Expertredactie Change Inc. 07 september 2026, 12:11

Waarom duurzaamheidsdoelen vragen om samenwerking en waarom die zo vaak stroef loopt

Circulaire productie, eerlijke waardeketens en klimaatdoelen vragen om samenwerken met leveranciers, overheden en ngo’s. Maar juist die samenwerking blijkt in de praktijk weerbarstig, ziet onderzoeker Leona Henry van de Radboud Universiteit. ‘De kunst is om frictie constructief te bespreken.’

duurzaamheid doelen samenwerken | Credits: Manuel Barroso Parejo / Unsplash.com

De druk op organisaties om te verduurzamen neemt toe. Wet- en regelgeving stelt strengere eisen, klanten en investeerders verwachten meer, en de uitdagingen worden groter en complexer. Wie daaraan wil werken, ontkomt niet aan partnerschappen. En wat je daarbij vaak ziet is dat het aanvankelijke enthousiasme in zulke samenwerkingen omslaat in frustratie.

Leona Henry onderzoekt aan de Radboud Universiteit hoe zogeheten multi-stakeholderpartnerschappen functioneren bij duurzaamheidsvraagstukken. Ze kijkt bijvoorbeeld naar de mode-industrie, waar merken, leveranciers en ngo’s samen werken aan duurzamere productie. Daarbij gaat het niet alleen om klimaatdoelen, maar ook om eerlijke lonen, veilige werkomstandigheden en het tegengaan van kinderarbeid.

‘Duurzaamheidsuitdagingen zijn complexe systeemvraagstukken’, zegt Henry. ‘Als je aan één onderdeel trekt, merk je al snel dat alles met elkaar samenhangt: regelgeving, veiligheid, investeringen, technologie en maatschappelijke verwachtingen. Juist daarom heb je partners nodig die kennis, expertise of netwerken inbrengen die je als organisatie zelf niet hebt.’

Zelfde woorden, andere betekenis

Een gedeelde ambitie is volgens Henry echter geen garantie voor succes. ‘Managers onderschatten vaak hoe verschillend organisaties denken en werken. Commerciële bedrijven zijn gewend snel beslissingen te nemen en te experimenteren. Overheden en ngo’s nemen vaak meer tijd om besluiten zorgvuldig af te wegen. Dat heeft te maken met hun verantwoordelijkheden, financiering en achterban. Die verschillen zijn niet goed of fout, maar je moet ze wel herkennen en bespreekbaar maken.’

Bovendien blijken partners regelmatig iets anders te bedoelen met dezelfde begrippen. Bij een circulaire economie denken bedrijven vaak vooral aan milieu en materiaalgebruik, terwijl andere partijen de nadruk leggen op sociale aspecten als arbeidsomstandigheden of werkgelegenheid. Ook de verwachtingen over ieders inbreng lopen uiteen. ‘Bedrijven investeren vaak financiële middelen, terwijl andere partijen vooral tijd, kennis of netwerken inbrengen. Als je daar vooraf geen duidelijke afspraken over maakt, ontstaan gemakkelijk misverstanden.’

Voorkomen: spreek verwachtingen uit

De belangrijkste les uit Henry’s onderzoek: maak verwachtingen vanaf het begin expliciet. ‘Veel frustratie is te voorkomen door vanaf het begin duidelijk te bespreken wat iedere partij bijdraagt, welke doelen er zijn en hoe besluiten worden genomen.’ Dat gaat niet alleen om geld, maar ook om tijd, expertise, contacten en verantwoordelijkheden.

‘Vaak leeft impliciet de verwachting dat iedereen dezelfde inzet levert, op hetzelfde moment en op dezelfde manier. Dat is in de praktijk zelden realistisch’, aldus Henry. Heldere afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en besluitvorming vormen daarom de basis voor een samenwerking die ook op de langere termijn standhoudt.

Genezen: frictie als kans

En als het toch wringt? Dan is de samenwerking niet mislukt, benadrukt Henry – integendeel. ‘Vrijwel ieder partnerschap bereikt een moment waarop duidelijk wordt dat niet alle verwachtingen zijn uitgesproken of dat belangen uiteenlopen. Dat hoeft geen eindpunt te zijn, maar kan juist een kans bieden om de samenwerking te verdiepen.’

