‘Kijk dit waren ooit mannenoverhemden.’ Esther Smit laat haar hand door een kledingrek vol vrouwenblousejes gaan. ‘En dit’ – ze wijst naar een korte broek – ‘was eerst een lange spijkerbroek.’
Smit geeft een rondleiding door het atelier van Remake Society in Rotterdam-Zuid. Er liggen stukken stof die tot toilettas moeten worden gemaakt, en oude zeilen die tassen worden. Een doos vol emblemen van een beveiligingsbedrijf moet op jassen worden genaaid. Her en der zit iemand achter een naaimachine.
Remake Society: sociaal en duurzaam ondernemen
Remake Society repareert en upcyclet kleding in opdracht van klanten – en dat zijn zeker de minste niet. Onder meer Jeans Centre, Garcia, Van Tilburg en Groenendijk Bedrijfskleding komen bij de sociale onderneming over de vloer.
Achter de naaimachine zitten veelal mensen die voorheen in de bijstand zaten. Mensen die het vak van kleermaken in hun thuisland leerden en dat hier eindelijk weer kunnen inzetten. Er lopen liefst veertien verschillende nationaliteiten rond. Duurzaam en sociaal ondernemen gaan volgens directeur Smit vanzelfsprekend samen. ‘In een circulaire economie zorg je niet alleen goed voor je materialen, maar ook voor je mensen.’

Uit oude kleding worden stukken stof geknipt die straks een toilettas worden. | Credits: Maaike Kooijman
Medewerkers komen bij Remake Society via de gemeente, het coa of hun eigen Rotterdamse netwerk. Ze starten met een proefperiode, waarin ze nog een uitkering krijgen. Daarna krijgen ze een halfjaar- en vervolgens een jaarcontract aangeboden, inclusief jobcoaching. Na een paar jaar stromen ze uit – bijvoorbeeld om als zelfstandig kleermaker te gaan werken – of krijgen ze een vast contract.
Dat betekent veel voor mensen, weet Smit. ‘Teamleider Zainab was de eerste die een vast contract kreeg. Ik weet nog dat ze met tranen in haar ogen zei: “Na 18 jaar hier voel ik me voor het eerst echt Nederlander.” Ze kon eindelijk een hypotheek krijgen. Dat is het soort dingen waarvoor ik mijn bed uitkom. Textiel is het middel.’
Geen verdienmodel in upcycling
Toch is dat ‘middel’ voor Smit niet uit de lucht gegrepen. Ze groeide op met textiel: haar oma was coupeuse en ook haar moeder naaide haar eigen kleding. Als kind bracht ze uren door op de markt in Rotterdam, op zoek naar stoffen en ritsen.
In 2014 begon ze Oxious, dat hamamdoeken verkoopt die deels uit gerecycled textiel bestaan. Die worden gemaakt door lokale vrouwen in Turkije, die boven het minimumloon betaald krijgen en zich sociaal en professioneel kunnen ontwikkelen. In 2023 kwam daar Oxious Talent Factory bij, anderhalf jaar later omgedoopt tot Remake Society. Het leverde Smit in 2024 de titel Rotterdamse Zakenvrouw van het Jaar op.
Destijds was het bedrijf vooral gericht op upcycling. Oude kleding en ander textiel werden ‘opgewaardeerd’ tot een nieuw item. Zo maakte Remake Society eens 14.000 festivaloutfits van oude bedrijfskleding van Zeeman, van bodywarmers tot heuptasjes. Smit: ‘We hebben zo veel afval. Waarom zouden we dat dan niet gebruiken om er iets nieuws van te maken?’
Maar upcycling is zeer arbeidsintensief, de marges zijn dun. ‘Daar bouw je geen gezond bedrijf op’, zegt Smit. Daarom richt Remake Society zich steeds meer op dienstverlening. Upcycling in opdracht gebeurt nog steeds – kijk maar naar de ‘nieuwe’ blousejes van Van Tilburg – maar verder zijn het vooral andere opdrachten. Zo repareert het bedrijf kapotte broeken van Jeans Centre, die vervolgens als ‘tweede kans’ in de winkel komen te hangen. En voor Groenendijk maakt het allerlei kleding op maat.

