit delen met je buren mag bijvoorbeeld niet zomaar, behalve als je bij dezelfde energieleverancier zit. En niet alle coöperaties hebben goede toegang tot financiering.

Coöperaties worden ook niet altijd erkend door overheden, of hebben geen toegang tot aanbestedingen. ‘Als de overheid nu een project wil opzetten, kunnen ze alleen een tender uitschrijven en een marktpartij vragen om bijvoorbeeld een windpark of zorgcomplex te bouwen’, zei voorzitter Siward Zomer van Energie Samen eerder tegen Change Inc. ‘Ik hoop dat ze straks ook denken: we kunnen het ook aan de gemeenschap vragen.’

Lees ook:

Ceo Tom van Aken van Avantium: 'We bouwen een onderneming die een industrie wil veranderen'

Ceo Tom van Aken van Avantium heeft veelbewogen dagen achter de rug als we hem spreken. Het is donderdag 20 augustus, een dag nadat het beursgenoteerde bioplasticbedrijf de halfjaarcijfers over 2026 heeft bekendgemaakt – samen met het nieuws dat Avantium nieuw kapitaal zoekt.Het bedrijf wil in de tweede helft van 2026 minimaal 55 miljoen euro ophalen met een nieuwe aandelenuitgifte, de tweede in ongeveer een jaar tijd. Beleggers waren not amused: Avantium verloor die woensdag bijna een vijfde van zijn beurswaarde.Is Van Aken daarvan geschrokken? ‘Schrikken is niet het goede woord’, zegt hij. ‘Ik was me ervan bewust wat we gingen aankondigen en wat dat zou betekenen voor investeerders en voor het aandeel. Een nieuwe aandelenemissie betekent verwatering – en dat gaan mensen inprijzen. Ik begrijp de teleurstelling die dat bij aandeelhouders veroorzaakt, dat gaat me echt aan het hart. Het was dus niet de gemakkelijkste dag.’ Geen petflessen, maar pefflessen Schrikken doet de 55-jarige Van Aken sowieso niet zo snel meer na ruim twintig jaar aan het roer van Avantium, het bedrijf waar hij in 2002 begon. Hij studeerde scheikunde en economie in Utrecht en begon zijn carrière bij DSM, waar hij opklom tot directeur business development. Een mooi bedrijf, maar ook erg corporate, erg veilig.De startupwereld, zag Van Aken toen hij voor DSM naar de Verenigde Staten werd gestuurd, was veel spannender. Daar moest hij zijn.In Nederland was Avantium zo’n startup. Het bedrijf begon in 2000 als spin-off van Shell en ging zich vijf jaar later richten op een technologie waarmee plantaardige suikers uit bijvoorbeeld maïs of tarwe kunnen worden omgezet in furandicarbonzuur (FDCA). Dat is de belangrijkste bouwsteen voor het product waarmee Avantium de markt op wil: polyethyleenfuranoaat (pef), een bioplastic met de merknaam Releaf.Avantium wil daarmee een duurzamer alternatief bieden voor traditionele pet-verpakkingen, maar ook voor materialen als aluminium en glas. Uit een levenscyclusanalyse van het Nova‑Institut, een onafhankelijk onderzoeksbureau, blijkt dat de pef-flessen van het bedrijf tot 88 procent minder CO2 uitstoten dan een petfles op basis van aardolie.Van Aken, trots: ‘Als flessen van ons materiaal straks bij de Albert Heijn liggen, een van onze toekomstige afnemers, heb ik dat hele proces vanaf het begin meegemaakt. Van het allereerste experiment met een zakje suiker in de bedrijfskantine, tot het moment dat het als commercieel product op de schappen ligt.’[caption id="attachment_184971" align="aligncenter" width="900"] Credit: Avantium[/caption] Weinig referentiepunten Als ceo heeft Van Aken al zo’n beetje alles gezien en meegemaakt: een bij de eerste poging mislukte (2007) en bij de tweede poging geslaagde beursgang (2017), de bouw van een proeffabriek in Geleen en een commerciële fabriek in Delfzijl. Die werd in het najaar van 2024 officieel door koningin Máxima geopend.Het was een euforisch moment, maar de feestelijke stemming duurde niet lang. De opstartfase viel tegen, vertelt hij. ‘Het bouwen en operationeel krijgen van wat wij een first-of-a-kind-fabriek noemen, de eerste in zijn soort, is