Samenwerken aan duurzame impact vraagt nieuw leiderschap. De Radboud Universiteit ondersteunt organisaties via onderwijs voor professionals: van het ontwerpen van effectieve governance en waardengedreven AI tot het begeleiden van multi-stakeholderpartnerschappen en het ontwikkelen van toekomstbestendig leiderschap. Bekijk wat de Radboud Universiteit voor jou kan betekenen.

Radboud Universiteit organiseert een gratis inspiratiewebinar “Van ESG-rapportage naar vertrouwen: geloofwaardigheid in corporate sustainability”. Meer informatie informatie en inschrijven.

Opnieuw met elkaar om tafel gaan is dan essentieel. ‘Pas tijdens de samenwerking ontdek je vaak verschillen in werkwijzen, tempo of prioriteiten. De één wil wekelijks overleggen, de ander vindt één keer per maand voldoende. Of er blijken belangen te spelen die eerder niet expliciet zijn gemaakt, simpelweg omdat mensen hun eigen aannames vanzelfsprekend vinden.’

Frictie hoort dus bij samenwerken. ‘Het gaat er niet om conflicten te vermijden, maar om ze constructief te bespreken.’ Een onafhankelijke procesbegeleider of mediator kan daarbij helpen. Daarnaast zijn goede governance-structuren cruciaal: duidelijke afspraken over besluitvorming, verantwoordelijkheden en inspraak zorgen ervoor dat alle partners zich gehoord voelen en betrokken blijven.

AI maakt goede afspraken nóg belangrijker

Naast deze organisatorische uitdagingen ziet Henry een ontwikkeling die partnerschappen alleen maar belangrijker maakt: de opkomst van AI en andere digitale technologieën. ‘In duurzame waardeketens wordt bijvoorbeeld steeds vaker gekeken naar blockchain om producten en grondstoffen beter traceerbaar te maken. AI kan organisaties helpen om emissies te voorspellen, materiaalstromen inzichtelijk te maken of duurzamere keuzes te ondersteunen.’

Maar die technologieën roepen ook nieuwe vragen op. Wie bezit de data? Wie mag die gebruiken? Hoe waarborg je privacy, transparantie en eerlijkheid – en hoe verdeel je de voordelen én verantwoordelijkheden eerlijk over de partners?

‘Juist omdat zulke technologieën verschillende organisaties met elkaar verbinden, worden goede samenwerkingsafspraken steeds belangrijker’, zegt Henry. ‘Digitale innovatie is daarmee niet alleen een technologische, maar vooral ook een bestuurlijke en maatschappelijke uitdaging.’

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Radboud Universiteit. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