Remake Society repareert oude kleding van Jeans Centre, die als ‘tweede kans’ in de winkel komt te hangen. | Credits: Maaike Kooijman
‘Dienstverlening is commercieel interessanter’, zegt Smit. ‘We doen nog wel wat upcycling, maar vooral voor bedrijven die ons meer naamsbekendheid kunnen geven. Dan is het niet erg als de marges wat lager zijn.’
Wetgeving biedt perspectief
Remake Society groeit, en wil dat voorlopig blijven doen. Het helpt dat er steeds meer vraag is naar de diensten van Remake Society in Nederland, zegt Smit. ‘Eerder werd kleding voor reparatie vaak naar het buitenland gestuurd. Nu de lonen daar hoger zijn en de benzine heel duur, biedt dat weinig financiële voordelen meer. En hoe leuk is het dat de klant nu gewoon op bezoek kan op de plek waar het gebeurt?’
Kiezen voor circulariteit is voor kledingmerken bovendien geen vrijblijvendheid meer, maar noodzaak. Sinds half juli is het voor grote Europese bedrijven verboden om hun onverkochte voorraden en retouren simpelweg weg te gooien of te verbranden. Ze moeten die recyclen of opnieuw verkopen. ‘Dat helpt ons verdienmodel natuurlijk’, zegt Smit. ‘Toen we drie jaar geleden begonnen, zag ik al dat er wetgeving aankwam die ons perspectief bood.’
Toch gaat de noodzaak tot circulariteit verder dan wetgeving alleen, ziet ze. Grondstoffen worden immers steeds schaarser. ‘En bovendien: wie zegt dat je ze nog hier krijgt met alle oorlogen en drooggevallen rivieren? Circulariteit is strategisch gewoon slimmer.’
Financieel voert de boventoon
Bedrijven hebben ook nog een andere strategische reden om met Remake Society in zee te gaan. Het bedrijf heeft een PSO-keurmerk: Prestatieladder Socialer Ondernemen. Dat is een Nederlands keurmerk voor sociaal werkgeverschap. Bedrijven die aan een overheidsinstelling leveren, kunnen daarmee de zogenoemde social return on investment aantonen.

Bedrijfskleding wordt vermaakt in opdracht van Groenenveld. | Credits: Maaike Kooijman
Sociaal ondernemen heeft daarmee maatschappelijke én bedrijfsvoordelen. Maar dat betekent niet dat het makkelijk is. Niet iedereen kan de prestaties van het bedrijf goed op waarde schatten, zegt Smit. ‘Ik kom over het algemeen in contact met de csr-manager van bedrijven. Zij zijn vaak enthousiast. Maar zodra ze een plan voorleggen aan de directie – de Peters, Jannen en Kezen van deze wereld – is de eerste vraag toch: wat levert het onder de streep op? Sociale en duurzame waarden worden onderschat.’
Ook heeft het bedrijf fikse moeite moeten doen om de financiering rond te krijgen. Bij grote banken krijg je pas een lening als je veel omzet draait, weet Smit. ‘En investeerders zien ook wel dat we in een lastige markt zitten. Vorig jaar gingen duurzame merken i-did en New Optimist failliet, vlak voor wij aan onze tweede financieringsronde begonnen.’
‘Integratie is wederkerig’
Financiering kreeg het bedrijf uiteindelijk van onder andere de Rabo Foundation en het Social Impact Fonds Rotterdam. Remake Society draait dit jaar voor het eerst breakeven. Volgend jaar wil het zijn omzet verdubbelen, de jaren daarna ook. Smit: ‘Ik wil niet de sociale troetelbeer zijn, maar laten zien dat we maatschappelijke uitdagingen ondernemend kunnen oplossen.’
Nu werken er zo’n twintig mensen bij Remake Society, over een paar jaar moeten dat er honderd zijn. Smit kijkt nu al naar uit naar de impact die dat kan maken – op haar medewerkers én haarzelf. ‘Zij leren van mij, maar ik leer ook van hen’, legt ze uit.
‘We vinden vaak dat nieuwkomers zich maar aan ons moeten aanpassen. We stoppen ze allemaal samen in Rotterdam-Zuid, waar ze weinig worden gestimuleerd om de Nederlandse taal te leren. Maar voor mij is integratie wederkerig. Als we ervoor openstaan, kunnen andere culturen ons veel brengen.’



