Windenergie op land is de afgelopen decennia een belangrijk onderdeel geworden van de elektriciteitsvoorziening in Nederland. Met een opgesteld vermogen van ongeveer 6,4 gigawatt eind 2025 en een jaarproductie van ongeveer 19 terawattuur zijn windmolens op land goed voor circa een vijfde van de Nederlandse elektriciteitsvraag.
Het komende decennium gaat een hele generatie oudere windmolens met pensioen. Dat roept vragen op over de strategie rond vervanging.
Energieleverancier Eneco publiceerde afgelopen week een rapport dat de dilemma’s schetst. Eneco beheert 62 windparken op land en binnen tien jaar bereikt twee derde daarvan het einde van zijn technische levensduur. Bij andere exploitanten van windenergie is de situatie vergelijkbaar.
Grotere windturbines
Door technische ontwikkelingen zijn fabrikanten steeds grotere windmolens gaan bouwen, die per turbine meer stroom produceren. Dat is al terug te zien in de ontwikkeling van windparken op land.
Grafiek van de week
Voor de transitie naar een duurzame economie is meer nodig dan alleen rationele argumenten. Maar cijfers zeggen wél heel veel. In een wereld waarin je wordt overspoeld met informatie is het vaak lastig om te bepalen wat echt belangrijk is. In de rubriek ‘Grafiek van de week‘ licht Change Inc. op een visuele manier een onderwerp uit dat substantiële impact heeft op duurzame transities.
De grafiek hieronder toont de ashoogte van windmolens tussen 2021 en 2024. Daarvoor hebben we gekeken naar het aandeel van windmolens met een ashoogte tot 70 meter en windturbines vanaf 70 meter.
Te zien is dat het percentage van windmolens met een ashoogte vanaf 70 meter in vier jaar tijd is toegenomen van 55 naar 66 procent.
Vervanging oude windmolens op land
De opmars van grotere windmolens zet waarschijnlijk door met de vervangingsgolf van de komende tien jaar. Vanuit kostenoogpunt en het leveren van zo veel mogelijk elektriciteit per windpark is het volgens Eneco het meest efficiënt om oude turbines te vervangen door grotere nieuwe windmolens.
Maar de exploitant wijst in zijn rapport op een aantal knelpunten. Zo botst de plaatsing van grotere windmolens met overheidsplannen voor een nieuwe afstandsnorm die de minimale afstand van turbines tot de gebouwde omgeving bepaalt.
Een alternatief is om te kijken of de levensduur van oudere windmolens verlengd kan worden, of dat nieuwe molens geplaatst kunnen worden die vergelijkbaar zijn in omvang met de oude turbines. Dat is met de Nederlandse ambities om het energieverbruik verder te elektrificeren echter niet ideaal.
Verschillen per provincie
Het gemiddelde vermogen per windmolen is een indicatie van de grootte van de turbines. Wat dat betreft zijn er flinke verschillen tussen provincies. In Flevoland is het gemiddelde vermogen per windmolen met 3,2 megawatt bijvoorbeeld al relatief hoog.
In Noord-Holland ligt het gemiddelde vermogen per windmolen op maar 2,1 megawatt, wat een aanwijzing is dat er relatief veel kleinere en oudere windmolens zijn. De discussie over oude windparken zal dus waarschijnlijk sterk bepaald worden door specifieke lokale omstandigheden.