E-trucks zijn aantrekkelijker dan diesel, als je beschikt over betaalbare stroom

Je hebt er bij die de diesel bij wijze van spreken door de aderen vloeit. En toch willen ook die vrachtwagenchauffeurs niets anders meer, als ze eenmaal gewend zijn geraakt aan een elektrische truck. ‘Het is net als met personenwagens: supersnel optrekken, je hebt minder trillingen en het is muis- en muisstil. Mensen komen echt minder vermoeid thuis na een werkdag op de weg’, zegt Wim Roks, wagenparkbeheerder van logistiek dienstverlener Simon Loos.Het familiebedrijf waarvoor hij werkt, heeft eind vorig jaar een tweede order van 75 Mercedes-Benz trucks geplaatst en heeft straks met 210 voertuigen waarschijnlijk de grootste elektrische truck-vloot van Nederland. Want niet alleen de chauffeurs zijn om, ook klanten en – niet onbelangrijk – de financiële afdeling heeft nu ook de zwaarste e-trucks omarmd. Klein gat tussen Tesla Semi en Europese trucks Dus als Tesla straks op de transportbeurs IAA in Duitsland zijn Semi laat zien, komt die Amerikaanse EV-pionier in feite te laat. Anders dan bij de personenwagens van Tesla, die met vele jaren technische voorsprong in Europa werden gelanceerd, is het gat tussen de Tesla Semi en pakweg een Volvo FH Electric of Mercedes eActros maar klein. Die komen in de praktijk als het meezit ook 600 kilometer ver.Bovendien, zeggen transporteurs en automotive experts, is de Semi er nog niet in een versie die geschikt is voor Europa. Te lang, te breed, en of die eenzitscabine zou aanslaan bij onze wegridders? Marktaandeel fabrikanten van E-trucks in de Europese Unie [caption id="attachment_185432" align="aligncenter" width="900"] Bron: ICCT[/caption]Maar dat is voorlopig een theoretische vraag. Veel interessanter is het om te weten, hoe het nu eigenlijk gaat met de opmars van de elektrische trucks in Europa. Heeft Simon Loos collega’s en concurrenten die net zo enthousiast zijn over de elektrificatie van het zwaar transport? Nederland loopt voorop met elektrische trucks Even uitgezoomd: met de verkoop van elektrische personenauto’s gaat het crescendo, dat is wel bekend. Ook de bestelbusjes en bakwagens die stadsdistributie verzorgen rijden steeds vaker op batterijen.Volgens de laatste cijfers van RVO hadden nieuwe bestelbusjes en lichte trucks in Nederland een aandeel van 80 procent bij de verkopen in de eerste helft van dit jaar. Daarmee is Nederland koploper in Europa, vóór Zweden en Denemarken en op flinke afstand gevolgd door Duitsland, volgens cijfers van brancheorganisatie ICCT.[caption id="attachment_185434" align="aligncenter" width="900"] Bron: RVO[/caption]Datzelfde beeld – Nederland als koploper – zie je in de zwaarste klasse van de bedrijfswagens, met een gewicht van boven de 15 ton. Maar hier zijn de batterijwagens aanmerkelijk dunner gezaaid, met een verkoopaandeel van 10 procent.[caption id="attachment_185435" align="aligncenter" width="900"] Bron: RVO[/caption]Aan de andere kant: in 2025 was nog geen 3 procent van de verkopen van nieuwe vrachtwagens elektrisch. Inmiddels rijden er bijna 3.000 zware elektrische trucks rond in Nederland. Zero-emissiezones geven de e-truck een zetje Dat relatieve succes in Nederland is goed verklaarbaar, zegt Maarten Steinbuch, die als hoogleraar Systeem- en Regeltechniek aan de TU Eindhoven de automotive elektrificatie op de voet volgt. ‘De zero emissie zones in de steden zijn een belangrijke pijler. Die hebben natuurlijk het elektrisch transport enorm gestimuleerd, al geldt dat vooral voor de busjes en lichtere trucks. Het heeft echt voor een olievlekwerking gezorgd.’In algemene zin liep Nederland bovendien al voorop met laadinfrastructuur, stelt Steinbuch, wat een andere belangrijke voorwaarde is voor het succes van elektrisch vervoer. Voor het internationale vervoer werken partijen als Milence – opgericht door grote truckfabrikanten – aan een supersnellaadnetwerk in Europa.De overheid komt transportbedrijven tot slot tegemoet met een aanschafsubsidie voor de zwaarste trucks. Die vergen, anders dan de doorsnee elektrische personenwagen, nog een flink hogere investering: tegen de 3 ton, vergeleken met nog geen