extreem complex. Er hoeft maar één pomp te weigeren of één meetapparaat een verkeerde waarde aan te geven, en je kunt niet verder.’Heeft hij zich daarop verkeken? ‘Ik begrijp dat daar kritiek op is, maar bij dit soort fabrieken is het heel moeilijk om vooraf een precieze inschatting te maken van de tijdlijn. Je weet niet wat je tegen gaat komen en hoeveel tijd je nodig hebt om mechanische mankementen op te lossen. Er zijn weinig referentiepunten.’Om de opstartfase te overbruggen was extra geld nodig, want ondertussen liepen de kosten door. Het bedrijf kondigde in maart 2025 aan dat het 40 miljoen euro wilde ophalen met een aandelenuitgifte, maar werd in de wielen gereden door de chaos die de Amerikaanse president Donald Trump met zijn importheffingen veroorzaakte. De aandelenmarkt ging op slot, terwijl het bedrijf nog maar voor een paar maanden geld in de kas had, schreef NRC in een analyse.Na zes zenuwslopende maanden kwam er in september van dat jaar een oplossing: een aandelenemissie waarbij bijna 85 miljoen aan kapitaal werd opgehaald, waarvan 15 miljoen bij de Nederlandse overheid. Zes tot twaalf maanden vertraging Bij dat pakket hoorde ook een financiering van 20 miljoen euro onder het regionale investeringsprogramma Nij Begun. Het bedrijf had erop ‘geanticipeerd’ dat dat geld vorig jaar al zou binnenkomen, maar ruim een jaar later is deze financiering nu gekoppeld aan het slagen van de nieuwe aandelenemissie.Dan was er nog een tegenslag: vorige zomer werd óók ontdekt dat er een probleem was met de lasnaden van de titaniumbuizen waar heet azijnzuur en broom doorheen gaan, stoffen die worden gebruikt bij de productie van FDCA. Het laatste wat je wilt, is dat die gaan lekken. De lassen werden vervangen – een operatie die in april 2026 werd afgerond, een extra kostenpost van ongeveer 7 miljoen euro en maanden vertraging opleverde.Vorig jaar september rekende Avantium er nog op dat de commerciële productie begin 2026 zou starten. ‘Ten opzichte van die tijdlijn hebben we zes tot twaalf maanden vertraging’, zegt Van Aken nu. ‘Dat heeft vooral impact aan de inkomstenkant. We hadden voor deze periode inkomsten begroot die nog niet binnenkomen.' Goed gevulde pijplijn Dus moet het bedrijf opnieuw met de spreekwoordelijke pet rond. Ziet Van Aken, na wat hij in NRC het ‘zwaarste jaar uit zijn carrière noemde’, dat nog wel zitten? ‘Absoluut’, zegt hij. ‘We zijn nu dichter bij de eindstreep, dus er zijn minder risico’s dan een jaar geleden.’ Natuurlijk wordt hij af en toe ‘stapelgek’ van de zoveelste pomp die niet werkt, de zoveelste softwareupdate die nodig is. ‘Maar met elk opgelost probleem komen we dichterbij en is de kans groter dat de fabriek succesvol kan draaien.’Eind dit jaar moeten de eerste commerciële leveringen volgens Van Aken starten, en naar verwachting draait de fabriek in de tweede helft van 2028 op volle capaciteit. Dan kan Avantium in Delfzijl jaarlijks 5.000 ton bioplastic produceren. Dat wordt niet de enige bron van inkomsten, want daarnaast mikt het bedrijf op omzet uit licentiecontracten met chemie- en biotechbedrijven die eigen bioplasticfabrieken bouwen.De pijplijn is volgens Van Aken al goed gevuld. Avantium heeft nu 22 afnamecontracten voor Releaf – onder meer met Albert Heijn, bierbrouwers Carlsberg en Ambev en luxeconcern LVMH – en voor toekomstige licentiefabrieken is al 150.000 ton aan productiecapaciteit gereserveerd. ‘Dat is 50.000 ton meer dan een half jaar geleden. Commercieel gaat het dus eigenlijk heel erg goed. Het product doet precies wat het moet doen, en er is veel vraag naar.’ Tegenslagen horen erbij Een tweede reden voor zijn optimisme is dat de omstandigheden nu anders zijn dan een jaar geleden. ‘Vorig jaar, in maart 2025, stapte onze cfo op. Zie dan maar eens direct een nieuwe financieel directeur te vinden. We hebben het wel geprobeerd, maar dat was met de situatie waarin we zaten hartstikke lastig.’ Op een gegeven moment moet je verder: de gesprekken met overheid, banken en investeerders voerde Van Aken daarom min of meer noodgedwongen met twee (opeenvolgende) interim-cfo’s. ‘Ze hebben goed werk verricht’, zegt hij. ‘Maar het was geen gemakkelijke situatie.’Met de komst van Rogier van Wijk als cfo (mei 2026) en Floris Hekster als coo (per oktober 2026) zijn alle managementposities nu ingevuld. Van Aken: ‘De verantwoordelijkheden voor financiering, operationele uitvoering en commerciële ontwikkeling zijn nu duidelijker verdeeld. Bovendien kan ik het nu samen doen, de leuke én pijnlijke dingen delen.’Sparren met leiders die in hetzelfde schuitje zitten, helpt hem ook. ‘Maarten Bosch, de ceo van kweekvleespionier Mosa Meat, is bijvoorbeeld een goede vriend. We hebben dezelfde soort uitdagingen, dezelfde zorgen.’Die pijnlijke dingen zijn part of the deal, vindt de ceo. ‘Tegenslagen horen erbij. We bouwen een onderneming die een industrie wil veranderen. Daar zit een enorme drive achter, een enorm geloof dat we hier iets belangrijks aan het doen zijn. Maar dit soort innovaties kosten veel tijd, twintig jaar in ons geval, en doorzettingsvermogen.’[caption id="attachment_184972" align="aligncenter" width="900"] Credit: Avantium[/caption] Wereldwijd netwerk van fabrieken Een industrie kantelen kost ook geld. Over de jaren is er meer dan 500 miljoen euro in de bioplastic-pionier geïnvesteerd, en nu moet er weer geld bij. Van Aken knikt. ‘Het duurt langer dan we hadden gehoopt en we moeten opnieuw kapitaal ophalen. Natuurlijk levert dat boze en teleurgestelde reacties op, dat begrijp ik heel goed. Veel aandeelhouders steunen Avantium al lange tijd en willen resultaten zien.’Voelt deze nieuwe aandelenemissie voor beleggers niet ook een beetje als geld storten in een bodemloze put? Nee, reageert hij, want de technologie werkt. ‘Als je voorbij de emotie kijkt en de vraag stelt of er fundamenteel iets is veranderd aan de businesscase, dan is het antwoord nee.’ En is er een plan B? ‘Er zijn altijd back-upscenario’s’, zegt Van Aken. ‘Maar het heeft geen zin om daarover te speculeren. Onze focus ligt volledig op het uitvoeren van dit plan.’Hij is ervan overtuigd dat het lukt om de benodigde miljoenen op te halen. ‘Veel van de technologische en opschalingsrisico’s die er in het begin waren, zijn inmiddels weggenomen. Dat geeft me het vertrouwen dat ook de aandeelhouders het potentieel van de volgende fase zien. En laten we eerlijk zijn: denk je dat er niets meer met deze technologie zou gebeuren als wij er niet mee verder gaan? Welnee – dan komt er een partij uit een ander deel van de wereld om het bedrijf voor een prikkie over te nemen, en ons te bedanken voor al het voorwerk. Wij hebben hier in Nederland al het leergeld betaald, dus ik wil dat het succes hier ook neerslaat.’Zijn taak als leider nu? Vertrouwen uitstralen, medewerkers en aandeelhouders blijven meenemen in het grotere plaatje en ondertussen resultaten boeken. Zijn toekomstbeeld: een wereldwijd netwerk van FDCA-fabrieken. ‘Aan dat portfolio bouwen we nu. Al heb ik niet de illusie dat ik nog ceo ben als de licentiefabrieken op grote schaal draaien. Tegen die tijd kan het heel goed zijn dat iemand anders het bedrijf in die volgende fase leidt.’Wanneer vindt hij dat zijn werk klaar is? Hij grijnst: ‘Onze ambitie is om eind 2027 ebitda-positief te zijn. Dat is een mijlpaal waar ik natuurlijk bij wil zijn.’Dit interview verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout. Lees ook:Ultieme test voor Avantium: groen én winstgevend worden In de strijd om kritieke grondstoffen wordt circulariteit een geopolitiek wapen: deze Nederlandse bedrijven lopen voorop Van bioplastics tot duurzame vliegtuigbrandstof: Delfzijl hotspot voor nieuwe economie