anderhalve ton voor een dieseltruck. AanZET-subsidie en vrachtwagenheffing Om de transportwereld op weg te helpen, is er voor trucks van boven de 10 ton de Aanschafsubsidieregeling Zero-Emissie Trucks (AanZET), die kan oplopen tot  ruim 115.000 euro. ‘Wat dat betreft zou je kunnen zeggen dat de e-truck nu in de fase verkeert waarin de EV zich in 2015 bevond: er is nog wat hulp nodig om ze te stimuleren. Voor personenauto’s was destijds de inschatting dat subsidie tegen 2025 niet meer nodig zou zijn en die wordt inderdaad afgebouwd. Voor vrachtwagens zal nog minstens tot 2030 stimulans nodig zijn.’Wat dat betreft is ook veel te verwachten van de nieuwe vrachtwagenheffing die op 1 juli is ingegaan. Eigenaren van vrachtwagens gaan dan per gereden kilometer een toeslag betalen, op bijna alle snelwegen en op sommige provinciale en gemeentelijke wegen. Hoe schoner en lichter het voertuig, hoe lager het bedrag per kilometer. Ten opzichte van een oude dieseltruck kan dat meer dan 10 cent per kilometer schelen.‘Het goede daarvan is, dat de opbrengst – naar verwachting 400 miljoen euro per jaar – deels wordt teruggeploegd naar de transportsector zelf, via investeringen in laadinfrastructuur en aanschafsubsidie’, zegt Steinbuch. ‘De elektrificatie financiert zichzelf.’Grotere ondernemingen krijgen overigens per vrachtwagen minder subsidie. Maar dat zette geen rem op de elektrificatie bij Simon Loos, vertelt wagenparkbeheerder Roks. ‘En we krijgen de subsidie over ongeveer 1 van de 10 trucks die we jaarlijks aanschaffen. Maar wat ons betreft zijn we ook niet zo’n voorstander van subsidie: steek het geld liever in de verzwaring van het elektriciteitsnetwerk.’ ‘Je kunt er bijna niet meer tegen zijn’ Roks is zelf helemaal om, maar dat is niet van de ene dag op de andere gebeurd, vertelt hij. ‘Als je een autotechnische achtergrond hebt, zoals veel mensen in mijn wereld, was je niet vanaf dag één enthousiast over elektrisch rijden en dat geldt zeker voor de Wim Roks van 30 jaar geleden. Maar inmiddels kun je er bijna niet meer tegen zijn. Zelfs de mensen bij andere bedrijven die lang hebben weggekeken, krijgen nu de boekhouding aan hun bureau: moeten we niet eens elektrisch gaan rijden?’Toch waren hij en zijn bedrijf er vroeg bij. ‘Onze klant Heineken kwam in 2008 met de vraag hoe we ze konden helpen hun carbon footprint omlaag te krijgen.  Of we niet met met elektrische trucks voor ze konden gaan rijden in de steden?’ Vrachtwagens ombouwen naar elektrisch Elektrische vrachtwagens, die bestonden toen nog niet. Er werd wel een bedrijf gevonden dat nieuwe vrachtwagens kon ombouwen naar elektrisch. Daarvoor werd de complete dieselaandrijving eruit gehaald en vervangen door een elektromotor en batterijen. ‘Een beetje kapitaalvernietiging, eigenlijk. Maar die acht bakwagens rijden nog steeds rond.’‘Later kwamen de fabrikanten met elektrische modellen. Aanvankelijk waren die nog niet zo robuust als diesel, waar 80 jaar ontwikkeling in zit. Maar die inhaalslag is snel gemaakt, mede doordat hun beste mensen er meteen opspringen als er iets niet goed werkt. Vergis je niet: er kan altijd iets stuk gaan, daarom kies je als vervoerder niet eens zozeer voor een bepaald merk, maar vooral voor een dealerorganisatie waarop je kunt bouwen voor service en onderhoud. En nu, inmiddels 12 jaar nadat de eerste bakwagens elektrisch reden, gaan we dus de overstap maken met ons algemeen vervoer.’ Elektrisch was 40 procent duurder Simon Loos heeft namelijk wagens die voor meerdere klanten rijden, en wagens die dedicated voor pakweg een supermarkt of horecabedrijven onderweg zijn. In het verleden droegen die bij aan de extra kosten voor het elektrisch rijden in die pionierstijd. ‘We rekenen een uurtarief waar alle kosten inzitten. In het begin was elektrisch echt 30, 40 procent duurder, kosten die we versleutelden in het tarief. Als opdrachtgever moest je dus echt wíllen.’[caption id="attachment_181912" align="aligncenter" width="900"] Credits: Netze BW / Unsplash.com[/caption]Nu, zeker sinds de invoering van de vrachtwagenheffing en de hoge dieselprijs, is elektrisch rijden vaak goedkoper dan blijven dieselen. En in een markt die werkt met flinterdunne marges draait alles om die befaamde TCO, de total cost of ownership. ‘De e-trucks gaan minimaal 8 jaar en 1 miljoen kilometers mee, en als je maar genoeg kilometers maakt en goedkope stroom hebt, is het omslagpunt al bereikt.’ Enorme batterij maakt eigen laadpaal onmisbaar Maar als vlooteigenaar kun je wel willen overstappen, het moet ook kúnnen. De nieuwste zware trucks halen tot wel 600 kilometer, maar verbruiken dan 1 kilowattuur per kilometer, meer dan tien keer zoveel als een personenauto. Ze hebben dan ook formidabele batterijpakketten die elke dag moeten worden gevuld met honderden kilowatturen. De Mercedes-Benz eActros 600 heeft een accupakket van 621 kilowattuur, laden doet hij op dit moment met een snelheid van 400 kilowattuur per uur.Wie zijn eigen laadpalen heeft, liefst met zonnepanelen die goedkoper stroom leveren, is spekkoper. ‘Onze vrachtwagens die voor klanten rijden, worden ook bij de klant geladen, die zien we bijna nooit hier op het hoofdkantoor in Wognum. En klanten hebben hun laadcapaciteit vaak prima voor elkaar, meestal bij hun distributiecentrum.’ Maar inderdaad, zegt Roks, hij heeft klanten die niet elektrisch kunnen rijden omdat ze nog geen laadpalen kunnen plaatsen door een gebrek aan netcapaciteit. Netcongestie dreigt een rem te worden ‘We willen nu vanuit Wognum ook elektrisch rijden, maar moeten wel nog kijken hoe we dat voor onszelf gaan regelen. Tot 2038 is er geen ruimte op het net, zegt het energiebedrijf hier.’ Voor Simon Loos is dat een uitdagend project, maar Roks ziet het somber in voor transportbedrijven als het tekort aan stroomaansluitingen in Nederland niet wordt verholpen. ‘Dan kunnen in veel sectoren bedrijven niet meer concurreren. Wat dat betreft moet de overheid echt haast maken om te voorkomen dat de sector schade lijdt.’De Eindhovense hoogleraar Steinbuch ziet netcongestie minder als spelbreker voor de opmars van elektrische trucks. ‘Dat is, zeker op termijn, geen issue. Bedrijven moeten creatiever omgaan met hun stroomvoorziening, met zonnepanelen en batterijen valt meestal voldoende ruimte te halen uit de bestaande capaciteit. Wat mij betreft zijn elektrische auto’s of vrachtwagens niet een probleem, maar juist een van de oplossingen van de energietransitie, het zijn immers energiebuffers.’ Vrachtwagen als mobiele energiebuffer Dankzij V2G, vehicle to grid-technologie kunnen elektrische voertuigen opladen, maar de stroom ook weer terugleveren aan het net. Een vrachtwagen is zo bezien zelfs een tien keer zo grote energie-opslag dan een auto. ‘We moeten de Nederlandse stroomvoorziening veel meer decentraal regelen. Een wijk kan profiteren van elektrische auto’s en trucks bij het opzetten van zo’n lokaal energiesysteem, dan hoeft er geen sprake te zijn van netcongestie. Het is ook een nieuw verdienmodel voor de eigenaren van de trucks.’ Lange afstanden blijven de uitdaging Het is allemaal op te lossen en hoeft de e-trucks niet tegen te houden. Alleen op de lange afstanden is het nog puzzelen, zeggen vervoerders. Het laadnetwerk van Milence, met Megawatt Charging Systems die een truck met een vermogen van ruim 1.000 kilowatt volpompen, is nog lang niet af.Dit voorjaar haalde de scaleup nog 120 miljoen euro op om het netwerk verder uit te rollen. Milence heeft nu 34 ‘hubs’ in 8 landen. Er wordt gegrapt dat het bedrijf meer verdient aan de kroketten in zijn stations dan aan elektriciteit. Steinbuch: ‘Ook weer vergelijkbaar met de EV tien jaar geleden, toen werd ook zo kritisch gedaan over Fastned, dat nu gaat als een speer.’Was waterstof niet dé oplossing voor zwaar transport over grote afstanden? Achterhaald, zegt Steinbuch. ‘Als je het niet hoeft te gebruiken, dan liever niet. Het is complex en het kost zóveel energie om het te produceren en vervoeren, dat het niet uitkomt.’Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout. Lees ook:Grafiek: Verkoop elektrische trucks schiet omhoog Fijnmazig laadnetwerk voor EV's geeft Nederland voorsprong op grote Europese autolanden Stroomvraag elektrisch rijden wordt bijna 13 keer zo hoog (maar dat hoeft geen probleem te zijn)